RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/041064-25
Datum uitspraak : 16 april 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. M.A. Prins, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of
- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine(olie) en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of -zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- een (bedrijfs)pand aan [adres] te Wageningen ter beschikking te stellen en/of
- het regelen/organiseren van en/of bijdragen aan, dan wel het veelvuldig contact te hebben met andere personen die betrokken zijn bij het kiezen/organiseren van een of meerdere locatie(s), de inrichting van een of meerdere locatie(s), het beschikbaar stellen van een of meerdere opslaglocatie(s), de aanvoer van goederen en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs, de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs, het transport van de vervaardigde drugs en de afvoer van het ontstane afval en/of
- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, te weten onder meer
- een hoeveelheid/hoeveelheden fosforzuur en/of fd-fosforzuur (te weten ongeveer 420 liter en/of 450 liter) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden mierenzuur (te weten ongeveer 400 liter) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden formamide (te weten in ieder geval ongeveer 780 liter) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden (overige) chemicaliën en/of vloeistoffen en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden Caustic Soda (te weten ongeveer 550 kilogram) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden pre-precursoren (te weten ongeveer 425 kilogram totaal verbruikt) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden vloeistoffen bevattende BMK (te weten ongeveer 22 liter) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden vloeistoffen (deels) bevattende amfetamine en/of
- een of meerdere (bevuilde) jerrycan(s) en/of (bevuilde) emmer(s) en/of (bevuilde) speciekuip(en) en/of (bevuilde) klemdekselvat(en) en/of scheitrechter(s) en/of maatbeker(s) en/of trechters(s) en/of (gas)brander(s) en/of (gasZwater)slang(en) en/of IBC(-container(s)) en/of ketel(s) en/of koelhuizen en/of (roer)motor(en) en/of koolstoffilter(s) en of slakkenhuizen en/of gasfles(sen) en/of afsluiter(s) en/of rolkarretje(s) en/of handschoenen en/of vloeistofpomp(en) en/of lekbak(ken) en/of vacuümfles(sen) en of destillatiebuizen en/of stoomgenerator(en) en/of frequentieregelaar(s) en/of rvs klem(men) en/of
- ( in elk geval) een of meerdere (bevuilde) containers en/of vloeistoffen en/of grondstoffen en/of (bevuilde) verpakkingen en/of (bevuilde) emmers en/of gereedschappen en/of (bevuilde) jerrycans en/of (bevuilde) vaten ten behoeve van de productie van die amfetamine(olie) en/of de productie van (precursor) BMK en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen, in elk geval een ander dan verdachte, op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of
- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine(olie) en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- een (bedrijfs)pand aan [adres] te Wageningen ter beschikking te stellen en/of
- het regelen/organiseren van en/of bijdragen aan, dan wel het veelvuldig contact te hebben met andere personen die betrokken zijn bij het kiezen/organiseren van een of meerdere locatie(s), de inrichting van een of meerdere locatie(s) , het beschikbaar stellen van een of meerdere opslaglocatie(s), de aanvoer van goederen en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs, de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs, het transport van de vervaardigde drugs en de afvoer van het ontstane afval en/of
- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, te weten onder meer
- een hoeveelheid/hoeveelheden fosforzuur en/of fd-fosforzuur (te weten ongeveer 420 liter en/of 450 liter) en/of -een hoeveelheid/hoeveelheden mierenzuur (te weten ongeveer 400
liter) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden formamide (te weten in ieder geval ongeveer 780 liter) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden (overige) chemicaliën en/of vloeistoffen en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden Caustic Soda (te weten ongeveer 550 kilogram) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden pre-precursoren (te weten ongeveer 425 kilogram totaal verbruikt) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden vloeistoffen bevattende BMK (te weten ongeveer 22 liter) en/of
- een hoeveelheid/hoeveelheden vloeistoffen (deels) bevattende amfetamine en/of
- een of meerdere (bevuilde) jerrycan(s) en/of (bevuilde) emmer(s) en/of (bevuilde) speciekuip(en) en/of (bevuilde) klemdekselvat(en) en/of scheitrechter(s) en/of maatbeker(s) en/of trechters(s) en/of (gas)brander(s) en/of (gas/water)slang(en) en/of IBC(-container(s)) en/of ketel(s) en/of koelhuizen en/of (roer)motor(en) en/of koolstoffilter(s) en of slakkenhuizen en/of gasfles(sen) en/of afsluiter(s) en/of rolkarretje(s) en/of handschoenen en/of vloeistofpomp(en) en/of lekbak(ken) en/of vacuümfles(sen) en of destillatiebuizen en/of stoomgenerator(en) en/of frequentieregelaar(s) en/of rvs klem(men) en/of (in elk geval) een of meerdere (bevuilde) containers en/of vloeistoffen en/of grondstoffen en/of (bevuilde) verpakkingen en/of (bevuilde) emmers en/of gereedschappen en/of (bevuilde) jerrycans en/of
(bevuilde) vaten ten behoeve van de productie van die amfetamine(olie) en/of de productie van (precursor) BMK en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
tot en/of bij het plegen van voorgenoemd misdrijf verdachte,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door
- een (bedrijfs)pand te huren (en/of uit/op naam van het bedrijf [bedrijf 1] ) aan [adres] te Wageningen en/of
- dit voornoemde (bedrijfs)pand opzettelijk aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen ter beschikking te stellen en/of (daarbij) of meerdere (toegangs)sleutel(s) te overhandigen en/of
- zijn diensten en/of het bedrijf ( [bedrijf 1] ) in te zetten ten einde als dekmantel te fungeren ten behoeve van de aanvoer van goederen (en/of precursoren) en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs en/of de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs;
2
hij op of omstreeks 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand aan [adres] te Wageningen) aanwezig heeft gehad (in totaal) (ongeveer) 19,285 liter aan
amfetamine(olie), zijnde amfetamine, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (in ieder geval) een middel/middelen bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen, in elk geval een ander dan verdachte, op of omstreeks 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand aan [adres] te Wageningen)
aanwezig heeft gehad (in totaal) (ongeveer) 19,285 liter aan amfetamine(olie), zijnde amfetamine, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (in ieder geval) een middel/middelen bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
op of omstreeks 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door
- een (bedrijfs)pand te huren (en/of uit/op naam van het bedrijf [bedrijf 1] ) aan [adres] te Wageningen en/of
- dit voornoemde (bedrijfs)pand opzettelijk aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen ter beschikking te stellen en/of (daarbij) of meerdere (toegangs)sleutel(s) te overhandigen en/of
- zijn diensten en/of het bedrijf ( [bedrijf 1] ) in te zetten ten einde als dekmantel te fungeren ten behoeve van de aanvoer van goederen (en/of precursoren) en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs en/of de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs;
3
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024, te Wageningen, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe, onder andere hij, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere (onbekend gebleven) persoon/personen, behoorden, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet, te weten (telkens) het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, in elk geval (telkens) (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het (telkens) voorbereiden en/of bevorderen van feiten als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 10 vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het Openbaar Ministerie verdachte ziet als katvanger en dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde, namelijk de medeplichtigheid. Gelet op de beperkte rol van verdachte kan volgens het Openbaar Ministerie niet bewezen worden dat hij deel heeft genomen aan het criminele samenwerkingsverband. Daarom moet verdachte van feit 3 worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integraal vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat de rol van verdachte de ondergrens van strafrechtelijke deelneming niet haalt. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van de vereiste dubbel opzet, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet.
Beoordeling door de rechtbank
Bewijsmiddelen
Aan verdachte [verdachte] is – kort gezegd – het medeplegen van het treffen van voorbereidingshandelingen voor de productie en handel van amfetamine(olie) en het medeplegen van het voorhanden hebben van 19,285 liter aan amfetamine(olie) ten laste gelegd. Subsidiair is de medeplichtigheid aan beide feiten ten laste gelegd. Daarnaast is ten laste gelegd dat verdachte [verdachte] heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband.
De rechtbank zal de feiten gelet op de nauwe onderlinge samenhang gezamenlijk behandelen, waarbij ieder bewijsmiddel wordt gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud ziet.
Aanleiding onderzoek
Via het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum is op 22 maart 2024 informatie ontvangen waaruit blijkt dat in de aankomende dagen een aanzienlijke hoeveelheid chemicaliën – mierenzuur, methanol en waarschijnlijk formamide – van Polen naar Nederland wordt vervoerd in een Volvo vrachtwagen met kenteken [kenteken 1] . De chemicaliën zijn waarschijnlijk bestemd voor de productie van synthetische drugs. Het transport zal worden uitgeladen op 25 maart 2024 in de buurt van Venlo of Venray.
Naar aanleiding van deze informatie werden observatieteams en camera’s ingezet. Op 25 maart 2024 werd gezien dat om 05.56 uur een vrachtwagen met Pools kenteken [kenteken 1] aankwam op [adres] . Om 06.25 uur kwamen twee mannen in een witte Volkswagen Transporter bus met kenteken [kenteken 2] aan. De mannen maakten contact met de chauffeur van de vrachtwagen. De goederen werden op de oprit geplaatst en de mannen dekten de goederen af met een zeil. Eén van de mannen droeg een geel hesje.
Op 28 maart 2024 is de Volkswagen Transporter twee keer te zien op de oprit van [adres] . De bestuurder van de bus droeg een fel geelkleurig (veiligheids)vest. Er werd gezien dat hij meerdere malen heen en weer liep op de oprit en meerdere bukkende bewegingen maakte. Na het vertrekken van de Volkswagen Transporter bus was de oprit leeg. Beide keren was er tijdens het wegrijden nauwelijks ruimte tussen de wielkast en het achterwiel, wat bij het aankomen rijden wel zo was. Het vermoeden was daarom dat de bus bij het wegrijden beladen was. Dezelfde bus werd op 28 maart 2024 drie keer gezien bij het pand aan [adres] in Wageningen. Aangezien in de tussentijd geen andere personen bij de goederen zijn geweest, is het aannemelijk dat de goederen met de Volkswagen Transporter naar [adres] zijn vervoerd. De man in het gele veiligheidsvest is herkend als medeverdachte [medeverdachte 3] .
[adres] in Wageningen
Het pand aan [adres] in Wageningen is in eigendom van [bedrijf 1] , waarvan medeverdachte [medeverdachte 2] enig aandeelhouder en bestuurder is. In het dossier bevindt zich een huurovereenkomst waaruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 2] de loods voor een periode van drie jaar heeft verhuurd aan verdachte [verdachte] . Het huurcontract had een dagtekening van 29 september 2023. Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat [bijnaam] [de rechtbank begrijpt medeverdachte [medeverdachte 3] , zoals verderop zal worden toegelicht] hem heeft gevraagd om zijn handtekening onder het huurcontract te zetten. Op de roldeur aan de voorzijde van de loods stond belettering met de woorden: [bedrijf 1].
Op 25 april 2024 is onderzoek gedaan in dit pand. Door de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: de LFO) werden diverse goederen en chemicaliën aangetroffen die te relateren zijn aan de productie van synthetische drugs, waarbij het volgende wordt genoemd. Op de begane grond van het pand stonden een groot aantal blauwe jerrycans, twee witte emmers, een zwarte speciekuip met daarin een laagje vloeistof, twee witte jerrycans, vier blauwe klemdekselvaten en een groot aantal zakken met de opdruk “Caustic soda”. Op de begane grond zit een trap naar de eerste verdieping. In het halletje bovenaan de trap stonden een grote hoeveelheid lege witte jerrycans met diverse etiketten, allemaal met een restant vloeistof. Aan de linkerkant zit een afzonderlijke ruimte, gecreëerd door middel van gipsplaten en houten platen. In deze ruimte stonden blauwe en witte jerrycans, een plastic scheitrechter in een staander en een maatbeker met daarin een vloeistofpomp en een oranje trechter. Op het aanrecht stonden meerdere maatbekers waarvan twee waren gevuld met een lichtgele en daaronder kleurloze vloeistof. Op de kraan was een waterslang bevestigd. Achterin de hoek stond een 600 liter IBC (container) op een stapel pallets. Voor de achterwand stond een ronde langwerpige ketel, waarop een koelbuis en roermotor waren bevestigd. Op de koelbuis zaten aan- en afvoerslangen voor water en op de muur aan de achterzijde zat een frequentieregelaar die de roermotor kon aansturen. Naast de ketel stond aan beide kanten een speciekuip gevuld met vloeistof, met in elk een gasfles waarop een gasbrander met een gasslang bevestigd was. Ook stonden er twee koolstoffilters waarop zilveren afzuigslangen waren bevestigd die naar een slakkenhuis liepen. Er stonden gasflessen en dozen voor pre-precursoren. In de ruimte stond een tweede ketel waarop een koelbuis met waterslangen en twee afsluiters bevestigd waren. Naast de ketel stond een witte jerrycan bijna helemaal gevuld met een bruine vloeistof. In de smalle ruimte met de ramen aan de voorzijde van het pand stonden dozen van pre-precursoren met daarin waterslangen, schoonmaakmiddelen, handschoenen en een vloeistofpomp. Ook stonden er een groot aantal witte jerrycans met een restant vloeistof en acht gasflessen.
De hierna genoemde stoffen werden door de LFO aangetroffen en zijn door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: het NFI) getest:
- 420 liter fosforzuur;
- 450 liter fd-fosforzuur;
- 400 liter mierenzuur;
- 780 liter formamide;
- in totaal ca. 22 liter, waarvan een deel is bemonsterd en BMK bevat op een sterk zure vloeistof;
- 320 liter bevat lage concentraties amfetamine en N-formylamfetamine in een zwak zure waterige vloeistof; de samenstelling van het bezinksel is onbekend (beperkt onderzocht);
- twee jerrycans met in totaal 19 liter wat amfetamine bevat;
- twee maatbekers waarvan 1x 0,280 liter gele olieachtige vloeistof en 1x 0,05 liter gele olieachtige vloeistof op een kleurloze basische vloeistof. De olieachtige vloeistof werd bemonsterd en bevat amfetamine;
- Monster uit restant vloeistof in reactieketel, wat amfetamine bevat, samenstelsel van bezinksel onbekend (beperkt onderzocht);
- 22 zaken Caustic Soda van 25 kilogram, totaal 550 kilogram;
- 17 dozen pre-precursor waarvan één doos lege zilveren zakken, totaal verbruikt 425 kilogram.
Door het NFI is gerapporteerd dat in het onderzoeksmateriaal fosforzuur, mierenzuur, formamide, BMK (benzylmethylketon) en N-formylamfetamine is aangetoond. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast en kan worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs en drugsprecursoren. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt voor de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. N-formylamfetamine is het tussenproduct bij dit proces.
Aangetroffen DNA
In de productieruimte zijn goederen bemonsterd op de aanwezigheid van biologische sporen. Van de ruwe delen van het handvat van een blauwe pomptang/pijptang, een gasaansteker, de sluitingen van een gereedschapskist en een stanleymes werden bemonsteringen genomen. In deze bemonsteringen werd een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal drie donoren van wie zeker één man, aangetroffen. Hieruit is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA-hoofdprofiel is medeverdachte [medeverdachte 1] . De rechtbank concludeert hieruit dat medeverdachte [medeverdachte 1] donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op de genoemde voorwerpen.
Van de hendel van een RVS-vat werd een bemonstering genomen. In deze bemonstering werd een enkelvoudig DNA-profiel van een man aangetroffen. De frequentie van voorkomen is kleiner dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA is medeverdachte [medeverdachte 1] . De rechtbank concludeert hieruit dat medeverdachte [medeverdachte 1] donor is van het celmateriaal op het RVS-vat.
Ook is een bemonstering genomen van een koppelstuk van een kraan. In de bemonstering werd een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal twee donoren van wie zeker één man aangetroffen. Hieruit is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA-hoofdprofiel is medeverdachte [medeverdachte 2] . De rechtbank concludeert hieruit dat medeverdachte [medeverdachte 2] donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op het koppelstuk.
In de bemonstering van de drinkrand van een flesje water, aangetroffen in de koelkast op de benedenverdieping van de loods, werd een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man aangetroffen. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA-hoofdprofiel is medeverdachte [medeverdachte 3] . De rechtbank concludeert hieruit dat medeverdachte [medeverdachte 3] donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op het flesje water.
Camerabeelden
In het pand aan [adres] werd een recorder met een camerasysteem aangetroffen en in beslag genomen. De camerabeelden zijn geanalyseerd. Volgens de politie zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de periode van 21 februari 2024 tot en met 24 april 2024 meermalen op de camerabeelden te zien. Zo is op 16 april 2024 om 05:12 uur waargenomen dat een Ford Transit bus met kenteken [kenteken 3] aankomt bij de loods. De bijrijder, herkent als medeverdachte [medeverdachte 1] , stapt uit en gaat de loods binnen. De roldeur gaat open en de Ford Transit bus rijdt achteruit de loods in. De genoemde bus staat op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] . Op 18 april 2024 om 08.56 uur komt verdachte [medeverdachte 1] met een blauwe koelbox en action tas aanlopen. Hij gaat de loods binnen met een sleutel. Om 14.54 uur komt verdachte [medeverdachte 1] weer naar buiten. Medeverdachte [medeverdachte 1] is op 18 april 2024 5 uren en 58 minuten onafgebroken aanwezig geweest in de loods. Op 22 april 2024 kwamen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen aan met de Ford Transit. Ze gaan beide de loods in. Later komen verdachten naar buiten met vuilniszakken en zetten deze in de bus. Uit het onderzoek is gebleken dat er jerrycans in de vuilniszakken zaten. Op 24 april 2024 komt de Ford Transit om 05.20 uur aanrijden. Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stappen uit. Er worden zes vuilniszakken en twee grote blikken uit de bus gehaald. Aan de houding van de verdachten is te zien dat de vuilniszakken zwaar zijn. Om 17.40 uur komt [medeverdachte 2] naar buiten en worden goederen achterin de bus geladen, waaronder vijf action tassen, een blauwe Albert Heijn tas en een vuilniszak. Er wordt waargenomen dat [medeverdachte 1] op 24 april 2024 gedurende 12 uren en 23 minuten onafgebroken aanwezig is geweest in de loods.
Tussenconclusie
De rechtbank stelt vast dat in de loods de hiervoor genoemde goederen en stoffen zijn aangetroffen. Door zowel de LFO als het NFI wordt gerapporteerd dat er amfetamineolie is aangetroffen en dat de overige aangetroffen stoffen kunnen worden gebruikt bij de productie van amfetamineolie. Gezien bovenstaande bevindingen en analyseresultaten concludeert de rechtbank dat (de bovenverdieping van) de loods was ingericht ten behoeve van het vervaardigen en/of bewerken van amfetamineolie door middel van de Leuckart-methode met behulp van de aanwezige en gebruikte chemicaliën en goederen.
Verder stelt de rechtbank vast dat de aangetroffen goederen en materialen, gelet op de aard van de goederen en materialen in samenhang met het drugslab zoals dat is aangetroffen, bestemd moeten zijn geweest ter voorbereiding van de productie van amfetamineolie.
De rechtbank leidt ten slotte uit de bewijsmiddelen af dat DNA van medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op verschillende voorwerpen in de loods is aangetroffen en dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] regelmatig gezamenlijk bij de loods zijn waargenomen. Zij plaatsten goederen uit de loods in de Ford Transit, zijn meermalen langere tijd in de loods geweest en zijn ook de dag voordat het drugslab werd aangetroffen in de loods geweest. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat medeverdachte [medeverdachte 3] betrokken was bij de levering en het vervoer van de chemicaliën op 25 en 28 maart 2024.
Rol en betrokkenheid verdachte [verdachte]
Zoals hiervoor benoemd heeft verdachte [verdachte] op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 3] een huurovereenkomst voor [adres] in Wageningen ondertekend. Verdachte [verdachte] heeft hierover verklaard dat hij zelf niets heeft geregeld, maar dat [medeverdachte 3] dit heeft gedaan. [medeverdachte 3] had toegang tot alle informatie, zoals de bankgegevens en de DigiD. [verdachte] heeft verklaard dat hij er naartoe is gegaan om de overeenkomst te tekenen, [medeverdachte 3] had de afspraak gemaakt met de meneer van de loods. [medeverdachte 3] zou zelf geen huurcontract op naam kunnen zetten. Verdachte [verdachte] heeft toen niet doorgevraagd waarom [medeverdachte 3] het contract niet zelf op naam kon zetten.
In het dossier bevindt zich een uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat het bedrijf [bedrijf 1] op 20 september 2023 was ingeschreven. Verdachte [verdachte] was de enige eigenaar van dit bedrijf. Het bedrijf werd op 20 november 2023 weer opgeheven.
Bijnamen verdachten
Medeverdachte [medeverdachte 1] werd op 13 januari 2025 in de woning aan [adres] aangehouden. In de woning werd een iPhone 8 op de salontafel aangetroffen en in beslag genomen. Medeverdachte [medeverdachte 1] was op dat moment als enige in de woning aanwezig.
Uit de analyse van de iPhone 8 blijkt dat gebruik werd gemaakt van het Signalaccount ‘ [account naam 1] ’. In het toestel werd een Whatsapp-gesprek aangetroffen tussen de gebruiker van het toestel met weergavenaam ‘ [account naam 1] ’ gebruikmakend van telefoonnummer + [telefoonnummer 1] en een contact genaamd [naam 1] . [account naam 1] stuurde een afbeelding met als bijschrift ‘ik kom nooit meer bij jullie’. Op de afbeelding waren twee sealbags van de politie te zien. Op één van de sealbags stond een zaaknummer vermeld. Dit zaaknummer bleek gerelateerd te zijn aan een aanhouding waarin [medeverdachte 1] verdachte was. Op 3 juni 2023 werd een foto verstuurd waarop een foto van een onderarm te zien is met een tatoeage met de woorden [account naam 1] . Tijdens het verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] werden foto’s gemaakt van zijn tatoeages. De tatoeage op de onderarm van medeverdachte [medeverdachte 1] komt overeen met de tatoeage op de foto uit de iPhone 8. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte 1] gebruikmaakte van de naam [account naam 1] .
[naam 2]
In de hiervoor genoemde iPhone 8 werd een screenshot aangetroffen van een Signalgesprek van 15 april 2024 tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en een contact met de naam ‘ [naam 2] ’. Medeverdachte [medeverdachte 1] stuurt om 19:02 uur “Ik ga nu rijden”. [naam 2] antwoordt om 19:05 uur met “Zie je zo op de zaak maat”. Om 19:32 uur is medeverdachte [medeverdachte 1] te zien op de camerabeelden van [adres] . Medeverdachte [medeverdachte 1] kwam op dat moment aan bij het pand als bijrijder van het voertuig dat op naam staat van medeverdachte [medeverdachte 2] . Het vermoeden is dat [medeverdachte 2] op dat moment het voertuig bestuurde.
Verder stuurt [naam 2] om 23.25 uur een bericht over een verrassingsfeestje op [datum] 2024. Medeverdachte [medeverdachte 2] is geboren op [geboortedag] , waardoor het vermoeden bestaat dat het feestje voor hem georganiseerd wordt. Vermoedelijk is het bericht verstuurd door de vrouw van medeverdachte [medeverdachte 2] , aangezien wordt gestuurd dat het bericht zal worden gewist zodat hij het niet leest. In het bericht staat “locatie is op de zaak”, waarmee vermoedelijk verwezen wordt naar het bedrijf [bedrijf 2] , gelegen aan [adres] .
Op het toestel werden twee screenshots van een notitie met de titel “ [titel] ” gevonden. Daarbij stuurt ‘ [bijnaam] ’ op 22 november 2023 een screenshot naar verdachte [medeverdachte 1] . Het gaat om een screenshot van een gesprek met ‘ [naam 2] ’ waarin gesproken wordt over het regelen van grondstoffen. [medeverdachte 1] reageert met: “Goeie jongen maar dit is echt een min punt hij wil niet begrijpen hoe hij het wel en in ze hoofd heeft dat dat bajes gaat worden, die dingen moet je aan mij over laten (…)”. Later in het gesprek stuurt [bijnaam] : “Ja zeg ook altijd geduld is een schone zaak. Enigste wat me niet lekker zit is die belettering op de rolluik (…)”. Op de rolluik van [adres] stond: “ [bedrijf 1] ”. Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over de loods in Wageningen in verband met [naam 2] .
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande in onderlinge samenhang bezien vast dat het contact ‘ [naam 2] ’ medeverdachte [medeverdachte 2] is.
[bijnaam] / [bijnaam]
Verdachte [verdachte] herkent de profielfoto van [bijnaam] in de telefoon van [medeverdachte 1] als [bijnaam] . In de iPhone 8 van verdachte [medeverdachte 1] werd een screenshot aangetroffen van een contact, zijnde [bijnaam] met telefoonnummer + [telefoonnummer 2] . Er is een tweede screenshot aangetroffen van een gesprek met [bijnaam] . In dit gesprek stuurt [bijnaam] : “Moet je maar ff zeggen dat je via mij komt [bijnaam]”. Dit doet vermoeden dat [bijnaam] ook de bijnaam [bijnaam] gebruikt. Door [medeverdachte 1] werd een screenshot gestuurd van het contact ‘ [bijnaam] ’ met telefoonnummer + [telefoonnummer 3] . De actieve periode van telefoonnummer + [telefoonnummer 3] volgt direct de actieve periode van het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] op. Naast voornoemde telefoonnummers stonden de telefoonnummers + [telefoonnummer 4] en + [telefoonnummer 5] in de telefoon van [medeverdachte 1] opgeslagen onder verschillende namen: [bijnaam] , [bijnaam] , [bijnaam] , [bijnaam] , [bijnaam] , [bijnaam] . Uit chats blijkt dat de gebruiker van + [telefoonnummer 5] samen met medeverdachte [medeverdachte 1] in 2021 gedetineerd heeft gezeten. Dit werd bevestigd door het arrondissementsparket Oost-Nederland. Verder worden [plaats 1] en [plaats 2] vaak benoemd, hetgeen overeenkomt met de geboorteplaats van [medeverdachte 3] . Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het contact [bijnaam] en [bijnaam] medeverdachte [medeverdachte 3] is.
[verdachte]
In de iPhone 8 van [medeverdachte 1] is een schermafbeelding aangetroffen van het contact ‘ [account naam 2] ’ met het telefoonnummer [telefoonnummer 6] . Onder de contactgegevens zijn een aantal afbeeldingen te zien, waaronder een afbeelding van de adresgegevens van [verdachte] ( [adres] ) en een afbeelding van het Nederlandse rijbewijs van [verdachte] . Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat het genoemde telefoonnummer van hem is en dat hij de profielfoto die boven de contactgegevens te zien is eerder heeft gebruikt. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het contact [account naam 2] verdachte [verdachte] is.
Gesprekken
In de iPhone 8 van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn screenshots aangetroffen van 24 februari 2024 waarin medeverdachte [medeverdachte 3] een overzicht stuurt naar medeverdachte [medeverdachte 1] :
“Juli huur: 1082,95 (AA)
Aug huur: 1082,95
Sept huur: 1082,95
Okt huur: 1082,95 (project)
Nov huur: 1082,95
Dec huur: 1082,95
Jan huur: 1082,95
Feb huur: 1082,95
250 eu [verdachte] tekengeld
500 eu [verdachte] voorschot loon
1500 eu [verdachte] loon
115 eu tonnen
600 eu Chaffeur poeder+grond
250 eu grond plek
300 eu flessen
100 eu Chaffeur
340 eu kosten busje onderhoud
350 gas vullen
100eu bus huren
1400eu [verdachte] loon overgemaakt
250eu opslag plek spullen
400 eu voorgeschoten ritje bal poeder
250 eu lege kannen dumpen
600 eu opslag berta + f1
150eu Chaffeur f1 ketel
500eu bijbetaling nieuwe bus
200 eu gas bijvullen”
Het in de notitie benoemde huurbedrag van 1082,95 eu komt overeen met de maandelijkse huur van [adres] in Wageningen zoals blijkt uit de huurovereenkomst ondertekend door verdachte [verdachte] . Volgens de notitie heeft verdachte [verdachte] voor het aangaan van het huurcontract tekengeld van 250 euro ontvangen, en ontvangt hij daarnaast ook loon van 1500 euro en een voorschot op het loon van 500 euro. In de notitie wordt aangegeven dat een bedrag van 1400 euro als loon werd overgemaakt.
Op 3 december 2023 is van de bankrekening van de Rabobank op naam van verdachte [verdachte] een bedrag van € 1082,95,- overgemaakt naar de bankrekening van [bedrijf 1] .
Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij van een onbekend bedrijf geld heeft ontvangen op zijn Rabobank rekening.
Bewijsoverwegingen
Feit 1 en 2
De rechtbank is, wat het onder feit 1 primair en feit 2 primair tenlastegelegde betreft, van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte [verdachte] en de medeverdachten op basis van het dossier niet is komen vast te staan. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde onder feit 1 en het primair ten laste gelegde onder feit 2.
Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of verdachte verweten kan worden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de medeplichtigheid bij (het medeplegen van) het treffen van voorbereidingshandelingen voor de productie en handel van amfetamineolie en het voorhanden hebben van 19,285 liter amfetamineolie, zoals subsidiair ten laste gelegd onder feit 1 en feit 2.
Van medeplichtigheid is sprake als de verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van het misdrijf. Het opzet van de verdachte moet niet alleen zijn gericht op de behulpzaamheid zelf, maar ook – al dan niet in voorwaardelijke vorm – op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict). Voorwaardelijk opzet houdt in dat een verdachte bewust de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg aanvaardt.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte [verdachte] kort voor het ondertekenen van de huurovereenkomst het bedrijf [bedrijf 1] heeft opgericht. Het bedrijf is kort daarna alweer opgeheven. Verdachte heeft daarnaast zijn bankrekening en DigiD gegevens aan medeverdachte [medeverdachte 3] ter beschikking gesteld en op 29 september 2023 heeft hij de huurovereenkomst ondertekend. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft een overzicht gestuurd waaruit blijkt dat [verdachte] tekengeld en loon ontving. Verdachte heeft ook verklaard dat hij geld op zijn rekening heeft ontvangen. Verder is vanaf de bankrekening van verdachte [verdachte] in december 2023 de huurprijs van [adres] overgemaakt naar [bedrijf 1] .
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door onder andere zijn bankrekening en DigiD gegevens ter beschikking te stellen en de huurovereenkomst te ondertekenen. Deze gegevens waren immers van hem en hij wist en heeft toegestaan dat er gedurende de ten laste gelegde periode gebruik van werd gemaakt.
Met betrekking tot de vraag of verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat de andere verdachten bezig waren om de productie van amfetamineolie voor te bereiden en dat zij de amfetamineolie aanwezig hadden, overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft zonder te vragen waarom [medeverdachte 3] het contract niet zelf op naam kon zetten, het huurcontract op naam gezet. Verdachte [verdachte] heeft verder verklaard dat hij één keer in de loods is geweest om te helpen met het sjouwen van spullen, maar dat hij niet meer weet wanneer dit is geweest. Verder blijkt uit het dossier – hoewel voorafgaand aan de ten laste gelegde periode – dat er dozen zijn afgeleverd op zijn adres, dat hij deze heeft aangenomen en dat hij een keer naar Duitsland is gegaan om dozen op te halen. Verdachte heeft verklaard de dozen te hebben ontvangen en te hebben opgehaald voor [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] kwam met een Nederlands busje en [verdachte] haalde de pakketten in Duitsland. Er werd in Duitsland een foto van het kenteken en de pakketten gemaakt en hij reed de pakketten dan naar [medeverdachte 3] . Uit de chatberichten blijkt dat het ging om grondstoffen die gebruikt worden bij de productie van synthetische drugs. Gelet op het voorgaande overweegt de rechtbank dat het ook voor verdachte duidelijk moet zijn geweest dat de andere verdachten bezig waren met illegale drugsactiviteiten. Verdachte heeft dan ook bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de door hem ondertekende huurovereenkomst en de door hem ter beschikking gestelde bankrekening en andere gegevens werden gebruikt bij de voorbereiding voor de productie en handel van amfetamineolie en het voorhanden hebben van de amfetamineolie. De rechtbank acht het onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 3
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de rol van verdachte te klein is geweest om te kunnen spreken van een deelnemer aan het criminele samenwerkingsverband in de zin van artikel 11b van de Opiumwet. Het gegeven dat het huurcontract op zijn naam stond is daarvoor onvoldoende. De rechtbank zal verdachte dan ook van feit 3 vrijspreken.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen, in elk geval een ander dan verdachte, op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine(olie) en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- een (bedrijfs)pand aan [adres] te Wageningen ter beschikking te stellen en/of
- het regelen/organiseren van en/of bijdragen aan, dan wel het veelvuldig contact te hebben met andere personen die betrokken zijn bij het kiezen/organiseren van een of meerdere locatie(s), de inrichting van een of meerdere locatie(s), het beschikbaar stellen van een of meerdere opslaglocatie(s), de aanvoer van goederen en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs, de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs, het transport van de vervaardigde drugs en de afvoer van het ontstane afval en/of
- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, te weten onder meer
tot en/of bij het plegen van voorgenoemd misdrijf verdachte,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door
- een (bedrijfs)pand te huren (en/of uit/op naam van het bedrijf [bedrijf 1] ) aan [adres] te Wageningen en/of
- dit voornoemde (bedrijfs)pand opzettelijk aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen ter beschikking te stellen en/of (daarbij) of meerdere (toegangs)sleutel(s) te overhandigen en/of
- zijn diensten en/of het bedrijf ( [bedrijf 1] ) in te zetten ten einde als dekmantel te fungeren ten behoeve van de aanvoer van goederen (en/of precursoren) en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs en/of de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs;
2 subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen, in elk geval een ander dan verdachte, op of omstreeks 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand aan [adres] te Wageningen) aanwezig heeft gehad (in totaal) (ongeveer) 19,33 liter aan amfetamine(olie), zijnde amfetamine, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (in ieder geval) een middel/ middelen bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
op of omstreeks 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest, door
- een (bedrijfs)pand te huren (en/of uit/op naam van het bedrijf [bedrijf 1] ) aan [adres] te Wageningen en/of
- dit voornoemde (bedrijfs)pand opzettelijk aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer (andere) onbekend gebleven personen ter beschikking te stellen en/of (daarbij) of meerdere (toegangs)sleutel(s) te overhandigen en/of
- zijn diensten en/of het bedrijf ( [bedrijf 1] ) in te zetten ten einde als dekmantel te fungeren ten behoeve van de aanvoer van goederen (en/of precursoren) en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs en/of de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 subsidiair:
medeplichtigheid aan medeplegen van het om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 2 subsidiair:
medeplichtigheid aan medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gevraagd rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte is medeplichtig geweest aan het treffen van voorbereidingshandelingen voor het inrichten en draaiende houden van een drugslab in een loods op een industrieterrein in Wageningen. In het drugslab werd amfetamineolie geproduceerd. In het lab werd een hoeveelheid van 19,33 liter amfetamineolie aangetroffen. Het gebruik van synthetische drugs vormt een gevaar voor de volksgezondheid en de productie en handel ervan gaat gepaard met (zware) criminaliteit. Het is algemeen bekend dat de opslag van chemicaliën en de productie van synthetische drugs veiligheidsrisico’s voor de directe omgeving met zich meebrengt. Door de LFO is gerapporteerd dat, vanwege de sterk verhoogde kans op de vorming van giftige dampen en vanwege explosie- en brandgevaar, sprake was van een ernstig en groot gevaar voor de leefomgeving en de gezondheid van bezoekers van het bedrijventerrein in Wageningen. Daarnaast veroorzaakt de productie van synthetische drugs vaak grote schade aan het milieu vanwege illegale afvaldumpingen.
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld vanwege strafbare feiten. De reclassering heeft op 19 juni 2025 gerapporteerd dat verdachte zijn leven op de rit lijkt te hebben, maar dat zij vanwege de ontkennende houding van verdachte het recidiverisico niet kunnen inschatten en niet kunnen adviseren over voorwaarden. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van verdachte in een eerder stadium opgeheven vanwege artikel 67a derde lid van het Wetboek van Strafvordering.
Gelet op de beperkte rol die de rechtbank verdachte toekent zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die niet langer is dan de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht (165 dagen), met aftrek van de dagen die verdachte al heeft vastgezeten. Verdachte hoeft dus niet terug naar de gevangenis. De rechtbank legt daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf op van 200 dagen. De rechtbank vindt een dergelijke voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats om verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals schuldig te maken aan strafbare (Opiumwet-)feiten. Aan dit voorwaardelijk strafdeel wordt de algemene voorwaarde verbonden dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet schuldig mag maken aan strafbare feiten.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 48, 49 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
9. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 200 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.