ECLI:NL:RBGEL:2026:3147

ECLI:NL:RBGEL:2026:3147

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 05/237933-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

5 jaar cel voor poging doodslag

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/237933-25

Datum uitspraak : 22 april 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] (Somalië),

wonende aan [adres] [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in het [verblijfplaats] .

Raadsman: mr. B.J. Driessen, advocaat in Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te Nijmegen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)

voorgenomen misdrijf om

opzettelijk

een ander, te weten [aangever]

van het leven te beroven,

die [aangever] meerdere malen, althans eenmaal, met een mes

en/of een gebroken fles, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in

het gezicht, de hals en/of nek, de borststreek en/of de rug, althans in het

bovenlichaam, en/of in het been heeft/hebben gestoken en/of

gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te Nijmegen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

aan een ander, te weten [aangever]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere (8) snij- en/of

steekwonden in het gezicht, de hals en/of nek, de borststreek en/of de

rug, althans in het bovenlichaam, en/of in het been heeft/hebben

toegebracht,

door die [aangever] meerdere malen, althans eenmaal, met een

mes en/of een gebroken fles, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

op de genoemde plekken in het lichaam te steken en/of te snijden.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, te weten het medeplegen van poging tot doodslag.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit, vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte een bijdrage aan het geweld heeft geleverd, laat staan dat hij heeft gestoken met een bierfles. Dat sprake zou zijn geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte, blijkt ook niet uit het dossier.

Beoordeling door de rechtbank

Op 15 augustus 2025 heeft tussen 05:26 uur en 05:59 uur in Nijmegen aan de Bisschop Hamerstraat, ter hoogte van het Keizer Karelplein, een geweldsincident plaatsgevonden, waarbij [aangever] gewond is geraakt. Zijn verwondingen bestonden uit 10 snij/steekverwondingen in zijn gezicht, hals, flank, heup en rug. Er werd een beschadiging van de weke delen tussen de 7e en 8e rib vastgesteld. Verder was de onderkwab van de linkerlong beschadigd tot aan het hart en was er een tweede beschadiging van de linkeronderkwab aan de bovenzijde. Er was sprake van een klaplong.

Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij bij het Keizer Karelplein een vrouw met twee mannen zag lopen. Hij zag dat de vrouw door een van de mannen werd lastiggevallen. Hij sprak de man daarop aan, waarop de man, die hij kent als [medeverdachte] , een scherp dun mes uit zijn broekzak pakte en hem in zijn linkerzij stak. De andere man, die hij kent als [verdachte] , kwam er vervolgens bij en sloeg hem meermalen met een kapot geslagen bierfles in zijn nek en tegen zijn jukbeen. Daarna renden de mannen weg.

Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij het gevecht erkend, in die zin dat hij heeft geprobeerd een discussie tussen aangever en medeverdachte te beëindigen. Op dat moment zou hij een vuistslag van aangever gekregen hebben. Hij heeft zich toen tegen aangever proberen te verweren met zijn handen. Verdachte ontkent dat hij daarbij gebruik heeft gemaakt van een wapen en dat hij het bij aangever geconstateerde letsel heeft veroorzaakt. De lezing van verdachte staat daarmee lijnrecht tegenover die van aangever, zodat de rechtbank dient te beoordelen welke lezing door de overige bewijsmiddelen wordt ondersteund.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat zij met [aangever] en de twee mannen, de later aangehouden verdachten, in de stad was. Er ontstond ruzie omdat de lange man (de rechtbank begrijpt uit het dossier dat getuige hiermee doelt op medeverdachte [medeverdachte] ) haar wilde verkrachten en optillen. [aangever] nam het toen voor haar op, waarop de lange man hem aanviel en stak.

De politie heeft de camerabeelden van de Praxis City bekeken en beschreven dat op camera’s 1 en 2, voor zover relevant, te zien is dat:- om 05.19.14 uur vermoedelijk [medeverdachte] in beeld komt en een blinkend voorwerp, lijkend op een mes in zijn hand heeft. Even later verdwijnt hij weer uit beeld;

- om 05.19.45 vermoedelijk [medeverdachte] links het beeld in komt rennen en op het slachtoffer [aangever] af rent;

- om 05.19.48 een drietal andere personen in beeld komt. Eén persoon, die wordt herkend als [aangever] , wordt belaagd/aangevallen door twee andere personen, waarschijnlijk [verdachte] en [medeverdachte] .

Verder trof de politie op de plaats delict een deel van een gebroken bierfles aan. Op één van de scherven is bloed aangetroffen. Na onderzoek door het NFI bleek dit bloed afkomstig van (in ieder geval ook) aangever [aangever] .

Uit het letselonderzoek volgt dat de verwondingen bij aangever goed passen bij de door

hem beschreven toedracht, namelijk het toebrengen ervan met een scherp voorwerp (mogelijk een flesje of mes). Teven is een letselinterpretatie uitgevoerd. Daaruit volgt onder meer het volgende. De solitaire, diepere, scherprandige verwondingen zijn even waarschijnlijk onder de hypothese veroorzaakt met een mes als onder de hypothese veroorzaakt door een bierfles. De langere kraswonden zijn waarschijnlijker tot veel waarschijnlijker onder de hypothese toegebracht met een kapotte bierfles dan onder de hypothese veroorzaakt met een mes. Hetpatroonletsel (parallel verlopende kleinere krassen) kan niet worden veroorzaakt door een mes met gladde snijranden en eventueel met een bierfles (indien de kapotte bierfles meerdere tanden heeft op gelijke afstand).

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat:

De rechtbank acht de verklaring van verdachte, dat hij enkel heeft willen ingrijpen in een discussie tussen aangever en medeverdachte, in het licht van hetgeen zij hiervoor heeft vastgesteld, niet aannemelijk.

Opzet op de dood

De rechtbank is van oordeel dat verdachte in ieder geval voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van aangever. In zowel de nek/hals als het bovenlichaam bevinden zich vitale en kwetsbare onderdelen van het menselijk lichaam, waaronder belangrijke (slag)aderen en vitale organen zoals de longen en het hart. Het is een feit van algemene bekendheid dat met wapens als het hier gebruikte mes en een kapotgeslagen bierfles dodelijk letsel kan worden toegebracht. In dit geval is sprake geweest van meerdere diepe steekverwondingen, waarvan één in de nek en één tot aan het hart, waarbij de linkerlong is beschadigd. Aldus was sprake van een aanmerkelijke kans op overlijden. Het meermalen, van korte afstand en met kracht steken met dergelijke voorwerpen in de nek/ hals en het bovenlichaam is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het toebrengen van dodelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte deze aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard. Van contra-indicaties is niet gebleken.

Medeplegen

Gelet op de gezamenlijke uitvoering van het geweld, waarbij gebruik is gemaakt van verschillende steekvoorwerpen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat sprake is van medeplegen. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat uit het dossier volgt dat verdachte en medeverdachte voorafgaand aan en tijdens het incident gezamenlijk zijn opgetrokken en zich nadien gezamenlijk uit de voeten hebben gemaakt.

De rechtbank acht daarmee het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)voorgenomen misdrijf omopzettelijkeen ander, te weten [aangever]van het leven te beroven,die [aangever] meerdere malen, althans eenmaal, met een mesen/of een gebroken fles, althans een scherp en/of puntig voorwerp, inhet gezicht, de hals en/of nek, de borststreek en/of de rug, althans in hetbovenlichaam, en/of in het been heeft/hebben gestoken en/ofgesneden,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair

medeplegen van poging tot doodslag.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat verdachte bereid is zich te houden aan bijzondere voorwaarden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Zij hebben het slachtoffer meermalen gestoken met een mes en een kapotgeslagen bierfles. Het slachtoffer liep daardoor meerdere steekverwondingen op, waarvan één zodanig diep was dat de long werd geraakt en het hart bijna werd getroffen. Het leven van het slachtoffer is hierdoor in gevaar gebracht en zijn lichamelijke integriteit op ernstige wijze geschonden. Dat het slachtoffer deze aanval heeft overleefd, is bovendien niet aan verdachte en zijn medeverdachte te danken. Het slachtoffer werd na het geweld achtergelaten, zonder dat hulp werd ingeschakeld of dat verdachte of zijn medeverdachte zich om zijn toestand hebben bekommerd. Er is sprake geweest van buitensporig geweld, waarvoor bovendien geen enkele aanleiding bestond.

Daar komt bij dat het steekincident op straat plaatsvond, waarbij omstanders getuige waren van het geweld of geconfronteerd werden met de gevolgen ervan.

Gelet op de ernst van het feit is enkel een langdurige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van de duur van deze straf zoekt de rechtbank aansluiting bij de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarbij houdt de rechtbank er rekening mee dat uit het dossier blijkt dat er – afgezien van ontsierende littekens – geen blijvend invaliderend letsel is ontstaan bij slachtoffer, maar daar staat tegenover dat sprake is van medeplegen, meermalen steken, het gebruik van twee gevaarlijke voorwerpen en het hulpeloos achterlaten van het slachtoffer.

Alles afwegende ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie. De rechtbank zal een gevangenisstraf van vijf jaar opleggen. Reeds gelet daarop is het opleggen van bijzondere voorwaarden niet aan de orde, omdat het opleggen van een deels voorwaardelijke straf (met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden) alleen mogelijk is bij gevangenisstraffen tot maximaal vier jaar. De tijd die verdachte in verzekering gesteld is geweest en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal daarop in mindering worden gebracht.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 45, 47 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren; en

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. Arts (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A. van Leeuwen
  • mr. S. Jansen

Griffier

  • mr. L.H.M. van Keulen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?