ECLI:NL:RBGEL:2026:3490

ECLI:NL:RBGEL:2026:3490

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer C/05/465107 / KG ZA 26-118
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verzoek in kort geding tot schorsing besluit om een kleine basisschool te sluiten wordt afgewezen. Besluit voldoet aan wettelijke vereisten. Geen verplichting de school over te dragen aan door ouders opgerichte stichting in de zin Wet op het Primair Onderwijs. Geen strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of in acht te nemen zorgvuldigheid/betamelijkheid, geen onrechtmatig handelen van bestuur. Nieuwe stichting en/of ouders geen belanghebbende inde zin van artt. 2:8 en 2:15 BW.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/465107 / KG ZA 26-118

Vonnis in kort geding van 1 mei 2026

in de zaak van

1. STICHTING PRIMAIR ONDERWIJS DE SPRONG,

2. [Ouders 1] ,

3. [Ouders 2] ,

te Altforst, gemeente West Maas en Waal,

hierna te noemen: De Sprong,

hierna te noemen: [Ouders 1] ,

hierna te noemen: [Ouders 2] ,

eisende partijen, hierna gezamenlijk te noemen: De Sprong c.s. en eisers 2 en 3 gezamenlijk te noemen ‘de ouders c.s.’,

advocaat: mr. L.F.B.M. Peeters,

tegen

STICHTING GROEISAAM PRIMAIR ONDERWIJS,

te Druten,

gedaagde partij, hierna te noemen: Groeisaam,

advocaat: mr. V.N. van Waterschoot.

Kern van de zaak

In de kern gaat dit geschil over de vraag of het besluit van de Stichting Groeisaam om per 1 augustus 2026 basisschool De Tweestroom in Altforst te sluiten, mede vanwege de weigering om deze school over te dragen aan de daartoe door ouders opgerichte stichting De Sprong, in kort geding moet worden geschorst omdat Groeisaam in redelijkheid niet tot dit besluit heeft kunnen komen, zulks tot daarover in een bodemprocedure onherroepelijk geworden is beslist.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de niet betekende dagvaarding van De Sprong c.s. met de producties 1 t/m 30;

- de vrijwillige verschijning van Groeisaam;

- de producties 1 t/m 4 aan de zijde van Groeisaam;

- de aanvullende producties 31 t/m 36 aan de zijde van De Sprong c.s.;

- de aanvullende productie 5 aan de zijde van Groeisaam; - de mondelinge behandeling van 10 april 2026;- de pleitnota van De Sprong c.s.;- de pleitnota van Groeisaam.

2. De feiten

De Tweestroom in Altforst (gemeente West Maas en Waal) is een basisschool die al ongeveer 200 jaar bestaat, met een katholieke signatuur. De Tweestroom (hierna: de school) valt onder het bestuur van Groeisaam. [Ouders 1] en [Ouders 2] zijn ouders van kinderen die naar de school gaan.

Sinds 1 oktober 2020 is sprake geweest van de navolgende leerlingenaantallen op de school:

a. 1-10-2020: 47 leerlingen

b. 1-10-2021: 32 leerlingen

c. 1-10-2022: 49 leerlingen (inclusief één schakelklas)

d. 1-10-2023: 50 leerlingen (inclusief één schakelklas)

e. 1-10-2024: 44 leerlingen

f. 1-10-2025: 47 leerlingen

In de schakelklas in 2022 en 2024 zaten telkens ca. 14 leerlingen. Dat zijn leerlingen uit voornamelijk Oekraïne en Syrië. De kinderen uit de schakelklas stromen in beginsel na een jaar uit naar regulier basisonderwijs. Vanwege taal- en onderwijskundige redenen heeft Groeisaam ervoor gekozen die leerlingen, als zij de schakelklas verlaten, over meerdere scholen te spreiden omdat er anders op de school in een klas evenveel leerlingen uit de schakelklas zouden zitten als kinderen die daar niet in hebben gezeten, hetgeen vanwege taal- en onderwijskundige redenen niet gewenst wordt geacht. Inmiddels is er geen schakelklas meer. De afgelopen jaren heeft Groeisaam ca. € 45.000,00 bijgelegd om de school open te houden.

Groeisaam heeft op 24 maart 2021 een Beleid kleine scholen vastgesteld. In dit beleid heeft Groeisaam onder meer de volgende uitgangspunten met betrekking tot de instandhouding kleine scholen vastgelegd:

Groeisaam wil graag bijdragen aan de leefbaarheid van de dorpen/kernen door scholen zoveel mogelijk in stand te houden.

Als ondergrens voor een kleine school hanteert Groeisaam een schoolgrootte van 50 leerlingen. Indien het leerlingaantal hieronder komt, moet bekeken worden in hoeverre hier van een tijdelijke situatie sprake is (op termijn weer groei) of van een structurele situatie. In het laatste geval zal met directie, team en ouders in gesprek worden gegaan over het voortbestaan van de school.

De scholen moeten kwalitatief goed onderwijs bieden conform de Groeisaam kwaliteitsnormen. Vanwege de kwetsbaarheid van de kleine scholen verdienen een aantal aspecten extra aandacht in vergelijking met de overige Groeisaam-scholen. Dit wordt hieronder nader uitgewerkt.

De kleine scholen hebben een onderwijsconcept dat past bij de schoolgrootte. Dit betekent dat er grote nadruk wordt gelegd op het zelfstandig werken en leren, het samenwerken (tussen oudere en jongere leerlingen), het geven van instructies in kleine groepen en gedifferentieerd onderwijs.

Groeisaam zal vanuit het solidariteitsprincipe geld/diensten inzetten om de kleine scholen te behouden, met name in kernen waar het gaat om de ‘laatste’ school, mits de kosten voor de instandhouding van de kleinere scholen niet ten koste gaan van de kwaliteit van de andere Groeisaam-scholen. Een voorwaarde is dat de overheidsfinanciering hiervoor (kleine scholentoeslag) blijft bestaan.

In 2021 laat Groeisaam in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente West Maas en Waal vastleggen dat haar voornemen is de school nog in ieder geval 5 tot 10 jaar open te houden, inclusief realisatie nieuwbouw en onder de voorwaarde dat het geprognosticeerde leerlingaantal hoog genoeg is om een goed sociaal/emotioneel klimaat op school te waarborgen. Volgens de prognose opgenomen in het IHP zijn er in 2021 47 leerlingen, in 2026 44, in 2031 43 en in 2036 43 leerlingen op de school. In het IHP is opgenomen dat hoewel het te verwachten leerlingenaantal niet hoog is, Groeisaam er vanwege de stabiliteit die de prognoses laat zien vertrouwen in heeft dat het sociaal/emotioneel klimaat gewaarborgd is.

In maart 2024 bespreekt het bestuur van Groeisaam met de ouders van de school eventuele nieuwbouw van de school:

[bestuurder] , bestuurder van Groeisaam, LP] is vanavond aanwezig om ons op de hoogte te stellen over eventuele nieuwbouw van de school. Er wordt op dit moment een prognose opgesteld over het leerlingenaantal voor de komende jaren. Dit is belangrijk om te bepalen hoe groot de eventuele nieuwbouw moet worden, maar ook voor de formatie van de komende jaren. Wanneer deze prognose bekend is, kunnen er concrete plannen gemaakt worden.

In januari 2025 schrijft adviesbureau [Adviesbureau] op verzoek van Groeisaam in een vertrouwelijk rapport het volgende:

De vraag om een scenario-onderzoek naar de toekomst van de scholen kent twee aanleidingen. Enerzijds het huisvestingsvraagstuk, waarbij de scholen nadenken over de visie op samenwerken en samenwonen en de verschillende mogelijkheden hierin. Anderzijds zijn de lage leerlingenaantallen, in combinatie met de zorg om de borging van de onderwijskwaliteit een relevante aanleiding. Dit scenario-onderzoek vindt plaats op directie-, bestuurders- en gemeentelijk niveau.

(…)

Vanuit het perspectief van het behouden van kwalitatief duurzaam (voor langere tijd) onderwijs voor de leerlingen uit Altforst en Appeltern zou fuseren van de scholen de beste optie zijn. Krachten kunnen gebundeld worden, door meer menskracht in de school neemt het risico op kwaliteitsverlies af en is het borgen van een goed sociaal-emotioneel klimaat beter te realiseren. Met andere woorden, meer leerlingen binnen één school zou vanuit verschillende perspectieven een positief effect kunnen hebben.

(…)

Dit maakt dat voorlopig in ieder geval scenario 1, het in stand houden van beide scholen in Altforst en Appeltern het hoogst haalbare is. Dit heeft als consequentie dat de onderwijskwaliteit onder druk blijft staan en er ten koste van andere scholen geïnvesteerd moet worden in de scholen. Daarnaast staat de personeelsbezetting onder druk. Het terugvalscenario is dan scenario 4, waarbij een schoolbestuur uiteindelijk toch moet overgaan tot sluiten van een school.

Op 3 oktober 2025 laat Groeisaam de medezeggenschapsraad weten dat zij overweegt de school te sluiten.

Groeisaam heeft adviesbureau [Adviesbureau 2] ingeschakeld om een (vervolg)onderzoek te doen naar het zelfstandig voortbestaan van de school. [Adviesbureau 2] concludeert in een notitie van 30 september 2025:

Om De Tweestroom in stand te houden, moet de school op grond van het beleid voor kleine scholen op korte termijn vijftig leerlingen tellen. De verschillende prognoses wijzen er niet op dat dit een reële ontwikkeling is. Ook vanuit het oogpunt van woningbouw en gebiedsontwikkeling is onvoldoende zicht op groei in het aantal leerlingen. Er is geen uitzicht op realisatie van de in het IHP toegezegde nieuwbouw. Er zijn bovendien grote zorgen over de onderwijskwaliteit en de onderwijsresultaten en niet in het minst over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Het hoge verloop onder het lerarenteam vergroot de risico's voor de onderwijskwaliteit.

(…)

Op dit moment zijn er onderwijskundige, sociaal-emotionele, getalsmatige en financiële bezwaren tegen het zelfstandig voortbestaan van De Tweestroom. Bezien vanuit de prognoses, de criteria van de stichting en gelet op de financiële situatie van de school lijkt het zelfstandig voortbestaan van de school geen reëel en duurzaam toekomstscenario te zijn.

In haar de conclusie van de notitie van 30 september 2025 schrijft [Adviesbureau 2] :

Opheffen van de school

Stellingname: gelet op de conclusies bij de voorgaande scenario's blijft het scenario van het opheffen van de school over. Na jaren van investeringen in de school door medewerkers, ouders en de stichting Groeisaam lijkt de onvermijdelijke conclusie voor het bestuur van Groeisaam om over te gaan tot opheffing van De Tweestroom.

Op 3 november 2025 stuurt Groeisaam een brief aan alle ouders van leerlingen van de school waarin wordt medegedeeld dat Groeisaam het voornemen heeft de school te sluiten. In deze brief staat onder meer het volgende:

Waarom dit moeilijke besluit?

Al een aantal jaren heeft De Tweestroom te maken met een dalend aantal leerlingen. Helaas laten voorspellingen zien dat dit zo zal blijven. Een kleine school brengt grote uitdagingen met zich mee:

● Voor de kinderen: Met steeds minder leerlingen wordt het lastiger om groepen te vormen met genoeg leeftijdsgenootjes. Dit heeft invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, omdat vriendschappen en samen van en met elkaar leren zo belangrijk zijn.

● Voor het onderwijs: Het is steeds moeilijker om, zeker in een tijd van lerarentekorten, personeel te vinden dat les kan geven aan een groep met veel verschillende leeftijden. Dit zorgt voor een hoge werkdruk bij het team en zet de kwaliteit en stabiliteit van het onderwijs onder druk.

● Voor de school: De school heeft financieel extra steun nodig om rond te komen, en dit is op de lange termijn geen houdbare situatie.

We hebben zorgvuldig gekeken naar verschillende mogelijkheden voor de toekomst van basisschool De Tweestroom. Van zelfstandig doorgaan tot een mogelijke samenwerking of samenvoeging met een andere school in de regio. Helaas is uit het onderzoek gebleken deze opties niet haalbaar zijn. Bij deze brief vindt u een samenvatting van het onderzoek, voor wie hier graag meer over wil lezen.

De medezeggenschapsraad houdt tussen 14 en 21 november 2025 een enquête onder alle ouders. De 24 respondenten, op in totaal 28 ouderparen waarvan 4 niet hebben gereageerd, zijn tegen sluiting. De medezeggenschapsraad adviseert op 8 december 2025 positief ten aanzien van het besluit tot sluiting.

De Sprong is op initiatief van enkele ouders en andere betrokkenen opgericht op 10 december 2025. De Sprong richt diezelfde dag het verzoek aan Groeisaam tot overdracht van de school aan De Sprong. Partijen hebben daarna diverse malen contact.

De Sprong heeft een schoolplan opgesteld en het plan laten toetsen door CPS, onderwijsontwikkeling en advies. CPS heeft het plan beoordeeld als in overeenstemming met de wet en de deugdelijkheidseisen.

Groeisaam heeft vervolgens adviesbureau [Adviesbureau 3] ingeschakeld voor een second opinion teneinde de wenselijkheid van de verzochte overdracht te beoordelen. [Adviesbureau 3] concludeert, samengevat, dat overdracht kan en mag, maar niet wenselijk is. Het advies van [Adviesbureau 3] aan Groeisaam is om in lijn met het eigen beleid niet mee te werken aan het in stand houden van een school die onderwijskundig en pedagogisch niet toekomstbestendig georganiseerd kan worden op basis van de huidige context en ontwikkelingen in de toekomst voor zover die in beeld te brengen zijn. Het risico is volgens [Adviesbureau 3] voor de leerlingen te groot.

Op 27 februari 2026 bericht Groeisaam aan De Sprong dat zij niet in gaan op het verzoek tot bestuursoverdracht.

3. Het geschil

De Sprong c.s. vordert, samengevat, dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:

het besluit van Groeisaam d.d. 3 november 2025, althans 27 februari 2026 tot sluiting van De Tweesprong schorst totdat een gerechtelijke uitspraak ter zake formele rechtskracht zal hebben;

Groeisaam verbiedt een nieuw besluit tot sluiting te nemen totdat een gerechtelijke uitspraak ter zake formele rechtskracht zal hebben;

Groeisaam verbiedt de school daadwerkelijk te sluiten totdat een gerechtelijke uitspraak ter zake formele rechtskracht zal hebben;

Groeisaam verbiedt stappen te zetten die het openhouden van de school of haar overdracht bemoeilijken totdat een gerechtelijke uitspraak ter zake formele rechtskracht zal hebben;

Groeisaam gebiedt de stappen die zij heeft gezet en die leiden tot sluiting binnen één week na datum van het vonnis ongedaan te maken;

Groeisaam gebiedt ouders en andere stakeholders binnen één week na datum van het vonnis actief te informeren over haar handelen ter uitvoering van (i) tot en met (v);

Groeisaam veroordeelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 100.000,00 (zegge: honderdduizend euro), althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen som voor elke beslissing of handeling van Groeisaam die in strijd is met de verboden als bedoeld onder (i) t/m (iv) hierboven;

Groeisaam veroordeelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen som voor elke dag dat Groeisaam na verstrijken van de termijn niet zal hebben voldaan aan het gebod als bedoeld onder (v) en (vi) hierboven;

Groeisaam veroordeelt in de kosten van dit geding, inclusief nakosten, een en

ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval de voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening.

Groeisaam voert verweer. Groeisaam concludeert tot niet-ontvankelijkheid van De Sprong c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van De Sprong c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van De Sprong c.s. in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat De Sprong c.s. daarbij een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat, vooruitlopend daarop, toewijzing daarvan gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, kan ook mede afhangen van de afweging van de belangen van partijen.

Spoedeisend belang

Het spoedeisend belang van De Sprong c.s. is niet betwist en volgt uit de aard van de vorderingen nu Groeisaam het besluit heeft genomen om de school per 1 augustus 2026 te sluiten.

De Sprong is niet-ontvankelijk voor zover zij stelt op te komen voor de belangen van het merendeel van ouders, als bedoeld in artikel 3:305a BW

Voor het eerst ter zitting heeft De Sprong c.s. het standpunt ingenomen dat De Sprong (tevens) handelt in hoedanigheid van een (claim)stichting in de zin van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit is een andere hoedanigheid dan de hoedanigheid die De Sprong in de dagvaarding stelt te hebben. In de dagvaarding stelt zij dat zij de hoedanigheid heeft van een stichting als bedoeld in artikel 55 Wet op het Primair Onderwijs (WPO). In die hoedanigheid meent De Sprong dat Groeisaam in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten de school te sluiten, en ook in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren de school over te dragen. Uitgangspunt is dat een partij in de loop van een procedure niet in een andere hoedanigheid kan gaan optreden dan die waarin zij haar vordering bij aanvang van de procedure heeft ingesteld. Dit vloeit voort uit de eisen van een goede procesorde. Bovendien heeft De Sprong niet gesteld dat zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 3:305a BW, bijvoorbeeld dat zij op grond van haar statuten belangenbehartiging van ouders ten doel heeft. Die stelling zou overigens ook in strijd zijn met het standpunt dat De Sprong een stichting is zoals bedoeld in artikel 55 WPO. Op grond van dat artikel dient de stichting immers blijkens haar statuten ‘het geven van onderwijs’ als doel te hebben. Het standpunt dat De Sprong door het (willen) overnemen van de school feitelijk de belangen van (het merendeel van) de ouders van de leerlingen van de school behartigt, maakt haar nog niet tot een stichting die op grond van artikel 3:305a BW bevoegd is om een rechtsvordering in te stellen die strekt tot bescherming van de belangen van ouders die een zelfde of gelijksoortig belang hebben. Daarom wordt De Sprong, voor zover zij stelt op te komen voor de gelijksoortige belangen van (het merendeel van) de ouders, niet-ontvankelijk verklaard. De Sprong is wel ontvankelijk in haar hoedanigheid van stichting als bedoeld in artikel 55 WPO.

Grondslag van de vordering – standpunt De Sprong c.s.

De Sprong c.s. vordert in de kern als voorlopige voorziening dat de voorzieningenrechter het besluit van Groeisaam van 3 november 2025, althans het besluit van 27 februari 2026 tot sluiting van de school schorst, Groeisaam verbiedt tot sluiting over te gaan en een nieuw besluit tot sluiting te nemen, zulks totdat een rechterlijke (bodem)uitspraak formele rechtskracht zal hebben. De Sprong c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Groeisaam in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen de school te sluiten en in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren de school over te dragen aan De Sprong.

Voor zover De Sprong c.s. stelt dat Groeisaam in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren de school aan haar over te dragen, beroept zij zich ter onderbouwing van dit standpunt op bepalingen uit de Wet Medezeggenschap op scholen (WMS) en/of op bepalingen uit de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Volgens De Sprong c.s. moet het verzoek c.q. voorstel van de ouders om de school over te dragen aan De Sprong gelijk worden gesteld met een door de medezeggenschapsraad gedaan voorstel voor een alternatief, als uitoefening van haar initiatiefrecht op grond van artikel 6 lid 2 WMS. In geval de medezeggenschapsraad een alternatief voorstel voor sluiting doet, had op grond van de WMS getoetst moeten worden of Groeisaam bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit om de school niet over te dragen aan De Sprong heeft kunnen komen. Die vraag zou (in een bodemprocedure) ontkennend beantwoord moeten worden, zodat om die reden de vorderingen in dit kort geding moeten worden toegewezen, aldus De Sprong c.s.

De Sprong c.s. wijst verder op artikel 148 lid 2 WPO waarin is geregeld dat als een bestuur van een openbare bassischool tot sluiting wenst over te gaan, maar de gemeenteraad beslist dat ze de school wenst te handhaven, het bestuur verplicht is de school aan de betreffende gemeente over te dragen. De Sprong c.s. stelt dat deze bepaling naar analogie dient te worden toegepast in de onderhavige situatie waarin sprake is van een besluit tot opheffing van een bijzondere school.

Tot slot stelt de Sprong c.s. dat de weigering de school over te dragen aan De Sprong in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die Groeisaam jegens de ouders en/of De Sprong in acht heeft te nemen. Jegens de ouders c.s. op grond van de (fictieve) onderwijsovereenkomst en de daaraan verbonden zorgplicht van het bestuur jegens de ouder, en jegens zowel de ouders c.s. als De Sprong omdat de weigering dermate in strijd is met de in acht te nemen maatschappelijke betamelijkheid dat de weigering tot overdracht van de school over te gaan onrechtmatig is.

De Sprong c.s. voert ter onderbouwing aan dat Groeisaam alleen haar eigen besluit en visie tot uitgangspunt neemt en geen rekening houdt met wat redelijk is met betrekking tot de voortzetting van de school, waaronder het belang van behoudt van de leefbaarheid van Alforst. De Sprong c.s. stelt verder dat de school bovendien ook uitgaande van het eigen beleid van Groeisaam open moet blijven, omdat het besluit is gebaseerd op onjuiste feiten. Bij het nemen van het besluit is namelijk van een onjuiste leerlingenprognoses en een onjuist belangstellingsprecentage uitgegaan, ouders is geen reële mogelijkheid geboden een alternatieve oplossing aan de voorwaarden van Groeisaam te laten voldoen als gevolg van disfunctioneren van de medezeggenschapsraad, Groeisaam heeft de sluiting niet tijdig aangekondigd. Groeisaam heeft voorts tot november 2025 de verwachting gewekt dat de school open zou blijven. Dit alles maakt dat Groeisaam in redelijkheid niet het besluit tot sluiting per 1 augustus 2026 heeft kunnen nemen.

Grondslag van de vordering – standpunt Groeisaam

Groeisaam betwist dat zij op enige grond gehouden is of kan zijn om de school aan De Sprong over te dragen. Zij kan niet gehouden worden mee te werken aan voortzetting van een school die zij zelf om meerdere redenen niet levensvatbaar vindt, te weten vanwege financiële gevolgen (er moet jaarlijks ca € 45.000,- bijgelegd worden ten koste van andere scholen), de onderwijskwaliteit en het sociaal-emotionele kwaliteit die onder druk staan, het grote verloop in het docententeam en de verwachte leerlingenaantallen op de middellange en langere termijn.

Het besluit is tot sluiting is rechtsgeldig genomen, met instemming van de medezeggenschapsraad en nadat de ouders zijn gehoord en is niet in strijd met haar eigen beleid. Bijstelling van de prognose van de leerlingenaantallen, omdat er vermoedelijk iets meer woningen (62 in plaats van 53) in Altforst gebouwd gaan worden dan waarvan is uitgegaan, leidt op termijn tot een correctie van ca. twee leerlingen meer. De gemeente heeft het landelijk gerenommeerde bureau xxllnc (Pronexus) in 2025 opdracht gegeven de actuele prognoses te bereken. In mei 2025 zijn die geprognotiseerd op 39 leerlingen in 2040. Met twee leerlingen meer komt de prognose uit op 41 leerlingen in 2024, nog steeds ver onder de norm van het beleid van Groeisaam. Als, zoals door De Sprong c.s. is gesteld, een correctie moet plaatsvinden door leerlingen uit de schakelklassen mee te nemen in de berekening van het zogeheten belangstellingspercentage, leidt dat tot een toename van zes leerlingen.

In totaal leidt correctie vanwege meer te bouwen nieuwbouwwoningen en correctie met leerlingen uit de schakelklas tot maximaal acht leerlingen meer, waardoor de prognose van leerlingenaantallen van 39 naar 47 leerlingen gaat. Dat is nog steeds minder dan de 50 leerlingen die Groeisaam in beginsel als ondergrens hanteert. Kortom, correctie leidt er niet toe dat de prognose voor leerlingenaantallen op middellange en lange termijn structureel boven de 50 komen.

Is de weigering van Groeisaam de school over te dragen grond voor schorsing van het besluit tot sluiting school - oordeel van de voorzieningenrechter

Voor beantwoording van de vraag of het besluit van Groeisaam om de school te sluiten geschorst moet worden omdat Groeisaam in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren de school over te dragen, moet allereerst beoordeeld worden of het aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat Groeisaam gehouden is om, als zij de school zelf niet langer wil openhouden, deze aan De Sprong over te dragen. Daarom moet onderzocht worden of er enige wettelijke grondslag is op basis waarvan Groeisaam in een bodemprocedure verplicht kan worden om de school over te dragen aan De Sprong. Als die er niet is, is er geen grond om de vorderingen toe te wijzen omdat de school had moeten worden overgedragen aan De Sprong. Deze vraag zal hierna eerst beoordeeld worden (ro. 4.8 tot en met 4.14). Vervolgens zal beoordeeld worden of de vorderingen toegewezen moeten worden omdat Groeisaam, daargelaten de mogelijke overdracht aan De Sprong, in redelijkheid het besluit tot sluiting niet heeft kunnen nemen (ro. 4.15 tot en met 4.19).

De WMS biedt geen grondslag voor een verplichting tot overdracht

De wettelijke bepalingen van de WMS waarop De Sprong c.s. een beroep doet, geven geen recht aan de ouders c.s. en/of De Sprong op aantasting van het besluit tot sluiting omdat de school aan De Sprong had moeten worden overgedragen. De WMS regelt immers de rechten van de medezeggenschapsraad. Deze heeft gebruik gemaakt van haar instemmingsrecht en instemming gegeven. De omstandigheid dat de ouders zich daarbij door de medezeggenschapsraad niet goed vertegenwoordigd voelen, maakt het voorgaande niet anders. De ouders noch De Sprong kunnen zelfstandig rechten aan de WMS ontlenen. Evenmin is, voorshands oordelend, aannemelijk dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat de regeling in de WMS in dit geval naar analogie moet worden toegepast en een grondslag biedt om te oordelen dat Groeisaam gehouden is om de school over te dragen aan De Sprong. Een andersluidend oordeel zou ook tot ondermijning van de positie van de medezeggenschapsraad leiden.

De WPO biedt ook geen grondslag voor een verplichting tot overdracht

Ook het beroep op de WPO, in het bijzonder artikel 148 WPO en/of 56 WPO, slaagt niet omdat die regeling specifiek ziet op openbaar onderwijs en een vergelijkbare verplichting niet in de wet is opgenomen voor bijzonder onderwijs. De ouders en De Sprong kunnen ook aan deze wet niet rechtstreeks rechten ontlenen. Deze regeling met betrekking tot openbaar onderwijs, die een bestuur van een openbare school in geval van voorgenomen sluiting verplicht de school over te dragen aan een gemeente als de gemeenteraad tot voortzetting wil overgaan, is onder meer ingegeven vanwege de op de gemeenten rustende verplichting om voor voldoende openbaar onderwijs zorg te dragen, bijvoorbeeld in geval binnen een straal van 10 km geen school is. Die verplichting geldt niet bij scholen binnen het bijzonder onderwijs. Evenmin heeft De Sprong in dit kader een met een gemeente vergelijkbare positie zodat, voorshands oordelend, niet aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat Groeisaam op grond van de WPO gehouden kan zijn de school aan De Sprong over te dragen.

Ook de redelijkheid en billijkheid en/of maatschappelijke betamelijkheid bieden geen grondslag voor een verplichting tot overdracht

Voor zover De Sprong c.s. zich beroept op de door Groeisaam bij haar genomen besluit in acht te nemen redelijkheid en billijkheid en/of maatschappelijke betamelijkheid wordt hierna onderscheid gemaakt in de rechtsverhouding van Groeisaam jegens De Sprong en die van Groeisaam jegens de ouders c.s.

De redelijkheid en billijkheid en/of maatschappelijke betamelijkheid biedt geen grondslag voor een verplichting tot overdracht – in rechtsverhouding tussen Groeisaam en De Sprong

Anders dan De Sprong c.s. stelt, is voorshands oordelend, geen sprake van onrechtmatig handelen door Groeisaam jegens De Sprong als bedoeld in artikel 6:162 BW. De omstandigheid dat De Sprong de belangen van (het merendeel) van de ouders beoogt te behartigen, maakt De Sprong zelf nog geen belanghebbende jegens Groeisaam. Groeisaam handelt dan ook niet jegens De Sprong onrechtmatig door het besluit de school te sluiten en evenmin door te besluiten de school niet over te dragen aan De Sprong. Met dat besluit handelt Groeisaam jegens De Sprong niet in strijd met enige op haar rustende wettelijke verplichting of in strijd met de door haar jegens De Sprong in het maatschappelijke verkeer in acht te nemen maatschappelijke betamelijkheid. Anders dan De Sprong c.s. (kennelijk) stelt, leidt het wettelijke kader van de WMS en/of WPO niet tot normering of invulling van het toetsingskader van het handelen van Groeisaam (lees: de weigering de school over te dragen) jegens De Sprong.

De redelijkheid en billijkheid en/of maatschappelijke betamelijkheid biedt geen grondslag voor een verplichting tot overdracht – in de rechtsverhouding tussen Groeisaam en de ouders

Jegens de ouders heeft Groeisaam wel een zorgplicht. Volgens vaste rechtspraak moet het handelen van Groeisaam jegens de ouders worden beoordeeld naar de norm van hetgeen van een redelijk handelend en redelijk bekwaam onderwijsinstituut mag worden verwacht. Het standpunt van De Sprong c.s. houdt in dat op basis van deze norm Groeisaam het door de ouders aangedragen verzoek om de school over te dragen aan De Sprong alleen mag weigeren op redelijke gronden. De zorgplicht van Groeisaam jegens de ouders gaat echter niet zover dat Groeisaam, zonder expliciete wettelijke grondslag, verplicht kan worden om de school over te dragen aan een door de ouders c.s. voorgedragen stichting. Ook hier geldt dat, anders dan De Sprong c.s. (kennelijk) stelt het wettelijke kader van de WMS en/of WPO niet leidt tot normering of invulling van het toetsingskader van het handelen van Groeisaam (lees: de weigering de school over te dragen) jegens de ouders c.s.

Hoezeer invoelbaar is dat de ouders voor deze weigering geen begrip kunnen opbrengen en de impact van het sluiten van de school voor de ouders en het dorp Altforst zonder meer groot is, is dat niet een belang dat Groeisaam verplicht is te behartigen door de school over te dragen aan De Sprong. Deze verplichting ontstaat evenmin omdat Groeisaam op basis van haar eigen beleid (mede) wil bijdragen aan de leefbaarheid van dorpen/kernen door scholen zoveel mogelijk in stand te houden.

Voor de vraag of een besluit op grond van artikel 2:15 BW vernietigd kan worden omdat het besluit is in strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist, geldt eveneens de norm of het besluit in redelijkheid genomen had kunnen worden. Voor zover de ouders c.s. zich hierop heeft willen beroepen, deze grondslag is door hen niet aangevoerd, geldt het volgende. In artikel 2:8 BW staat (lid 1) dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken zich moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd en dat (lid 2) een tussen hen geldende regel niet van toepassing is voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De vraag is of ouders in een rechtsbetrekking tot Groeisaam staan als in artikel 2:8 lid 1 BW bedoeld. Daarvoor is vereist dat zij krachtens de wet en de statuten bij Groeisaam zijn betrokken. Voor de ouder c.s. geldt dat zij als contractspartij van Groeisaam geen rechten ontlenen aan artikel 2:8 BW. Hen komt daarom geen beroep toe op artikel 2:15 lid 1 sub b BW. Ook hier geldt dat een ander oordeel er mede toe zou leiden dat de positie van de medezeggenschapsraad, die wel rechten aan artikel 2:8 en 2:15 BW kan ontlenen, wordt ondermijnd.

Conclusie: de weigering van Groeisaam de school over te dragen is geen grond om de schorsing van het besluit tot sluiting van de school toe te wijzen omdat er geen wettelijke verplichting is die Groeisaam kan verplichten de school over te dragen.

Nu er, voorshands oordelend, geen wettelijke grondslag is op basis waarvan Groeisaam in een bodemprocedure verplicht kan worden om de school over te dragen aan De Sprong, levert de weigering van Groeisaam om de school over te dragen aan De Sprong geen grond op om de vorderingen van De Sprong c.s. in kort geding toe te wijzen. Voor zover de vorderingen op de hiervoor besproken gronden zijn ingesteld, zullen ze worden afgewezen.

Is het besluit van Groeisaam om de school te sluiten reden voor schorsing - oordeel van de voorzieningenrechter

Vervolgens moet beoordeeld worden of, er van uitgaande dat er geen verplichting tot overdracht van de school aan De Sprong bestaat, het besluit van Groeisaam om de school per 1 augustus 2026 te sluiten toch moet worden geschorst en het Groeisaam verboden moet worden tot sluiting over te gaan en/of tot het nemen van een nieuw besluit tot sluiting over te gaan. Ter zake wordt als volgt overwogen.

Als hiervoor al vermeld is, komt het bezwaar van De Sprong c.s. tegen het besluit tot sluiting er op neer dat bij de prognoses is uitgegaan van onjuiste leerlingenaantallen, de sluiting in strijd is met eigen beleid van Groeisaam dat er juist op is gericht kleine scholen in kernen open te houden, de medezeggenschapsraad geen representatieve afvaardiging van de ouders betrof en Groeisaam tot november 2025 de verwachting heeft gewekt dat de school de komende jaren open zou blijven.

De Sprong heeft geen belang bij de vorderingen tot schorsing c.a., nu zoals hiervoor is overwogen er geen wettelijke verplichting is op grond waarvan Groeisaam gehouden kan worden de school aan De Sprong over te dragen. Zonder eventuele overdracht heeft De Sprong geen enkel belang bij schorsing. Immers zij is in deze procedure geen belangenbehartiger van de ouders in de zin van artikel 3:305a BW (zie hiervoor ro.4.3)

Voor zover de vorderingen door De Sprong zijn ingesteld worden deze bij gebrek aan belang afgewezen.

Voor zover de vordering door de ouders c.s. (eisers 2 en 3) is ingesteld wordt het volgende overwogen. Tussen partijen is niet in geschil dat er door Groeisaam bij het nemen van het besluit tot sluiting is uitgegaan van onjuiste prognoses van de leerlingenaantallen. Deels omdat de gemeente later, nadat de prognoses door xxllnc waren aangeleverd, heeft laten weten dat er niet slecht 59 maar 63 woningen bijgebouwd zullen worden en deels omdat door kinderen uit de schakelklas het belangstellingspercentage wordt vertekend. Het belangstellingspercentage waarmee in de prognoses moet worden gerekend is daarom niet slecht 67/68% maar minstens ca. 73%. Daarom moet ten minste uit worden gegaan van acht leerlingen meer dan in de prognose staat. Bij een dergelijke prognose wordt het door Groeisaam vereiste minimum van 50 leerlingen nog niet gehaald. Volgens de ouders c.s. moet echter uit worden gegaan van een nog hoger belangstellingspercentage (80% in plaats van 73%) door correctie van de schakelklas waardoor er nog eens vier extra leerlingen bijkomen en is bij het berekenen van het aantal leerlingen dat voortvloeit uit de nieuwbouwwoningen van een onjuist aantal uitgegaan waardoor nog zes extra leerlingen in de prognose meegenomen zouden moeten worden. De ouders c.s. komen dan op een prognose van 10 leerlingen meer dan Groeisaam. Deze stelling is evenwel niet met stukken onderbouwd en wordt door Groeisaam betwist. Bovendien zou zelfs in het door De Sprong c.s. geschetste meest voordelige scenario sprake zijn van 57 (39 volgens de prognose + 18 extra volgens De Sprong c.s.) leerlingen in 2040. Hieruit blijkt onvoldoende dat sprake is van een zodanig structurele groei binnen afzienbare tijd dat Groeisaam niet in redelijkheid mocht besluiten om de school te sluiten.

Dat betekent dat er voorshands oordelend geen aanwijzingen zijn dat een correctie van de prognoses van leerlingen aantallen er toe zal leiden dat in een bodemprocedure het besluit van Groeisaam om de school te sluiten, vernietigd zal worden. Ook hetgeen door de ouders c.s. verder is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. Weliswaar heeft Groeisaam lang de verwachting gewekt de school open te zullen houden, maar heeft zij tijdig aan haar wettelijke verplichtingen voldaan door instemming van de medezeggenschapsraad te vragen en de ouders te horen. Dat desalniettemin lang de verwachting is gewekt dat de school open zou blijven, betekent niet dat het aannemelijk is dat het besluit, dat overigens aan de daaraan te stellen vereisten voldoet, in een bodemprocedure geen stand zal houden. Anders dan de ouders c.s. stelt is het niet zo dat het besluit tot sluiting in strijd is met het beleid van Groeisaam. Nogmaals dat de leerlingenaantallen binnen een redelijke termijn boven de 50 uit gaan komen is niet voldoende gebleken. Dat Groeisaam zich mede ten doel stelt kleine scholen open te houden betekent niet dat dat altijd en tegen elke prijs (niet alleen financieel, maar ook uit oogpunt van onderwijskwaliteit, het sociaaleconomisch klimaat en stabiliteit in het docententeam) steeds doorslaggevend is of moet zijn. Groeisaam heeft in haar besluit betrokken de leerlingenaantallen, de kwaliteit van onderwijs, verloop binnen het team, de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen op een kleine school en de financiële gevolgen voor Groeisaam en daarmee voor de andere onder haar vallen scholen. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat hetgeen door de ouders is aangevoerd er, gelet op de afwegingen die Groeisaam, daarin gesteund door adviseurs heeft gemaakt, in een bodemprocedure toe zou leiden dat het besluit tot schorsing wordt vernietigd wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen worden afgewezen.

Proceskosten

De Sprong c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Groeisaam worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

verklaart De Sprong niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover zij de vorderingen instelt gebaseerd op artikel 3:3035a BW,

wijst de vorderingen af,

veroordeelt De Sprong c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als De Sprong c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op

1 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand