ECLI:NL:RBGEL:2026:3883

ECLI:NL:RBGEL:2026:3883

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer AWB-24_2573
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de ongewijzigde voortzetting van eisers uitkering op grond van de Wet WIA, op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. Het beroep van eiser is ongegrond. Het medisch onderzoek door het UWV is zorgvuldig verricht. Eisers beperkingen zijn juist vastgesteld. Ook zijn de geduide functies geschikt voor eiser. Wel bevat het bestreden besluit gebreken. De rechtbank passeert deze gebreken met toepassing van artikel 6:22 van de Awb.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

Samenvatting

Zittingsplaats Zutphen

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/2573

in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. M.I. Bal),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: J. van Dalfsen).

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de ongewijzigde voortzetting van zijn uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de ongewijzigde voortzetting van eisers WIA-uitkering.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 5 januari 2023 heeft het UWV besloten tot de ongewijzigde voortzetting van eisers WIA-uitkering, waarbij zijn mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 38,55% en de resterende verdiencapaciteit is vastgesteld op € 2.285,05 per maand. Met het bestreden besluit van 21 maart 2024 heeft het UWV beslist dat de mate van arbeidsongeschiktheid wordt aangepast naar 38,39%. De daarbij behorende restverdiencapaciteit is vastgesteld op € 2.254,39 per maand.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2025. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV deelgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek op 29 oktober 2025 heropend.

Bij brief van 4 december 2025 heeft het UWV een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b), met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een aanvullend rapport van de arbeidsdeskundige b&b toegestuurd.

Bij brief van 29 december 2025 heeft eiser hierop gereageerd.

Bij brief van 13 januari 2026 heeft het UWV een aanvullend rapport van de arbeidsdeskundige b&b toegestuurd.

Partijen zijn door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om kenbaar te maken of zij op een nadere zitting willen worden gehoord. Op 23 februari 2026 heeft eiser medegedeeld dat hij een nadere zitting wenst.

Op 10 april 2026 heeft eiser aanvullende gronden ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft het UWV op 15 april 2026 een aanvullend rapport van de arbeidsdeskundige b&b ingebracht.

De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2026 op een nadere zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiser deelgenomen. Het UWV heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

De totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiser was werkzaam als operator kartonnage bij [naam bedrijf] B.V. voor gemiddeld 39,11 uur per week. Per 3 januari 2007 heeft hij zich ziekgemeld voor dit werk vanwege psychische klachten. Per 31 december 2008 is aan hem een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%. Per 28 juni 2010 is de loongerelateerde WGA-uitkering van eiser omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Per 16 december 2013 is de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser gewijzigd naar 43,87%. Met het besluit van 24 september 2015 heeft het UWV vastgesteld dat eiser met ingang van 1 januari 2016 geen recht meer heeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering en dat hij vanaf die datum recht heeft op een WGA-vervolguitkering, op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. Het besluit van 24 september 2015 staat in rechte vast.

4. Op 20 september 2022 heeft eiser middels een vragenformulier aangegeven dat zijn gezondheid per 1 maart 2021 is verslechterd. Hij ervaart nieuwe klachten (slaapapneu, hoge bloeddruk, hoge cholesterol en chronische vermoeidheid door zijn slaapstoornis). In dat kader heeft een medisch onderzoek plaatsgevonden. De bevindingen van de (primaire) verzekeringsarts zijn neergelegd in het rapport van 5 december 2022. De verzekeringsarts concludeert dat eiser verminderde functionele mogelijkheden heeft als gevolg van ziekte of gebrek, en heeft eisers belastbaarheid neergelegd in de FML van 5 december 2022.

Op basis van de FML heeft een arbeidsdeskundige van het UWV geconcludeerd dat eiser ongeschikt is voor zijn eigen werk als operator kartonnage. De bevindingen van de arbeidsdeskundige zijn neergelegd in het rapport van 5 januari 2023. Eiser wordt met zijn beperkingen wel geschikt geacht voor de volgende functies: productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180), textielproductenmaker (SBC-code 111160), lader, losser (SBC-code 111220), snackbereider (handmatig) (SBC-code 111071) en medewerker kleding en textielreiniging (111161). Hiermee wordt voldaan aan de minimumeisen van het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten (SB). Zijn mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op 38,55%. Met het besluit van 5 januari 2023 besluit het UWV dat eisers WIA-uitkering ongewijzigd wordt voortgezet op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%.

Op 15 februari 2023 heeft eiser tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft het UWV op 21 maart 2024 een besluit op eisers bezwaar genomen. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiser wordt gewijzigd naar 39,38% en de resterende verdiencapaciteit wordt vastgesteld op € 2.254,39 per maand. Het UWV heeft deze besluitvorming (mede) gebaseerd op een medisch en arbeidsdeskundig onderzoek. Het medisch onderzoek is neergelegd in het rapport van de verzekeringsarts b&b van 29 februari 2024. Het arbeidsdeskundig onderzoek is neergelegd in het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 7 maart 2024.

De verzekeringsarts b&b concludeert dat de beoordeling door de primaire verzekeringsarts voldoende duidelijk en consistent is geweest. Wel wordt aanleiding gezien om de FML op bepaalde punten aan te passen.

De arbeidsdeskundige b&b concludeert op basis van de gewijzigde FML dat de door de primaire arbeidsdeskundige geduide functies nog steeds geschikt zijn. Wel wordt een functienummer binnen de functie productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180) niet langer passend bevonden, op basis van eisers gebrek aan kennis van de Engelse taal. Hiermee wordt (nog steeds) voldaan aan de minimumeisen van het SB.

De standpunten in beroep over de medische beoordeling

5. Eiser voert aan dat in de FML ten onrechte geen beperking is aangenomen ten aanzien van gebogen/getordeerd werken, terwijl hij een sterke beperking heeft in het buigen. In de primaire fase werd deze beperking erkend. Tijdens het spreekuur is bovendien gebleken dat hij helemaal niet kon buigen. Eiser begrijpt dan ook niet waarom er geen beperking is aangenomen met betrekking tot de maximale buighoek. Zijn belastbaarheid is overschat en zijn beperkingen zijn onderschat. De klachten van eiser hadden moeten resulteren in meer beperkingen ten aanzien van fysieke handelingen. De vastgestelde beperkingen doen dan ook geen recht aan zijn situatie.

Daarnaast staat in het rapport van de verzekeringsarts b&b van 29 oktober 2024 vermeld dat eiser zich niet herinnert welke medicatie hij ten tijde van de datum in geding gebruikte. Dit vormt echter geen gegronde reden om de beperking ten aanzien van werken zonder verhoogd persoonlijk risico (item 1.8.6 van de FML) te laten vervallen. Het UWV heeft te kort door de bocht geconcludeerd dat eiser op de datum in geding geen lorazepam en mirtazapine meer gebruikte.

Is het medisch onderzoek zorgvuldig verricht?

6. De rechtbank stelt voorop dat het UWV zijn besluiten omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid van een betrokkene mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, indien deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende duidelijk zijn. Dit betekent niet dat deze rapporten en het daarop gebaseerde besluit in beroep niet kunnen worden aangevochten. Het is echter aan de betrokkene om aan te voeren en zo nodig aannemelijk te maken dat de rapporten niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, tegenstrijdigheden bevatten, niet voldoende duidelijk zijn, dan wel dat de in de rapporten gegeven beoordeling onjuist is.

De rechtbank ziet geen aanleiding om het medisch onderzoek van het UWV onzorgvuldig te achten. Daarbij is het volgende van belang. Uit het rapport van de primaire verzekeringsarts volgt dat dossierstudie is verricht. Eiser is gezien op een spreekuur op

5 december 2022 waarbij een (uitgebreide) anamnese is afgenomen. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b volgt dat in bezwaar ook dossierstudie is verricht en dat de in bezwaar overgelegde informatie van de huisarts kenbaar bij de beoordeling is betrokken. Aansluitend op de hoorzitting heeft de verzekeringsarts b&b bij eiser een medisch onderzoek verricht. De rechtbank heeft geen reden om te oordelen dat de verzekeringsarts b&b aanvullend onderzoek had moeten doen of aanvullende medische informatie had moeten opvragen. Verder is de rechtbank van oordeel dat de conclusies van de verzekeringsartsen logisch voortvloeien uit de onderzoeksbevindingen.

Zijn de beperkingen van eiser juist vastgesteld?

7. In de heropeningsbeslissing heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld om een nadere toelichting door de verzekeringsarts b&b te laten geven waarom in de FML geen beperking is aangenomen voor gebogen of getordeerd actief zijn (rubriek 5.6). In de FML is immers wel een beperking aangenomen ten aanzien van frequent buigen tijdens het werk (rubriek 4.10).

Naar aanleiding van de heropeningsbeslissing heeft het UWV een aanvullend rapport ingebracht van de verzekeringsarts b&b van 11 november 2025 en een aangepaste FML overgelegd. De verzekeringsarts b&b concludeert dat ook een beperking aangenomen dient te worden op gebogen/getordeerd actief zijn en heeft om die reden de FML op dit punt (rubriek 5.6) aangepast.

8. De rechtbank stelt vast dat het UWV bekend is met de lichamelijk en psychische klachten van eiser. De verzekeringsarts b&b heeft de beperkingen die de primaire verzekeringsarts had aangenomen in de rubrieken persoonlijk functioneren (rubriek 1), sociaal functioneren (rubriek 2), fysieke omgevingseisen (rubriek 3), dynamische handelingen (rubriek 4), statische houdingen (rubriek 5) en werktijden (rubriek 6) overgenomen. De verzekeringsarts b&b heeft geconcludeerd dat de primaire verzekeringsarts heeft onderkend dat eiser zowel mentale als fysieke klachten ondervindt en stelt dat de verzekeringsarts op basis van eigen onderzoek en de beschikbare (medische) informatie op zorgvuldige wijze de belastbaarheid van eiser heeft vastgelegd. De verzekeringsarts b&b stelt daarnaast dat er geen grond is om extra beperkingen aan te nemen ten aanzien van eisers fysieke belastbaarheid. De verzekeringsarts b&b ziet in bezwaar opvallende verschillen tussen de mobiliteit van diverse gewrichten (inclusief de rug) tijdens observatie en tijdens het lichamelijk onderzoek in engere zin. Daarnaast blijkt uit de ontvangen informatie van de huisarts dat er op een foto van de knie (gemaakt in 2019) geen afwijkingen werden gezien en dat over de rug geen recente informatie bekend is bij de huisarts, ondanks dat eiser geregeld naar de huisarts gaat voor andere (stressgerelateerde) klachten. De schouderklachten die de huisarts beschrijft, zien op de periode na de datum in geding en blijven daardoor buiten beschouwing. Wel is een extra beperking aangenomen ten aanzien van zware trillingen, vanwege een vaatafwijking. Ook is in beroep – zoals onder 7.1 overwogen – een beperking aangenomen ten aanzien van gebogen/getordeerd actief zijn.

Ten aanzien van eisers medicatiegebruik, overweegt de rechtbank als volgt. Uit het rapport van de primaire verzekeringsarts (van 5 december 2022) volgt dat eisers medicatiegebruik is besproken. Toen heeft hij aangegeven een aantal medicijnen (pijnstillers) te gebruiken. Eiser heeft niet aangegeven dat hij op dat moment lorazepam en mirtazapine gebruikte. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b (van 29 februari 2024) volgt dat eiser op dat moment pijnstillers gebruikte en dat hij niet meer wist welke medicatie hij ten tijde van de datum in geding gebruikte. Tijdens de zitting op 13 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser het standpunt ingenomen dat het UWV (de verzekeringsarts b&b) een medicatielijst bij hem had moeten opvragen. Hieruit begrijpt de rechtbank dat (de gemachtigde van) eiser over deze medicatielijst beschikte. Wat daar ook van zij, als de gemachtigde van eiser meent dat uit deze medicatielijst zou blijken dat eiser ten tijde van de datum in geding nog wel lorazepam en mirtazapine gebruikte, dan valt niet in te zien waarom deze medicatielijst niet (eerder) uit eigen beweging is ingebracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verzekeringsarts b&b terecht aanleiding heeft gezien om de (door de primaire verzekeringsarts) aangenomen beperking ten aanzien van werk zonder verhoogd persoonlijk risico, te laten vervallen.

Gelet op hetgeen onder 8 en 8.1 is overwogen, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de conclusie van de verzekeringsarts b&b te twijfelen. Eiser moet op de datum in geding daarom in staat worden geacht arbeid te verrichten die past bij de voor hem vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 11 november 2025.

De standpunten in beroep over de arbeidskundige beoordeling door het UWV

9. Eiser voert aan dat hij de Nederlandse taal matig beheerst en louter basisonderwijs gevolgd heeft in Turkije. In de functie van snackbereider (SBC-code 111071) moeten cursussen HACCP en voedselveiligheid worden gevolgd. Hierbij moeten er twee examens gemaakt worden. Eiser begrijpt niet hoe hij dit moet doen, gelet op zijn taalniveau. Dit geldt ook voor de functie van modinette vitrage (SBC-code 111160), waarbij eiser moet kunnen lezen op algemeen niveau. In de functie van productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) wordt een vierdaagse opleiding gegeven. Hierbij moet eiser in staat zijn tot het lezen/begrijpen van de Nederlandse taal. Hij beheerst de taal hier echter onvoldoende voor. Er wordt door het UWV gesteld dat eiser hiertoe wel in staat is, omdat hij tijdens het spreekuur met de verzekeringsarts b&b op een adequate wijze zou hebben gecommuniceerd. Dit betekent echter niet dat hij in staat is tot het begrijpend lezen van de Nederlandse taal.

Daarnaast voert eiser over de functie modinette vitrage (SBC-code 111160) aan dat in deze functie met een doorlopend tempo delen leer of stof aan elkaar moeten worden gestikt. In de motivering staat hierover enkel geschreven dat geen sprake is van een dwingend en hoog handelingstempo. Dit wordt niet nader onderbouwd. Eiser begrijpt niet wat wordt bedoeld met ‘in tempo stikken’, aangezien niet wordt gespecificeerd welk tempo hiermee bedoeld wordt. Ten aanzien van de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) voert eiser aan dat in deze functie moet worden gewerkt met een verhoogd persoonlijk risico (net als in de functie van modinette vitrage). Hiertoe is hij niet in staat. In de functie van lader, losser (SBC-code 111220) moet negentig maal per uur worden gebogen. Eiser is sterk beperkt in het buigen en is hiertoe niet in staat. Dat blijkt ook uit het onderzoek.

Als verweer op de arbeidskundige gronden, heeft het UWV een rapport van de arbeidskundige b&b van 9 april 2025 ingebracht. De arbeidsdeskundige b&b heeft – samengevat – als volgt gereageerd:

In de functie snackbereider (SBC-code 111071) geldt geen opleidingseis, het is een

niveau 1-functie. Het opleidingsniveau wordt omschreven als geen tot enkele jaren basisonderwijs. Eiser heeft van 20 januari 1991 tot 5 september 2006 fulltime in drie ploegen gewerkt in Nederland als machinevoerder. Hij heeft hiermee ruime werkervaring en gezien het feit dat de geduide functie een niveau 1-functie is, wordt eiser in staat geacht om deze functie uit te voeren. De voor deze functie benodigde cursussen worden daarnaast ook in andere talen aangeboden. Daarnaast geldt volgens vaste rechtspraak dat op grond van de fictie van artikel 9, aanhef en onder a, van het SB mag worden verondersteld dat eiser de bekwaamheid van mondelinge beheersing van de Nederlandse taal binnen zes maanden kan verwerven.

In de functie textielproductenmaker (SBC-code 111160) wordt herhaaldelijk een beweging gemaakt om delen leer of stof door de machine te geleiden. Er worden hoezen gestikt met een machine. Eiser is aangewezen op werk waar geen sprake is van een hoog en dwingend werktempo. Er is sprake van een bepaald tempo, maar niet van een dwingend hoog tempo. Een dwingend hoog tempo kan voorkomen bij werkzaamheden aan een lopende band, omdat de werknemer op de lopende band geen invloed heeft. De functie is daarom passend bij de belastbaarheid van eiser. Er worden geen opleidingseisen gesteld in deze functie. Een werknemer moet kunnen rekenen en korte Nederlandse werkgerelateerde zinnen kunnen lezen op algemeen niveau. Eiser heeft in het verleden fulltime in drie ploegen gewerkt als machinevoerder. Hij heeft dit werk gedurende vijftien jaar uitgevoerd. Zijn taken waren onder meer het instellen van machines, producten stapelen, kwaliteit controleren en ingrijpen bij storingen. In elk soort werk zal een werknemer korte Nederlandse werk gerelateerde zinnen moeten kunnen lezen. De arbeidsdeskundige b&b acht eiser hiertoe in staat, gezien zijn arbeidsverleden.

In de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) is sprake van een interne opleiding, die praktisch van aard is. In de functieomschrijving is aangegeven dat iemand wordt ingewerkt door middel van het principe ‘voordoen-nadoen’ van een collega. Het gevraagde opleidingsniveau, namelijk basisonderwijs, past hier ook bij. Gezien eisers arbeidsverleden wordt hij in staat geacht om korte Nederlandse werk gerelateerde zinnen te kunnen lezen. Eiser acht zichzelf niet in staat om te werken met een verhoogd persoonlijk risico. Hierover is echter niks opgenomen in de FML, waardoor eiser in staat wordt geacht om deze functie te verrichten.

Wat betreft de functie lader, losser (SBC-code 111220) is in het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 7 maart 2024 al gemotiveerd waarom eiser deze functie kan uitvoeren. De verzekeringsarts heeft aangegeven dat eiser 300 keer per uur 45 graden kan buigen. In de functie is sprake van 90 keer 45 graden buigen per uur. Dit ligt dus binnen de belastbaarheid van eiser.

In de heropeningsbeslissing heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld om een nadere toelichting door de arbeidsdeskundige b&b te laten geven op het volgende:

“ a. Bij de functie van snackbereider (SBC-code 111071) staat in de Arbeidsmogelijkhedenlijst (AML) dat opleidingsniveau 1 vereist is. Onder ‘opleiding’ staat echter dat een cursus voedselveiligheid moet worden gevolgd op niveau 2. Eiser heeft gesteld dat hij opleidingsniveau 1 heeft.

b. De arbeidsdeskundige b&b heeft in het rapport van 9 april 2025 over de cursus voedselveiligheid en de cursus HACCP (die benodigd zijn bij de functie van snackbereider (SBC-code 111071)) aangegeven dat deze cursussen ook in anderen talen wordt aangeboden, waaronder het Turks.

c. Bij de functies van productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en lader, losser (SBC-code 111220) staat in de AML dat opleidingsniveau 2 vereist is.

De arbeidsdeskundige b&b heeft in het rapport van 9 april 2025 over de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) aangegeven dat het gevraagde opleidingsniveau, namelijk basisonderwijs, passend is voor eiser.

Eiser heeft gesteld dat hij in Turkije basisonderwijs heeft gevolgd, maar niet heeft afgerond, en dat hij opleidingsniveau 1 heeft.

d. Bij één van de functies van textielproductenmaker (SBC-code 111160), namelijk bij de functie met functienaam ‘modinette vitrage’, staat in de AML dat de werknemer moet kunnen rekenen en korte Nederlandse werkgerelateerde zinnen moet kunnen lezen op algemeen niveau. Bij de functie van productiemedewerker industrie (SBC-code 111180), staat in de AML dat de werknemer in staat moet zijn tot het lezen en begrijpen van de Nederlandse taal.

Eiser heeft gesteld dat hij hiertoe niet in staat is. De arbeidsdeskundige b&b heeft in het rapport van 9 april 2025 verwezen naar artikel 9, onder a, van het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten (SB). Hieruit volgt dat mag worden verwacht dat eiser binnen zes maanden de mondelinge beheersing van de Nederlandse taal verwerft. Eiser heeft hierover opgemerkt dat artikel 9, onder a, van het SB slechts ziet op de mondelinge beheersing van de Nederlandse taal, en niet ziet op de leesvaardigheid.”

Naar aanleiding van de heropeningsbeslissing heeft het UWV een aanvullend rapport ingebracht van de arbeidsdeskundige b&b van 4 december 2025.

Ten aanzien van het door eiser gevolgde basisonderwijs in Turkije, stelt de arbeidsdeskundige b&b dat eiser op het WIA-aanvraagformulier van 30 september 2008 niet heeft aangegeven of hij het basisonderwijs wel of niet heeft afgerond. Eiser geeft in dit formulier wel aan dat hij goed Turks kan lezen en schrijven en ongeveer 30% Nederlands spreekt. Vóór 1997 bestond het basisonderwijs in Turkije uit zes jaar onderwijs. Eiser is geboren in 1971. Hij was in 1983 twaalf jaar. Als hij vanaf de leeftijd van vijfenhalf à zes jaar naar het basisonderwijs is gegaan, dan is het plausibel dat hij het basisonderwijs volledig heeft doorlopen. Hier mocht van worden uitgegaan.

Ten aanzien van de beheersing van de Nederlandse taal, stelt de arbeidsdeskundige b&b dat uit Suwinet blijkt dat eiser in 2011 de opleiding ‘Nederlands als tweede taal Programma 1’ heeft gevolgd en gehaald. In dit programma wordt aandacht besteed aan lezen, luisteren, schrijven en spreken. Uit informatie van de website staatsexamensnt2.nl blijkt dat programma 1 is bedoeld voor mensen die willen werken of studeren op niveau mbo 3 of mbo 4. De inhoud en taken van het examen zijn gericht op situaties die voorkomen in opleiding, werk en het dagelijks leven op niveau mbo 3 of mbo 4. Eiser heeft het certificaat ‘Nederlands als tweede taal Programma 1’ behaald. Daarom mocht bij het raadplegen van het CBBS worden uitgegaan van opleidingsniveau 2.

De arbeidsdeskundige b&b heeft de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) laten vervallen, omdat het in deze functie een vereiste is dat de werknemer in deze functie de Nederlandse taal dusdanig begrijpt om een vierdaagse interne opleiding te volgen. Dit is niet passend voor eiser. Met het laten vervallen van deze functie, blijven de volgende functies geschikt voor eiser: snackbereider (handmatig) (SBC-code 111071), textielproductenmaker (SBC-code 111160) en lader, losser (SBC-code 111220). Ondanks dat de functie productiemedewerker industrie is komen te vervallen, wijzigt het mediane loon niet. De mate van arbeidsongeschiktheid blijft daarom vastgesteld op 39,38%.

In de aanvullende gronden van 10 april 2026 heeft eiser gesteld dat hij voldoet aan opleidingsniveau 1. Hij heeft het Turkse basisonderwijs niet afgerond. Ook heeft eiser de opleiding ‘Nederlands als tweede taal Programma 1’ weliswaar gevolgd, maar niet afgerond. Hij heeft enkel een bewijs van deelname ontvangen, en geen certificaat behaald. Daarnaast stelt eiser dat niet is onderbouwd dat in de functie snackbereider (SBC-code 111071) de cursus voedselveiligheid in het Turks wordt aangeboden. Het UWV heeft hierbij verwezen naar een uitspraak van de CRvB van 13 december 2024. In deze uitspraak gaat het weliswaar om de functie snackbereider, maar wordt SBC-code 111017 genoemd. Er is dus niet sprake dezelfde SBC-code, waardoor reeds hierom geen vergelijking kan worden gemaakt met de voor eiser geselecteerde functies.

Het oordeel van de rechtbank

Beheersing van de Nederlandse taal

10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV (de arbeidsdeskundige b&b) voldoende gemotiveerd dat eiser voldoet aan opleidingsniveau 2. De arbeidsdeskundige b&b heeft op 15 april 2026 aanvullend gerapporteerd en hierover het volgende toegelicht:

“Eiser heeft in 2011 een certificaat ‘Nederlands als tweede taal Programma 1’ behaald. Dit blijkt uit de gegevens van DUO (zie bijlage). Deze instantie heeft de uitslag vastgesteld als certificaat, behaald op 5 september 2011, met als examenjaar 2011. Met deze aantoonbare informatie is gemachtigde niet te volgen dat eiser slechts een bewijs van deelname heeft ontvangen. Een afgegeven certificaat door een overheidsinstantie duidt erop dat een deelnemer de cursus met een goed gevolg heeft afgerond en de cursus daarmee taalkennis-verhogend is geweest.”

De rechtbank kan deze redenering van de arbeidsdeskundige b&b volgen en merkt nog op dat eiser zijn stelling dat hij slechts een bewijs van deelname heeft ontvangen, niet heeft onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat eiser voldoet aan opleidingsniveau 2.

Ten aanzien van de uitspraak van de CRvB van 13 december 2024, merkt de rechtbank ten overvloede het volgende nog op. Eiser stelt dat in deze uitspraak SBC-code 111017 wordt genoemd, in plaats van SBC-code 111071 (de SBC-code behorend bij de functie snackbereider). Dit klopt. Echter, gelet op wat verder in de uitspraak van de CRvB is opgenomen over deze functie, gaat de rechtbank ervan uit dat dit een typefout is. Het gaat namelijk over dezelfde benaming (snackbereider) en dezelfde opleidingseisen, behorend bij die functie.

Werk zonder verhoogd persoonlijk risico

11. Uit vaste rechtspraak van de CRvB volgt dat in het geval het CBBS ten aanzien van een functie geen signalering heeft gegeven op een bepaald punt, dit betekent dat er ten aanzien van die functie geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid op dat punt. Een nadere motivering hoeft in dat geval niet gegeven te worden. Vaststaat dat het CBBS ten aanzien van de door de arbeidsdeskundige b&b geduide functies geen signalering heeft gegeven met betrekking tot het werk zonder verhoogd persoonlijk risico (rubriek 1.8.6 van de FML). Daaruit volgt dan ook dat de belastbaarheid van eiseres op dit punt niet wordt overschreden.

Buigen in de functie lader, losser

12. In de FML is opgenomen dat eiser tot vijf minuten achtereen gebogen en/of getordeerd actief kan zijn. Bij de functie lader, losser vermeldt het Resultaat functiebeoordeling bij item 5.6 dat gebogen en/of getordeerd actief zijn ongeveer tien keer voortkomt tijdens een werkdag van acht uur. Het gebogen en/of getordeerd actief zijn vindt per keer ongeveer één minuut achtereen plaats. Naar het oordeel van de rechtbank is op dit aspect dan ook geen sprake van een overschrijding van de belastbaarheid van eiser.

‘in tempo stikken’ in de functie textielproductenmaker

13. De arbeidsdeskundige b&b heeft in het rapport van 9 april 2025 het volgende toegelicht. Eiser is aangewezen op werk waarin geen sprake is van een hoog en dwingend werktempo. In deze functie wordt herhaaldelijk een beweging gemaakt om delen leer of stof door de machine te geleiden. Er worden hoezen gestikt met een machine. Er is sprake van een bepaald tempo, maar niet van een dwingend hoog tempo. Een dwingend hoog tempo kan voorkomen bij werkzaamheden aan een lopende band, omdat de werknemer op de lopende band geen invloed heeft. De functie is daarom passend bij de belastbaarheid van eiser. De rechtbank kan deze motivering volgen en is van oordeel dat hiermee voldoende is gemotiveerd dat de functie geschikt is.

14. Uit hetgeen hierboven is overwogen, volgt dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser terecht heeft vastgesteld op 39,38%.

Conclusie en gevolgen

15. Uit hetgeen onder 7.1 en 9.3.3 is overwogen volgt dat het bestreden besluit gebreken bevat. De rechtbank zal deze gebreken passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat aannemelijk is dat eiser door deze gebreken niet is benadeeld. Ook zonder deze gebreken zou het UWV het bestreden besluit hebben genomen.

16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

17. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat het UWV het door eiser betaalde griffierecht en de door eiser gemaakte proceskosten moet vergoeden. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934. De rechtbank stelt de vergoeding voor de proceskosten vast op

€ 2.802 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, 0,5 punt voor de reactie na heropening en 0,5 punt voor het bijwonen van de nadere zitting).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 51 aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.802 aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Kouwen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand