RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-407797-24
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beslissing van de meervoudige kamer ingevolge artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
betreffende de veroordeelde
[veroordeelde]
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op [adres] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in P.I. [verblijfplaats] ,
Raadsman: mr. J.G. Roethof, advocaat in Arnhem.
De procedure
Bij vonnis van deze rechtbank van 7 april 2025 is aan veroordeelde de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar opgelegd (hierna te noemen: ISD-maatregel). Bij verzoekschrift van 15 november 2025 is namens veroordeelde verzocht om een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van tenuitvoerlegging van de maatregel.
Het onderzoek ter terechtzitting
Op de openbare terechtzitting van 16 februari 2026 zijn gehoord:
- veroordeelde;
- mr. N. Pershad, raadsvrouw, namens mr. J.G. Roethof.;
- de deskundige mevrouw [casemanager] , senior casemanager PI [verblijfplaats] en
- de officier van justitie.
Het standpunt van veroordeelde
Veroordeelde meent dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel niet langer is vereist, aangezien hij géén gevaar (meer) vormt voor de maatschappij en omdat de doelstellingen, te weten het voorkomen van recidive, behandeling van verslavings- en psychische problematiek en beveiliging van de maatschappij tegen veelplegerij, inmiddels naar eigen zeggen zijn behaald.
Op zitting heeft de raadsvrouw nader toegelicht dat de trajecten die worden besproken niet meer passend zijn voor veroordeelde. Veroordeelde wil naar [instelling 1] en is van mening dat het beveiligingsniveau daar voldoende is. Er is sprake van een discrepantie tussen de wens van veroordeelde en het advies van de P.I., waardoor de ISD stagneert. Als het verzoek wordt toegewezen kan veroordeelde met een WLZ indicatie terecht bij [instelling 1] .
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de ISD-maatregel voort te zetten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij op basis van de ISD-rapportage en wat ter zitting naar voren is gekomen tot de conclusie komt dat voortzetting noodzakelijk is. Er is sprake van een hoog recidiverisico en dit is nog onvoldoende beperkt om veroordeelde al terug te laten keren in de maatschappij. Bovendien worden er binnen het kader van de ISD-maatregel mogelijkheden gezien om het recidiverisico verder te beperken.
De beoordeling
Volgens artikel 38m, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht strekt de ISD-maatregel tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive. De rechter beëindigt de maatregel indien hij naar aanleiding van de inlichtingen over de noodzaak van de voortzetting van de maatregel van oordeel is dat de verdere tenuitvoerlegging niet langer is vereist.
Daarbij dient het volgende beslissingskader te gelden. Allereerst moet worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt. Daarbij is de bescherming van de maatschappij het primaire doel van de maatregel en derhalve van doorslaggevende betekenis.
Uit de tussentijdse ISD rapportage van 2 februari 2026 en de ter terechtzitting gegeven toelichting daarop door de deskundige, leidt de rechtbank het volgende af. De ISD-maatregel is op 23 april 2025 aangevangen. Veroordeelde verblijft sinds 1 mei 2025 op de ISD-afdeling van de PI [verblijfplaats] . Veroordeelde laat een zeer wisselende houding zien, maar is nu al een aantal weken stabiel. Hij heeft de afgelopen maanden meer probleembesef laten zien, maar er heeft nog geen klinische opname of intramuraal een geslaagde behandeling plaatsgevonden. In eerste instantie was hij aangemeld voor de ART, maar hier wilde hij uiteindelijk niet aan deelnemen, eind september had hij zich bedacht en wilde opnieuw deelnemen aan de ART. Hij schatte in dit toch nodig te hebben, gezien het feit dat hij soms zijn frustraties op een verkeerde manier kwijt wil. Veroordeelde loopt tegen zaken aan, waardoor hij op zichzelf is gaan reflecteren en beseft dat hij hier wat mee wil. Veroordeelde staat alleen open voor een klinische opname bij [instelling 1] . Er is onderzocht of hij daar naartoe kon maar dat is (nog) niet mogelijk gezien zijn problematiek en het beveiligingsniveau.
Veroordeelde is aangemeld bij FVK [instelling 2] , maar is weer van de wachtlijst gehaald nadat twee intake gesprekken niet zijn doorgegaan omdat veroordeelde niet wilde. Uit het reclasseringsrapport en de conclusie na de observatieperiode is gebleken dat een klinische behandeling als vereist wordt gezien, doordat veroordeelde in het verleden heeft laten zien zonder interventies zijn leven niet op orde te kunnen houden. Veroordeelde heeft aangegeven ervoor open te staan om diagnostiek intramuraal te doen. De mogelijkheden worden hiervoor onderzocht.
Wanneer de maatregel zal worden beëindigd, ontbreekt de noodzakelijke structuur die van belang is voor goede terugkeer in de maatschappij. Een klinische behandeling lijkt noodzakelijk om aan de verslaving, onderliggende problematiek, gedragsverandering en het verminderen van de risico’s te kunnen werken. Wanneer de maatregel zal worden opgeheven zal de inschatting zijn dat het recidiverisico hoog is. Om de ISD-maatregel te kunnen beëindigen zal het recidiverisico laag moeten zijn. Er zal intern en samen met veroordeelde gekeken worden naar de mogelijkheden voor het behalen van gedragsverandering. Rapporteurs zijn ook van mening dat veroordeelde kan profiteren van een ISD-maatregel. Kortom, het advies is om de maatregel te continueren, zodat veroordeelde met de juiste begeleiding, ondersteuning en het ISD-kader als vangnet op een goede manier kan re-integreren in de maatschappij.
Ter zitting is door de getuige-deskundige – onder meer – naar voren gebracht dat de doelstellingen van de ISD-maatregel nog niet zijn behaald. Het vervolgtraject moet nog nader geconcretiseerd worden. De mogelijkheden voor intramurale behandeling zijn nog niet uitgeput en het ziet ernaar uit dat ingezet gaat worden op behandeling binnen de P.I. Besloten is om eerst de beslissing van de rechtbank op het onderhavige verzoekschrift af te wachten, voordat veroordeelde wordt aangemeld voor behandeling.
De rechtbank constateert op grond van al het voorgaande dat partijen – inclusief de veroordeelde – het erover eens zijn dat behandeling nodig dan wel wenselijk is. Uit de rapportage en hetgeen door mevrouw [casemanager] namens de P.I. op de zitting naar voren is gebracht, blijkt dat er nog klinische behandeling nodig is om het recidiverisico te kunnen beperken, voordat gedacht kan worden aan terugkeer in de maatschappij zonder ISD-maatregel. Veroordeelde heeft ter zitting een positieve houding aangenomen en erkent dat hij nog behandeling nodig heeft. Alleen heeft hij aangegeven slechts te willen meewerken aan behandeling als die bij [instelling 1] plaatsvindt. Dat is echter niet mogelijk gebleken gelet op het beveiligingsniveau. Bij voortzetting van de ISD-maatregel zal worden gekeken naar de mogelijkheden voor behandeling binnen de P.I., waarbij de mogelijkheid wordt open gehouden om een klinische behandeling te starten bij een passende kliniek, indien veroordeelde daarvoor openstaat. De rechtbank is van oordeel dat nadere behandeling is vereist om het recidiverisico te beperken en het thans beëindigen van de maatregel zal leiden tot onveiligheid dan wel overlast van het publieke domein. Er is niet gebleken dat verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol zou zijn, nu er nog voldoende mogelijkheden zijn voor behandeling. Evenmin is, gelet op de houding van veroordeelde, sprake van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol meer is.
Gelet op het vorenstaande en in het licht bezien van het geldende beslissingskader acht de rechtbank noodzakelijk dat de ISD-maatregel wordt voortgezet, alleen al ter voorkoming van onveiligheid, overlast en recidive gedurende de resttijd van de maatregel.
De beslissing
De rechtbank:
beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 7 april 2025 aan [veroordeelde] opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is vereist.