RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.334575.25 en 05.240971.25 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak : 31 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] (Syrië),
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .
raadsvrouw: mr. C.J. Tiemessen, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
In parketnummer 05.240971.25:
Hij op of omstreeks 11 september 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (Iphone 16S) en/of een hoeveelheid geld en/of een of meerdere pasjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [aangever 1] een of meermalen tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam te stompen en/of te slaan en/of een of
meermalen tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te stoten en/of te duwen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 september 2025 te Nijmegen op of aan de Dommer V Poldersveldtweg, in ieder geval op of aan de openbare weg, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het een of meermalen stompen en/of slaan tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [aangever 1] en/of een of meermalen schoppen en/of trappen en/of stoten en/of duwen tegen het lichaam van die [aangever 1] .
In parketnummer 05.334575.25:
hij op of omstreeks 8 december 2025 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,op de openbare weg, te weten aan de Prinsenhof te Arnhem, een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [getuige] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- [aangever 2] van voornoemde fatbike af te duwen en/of;- [aangever 2] (met kracht) een of meerdere (vuist)slagen te geven op zijn hoofd en/of arm(en), althans op zijn lichaam en/of;- [aangever 2] een of meerdere malen te schoppen en/of;- [aangever 2] een of meerdere malen met een kettingslot te slaan op/tegen zijn lichaam en/of slaande en/of zwaaiende bewegingen in zijn richting te maken en/of;- [aangever 2] een mes te tonen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 8 december 2025 te Arnhem op de openbare weg, te weten aan de Prinsenhof te Arnhem, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [aangever 2] welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit- [aangever 2] van een fatbike afduwen en/of;- [aangever 2] een of meerdere (vuist)slagen geven op zijn hoofd en/of arm, althans op zijn lichaam en/of- [aangever 2] een of meerdere malen schoppen en/of;- [aangever 2] een of meerdere malen met een kettingslot slaan op/tegen zijn lichaam terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
In parketnummer 05.240971.25 :
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat het oogmerk op het wederrechtelijk toe-eigenen van de goederen niet kan worden bewezen en dat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij op donderdag 11 september 2025 in Nijmegen was en dat twee voor hem onbekende mannen (NN1 en NN2) na een discussie erg agressief werden tegen hem. Ze kwamen in een vechtpartij. Tijdens de vechtpartij viel de telefoon van aangever uit zijn zak. Aangever zag dat NN2 zijn telefoon oppakte en op zijn fatbike sprong. Aangever zag dat NN1 en NN2 vervolgens wegreden. De telefoon die NN1 en NN2 hadden meegenomen was een IPhone 16S licht mint groene kleur.
Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij een telefoon, een bankpas en een buskaart die op de grond waren gevallen heeft gepakt en vervolgens de telefoon aan [verdachte] heeft gegeven.
Gelet op de verklaring van verdachte op de zitting dat [verdachte] zijn roepnaam is begrijpt de rechtbank dat [medeverdachte] bedoelt dat hij met verdachte was en de telefoon die hij van de grond heeft gepakt, aan verdachte heeft gegeven.
Verdachte heeft verklaard dat de telefoon van [aangever 1] op de grond viel. Zijn vriend pakte die telefoon op en (zij) zijn daar met zijn tweeën weggegaan op de fatbike. Nadat zijn vriend de telefoon had opgeraapt, heeft hij deze aan verdachte gegeven. Verdachte wilde deze eigenlijk kapot maken.
Uit deze verklaringen leidt de rechtbank af dat verdachte ‘NN1’ en [medeverdachte] ‘NN2’ uit de aangifte zijn.
De rechtbank acht gelet op het bovenstaande bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte] de telefoon van [aangever 1] en een bankpas van diens zus – de bankpas stond op haar naam - heeft gestolen. Uit hoe ze feitelijk te werk gingen, blijkt dat verdachte en zijn medeverdachte het oogmerk hadden om de spullen zonder toestemming van [aangever 1] weg te nemen genomen om daarover zelf te kunnen beschikken. Ook blijkt daaruit dat ze bij het wegnemen van die spullen nauw en bewust samenwerkten, waarbij ieder van hen een voldoende zwaarwegende rol had.
Dat stelt de rechtbank voor de vraag, of diefstal met geweld bewezen kan worden. Het antwoord daarop is: nee. Weliswaar is sprake van een vechtpartij voorafgaand aan de diefstal, maar het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte en [medeverdachte] de vechtpartij zijn gestart met als vooropgezet doel de diefstal van de telefoon en/of bankpas daarmee mogelijk te maken, te vergemakkelijken, of om hen in staat te stellen om met de buit weg te kunnen komen of om die buit zeker te stellen. Het lijkt er veel meer op dat verdachte en [medeverdachte] hun kans schoon zagen de telefoon en bankpas mee te nemen toen die per ongeluk tijdens de vechtpartij uit de tas van aangever op de grond vielen. De rechtbank zal van dat laatste, voor verdachte meest gunstige, scenario uitgaan en hem van dit deel van de tenlastelegging daarom vrijspreken.
In parketnummer 05.334575.25 :
Ten aanzien van het primair tenlastegelegde:
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
Wel zal verdachte worden vrijgesproken van het onderdeel uit de tenlastelegging waarin staat dat er een mes getoond zou zijn. Verdachte heeft dat steeds ontkend en heeft verklaard, ook tijdens de terechtzitting, dat hij geen mes gezien heeft. Alleen de aangifte bevat een aanwijzing dat er een mes getoond zou zijn, en dat is – gelet op de ontkenning van verdachte – niet genoeg om dit onderdeel bewezen te verklaren.
3. De bewezenverklaring
In parketnummer 05.240971.25:
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Hij op of omstreeks 11 september 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (Iphone 16S) en/of een hoeveelheid geld en/of een of meerdere pasjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [aangever 1] een of meermalen tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam te stompen en/of te slaan en/of een of
meermalen tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te stoten en/of te duwen;
In parketnummer 05.334575.25:
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Hij op of omstreeks 8 december 2025 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten aan de Prinsenhof te Arnhem, een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [getuige] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- [aangever 2] van voornoemde fatbike af te duwen en/of;- [aangever 2] (met kracht) een of meerdere (vuist)slagen te geven op zijn hoofd en/of arm(en), althans op zijn lichaam en/of;- [aangever 2] een of meerdere malen te schoppen en/of; - [aangever 2] een of meerdere malen met een kettingslot te slaan op/tegen zijn lichaam en/of slaande en/of zwaaiende bewegingen in zijn richting te maken en/of;- [aangever 2] een mes te tonen;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring cursief verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
In parketnummer 05.240971.25:
Diefstal door twee of meer verenigde personen
In parketnummer 05.334575.25:
Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte met toepassing van het jeugdstrafrecht zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 254 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte geen langere onvoorwaardelijke jeugddetentie zal moeten worden opgelegd dan de tijd die hij op het moment van de uitspraak in voorarrest heeft gezeten. Daarnaast zou een voorwaardelijk deel jeugddetentie kunnen worden opgelegd met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft kort na elkaar twee vermogensdelicten gepleegd, in vereniging en op de openbare weg. Hij heeft samen met een vriend een telefoon en bankpas gestolen na een vechtpartij en hij heeft met meerdere anderen een slachtoffer van zijn fatbike getrokken en met gebruik van geweld en dreiging met geweld de fatbike gestolen. Dit zijn ernstige strafbare feiten. Het slachtoffer moet zich enorm angstig en onveilig hebben gevoeld en dat geldt ook voor de mensen die hier onvrijwillig getuige van waren. Het raakt ook het gevoel van veiligheid in de samenleving als geheel, doordat veel mensen er via nieuwsmedia of sociale media mee worden geconfronteerd.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte
De reclassering beschrijft verdachte als een jongeman met een complexe achtergrond, een ontregelde leefstijl en een reeks justitiecontacten in relatief korte tijd. In zijn functioneren zijn meerdere probleemgebieden zichtbaar: instabiele huisvesting, zwervend gedrag, middelengebruik, traumagerelateerde klachten, beperkte zelfregulatie, beïnvloedbaarheid door risicovolle peers en het ontbreken van dagstructuur. Deze risicofactoren versterken elkaar en creëren een context waarin impulsiviteit, conflictsituaties en normoverschrijdend gedrag gemakkelijk ontstaan. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. De reclassering heeft na overleg met de jeugdreclassering geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen. Het toezicht moet daarbij wel worden gezien als een spreekwoordelijke laatste kans.
De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden.
• Begeleiding door jeugdreclassering;
• Ambulante behandeling, waarbij de behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Daarbij kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken en moet verdachte meewerken aan verdiepingsdiagnostiek;
• Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
• Een contactverbod met de medeverdachten;
• Volgen van onderwijs, inhoudende een inburgeringscursus en entreeopleiding;
• Beheersing van middelengebruik.
Mevrouw [naam] is als jeugdrelclasseringsmedewerker van Save Jeugdreclassering Amersfoort belast met het toezicht op verdachte in verband met een onder parketnummer 13.403912.24 deels voorwaardelijk opgelegde straf. Uit haar verklaring tijdens de onderhavige zitting komt naar voren dat de opvang en de begeleiding van en toezicht op verdachte na zijn vlucht uit Syrië en zijn aansluitend verblijf in Nederland tot nu toe flink is tekortgeschoten, iets wat verdachte niet kan worden verweten. Desondanks heeft verdachte onder het huidige toezicht wel degelijk stappen gezet in de goede richting en heeft Save vertrouwen in zijn goede intenties. Op velerlei leefgebieden heeft verdachte wel een achterstand opgelopen. Volgens mevrouw [naam] moet hij de kans nog krijgen op die terreinen voldoende ontwikkeling te laten zien en is hij daarbij vooral gebaat bij een pedagogische benadering, wat onder meer pleit voor het toepassen van jeugdstrafrecht. Mevrouw [naam] heeft verder verklaard dat zij met verdachte voor zijn aanhouding juist een werkrelatie begon op te bouwen en dat er vertrouwen nodig is. Verdachte is door zijn trauma’s en het gebrek aan begeleiding en toezicht beschadigd. Verdachte is, gelet op zijn psychisch functioneren, gebaat bij strakke kaders, zodat hij kan profiteren van specialistische begeleiding. De jeugdreclasseerder is intensief bezig om een woonvoorziening te regelen voor verdachte met specialistisch en intensief toezicht. Zij heeft op de zitting laten weten dat zij hoopt op korte termijn daarover duidelijkheid te krijgen, maar kan niet toezeggen dat die duidelijkheid er voor deze uitspraak is.
De rechtbank ziet in het advies van de reclassering en de toelichting van mevrouw [naam] ter terechtzitting aanleiding in deze zaak het jeugdstrafrecht toe te passen.
Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte op een jeugddetentie voor de duur van 116 dagen, met aftrek van het voorarrest, en een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 120 uren, onder de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en met een proeftijd van 2 jaar.
Het contactverbod zal daarbij (enkel) zien op contact met medeverdachte [medeverdachte] , nu andere medeverdachten niet zijn geïdentificeerd.
De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie gevorderd, nu zij tot een andere bewezenverklaring komt. Daarnaast verbindt de rechtbank aan de voorwaardelijke straf een proeftijd van 2 in plaats van 3 jaren, gelet op artikel 77y van het Wetboek van Strafrecht.
8. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 13.403912.24)
De politierechter heeft verdachte op 23 april 2025 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en een proeftijd van twee jaren.
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de vordering af te wijzen.
De raadsvrouw heeft bepleit de vordering af te wijzen.
De jeugdreclassering heeft in eerste instantie geadviseerd de vordering af te wijzen. Ter zitting is naar voren gekomen dat de jeugdreclassering aan de andere kant ook ziet dat zolang verdachte geen dagbesteding heeft, het uitvoeren van een werkstraf zinvol kan zijn. De jeugdreclassering vindt het vooral van belang dat het toezicht behouden blijft.
De reden dat de officier van justitie en de raadsvrouw hebben gevraagd de vordering af te wijzen - waarbij officier van justitie en advocaat uitgaan van een deels voorwaardelijke strafoplegging in deze zaak, met jeugdreclasseringstoezicht - is om te voorkómen dat het jeugdreclasseringstoezicht wordt onderbroken. Dat kan een ongewenst bij-effect zijn als de rechtbank de vordering tenuitvoerlegging toewijst en daarmee het huidige toezichtkader vervalt. Zolang het vonnis in deze zaak niet onherroepelijk is, is er dan (al dan niet tijdelijk) geen toezichtkader voor verdachte, terwijl alle partijen het erover eens zijn dat verdachte dat kader hoe dan ook op dit moment juist hard nodig heeft, mede om de woonplek te kunnen realiseren waarnaar de jeugdreclassering zo naarstig zoekt en die nu in beeld lijkt.
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank ziet in het bovenstaande aanleiding te bevelen dat de straf gedeeltelijk ten uitvoer wordt gelegd, namelijk voor wat betreft 20 van de 40 uren.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet inzien dat als hij de voorwaarden overtreedt, dit consequenties heeft. Door de vordering gedeeltelijk toe te wijzen blijft daarnaast ook het toezicht voortduren. Daarmee wordt de zorg die de officier van justitie en de advocaat hierover hebben geuit, op een passende én praktische manier ondervangen.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 77c, 77i, 77m,77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 116 dagen;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van 120 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;
- verdachte gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Leger des Heils of een soortgelijke instelling te bepalen door de jeugdreclassering, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld;
stelt als overige voorwaarden dat:
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de op 23 april 2025 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 20 uren taakstraf, subsidiair te vervangen door 10 dagen jeugddetentie (parketnummer 13.403912.24).