RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/297577-25 + 05/025910-24 (TUL)
Datum uitspraak : 15 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat in [woonplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
1 mei 2026.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode tussen 26 juli 2024 en 2 augustus 2024 te [woonplaats] , gemeente Maasdriel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [benadeelde] was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten een of meerdere foto's en/of video's, waarop te zien is dat: die persoon vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis.
2. De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis als de taakstraf niet naar behoren wordt verricht.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit.
3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Verdachte wordt verweten dat hij met zijn telefoon heimelijk een video zou hebben gemaakt waarop te zien is dat hij seks heeft met [benadeelde] .
Voor de rechtbank staat vast dat verdachte en [benadeelde] in de ten laste gelegde periode seks hebben gehad in de woning van verdachte in [woonplaats] en dat verdachte daarvan met zijn telefoon een filmpje heeft gemaakt. Verdachte heeft dit immers zelf bekend. Vast staat ook dat [benadeelde] op dat moment minderjarig was. Dat betekent dat de inhoud van deze video mogelijk gekwalificeerd kan worden als kinderpornografisch materiaal. Over de inhoud van de video overweegt de rechtbank als volgt.
Verdachte heeft verklaard dat op de video alleen de rug van [benadeelde] te zien is en geen geslachtsdeel, noch van hem, noch van haar. De video is door de politie niet gevonden, waardoor het dossier geen beschrijving bevat van wat er op de beelden te zien is. Uit het dossier blijkt ook niet of de politie eigenlijk wel gezocht heeft naar dat filmpje. Talloze personen van wie wordt gezegd dat zij meer weten of het filmpje gezien zouden hebben, zijn kennelijk niet eens gehoord.
Ook [benadeelde] zelf heeft de video niet gezien. De enige die de video kort nadat deze is opgenomen gezien zou hebben, is getuige [getuige] . Hij heeft verklaard dat hij [benadeelde] herkent op de video en dat te zien is dat de penis van verdachte in de vagina van [benadeelde] gaat. De verklaring van [getuige] is voor de rechtbank echter onvoldoende, waarbij mede van belang is dat [getuige] zijn verklaring pas een jaar na het voorval heeft afgelegd. Hij had op dat moment – en ook ten tijde van het opnemen van de video – een relatie met [benadeelde] . Niet uit te sluiten valt dat sprake is geweest van beïnvloeding gedurende deze periode. Bovendien stonden de onderlinge verhoudingen destijds op scherp, omdat er nog onduidelijkheid bestond over het vaderschap van de dochter van [benadeelde] . Uit de berichten in het dossier volgt dat [getuige] en verdachte daarover in conflict waren, althans dat zij elkaar in ieder geval provoceerden op dat punt. [getuige] zou daarmee mogelijk ook een belang kunnen hebben bij het afleggen van een negatieve verklaring over verdachte. Verder bevat het uiterst magere dossier geen enkel aanknopingspunt om iets te kunnen concluderen over de inhoud van het filmpje en wat er verder mee gebeurd is.
In het licht van al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat dit dossier onvoldoende bewijs bevat dat op het filmpje afbeeldingen zijn te zien van handelingen met een onmiskenbaar seksuele strekking of die als kinderporno kunnen worden aangemerkt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het ten laste gelegde feit.
4. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [benadeelde] heeft een formulier ingevuld ter verkrijging van schadevergoeding, maar daarop geen bedrag ingevuld. De rechtbank heeft in dat geval de bevoegdheid om de door de benadeelde geleden immateriële schade te schatten.
Nu de rechtbank echter niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
5. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-025910-24)
De kinderrechter heeft verdachte op 17 mei 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 60 uren.
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal ook de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
6. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;
wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde straf onder 05-025910-24.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. W. Bruins en
mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 mei 2026
Mr. Breimer en mr. Jansen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.