RECHTBANK GELDERLAND
vonnis van de meervoudige kamer
de officier van justitie
[verdachte] ,
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.334575.25 en 05.240971.25 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak : 31 maart 2026
Datum verbetering: 31 maart 2026
Tegenspraak
in de zaak van
tegen
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] (Syrië),
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .
raadsvrouw: mr. C.J. Tiemessen, advocaat in Amsterdam.
1. Overwegingen
Op 31 maart 2026 heeft de rechtbank eindvonnis gewezen in de strafzaak tegen verdachte onder genoemde parketnummers. In het vonnis is abusievelijk niet vermeld dat de voorlopige hechtenis wordt opgeheven, nu de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk is aan de duur van het voorarrest op het moment van de uitspraak.
Met dit herstelvonnis wordt dit gebrek hersteld.
De rechtbank bepaalt dat de voorlopige hechtenis per heden wordt opgeheven.
Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden (HR 12 juni 2012, LJN: BW1478; NJ 2012/490).
Dit herstelvonnis is opgemaakt door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier.
Mr. Tegelaar en mr. Arts zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.