ECLI:NL:RBGEL:2026:3317

ECLI:NL:RBGEL:2026:3317

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer 11845532
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Geschil eindafrekening arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11845532 \ CV EXPL 25-6529

Vonnis van 18 maart 2026

in de zaak van

[naam eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. A.O.C.A. van Schravendijk ,

tegen

SOUND & SOUL ARNHEM B.V.,

te Arnhem,

gedaagde partij,

hierna te noemen: S&S,

gemachtigde: [gemachtigde ] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 september 2025 en de daarin genoemde processtukken;

- de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] treedt op 1 augustus 2021 in dienst bij de eenmanszaak van [gemachtigde ] h.o.d.n. Sound & Soul foodbar in de functie van souschef voor 40 uur per week. Op

1 augustus 2022 wordt zijn dienstverband aangepast naar 24 uur per week.

De eenmanszaak van [gemachtigde ] h.o.d.n. Sound & Soul foodbar wordt omgezet naar een besloten vennootschap S&S. Het derde jaar werkt [eiser] voor S&S op basis van een nul-urencontract.

Vanaf 1 augustus 2024 werkt [eiser] 12 uur per week en vanaf 16 september 2024 voor 16 uur per week, laatstelijk tegen een uurloon van € 15,00 bruto, vermeerderd met 8% vakantietoeslag.

Eind april 2025 zegt [eiser] de arbeidsovereenkomst op met als laatste werkdag 31 mei 2025.

3. Het geschil

[eiser] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van S&S tot betaling van:

een bedrag van € 319,95 bruto aan wettelijke verhoging van 50% over de vakantietoeslag van 2023-2024 van € 639,89, vermeerderd met rente;

de wettelijke rente over de vakantietoeslag 2023-2024 van € 639,89 bruto vanaf

1 juni 2024;

3. een bedrag van € 1.086,88 bruto, inclusief vakantiegeld, aan onterecht ingehouden 65,98 uur;

4. een bedrag van € 431,73 bruto aan vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren, vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente vanaf 1 juni 2025;

5. de proceskosten en nakosten.

[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat S&S tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting. S&S heeft onterecht 65,98 uren in mindering gebracht op de loonstrook van mei 2025 en zij heeft 26,65 niet-genoten vakantie-uren (nog) niet uitbetaald. Daarnaast moet zij nog de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het vakantiegeld 2023-2024 betalen, omdat zij deze te laat heeft betaald. Ondanks diverse betalingsherinneringen heeft [eiser] deze bedragen niet betaald.

S&S voert verweer. S&S concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] .

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Wettelijke verhoging en rente over vakantietoeslag 2023-2024

Het eerste geschilpunt tussen partijen betreft de vraag of S&S de wettelijke verhoging van 50% over een bedrag van € 639,89 aan vakantietoeslag voor het jaar 2023-2024, zijnde een bedrag van € 319,95, aan [eiser] moet betalen. Tussen partijen staat vast dat S&S het vakantiegeld over het jaar 2023-2024 pas op 1 juni 2025 aan [eiser] heeft betaald. S&S verzoekt om afwijzing of matiging van de wettelijke verhoging. Zij voert daartoe aan dat zij het vakantiegeld niet opzettelijk te laat heeft betaald. Dit was een fout van haar boekhouder.

De kantonrechter oordeelt dat voor de verschuldigdheid van de wettelijke verhoging

niet vereist is dat de werkgever schuld heeft aan de vertraging. Het gaat er om of deze vertraging hem is toe te rekenen. Dat is hier het geval. Door een fout van de boekhouder, die in de risicosfeer van S&S ligt, heeft S&S de vakantietoeslag te laat betaald aan [eiser] . Verder ziet de kantonrechter in de gegeven omstandigheden geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen. De kantonrechter wijst daarom het gevorderde bedrag van € 319,95 bruto toe.

Op grond van de wet moet S&S ook wettelijke rente betalen over de bedragen die te laat betaald zijn (artikel 6:119 BW). S&S heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de verschuldigdheid van de wettelijke rente. De kantonrechter wijst daarom de wettelijke rente toe over een bedrag van € 639,89 bruto aan vakantietoeslag vanaf 1 juni 2024 tot 1 juni 2025.

Min-uren en wachtdagen

Tussen partijen is ook in geschil of S&S onterecht min-uren (waaronder wachtdagen voor ziekte) in mindering heeft gebracht bij de eindafrekening en zo ja, of zij deze aan [eiser] moet uitbetalen. Bij de beantwoording daarvan geldt als uitganspunt dat op grond van artikel 7:628 lid 1 BW de werkgever verplicht is het loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij dat geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer dient te komen. Deze bepaling ziet op de vraag wie het risico draagt voor niet verrichte arbeid en legt dit risico in beginsel bij de werkgever. Daarbij komt dat het de verantwoordelijkheid van de werkgever is dat het overeengekomen aantal uren gewerkt wordt. Dit betekent dat werkgever de werknemer moet aanspreken op het maken van te weinig uren. Voornoemd artikel is van dwingend recht. Dat betekent dat partijen niet door middel van andere afspraken van deze bepaling mogen afwijken.

De kantonrechter is van oordeel dat S&S de gevorderde min-uren moet uitbetalen.

S&S voert aan dat bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst met [eiser] mondeling is afgesproken dat opgebouwde min-uren moesten worden ingehaald en dat plus-uren zouden worden uitbetaald. Deze afspraken heeft hij met [eiser] gemaakt, omdat hij bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst al had voorzien dat [eiser] min-uren zou gaan maken.

S&S wenst terecht dat [eiser] de uren waarvoor hij betaald wordt, ook daadwerkelijk werkt. Maar het ligt als goed werkgever op haar weg, ter bescherming van haar werknemers waaronder [eiser] , om hier actief op aan te sturen. Als dit niet of onvoldoende gebeurt, dan komt dat voor haar rekening en risico. Onvoldoende is gebleken dat S&S [eiser] heeft gewezen op de min-uren, noch dat hij deze uren zou moeten inhalen of dat hem is verteld dat deze eventueel verrekend zouden gaan worden. Ook blijkt nergens uit dat partijen de door S&S aangevoerde afspraken hebben gemaakt over de min-uren. Volgens [eiser] is bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wel gesproken over de omstandigheid dat als er minder uren zou worden gewerkt dan de contractueel overeengekomen uren, maar zijn daar geen duidelijke en definitieve afspraken over gemaakt. Dit leidt tot de conclusie dat S&S geen min-uren bij de eindafrekening in mindering mag brengen.

Het voorgaande leidt ertoe dat S&S onterecht min-uren en wachtdagen in mindering heeft gebracht. Het gevorderde bedrag van € 1.086,88 bruto, berekend over 65,98 min-uren inclusief vakantietoeslag, wordt toegewezen.

Niet-genoten vakantie-uren

[eiser] vordert ook een vergoeding van € 431,73 bruto aan 26,65 uur aan niet-genoten vakantie-uren. Tussen partijen staat vast dat [eiser] bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog 26,65 uur had aan niet-genoten vakantie-uren. S&S heeft deze uren verrekend met min-uren en wachtdagen. Zoals in r.o. 4.4. tot en met 4.6. is geoordeeld heeft S&S onterecht min-uren in mindering gebracht. Het gevorderde bedrag wordt daarom toegewezen.

[eiser] vordert dat laatstgenoemd bedrag van € 431,73 bruto wordt vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025. De wettelijke verhoging wordt toegewezen als gevorderd. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden geen aanleiding om deze te matigen. Tegen de gevorderde wettelijke rente heeft S&S geen afzonderlijk verweer gevoerd. Vanwege de te late betaling is S&S deze verschuldigd vanaf 1 juni 2025 tot de dag van volledige betaling.

Proceskosten

S&S wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal S&S niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

90,00

- salaris gemachtigde

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

108,50

Totaal

632,50

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt S&S om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 319,95 bruto aan wettelijke verhoging over de vakantietoeslag 2023-2024, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 639,89 bruto, met ingang van 1 juni 2024, tot 1 juni 2025,

veroordeelt S&S om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.086,88 bruto aan min-uren,

veroordeelt S&S om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 431,73 bruto aan niet-genoten vakantie-uren, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% vanaf 1 juni 2025, en vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 431,73 bruto, met ingang van 1 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt S&S in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

47414 / 68707

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0720 VAAN-AR-Updates.nl 2026-0720
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand