ECLI:NL:RBGEL:2026:308

ECLI:NL:RBGEL:2026:308, Rechtbank Gelderland, 16-01-2026, ARN 24/5318 en 24/5369

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer ARN 24/5318 en 24/5369
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen intrekking en terugvordering van de bijstand. En daarnaast over het beroep van eisers tegen het besluit over de ingangsdatum van een nieuwe aanvraag voor bijstand. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat er gebreken kleven aan de bestreden besluiten. De beroepen zijn gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: ARN 24/5318 en 24/5369

in de zaken tussen

[eiser] , uit [plaats], eiser en [eiseres], uit [plaats], eiseres, samen: eisers

(gemachtigde: mr. E.E.M. Messink),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, het college

(gemachtigde: mr. A.J. Vaessen).

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024 (ARN 24/5369), verder het bestreden besluit I. En daarnaast over het beroep van eisers tegen het besluit waarbij de ingangsdatum van de bijstand is vastgesteld op 19 februari 2024 (ARN 24/5318), verder het bestreden besluit II. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de intrekking en de terugvordering van de bijstand van eisers en de ingangsdatum van de bijstand.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat er gebreken kleven aan de bestreden besluiten I en II. Het beroep is gegrond en eisers krijgen deels dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De rechtbank zal eerst het beroep tegen de intrekking en terugvordering behandelen onder 4 tot en met 7 en daarna onder 8 het beroep tegen de ingangsdatum van het recht op bijstand. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Bij besluit van 15 februari 2024 (het primaire besluit I) heeft het college – voor zover van belang – de bijstand van eisers over de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 ingetrokken. Bij datzelfde besluit heeft het college een bedrag van € 10.839,62 bruto van eisers teruggevorderd. Bij het bestreden besluit I van 1 juli 2024 heeft het college het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard. Het college heeft bepaald dat de periode waarover het recht op bijstand wordt ingetrokken loopt van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024 en heeft de terugvordering van de door eisers ontvangen bijstand beperkt tot een bedrag van € 1.806,60 bruto. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer 24/5369. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 4 april 2024 (het primaire besluit II) heeft het college bijstand toegekend met ingang van 19 februari 2024. Met het bestreden besluit II van 24 juni 2024 is het college bij dit besluit gebleven. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit II. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer 24/5318. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft besloten beide zaken met toepassing van artikel 8:14, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevoegd te behandelen.

De rechtbank heeft de beroepen op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

3. De rechtbank stelt vast dat de volgende feiten tussen partijen niet betwist zijn.

Eiser ontvangt van het college vanaf 4 oktober 2011 bijstand op grond van de Pw en per 7 januari 2013 ontvangen eisers bijstand naar de gehuwdennorm. Op 6 december 2023 is eiser met een op zijn naam staand voertuig aangetroffen bij een garagebedrijf, waarin zich een in werking zijnde hennepkwekerij bevond. Eiser huurt een garagebox waar de politie op 11 januari 2024 spullen heeft aangetroffen, die geschikt zijn en of gebruikt kunnen worden voor het inrichten van een hennepkwekerij en het vervaardigen van drugs. Er is onderzoek verricht door het Sociale Recherche Team- gemeente Nijmegen dat is neergelegd in het rapport van 1 februari 2024. Het verrichte onderzoek bestond onder andere uit (administratief) vooronderzoek waarbij dossieronderzoek plaatsvond, SUWI en RDW en openbare bronnen werden geraadpleegd en een “Hennepbericht”, “Mutatierapport Pl600-20235627787-1” en processen-verbaal van verhoor van eiser over de situatie op 6 december 2023 zijn verkregen van de politie. Daarnaast is verdiepingsonderzoek verricht waarbij waarnemingen zijn verricht, aanvullende politie informatie is verkregen onder andere over de inval in de garagebox van eiser en onderzoek naar bankafschriften is gedaan. De uitkering van eisers is geblokkeerd per 1 januari 2024 en eisers zijn gehoord door de sociale recherche. Op basis hiervan is bij besluit van 15 februari 2024 de uitkering van eisers ingetrokken en wordt het ontvangen bedrag over de periode 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 teruggevorderd. Op 19 februari 2024 dienen eisers een digitale aanvraag in voor een Pw-uitkering met ingang van 1 januari 2024 en verzoeken zij om vrijstelling van de arbeidsverplichting.

ARN 24/5369: de intrekking en terugvordering

Rechtstreeks beroep

4. In het primaire besluit I besloeg de periode in geding de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023. De periode die is vermeld in het bestreden besluit I komt hiermee niet overeen. In dat besluit wordt de bijstand ingetrokken van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024. Tijdens de zitting hebben partijen verklaard ermee akkoord te zijn dat de rechtbank met toepassing van artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb de intrekking over de periode van 1 januari 2024 tot en met 15 februari 2024 als rechtstreeks beroep zal behandelen. De periode in geding loopt dus van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024.

De rechtbank overweegt dat in het bestreden besluit I de intrekking van de bijstand betrekking heeft op een in tijd begrensde periode, te weten de hierboven vermelde periode van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024. Het is vaste rechtspraak dat een in een dergelijk geval na het verstrijken van die periode onverkort recht op bijstand bestaat.

Standpunt van eisers

5. Eisers stellen ten eerste dat het college ten onrechte uitgaat van het plegen van een strafbaar feit in december 2023. Ter onderbouwing daarvan hebben zij het vonnis van de rechtbank Gelderland met parketnummer 05/296552-24 van de strafrechter ingebracht. Daarin is eiser - kort samengevat - vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 61 hennepplanten, het wederrechtelijk toe-eigenen van elektriciteit/stroom en het bij zich hebben van ongeveer 159 gram hennep en is het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Voorts stellen eisers dat het college zich ten onrechte op het standpunt stelt dat eiser in december 2023 geld heeft ontvangen voor een vermeend aandeel in een hennepkwekerij en dat hij dit niet heeft doorgegeven. Eisers voeren aan dat de betreffende hennepkwekerij is ontmanteld op 6 december 2023 en dat, zelfs indien eiser een aandeel had in de hennepkwekerij en daar deel van de opbrengst van zou ontvangen, hij in december 2023 daar geen geld uit zou hebben kunnen ontvangen. Ook hier voeren zij aan dat uit het vonnis van de rechtbank Gelderland met parketnummer 05/296552-24 van de strafrechter blijkt dat het OM niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Eisers betogen dat zij de inlichtingenplicht niet hebben geschonden. Voorts stellen eisers dat hun recht op een bijstand kan worden vastgesteld, omdat er geen sprake is van andere inkomsten dan bijstand in december 2023 en zij niet over vermogen beschikken boven de toepasselijke vermogensgrens.

Standpunt van het college

6. Het college stelt dat uit de gedingstukken, met name uit het Rapport van de Sociale Recherche van 1 februari 2024 blijkt dat eiser betrokken is geweest bij de exploitatie van een hennepkwekerij en dat hij hiervoor inkomsten heeft ontvangen of heeft kunnen ontvangen. Het college stelt dat omdat eiser geen inzage in zijn opbrengsten en het eventueel opgebouwde vermogen heeft gegeven, het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld over de periode in geding. Het college stelt dat wel of geen veroordeling door de strafrechter niet doorslaggevend is voor de vraag of de verleende bijstand terecht is ingetrokken.

De rechtbank

7. De inlichtingenplicht staat in artikel 17, eerste lid, van de Pw en houdt in dat verzoeker op verzoek of onverwijld en uit eigen beweging opgave moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Het gaat dan niet alleen om feitelijk ontvangen tegenprestaties, maar ook om op geld waardeerbare werkzaamheden. De overige wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand is een voor eisers belastend besluit. Daarom rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan in beginsel op de bijstandsverlenende instantie. Dit betekent dat het college de nodige kennis over de relevante feiten moet verzamelen. Het gaat hierbij om de periode van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024 (de periode in geding).

De rechtbank ziet aanleiding de periode in geding als volgt onder te verdelen:

periode 1: van 1 december 2023 tot en met 31 december 2023

periode 2: van 1 januari 2024 tot en met 31 januari 2024 en

periode 3: van 1 februari 2024 tot en met 15 februari 2024.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college aannemelijk gemaakt dat over de periodes 1 en 2 sprake is geweest van schending van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Pw. De rechtbank licht dit als volgt toe. Dit is anders over periode 3.

Periode 1: van 1 december 2023 tot en met 31 december 2023

Beoordeeld moet worden of eisers de hier aan de orde zijnde inlichtingen hadden moeten verstrekken en dit hebben nagelaten. Dit laatste is hier het geval. Het verrichten van activiteiten gericht op het starten van een hennepkwekerij wordt aangemerkt als een omstandigheid, waarvan de betrokkene redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat het van invloed kan zijn op het recht op bijstand. Daarvan moet de betrokkene de bijstandsverlenende instantie direct mededeling doen, ongeacht of daaruit inkomsten worden verworven. Dit is vaste rechtspraak.

Schending van de inlichtingenplicht levert een rechtsgrond op voor intrekking van de bijstand indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in hoeverre de betrokkene verkeert in bijstandsbehoevende omstandigheden. Het is dan aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat hij, indien hij destijds wel aan de inlichtingenplicht zou hebben voldaan, over de betreffende periode recht op volledige dan wel aanvullende bijstand zou hebben gehad.

Het college heeft het bestreden besluit met name gebaseerd op een rapport van de Sociale Recherche van 1 februari 2024 en het advies van de van de Commissie van bezwaarschriften inzake collegebesluiten van de gemeente Nijmegen van 28 juni 2024. Uit het rapport van de Sociale recherche blijkt het volgende. Naar aanleiding van een brandmelding op het adres [locatie] te [plaats] is de politie op 6 december 2023 binnengetreden in de woning. Daar heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen en is eiser als verdachte aangehouden. Voorts merkt de politie op dat uit onderzoek van zijn telefoon bleek dat hij veel weet over Optic Climates en dat deze Optic Climates worden aangetroffen in de garagebox die eiser elders huurt en dat deze Optic Climates worden gebruikt door hennepkwekerijen. De politie stelt in dit rapport voorts dat er meerdere indicaties zijn dat er ten minste één keer is geoogst. Eiser betwist niet dat hij aanwezig was en in elk geval stelt dat hij aanwezig was om er werkzaamheden te verrichten als klusjesman. De activiteiten rondom de hennepkwekerij die eiser in de hier bedoelde periode heeft verricht moeten worden aangemerkt als op geld waardeerbare activiteiten. Daarbij is niet relevant of aannemelijk is gemaakt dat eiser daadwerkelijk inkomsten heeft genoten.

Doordat eisers geen administratie of boekhouding hebben bijgehouden van de verrichte werkzaamheden en daaruit ontvangen inkomsten of de vorming van vermogen, heeft het college het recht op bijstand over de hiervoor genoemde periode niet kunnen vaststellen.Het college was dan ook, gelet op de artikelen 54, derde lid, eerste volzin, van de Pw en 58, eerste lid, van de Pw, verplicht de bijstand die in die periode door eisers is ontvangen in te trekken en terug te vorderen. Tijdens de zitting is bevestigd dat de terugvordering van € 1.806,60 bruto de uitbetaling betreft van de bijstand over de maand december 2023.

Het college is in geval van schending van de inlichtingenplicht op grond van artikel 58, eerste lid, van de Pw gehouden de ten onrechte ontvangen bijstand van eisers terug te vorderen. Op grond van artikel 58, achtste lid, van de Pw is het college bevoegd geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering. Eiser heeft ook niet gesteld dat daarvan sprake is.

Periode 2: van 1 januari 2024 tot en met 31 januari 2024

Uit het vonnis van de rechtbank Gelderland met parketnummer 05/296552-24 in de zaak van eiser [eiser] volgt dat eiser is veroordeeld voor het op 11 januari 2024 voorhanden hebben van voorwerpen, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van één van de, in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet, strafbaar gestelde feiten.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiser bij de politie heeft verklaard en erkend dat hij onder meer de Optic Climates in zijn eigen garagebox had staan en dat daar meerdere voorwerpen aanwezig waren die gebruikt worden voor (het starten van) een hennepkwekerij. Daarmee is, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser op geld waardeerbare activiteiten verrichtte, waarvan eisers het college direct mededeling hadden moeten doen, ongeacht of daaruit inkomsten werden verworven. Eisers hebben dit niet gedaan, zodat de op hen rustende inlichtingenplicht is geschonden. Het college heeft daarom op juiste gronden het recht op bijstand van eisers ingetrokken. Tijdens de zitting is door het college bevestigd dat over de periode 1 januari 2024 tot en met 31 januari 2024 geen bijstand is uitbetaald en derhalve ook niet wordt teruggevorderd.

Periode 3: van 1 februari 2024 tot en met 15 februari 2024

Het college heeft gesteld dat de hoogte van inkomsten die eiser heeft ontvangen uit werkzaamheden in december 2023 en januari 2024 niet bekend zijn. Ook is niet bekend of die hebben geleid tot vermogensopbouw. Het college stelt dat er geen inzage is verstrekt in de inkomenssituatie, maar ook niet in de vermogenssituatie van eisers en dat er daarom sprake is van het schenden van de inlichtingenplicht van artikel 17, eerste lid, van de Pw.

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is dat eisers in de periode van 1 februari 2024 tot en met 15 februari 2024 op geld waardeerbare activiteiten hebben verricht. De rechtbank neemt daarbij ook in overweging dat het college niet kan aangeven welke wijziging in de situatie van eisers in hun inkomen of in hun vermogen is opgetreden in de periode tussen 1 februari 2024 en 15 februari 2024. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in de periode van 1 februari 2024 tot en met 15 februari sprake is van schending van de inlichtingenplicht door eisers. Het college heeft daarom ten onrechte het recht op bijstand van eisers over de periode van 1 februari 2024 tot en met 15 februari 2024 ingetrokken.

Het bovenstaande brengt mee dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit I wordt vernietigd voor zover dat betrekking heeft op de periode van 1 februari tot en met 15 februari 2024.

ARN 24/5318: de aanvraag van de bijstand

8. Zoals de rechtbank onder 3.2. oordeelt, hebben eisers weer recht op bijstand met ingang van 1 februari 2024. Het standpunt van het college dat hier sprake is van een intrekking zonder een einddatum kan de rechtbank niet volgen. Er staat immers expliciet een einddatum in het bestreden besluit I. Gelet hierop ontbreekt een grondslag voor het indienen van de nieuwe aanvraag om bijstand. Dat betekent dat eisers geen nieuwe aanvraag om bijstand hadden hoeven in te dienen. Het beroep is gegrond.

De rechtbank zal dan ook het bestreden besluit II vernietigen wegens strijd met de wet. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het besluit van 4 april 2024 te herroepen en te bepalen dat eisers vanaf 1 februari 2024 recht op bijstand volgens de gehuwdennorm hebben.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat het college het griffierecht van beide beroepen aan eisers moet vergoeden. Zij krijgen ook vergoeding van hun proceskosten. Het college moet die vergoeding betalen. De rechtbank merkt de zaken aan als samenhangende zaken, in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen eisers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft tweemaal een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen, daar staan drie punten voor met een waarde van € 934 per punt. De proceskostenvergoeding bedraagt € 2.802. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.D.Z.R. Mohamed Hoesein, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Peters, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Artikel 3:2 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen moet vergaren.

Artikel 7:1a eerste lid van de Awb bepaalt dat de indiener in bezwaar het bestuursorgaan kan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter, zulks in afwijking van artikel 7:1 van de Awb. Ingevolge het derde lid kan het bestuursorgaan instemmen met het verzoek indien de zaak daarvoor geschikt is.

Artikel 7:12, eerste lid, van de Awb bepaalt dat de beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 7:3 van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.

Participatiewet (Pw)

Artikel 17, eerste lid, van de Pw bepaalt dat, voor zover hier van belang, de belanghebbende aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand.

Artikel 54, derde lid, van de Pw bepaalt dat het college een besluit tot toekenning van bijstand, herziet dan wel intrekt, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van bijstand kan het college een besluit tot toekenning van bijstand herzien of intrekken, indien anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

Artikel 58, eerste lid, van de Pw bepaalt dat het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend de kosten van bijstand terugvordert voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?