ECLI:NL:RBGEL:2026:3058

ECLI:NL:RBGEL:2026:3058

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 05/265303-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, vanwege het medeplegen van meerdere Opiumwet-feiten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/265303-24

Datum uitspraak : 16 april 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. D. Nieuwenhuis, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van amfetamine(olie) en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een (bedrijfs)pand aan [adres] te Wageningen ter beschikking te stellen en/of

- het regelen/ organiseren van en/of bijdragen aan, dan wel het veelvuldig contact te hebben met andere personen die betrokken zijn bij het kiezen/organiseren van een of meerdere locatie(s), de inrichting van een of meerdere locatie(s) , het beschikbaar stellen van een of meerdere opslaglocatie(s), de aanvoer van goederen en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs, de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs, het transport van de vervaardigde drugs en de afvoer van het ontstane afval en/of

- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, te weten onder meer

2.

hij op of omstreeks 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand aan [adres] te Wageningen) aanwezig heeft gehad (in totaal) (ongeveer) 19,285 liter aan amfetamine(olie), zijnde amfetamine, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (in ieder geval) een middel/ middelen bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024, te Wageningen en/of Tiel, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe, onder andere hij, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer andere (onbekend gebleven) persoon/personen, behoorden, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet, te weten (telkens) het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval (telkens) (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het (telkens) voorbereiden en/of bevorderen van feiten als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 10 vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, waarbij ten aanzien van feit 3 geldt dat medeverdachte [medeverdachte 3] niet als deelnemer meegenomen kan worden in het criminele samenwerkingsverband. Bij feit 2 heeft de officier van justitie opgemerkt dat de hoeveelheden in de tenlastelegging verkeerd bij elkaar zijn opgeteld en dat het gaat om 19,33 liter amfetamineolie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integraal vrijspraak bepleit en heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat de rol van verdachte beter bij medeplichtigheid dan bij medeplegen past. Er is geen bewijs dat verdachte betrokken is bij het inrichten van het lab, of bij het bestellen of bezorgen van alle andere stoffen en materialen. Verdachte is geen onmisbare schakel en lijkt inwisselbaar voor anderen. Ook met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat verdachte niet als pleger noch als medepleger van het opzettelijk aanwezig hebben van de amfetamineolie kan worden aangemerkt. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachten in de zaak hebben samengewerkt, maar dat dit niet wil zeggen dat er sprake is geweest van een criminele organisatie. Daarbij merkt de verdediging op dat er in ieder geval geen leider is geweest die verdachte opdrachten of aansturing gaf.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen

Aan verdachte [verdachte] is – kort gezegd – het medeplegen van het treffen van voorbereidingshandelingen voor de productie en handel van amfetamine(olie) en het medeplegen van het voorhanden hebben van 19,285 liter aan amfetamine(olie) ten laste gelegd. Daarnaast is ten laste gelegd dat verdachte [verdachte] heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband.

De rechtbank zal de feiten gelet op de nauwe onderlinge samenhang gezamenlijk behandelen, waarbij ieder bewijsmiddel wordt gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud ziet.

Aanleiding onderzoek

Via het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum is op 22 maart 2024 informatie ontvangen waaruit blijkt dat in de aankomende dagen een aanzienlijke hoeveelheid chemicaliën – mierenzuur, methanol en waarschijnlijk formamide – van Polen naar Nederland wordt vervoerd in een Volvo vrachtwagen met kenteken [kenteken 1] . De chemicaliën zijn waarschijnlijk bestemd voor de productie van synthetische drugs. Het transport zal worden uitgeladen op 25 maart 2024 in de buurt van Venlo of Venray.

Naar aanleiding van deze informatie werden observatieteams en camera’s ingezet. Op 25 maart 2024 werd gezien dat om 05.56 uur een vrachtwagen met Pools kenteken [kenteken 1] aankwam op [adres] in Heijen. Om 06.25 uur kwamen twee mannen in een witte Volkswagen Transporter bus met kenteken [kenteken 2] aan. De mannen maakten contact met de chauffeur van de vrachtwagen. De goederen werden op de oprit geplaatst en de mannen dekten de goederen af met een zeil. Eén van de mannen droeg een geel hesje.

Op 28 maart 2024 is de Volkswagen Transporter twee keer te zien op de oprit van [adres] in Heijen. De bestuurder van de bus droeg een fel geelkleurig (veiligheids)vest. Er werd gezien dat hij meerdere malen heen en weer liep op de oprit en meerdere bukkende bewegingen maakte. Na het vertrekken van de Volkswagen Transporter bus was de oprit leeg. Beide keren was er tijdens het wegrijden nauwelijks ruimte tussen de wielkast en het achterwiel, wat bij het aankomen rijden wel zo was. Het vermoeden was daarom dat de bus bij het wegrijden beladen was. Dezelfde bus werd op 28 maart 2024 drie keer gezien bij het pand aan [adres] in Wageningen. Aangezien in de tussentijd geen andere personen bij de goederen zijn geweest, is het aannemelijk dat de goederen met de Volkswagen Transporter naar [adres] zijn vervoerd. De man in het gele veiligheidsvest is herkend als verdachte [verdachte] .

[adres] in Wageningen

Het pand aan [adres] in Wageningen is in eigendom van [bedrijf 1] , waarvan medeverdachte [medeverdachte 1] enig aandeelhouder en bestuurder is. In het dossier bevindt zich een huurovereenkomst waaruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] de loods voor een periode van drie jaar heeft verhuurd aan medeverdachte [medeverdachte 3] . Het huurcontract had een dagtekening van 29 september 2023. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat [verdachte] [de rechtbank begrijpt verdachte [verdachte] , zoals verderop zal worden toegelicht] hem heeft gevraagd om zijn handtekening onder het huurcontract te zetten.

Op 25 april 2024 is onderzoek gedaan in dit pand. Door de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: de LFO) werden diverse goederen en chemicaliën aangetroffen die te relateren zijn aan de productie van synthetische drugs, waarbij het volgende wordt genoemd. Op de begane grond van het pand stonden een groot aantal blauwe jerrycans, twee witte emmers, een zwarte speciekuip met daarin een laagje vloeistof, twee witte jerrycans, vier blauwe klemdekselvaten en een groot aantal zakken met de opdruk “Caustic soda”. Op de begane grond zit een trap naar de eerste verdieping. In het halletje bovenaan de trap stonden een grote hoeveelheid lege witte jerrycans met diverse etiketten, allemaal met een restant vloeistof. Aan de linkerkant zit een afzonderlijke ruimte, gecreëerd door middel van gipsplaten en houten platen. In deze ruimte stonden blauwe en witte jerrycans, een plastic scheitrechter in een staander en een maatbeker met daarin een vloeistofpomp en een oranje trechter. Op het aanrecht stonden meerdere maatbekers waarvan twee waren gevuld met een lichtgele en daaronder kleurloze vloeistof. Op de kraan was een waterslang bevestigd. Achterin de hoek stond een 600 liter IBC (container) op een stapel pallets. Voor de achterwand stond een ronde langwerpige ketel, waarop een koelbuis en roermotor waren bevestigd. Op de koelbuis zaten aan- en afvoerslangen voor water en op de muur aan de achterzijde zat een frequentieregelaar die de roermotor kon aansturen. Naast de ketel stond aan beide kanten een speciekuip gevuld met vloeistof, met in elk een gasfles waarop een gasbrander met een gasslang bevestigd was. Ook stonden er twee koolstoffilters waarop zilveren afzuigslangen waren bevestigd die naar een slakkenhuis liepen. Er stonden gasflessen en dozen voor pre-precursoren. In de ruimte stond een tweede ketel waarop een koelbuis met waterslangen en twee afsluiters bevestigd waren. Naast de ketel stond een witte jerrycan bijna helemaal gevuld met een bruine vloeistof. In de smalle ruimte met de ramen aan de voorzijde van het pand stonden dozen van pre-precursoren met daarin waterslangen, schoonmaakmiddelen, handschoenen en een vloeistofpomp. Ook stonden er een groot aantal witte jerrycans met een restant vloeistof en acht gasflessen.

De hierna genoemde stoffen werden door de LFO aangetroffen en zijn door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: het NFI) getest:

- 420 liter fosforzuur;

- 450 liter fd-fosforzuur;

- 400 liter mierenzuur;

- 780 liter formamide;

- in totaal ca. 22 liter, waarvan een deel is bemonsterd en BMK bevat op een sterk zure vloeistof;

- 320 liter bevat lage concentraties amfetamine en N-formylamfetamine in een zwak zure waterige vloeistof; de samenstelling van het bezinksel is onbekend (beperkt onderzocht);

- twee jerrycans met in totaal 19 liter wat amfetamine bevat;

- twee maatbekers waarvan 1x 0,280 liter gele olieachtige vloeistof en 1x 0,05 liter gele olieachtige vloeistof op een kleurloze basische vloeistof. De olieachtige vloeistof werd bemonsterd en bevat amfetamine;

- Monster uit restant vloeistof in reactieketel, wat amfetamine bevat, samenstelsel van bezinksel onbekend (beperkt onderzocht);

- 22 zaken Caustic Soda van 25 kilogram, totaal 550 kilogram;

- 17 dozen pre-precursor waarvan één doos lege zilveren zakken, totaal verbruikt 425 kilogram.

Door het NFI is gerapporteerd dat in het onderzoeksmateriaal fosforzuur, mierenzuur, formamide, BMK (benzylmethylketon) en N-formylamfetamine is aangetoond. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast en kan worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs en drugsprecursoren. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt voor de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. N-formylamfetamine is het tussenproduct bij dit proces.

Aangetroffen DNA

In de productieruimte zijn goederen bemonsterd op de aanwezigheid van biologische sporen. Van de ruwe delen van het handvat van een blauwe pomptang/pijptang, een gasaansteker, de sluitingen van een gereedschapskist en een stanleymes werden bemonsteringen genomen. In deze bemonsteringen werd een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal drie donoren van wie zeker één man, aangetroffen. Hieruit is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA-hoofdprofiel is medeverdachte [medeverdachte 2] . De rechtbank concludeert hieruit dat medeverdachte [medeverdachte 2] donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op de genoemde voorwerpen.

Van de hendel van een RVS-vat werd een bemonstering genomen. In deze bemonstering werd een enkelvoudig DNA-profiel van een man aangetroffen. De frequentie van voorkomen is kleiner dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA is medeverdachte [medeverdachte 2] . De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte [medeverdachte 2] donor is van het celmateriaal op het RVS-vat.

Ook is een bemonstering genomen van een koppelstuk van een kraan. In de bemonstering werd een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal twee donoren van wie zeker één man aangetroffen. Hieruit is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA-hoofdprofiel is verdachte [medeverdachte 1] . De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte [medeverdachte 1] donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op het koppelstuk.

In de bemonstering van de drinkrand van een flesje water, aangetroffen in de koelkast op de benedenverdieping van de loods, werd een DNA-mengprofiel, afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man aangetroffen. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA-hoofdprofiel is verdachte [verdachte] . De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte [verdachte] donor is van een relatief groot deel van het celmateriaal op het flesje water.

Camerabeelden

In het pand aan [adres] werd een recorder met een camerasysteem aangetroffen en in beslag genomen. De camerabeelden zijn geanalyseerd. Volgens de politie zijn medeverdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 1] in de periode van 21 februari 2024 tot en met 24 april 2024 meermalen op de camerabeelden te zien. Zo is op 16 april 2024 om 05:12 uur waargenomen dat een Ford Transit bus met kenteken [kenteken 3] aankomt bij de loods. De bijrijder, herkent als medeverdachte [medeverdachte 2] , stapt uit en gaat de loods binnen. De roldeur gaat open en de Ford Transit bus rijdt achteruit de loods in. De genoemde bus staat op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] . Op 18 april 2024 om 08.56 uur komt medeverdachte [medeverdachte 2] met een blauwe koelbox en action tas aanlopen. Hij gaat de loods binnen met een sleutel. Om 14.54 uur komt medeverdachte [medeverdachte 2] weer naar buiten. Medeverdachte [medeverdachte 2] is op 18 april 2024 5 uren en 58 minuten onafgebroken aanwezig geweest in de loods. Op 22 april 2024 kwamen medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen aan met de Ford Transit. Ze gaan beide de loods in. Later komen verdachten naar buiten met vuilniszakken en zetten deze in de bus. Uit het onderzoek is gebleken dat er jerrycans in de vuilniszakken zaten. Op 24 april 2024 komt de Ford Transit om 05.20 uur aanrijden. Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] stappen uit. Er worden zes vuilniszakken en twee grote blikken uit de bus gehaald. Aan de houding van de medeverdachten is te zien dat de vuilniszakken zwaar zijn. Om 17.40 uur komt [medeverdachte 1] naar buiten en worden goederen achterin de bus geladen, waaronder vijf action tassen, een blauwe Albert Heijn tas en een vuilniszak. Er wordt waargenomen dat [medeverdachte 2] op 24 april 2024 gedurende 12 uren en 23 minuten onafgebroken aanwezig is geweest in de loods.

Tussenconclusie

De rechtbank stelt vast dat in de loods de hiervoor genoemde goederen en stoffen zijn aangetroffen. Door zowel de LFO als het NFI wordt gerapporteerd dat er amfetamineolie is aangetroffen en dat de overige aangetroffen stoffen kunnen worden gebruikt bij de productie van amfetamineolie. Gezien bovenstaande bevindingen en analyseresultaten concludeert de rechtbank dat (de bovenverdieping van) de loods was ingericht ten behoeve van het vervaardigen en/of bewerken van amfetamineolie door middel van de Leuckart-methode met behulp van de aanwezige en gebruikte chemicaliën en goederen.

Verder stelt de rechtbank vast dat de aangetroffen goederen en materialen, gelet op de aard van de goederen en materialen in samenhang met het drugslab zoals dat is aangetroffen, bestemd moeten zijn geweest ter voorbereiding van de productie van amfetamineolie.

De rechtbank leidt ten slotte uit de bewijsmiddelen af dat DNA van verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] op verschillende voorwerpen in de loods is aangetroffen en dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] regelmatig gezamenlijk bij de loods zijn waargenomen. Zij plaatsten goederen uit de loods in de Ford Transit, zijn meermalen langere tijd in de loods geweest en zijn ook de dag voordat het drugsblad werd aangetroffen in de loods geweest. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte [verdachte] betrokken was bij de levering en het vervoer van de chemicaliën op 25 en 28 maart 2024.

Rol en betrokkenheid verdachte [verdachte]

Medeverdachte [medeverdachte 2] werd op 13 januari 2025 in de woning aan [adres] aangehouden. In de woning werd een iPhone 8 op de salontafel aangetroffen en in beslag genomen. Medeverdachte [medeverdachte 2] was op dat moment als enige in de woning aanwezig.

Bijnamen verdachten

Uit de analyse van de iPhone 8 blijkt dat gebruik werd gemaakt van het Signalaccount ‘ [account naam 1] ’. In het toestel werd een Whatsapp-gesprek aangetroffen tussen de gebruiker van het toestel met weergavenaam ‘ [account naam 1] ’ gebruikmakend van telefoonnummer + [telefoonnummer 1] en een contact genaamd [naam] . [account naam 1] stuurde een afbeelding met als bijschrift ‘ik kom nooit meer bij jullie’. Op de afbeelding waren twee sealbags van de politie te zien. Op één van de sealbags stond een zaaknummer vermeld. Dit zaaknummer bleek gerelateerd te zijn aan een aanhouding waarin [medeverdachte 2] verdachte was. Op 3 juni 2023 werd een foto verstuurd waarop een foto van een onderarm te zien is met een tatoeage met de woorden [account naam 1] . Tijdens het verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] werden foto’s gemaakt van zijn tatoeages. De tatoeage op de onderarm van medeverdachte [medeverdachte 2] komt overeen met de tatoeage op de foto uit de iPhone 8. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte 2] gebruikmaakte van de naam [account naam 1] .

[medeverdachte 1]

In de hiervoor genoemde iPhone 8 werd een screenshot aangetroffen van een Signalgesprek van 15 april 2024 tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en een contact met de naam ‘ [medeverdachte 1] ’. Medeverdachte [medeverdachte 2] stuurt om 19:02 uur “Ik ga nu rijden”. [medeverdachte 1] antwoordt om 19:05 uur met “Zie je zo op de zaak maat”. Om 19:32 uur is medeverdachte [medeverdachte 2] te zien op de camerabeelden van [adres] . Medeverdachte [medeverdachte 2] kwam op dat moment aan bij het pand als bijrijder van het voertuig dat op naam staat van medeverdachte [medeverdachte 1] . Het vermoeden is dat [medeverdachte 1] op dat moment het voertuig bestuurde.

Verder stuurt [medeverdachte 1] om 23.25 uur een bericht over een verrassingsfeestje op [datum] 2024. Medeverdachte [medeverdachte 1] is geboren op [geboortedag] , waardoor het vermoeden bestaat dat het feestje voor hem georganiseerd wordt. Vermoedelijk is het bericht verstuurd door de vrouw van medeverdachte [medeverdachte 1] , aangezien wordt gestuurd dat het bericht zal worden gewist zodat hij het niet leest. In het bericht staat “locatie is op de zaak”, waarmee vermoedelijk verwezen wordt naar het bedrijf [bedrijf 2] , gelegen aan [adres] .

Op het toestel werden twee screenshots van een notitie met de titel “Opzet [medeverdachte 1] hok” gevonden. Daarbij stuurt ‘ [bijnaam] ’ op 22 november 2023 een screenshot naar medeverdachte [medeverdachte 2] . Het gaat om een screenshot van een gesprek met ‘ [medeverdachte 1] ’ waarin gesproken wordt over het regelen van grondstoffen. [medeverdachte 2] reageert met: “Goeie jongen maar dit is echt een min punt hij wil niet begrijpen hoe hij het wel en in ze hoofd heeft dat dat bajes gaat worden, die dingen moet je aan mij over laten (…)”. Later in het gesprek stuurt [bijnaam] : “Ja zeg ook altijd geduld is een schone zaak. Enigste wat me niet lekker zit is die belettering op de rolluik (…)”. Op de rolluik van [adres] stond: “ [bedrijf 1] ”. Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over de loods in Wageningen in verband met [medeverdachte 1] .

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande in onderlinge samenhang bezien vast dat het contact ‘ [medeverdachte 1] ’ medeverdachte [medeverdachte 1] is. .

[bijnaam] / [bijnaam]

Medeverdachte [medeverdachte 3] herkent de profielfoto van [bijnaam] in de telefoon van [medeverdachte 2] als [verdachte] . In de iPhone 8 van verdachte [medeverdachte 2] werd een screenshot aangetroffen van een contact, zijnde [bijnaam] met telefoonnummer + [telefoonnummer 2] . Er is een tweede screenshot aangetroffen van een gesprek met [bijnaam] . In dit gesprek stuurt [bijnaam] : “Moet je maar ff zeggen dat je via mij komt [bijnaam]”. Dit doet vermoeden dat [bijnaam] ook de bijnaam [bijnaam] gebruikt. Door [medeverdachte 2] werd een screenshot gestuurd van het contact ‘ [bijnaam] ’ met telefoonnummer + [telefoonnummer 3] . De actieve periode van telefoonnummer + [telefoonnummer 3] volgt direct de actieve periode van het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] op. Naast voornoemde telefoonnummers stonden de telefoonnummers + [telefoonnummer 4] en + [telefoonnummer 5] in de telefoon van [medeverdachte 2] opgeslagen onder verschillende namen: [bijnaam] , [bijnaam] , [bijnaam] , [bijnaam] , [bijnaam] , [verdachte] . Uit chats blijkt dat de gebruiker van + [telefoonnummer 5] samen met medeverdachte [medeverdachte 2] in 2021 gedetineerd heeft gezeten. Dit werd bevestigd door het arrondissementsparket Oost-Nederland. Verder worden [plaats 1] en [plaats 2] vaak benoemd, hetgeen overeenkomt met de geboorteplaats van [verdachte] . Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het contact [bijnaam] en [bijnaam] verdachte [verdachte] is.

[medeverdachte 3]

In de iPhone 8 van [medeverdachte 2] is een schermafbeelding aangetroffen van het contact ‘ [account naam 2] ’ met het telefoonnummer [telefoonnummer 6] . Onder de contactgegevens zijn een aantal afbeeldingen te zien, waaronder een afbeelding van de adresgegevens van [medeverdachte 3] ( [adres] ) en een afbeelding van het Nederlandse rijbewijs van [medeverdachte 3] . Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat het genoemde telefoonnummer van hem is en dat hij de profielfoto die boven de contactgegevens te zien is eerder heeft gebruikt. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het contact [medeverdachte 3] medeverdachte [medeverdachte 3] is.

Gesprekken

Uit onderzoek van de iPhone 8 van medeverdachte [medeverdachte 2] blijkt dat verdachte [verdachte] ( [bijnaam] ) op 22 november 2023 een screenshot naar [medeverdachte 2] stuurt. Het gaat om een screenshot van berichtenverkeer tussen vermoedelijk verdachte [verdachte] en [medeverdachte 1] (medeverdachte [medeverdachte 1] ), waarop te lezen is dat [medeverdachte 1] stuurt: “Nu snel app regelen, grondstoffen. Regel jij dat of hij”. [verdachte] reageert met: “Samen. Grondstoffen heb ik al locatie om te ontvangen. Staat klaar. Komt met vrachtwagen aan”. [medeverdachte 2] stuurt vervolgens naar [verdachte] : “Goeie jongen maar dit is echt een min punt hij wil niet begrijpen hoe hij het wil en in ze hoofd heeft dat dat bajes gaat worden. Die dingen moet je aan mij over laten jij kijken en leren en dan pas begrijpen en mee praten. Heb ervaring ik weet dat je dat niet moet doen.” en “Ja en los van dat wij hebben er meer geld in als hem als iemand haast hebben zijn wij het wel maar je moet slim werken niet slordig”.

Op 22 november 2023 stuurt [verdachte] ook naar [medeverdachte 2] : Enigste wat me niet lekker zit is die belettering op de rolluik niemand hoef te weten eigk wie of wat er daar wat huurt als ze naam op zoeken zien ze naam van [medeverdachte 3] met zijn huis adres in Gennep ook als die belettering er niet op zat was die pinda denk niet gekomen mits hij natuurlijk niemand zag bewegen daar. Denk dat t langer safe blijft zonder belettering. [medeverdachte 2] reageert met: Ja ik zou het juist wel doe maat anders is het of als dat er niks zit en dat is kut als mensen er in en uit gingen ja die pinda dat kwam omdat die kut bus voor de deur stond. Want word ook stellingen gebouwd binnen met bouw spullen moet echt voor oog alles kloppen. [verdachte] stuurt dan: Jaa dat wel. Maar als ze grondig onderzoeken dan hangen we omdat ze weten op wie die pand z’n naam staat.

In de iPhone 8 stonden verder twee screenshots van 2 februari 2024 van een notitie met als titel “Opzet [medeverdachte 1] Hok”. De notitie lijkt op een kostenoverzicht:

“Hele ketelset ketel F1 ketel en stoom 108k

58.000 uit pot en 50.000 uit eigenzak

Apaan en grond stof

Nieuwe 500kg app 50k 6500 en 2k niet van af trekken eigen geld

600kg 60k

-2000 58k

-29400 = 28600

-700 = 27900

Klijn materiaal 7200 afbetaald

[medeverdachte 1] kosten nu 17/18k

10l gegeven voor kosten

Grondstoffen af betaald 40k

Totaal 42 l x 700 = 29400

8k afbetaald contant

61.5l verkocht 800

Gestoomd nieuwe lading

31l + 31l + 27l + 17l = 106l totaal

3l [bijnaam] gegeven nog verrekenen

Krijg nog van Polski 3250 of 5750 deze moet terug pot in

20l 14k

En 50l

Dusty/kannen 75 uit pot

Tegels 40 uit pot

Kannen 70 uit pot

Gasvullen 920 uit eigen zak

Lasser/bezem/gord 230 uit pot”

In de iPhone 8 zijn screenshots aangetroffen van 24 februari 2024 waarin [verdachte] een overzicht stuurt naar [medeverdachte 2] :

“Juli huur: 1082,95 (AA)

Aug huur: 1082,95

Sept huur: 1082,95

Okt huur: 1082,95 (project)

Nov huur: 1082,95

Dec huur: 1082,95

Jan huur: 1082,95

Feb huur: 1082,95

250 eu [medeverdachte 3] tekengeld

500 eu [medeverdachte 3] voorschot loon

1500 eu [medeverdachte 3] loon

115 eu tonnen

600 eu Chaffeur poeder+grond

250 eu grond plek

300 eu flessen

100 eu Chaffeur

340 eu kosten busje onderhoud

350 gas vullen

100eu bus huren

1400eu [medeverdachte 3] loon overgemaakt

250eu opslag plek spullen

400 eu voorgeschoten ritje bal poeder

250 eu lege kannen dumpen

600 eu opslag berta + f1

150eu Chaffeur f1 ketel

500eu bijbetaling nieuwe bus

200 eu gas bijvullen”

Het in de notitie benoemde huurbedrag van 1082,95 eu komt overeen met de maandelijkse huur van [adres] in Wageningen zoals blijkt uit de huurovereenkomst ondertekend door medeverdachte [medeverdachte 3] . Volgens de notitie heeft medeverdachte [medeverdachte 3] voor het aangaan van het huurcontract tekengeld van 250 euro ontvangen, en ontvangt hij daarnaast ook loon van 1500 euro en een voorschot op het loon van 500 euro. In de notitie wordt aangegeven dat een bedrag van 1400 euro als loon werd overgemaakt.

Verdachte [verdachte] ( [bijnaam] ) vraagt op 16 april 2024 aan [medeverdachte 2] : “20:00 meeuw voor 2l lukt dat. Krijg vanavond papier van van die 4l”. [medeverdachte 2] reageert: “ja moet wel lukken denk bro”. [verdachte] stuurt: “2l van gister even bij plussen bij mij 400-500 euro voor gas vullen en rest stuur ik na [medeverdachte 3] . 1460 + 4l staat dan nog open en 2l van vnv die krijg ik gelijk van klant”. Volgens de politie gaat dit over de verkoop van amfetamineolie.

Bewijsoverwegingen

Feit 1 en 2

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. In de loods aan [adres] te Wageningen werd op 25 april 2024 een productielocatie voor amfetamineolie aangetroffen, waarbij een hoeveelheid van 19,33 liter amfetamineolie in het pand aanwezig was. Op basis van de bevindingen aan [adres] in Heijen kan geconcludeerd worden dat verdachte [verdachte] betrokken is geweest bij de levering van de chemicaliën vanuit Polen. Deze werden op de oprit van [adres] in Heijen geplaatst en enkele dagen later door verdachte [verdachte] naar de loods aan [adres] in Wageningen gebracht. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] blijkt dat [verdachte] aan hem gevraagd heeft om een huurcontract voor [adres] te ondertekenen. Dit wordt ondersteund door het kostenoverzicht dat [verdachte] naar medeverdachte [medeverdachte 2] stuurde, waarin de huurprijzen worden genoemd en waaruit blijkt dat [medeverdachte 3] tekengeld en loon ontving. Verder zijn berichten aangetroffen die gaan over de belettering op de rolluik van het pand en berichten die gaan over de verkoop van amfetamineolie. Uit een screenshot blijkt dat [verdachte] ook contact onderhield met medeverdachte [medeverdachte 1] en dat gesproken werd over het regelen van grondstoffen. Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn veelvuldig samen op de camerabeelden te zien, waarbij werd waargenomen dat goederen in en uit het pand werden gebracht. Van hen beide is DNA aangetroffen in de productieruimte van het lab. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verdachte [verdachte] in een nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] voorbereidingshandelingen voor de productie en handel van amfetamineolie heeft gepleegd en eveneens dat zij 19,33 liter amfetamineolie voorhanden hebben gehad. Het begin van de pleegperiode stelt de rechtbank vast op 29 september 2024. Op deze datum heeft medeverdachte [medeverdachte 3] op verzoek van verdachte [verdachte] de huurovereenkomst van de loods ondertekend. De rechtbank acht de feiten 1 en 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Daarnaast wordt verdachte [verdachte] onder feit 3 verweten dat hij in dezelfde periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband in de zin van artikel 11b van de Opiumwet.

Deelneming aan een criminele organisatie zoals ten laste gelegd onder feit 3 kan worden aangenomen wanneer de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in het artikel 11b van de Opiumwet beoogde oogmerk. Het samenwerkingsverband kenmerkt zich door een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Voor deelneming is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Dit oogmerk dient gelet op het tenlastegelegde te zijn gericht op het plegen van misdrijven die zijn opgenomen in de artikel 10 en 10a van de Opiumwet. De verdachte hoeft geen wetenschap te hebben van één of verschillende misdrijven die door de organisatie worden beoogd. Bovendien is niet vereist dat komt vast te staan dat de verdachte om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. Als de deelnemer in de context van de organisatie zelf misdrijven pleegt, wordt doorgaans aan het opzetvereiste voldaan.

Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat een organisatie met een zekere duurzaamheid en structuur heeft bestaan. Daarbij was sprake van een duidelijke rolverdeling tussen de verdachten. Op de bovenste etage van het pand werd een drugslab aangetroffen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft het pand ter beschikking gesteld. Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn veelvuldig samen op de camerabeelden te zien, waarbij werd waargenomen dat goederen in en uit het pand werden gebracht. Van hen beide is DNA aangetroffen in de productieruimte van het lab. Uit de chatberichten blijkt dat verdachte [medeverdachte 2] zich bezig hield met de opbouw van het drugslab. Verder wordt in de chatberichten veel gesproken over het regelen van grondstoffen en hardware die gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs. Op 28 maart 2024 is te zien dat verdachte [verdachte] met de auto aankomt bij [adres] en weer vertrekt. Gelet op de bevindingen aan [adres] in Heijen concludeert de rechtbank dat verdachte [verdachte] de chemicaliën die dag naar de loods heeft gebracht. Verder blijkt uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] dat [verdachte] aan hem heeft gevraagd om een huurcontract te ondertekenen. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat dit huurcontract is opgesteld om als legitieme dekmantel te kunnen dienen. Verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 2] onderhielden contact met elkaar, waarbij onder meer gesproken wordt over medeverdachte [medeverdachte 1] , waarbij [medeverdachte 2] stuurt: “Ja en los van dat wij hebben er meer geld in als hem als iemand haast hebben zijn wij het wel maar je moet slim werken niet slordig”. De rechtbank begrijpt hieruit dat verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] alle drie geld hebben geïnvesteerd. Ook wordt in de berichten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] gesproken over de verkoop van amfetamineolie. Al met al lieten de activiteiten van de verdachten een repeterend patroon zien. Gedurende een langere periode hebben de verdachten in een bestendige vorm van samenwerking geopereerd. De rechtbank concludeert dat de organisatie in ieder geval heeft bestaan uit de voornoemde [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] . De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte 3] niet als deelnemer kan worden aangemerkt. Het enkele gegeven dat het huurcontract op zijn naam stond is daarvoor onvoldoende. Het oogmerk van de organisatie heeft onder meer bestaan uit de vervaardiging van verdovende middelen en de handel daarin, waarop de deelnemers een gemeenschappelijke oriëntatie hadden.

De rechtbank is van oordeel dat de bijdrage van verdachte aan de verwezenlijking van het oogmerk van de criminele organisatie substantieel is geweest en daarom kan worden aangemerkt als deelneming in de zin van artikel 11b van de Opiumwet. Verdachte was betrokken bij de levering van chemicaliën uit Polen en het vervoeren ervan, hij heeft geregeld dat medeverdachte [medeverdachte 3] het huurcontract ondertekende en hij onderhield contact met de medeverdachten over grondstoffen, gemaakte kosten en de verkoop. De rechtbank vindt gelet op het voorgaande feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van amfetamine(olie) en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een (bedrijfs)pand aan [adres] te Wageningen ter beschikking te stellen en/of

- het regelen/organiseren van en/of bijdragen aan, dan wel het veelvuldig contact te hebben met andere personen die betrokken zijn bij het kiezen/organiseren van een of meerdere locatie(s), de inrichting van een of meerdere locatie(s), het beschikbaar stellen van een of meerdere opslaglocatie(s), de aanvoer van goederen en materialen die gebruikt worden voor de vervaardiging van (de) drugs, de daadwerkelijke vervaardiging van de drugs, het transport van de vervaardigde drugs en de afvoer van het ontstane afval en/of

- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, te weten onder meer

2.

hij op of omstreeks 25 april 2024 te Wageningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand aan [adres] te Wageningen) aanwezig heeft gehad (in totaal) (ongeveer) 19,33 liter aan amfetamine(olie), zijnde amfetamine, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (in ieder geval) een middel/ middelen bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september 2023 tot en met 25 april 2024, te Wageningen en/of Tiel, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe, onder andere hij, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer andere (onbekend gebleven) persoon/personen, behoorden, welke organisatie tor oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet, te weten (telkens) het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van (een.) (grote) hoeveelheid/ hoeveelheden middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval (telkens) (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het (telkens) voorbereiden en/of bevorderen van feiten als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 10 vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van het om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 2:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 3:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 en 10a van de Opiumwet.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevraagd om een geldboete van 20.000 euro op te leggen, te vervangen door 125 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft onder verwijzing naar jurisprudentie gepleit voor een aanzienlijke lagere straf dan door de officier van justitie geëist.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode samen met anderen bezig gehouden met het treffen van voorbereidingshandelingen voor het inrichten en draaiende houden van een drugslab in een loods op een industrieterrein in Wageningen. In het drugslab werd amfetamineolie geproduceerd. In het lab werd een hoeveelheid van 19,33 liter amfetamineolie aangetroffen. Verdachte vormde samen met de medeverdachten een crimineel samenwerkingsverband. Het gebruik van synthetische drugs vormt een gevaar voor de volksgezondheid en de productie en handel ervan gaat gepaard met (zware) criminaliteit. Het is algemeen bekend dat de opslag van chemicaliën en de productie van synthetische drugs veiligheidsrisico’s voor de directe omgeving met zich meebrengt. Door de LFO is gerapporteerd dat, vanwege de sterk verhoogde kans op de vorming van giftige dampen en vanwege explosie- en brandgevaar, sprake was van een ernstig en groot gevaar voor de leefomgeving en de gezondheid van bezoekers van het bedrijventerrein in Wageningen. Daarnaast veroorzaakt de productie van synthetische drugs vaak grote schade aan het milieu vanwege illegale afvaldumpingen.

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld vanwege Opiumwet-feiten en weegt dit in het nadeel van verdachte mee.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf gelet op vergelijkbare zaken en de rol die verdachte in het geheel heeft gehad. Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

De maatregel kostenverhaal

Op 1 juli 2022 is de Maatregel Kostenverhaal in werking getreden. De maatregel is van toepassing op strafbare feiten die na de inwerkingtredingsdatum worden opgespoord en vervolgd. Deze maatregel maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp. De Maatregel Kostenverhaal is opgenomen in artikel 13d van de Opiumwet.

Bij de stukken bevindt zich een rekening voor het ontmantelen van het drugslab aan [adres] in Wageningen, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en de hardware ter vernietiging. De gemaakte kosten zijn vastgesteld op € 31.110,43.

Verder zit bij de stukken een proces-verbaal van de LFO waaruit blijkt dat de inbeslaggenomen voorwerpen vernietigd moesten worden, omdat zij een ernstig gevaar opleverden voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid.

De rechtbank overweegt dat vast is komen te staan dat in het lab gevaarlijke goederen aanwezig waren. Eveneens is vast komen te staan dat er kosten zijn gemaakt om het lab te ontmantelen. Over de hoogte van het gevorderde totaalbedrag overweegt de rechtbank dat deze kosten reëel voorkomen. De rechtbank zal daarom de maatregel kostenverhaal als gevorderd aan verdachte opleggen.

De totale kosten worden evenredig over de drie verdachten verdeeld. De rechtbank legt daarom aan verdachte de maatregel kostenverhaal op voor een bedrag van € 10.370,14. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 75 dagen gijzeling worden toegepast, zonder dat daardoor de betalingsverplichting van verdachte vervalt.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 46, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10, 10 a, 11b en 13d van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden;

 zal opleggen de maatregel kostenverhaal tot een bedrag van € 10.370,14;

 bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 75 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.T.G. van Wandelen (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon en mr. M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?