ECLI:NL:RBGEL:2026:3975

ECLI:NL:RBGEL:2026:3975

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 20-05-2026
Zaaknummer 05-119612-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

medeplegen van handel in verdovende middelen; jeugdstrafrecht

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05-119612-25; 05-040287-24 (TUL)

Datum uitspraak : 19 mei 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de JJI [verblijfplaats] .

Raadsvrouw: mr. C.H. van Keulen, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen met gesloten deuren.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 juli 2024 tot en met 2 juli 2025, te Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd

- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van (een) materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van (een) materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne,

(telkens) een middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 december 2024 tot en met 2 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of

- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, zijnde heroïne en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een woning, te weten [adres] te Apeldoorn, te regelen en/of ter beschikking te (laten) stellen en/of

- het regelen/organiseren van en/of bijdragen aan, dan wel het veelvuldig contact te hebben met andere personen die betrokken zijn bij het kiezen/organiseren van een locatie, de inrichting van een locatie, het beschikbaar stellen van een of meerdere opslaglocatie(s), de aanvoer van goederen en materialen die gebruikt worden voor de bewerking/verwerking/bereiding/ vervaardiging van de drugs en/of het transport/de handel van de drugs en/of

- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, te weten onder meer

- een hoeveelheid/hoeveelheden gripzakje(s) en/of

- een hoeveelheid/hoeveelheden (niet gevouwen) wikkel(s) en/of

- een of meerdere weegschalen en/of koffiefilter(s) en/of handschoen(en) en/of mondkapje(s).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte zich (in totaal) ongeveer vier maanden korter dan de ten laste gelegde periode met de handel in verdovende middelen heeft beziggehouden.

Beoordeling door de rechtbank

Bekennende verdachte

Er is ten aanzien van feit 1 en feit 2 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van deze feiten:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 762;

- het proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden [adres] ), p. 278-286;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 129;

- het proces-verbaal van bevindingen (binnentreden [adres] ), p. 618-620;

- het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 1188-1194;

- het aanvullend proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 23 maart 2026;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 april 2026.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de ten laste gelegde pleegperiode ter zake feit 1 als volgt. Uit bovenstaande bewijsmiddelen komt allereerst naar voren een Whatsapp gesprek dat medeverdachte [medeverdachte 1] op 8 juli 2024 voerde met “ [verdachte] ”, waarin [medeverdachte 1] aan “ [verdachte] ” verzocht om te komen voor ‘50’. De rechtbank gaat er van uit dat dit een bedrag betrof wat [medeverdachte 1] wilde betalen voor verdovende middelen. [medeverdachte 1] heeft namelijk verklaard dat hij verdachte kende als zijn dealer “ [verdachte] ”. Verdachte heeft ter zitting bevestigd dat dit zijn bijnaam is. Verdachte heeft voor het overige geen concrete verklaringen afgelegd aan de hand waarvan de rechtbank kan vaststellen gedurende welke periode(n) verdachte zich wel of niet heeft beziggehouden met de bereiding van en handel in verdovende middelen. De rechtbank acht, gelet op het WhatsApp gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] , de in feit 1 ten laste gelegde pleegperiode dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank zal verdachte ter zake feit 2 vrijspreken van het onderdeel “het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen”, nu het dossier voor het bewijs van die handeling onvoldoende aanknopingspunten biedt.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 juli 2024 tot en met 2 juli 2025, te Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd

- (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (een) materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (een) materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne,

(telkens) een middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 december 2024 tot en met 2 juli 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of

- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, zijnde heroïne en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door

- een woning, te weten [adres] te Apeldoorn, te regelen en/of ter beschikking te (laten) stellen en/of

- het regelen/organiseren van en/of bijdragen aan, dan wel het veelvuldig contact te hebben met andere personen die betrokken zijn bij het kiezen/organiseren van een locatie, de inrichting van een locatie, het beschikbaar stellen van een of meerdere opslaglocatie(s), de aanvoer van goederen en materialen die gebruikt worden voor de bewerking/verwerking/bereiding/vervaardiging van de drugs en/of het transport/de handel van de drugs en/of

- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, te weten onder meer

- een hoeveelheid/hoeveelheden gripzakje(s) en/of

- een hoeveelheid/hoeveelheden (niet gevouwen) wikkel(s) en/of

- een of meerdere weegschalen en/of koffiefilter(s) en/of handschoen(en) en/of mondkapje(s).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

meermalen gepleegd;

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

en

feit 2:

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging heeft de officier van justitie gevorderd dat deze wordt toegewezen, al dan niet in de vorm van een gedeeltelijke omzetting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gesteld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de aanhouding van verdachte op 7 april 2026 in verband met de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis disproportioneel hardhandig is verlopen. Ook is er gehandeld in strijd met de ambtsinstructie wat betreft het aanleggen van handboeien en hebben de politieagenten de verbaliseringsplicht geschonden. Volgens de raadsvrouw dient de rechtbank het aldus door verdachte geleden nadeel te compenseren met strafvermindering.

De raadsvrouw heeft verzocht een straf overeenkomstig het advies van de Raad voor de Kinderbescherming op te leggen, hetgeen neerkomt op een straf gelijk aan het voorarrest met bijzondere voorwaarden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich – niet voor het eerst – gedurende langere tijd schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne en heroïne. Ook heeft hij cocaïne uitgekookt en verpakt. Ook heeft hij een coördinerende en aansturende rol gehad in de drugshandel, waar hij verschillende medeverdachten op pad heeft gestuurd om cocaïne en heroïne bij de drugsgebruikers af te leveren. Hij heeft daarbij nauw samengewerkt met anderen. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de afhankelijkheid van (een) drugsgebruiker(s), door onder meer in de woning van een drugsgebruiker cocaïne uit te koken en te verpakken. Hij heeft zich niet om de gezondheid van deze drugsgebruikers bekommerd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich uitsluitend heeft laten leiden door eigen gewin en geen oog heeft gehad voor de gevolgen voor de gebruikers en de samenleving. Harddrugs vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de handel daarin draagt bij aan het ontstaan van verslaving en de instandhouding daarvan. Het is bovendien algemeen bekend dat drugshandel veelal gepaard gaat met (ernstig) geweld en een ontwrichtend effect op de samenleving heeft. De rechtbank rekent het verdachte bovendien aan dat hij zich ten tijde van de behandeling van zijn strafzaak in oktober 2024 - die ook ging om drugshandel - kennelijk nog steeds of opnieuw bezig hield met het bereiden en verkopen van harddrugs en dat de destijds ter zitting geuite spijt en geveinsde gedragsverandering niet oprecht blijken te zijn geweest. Verdachte heeft zich daarna ook door de bij die strafzaak opgelegde voorwaardelijke veroordeling niet laten tegenhouden in zijn verdere strafbare gedrag. Ten slotte vindt de rechtbank het zorgwekkend dat verdachte gedurende de voorlopige hechtenis na zijn aanhouding in juli 2025 vanuit de penitentiaire inrichting nog steeds telefonische contacten met zijn criminele netwerk onderhield en geen afstand leek te nemen van de criminele activiteiten, zoals uit de opgenomen Telio gesprekken naar voren lijkt te komen.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie blijkt dat verdachte bij (onherroepelijk) vonnis van 29 oktober 2024 is veroordeeld voor drugshandel in de periode van 2 oktober 2023 tot en met 6 februari 2024. Daarnaast is verdachte diverse keren een strafbeschikking opgelegd wegens overtreding van de Wegenverkeerswet.

Advies Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een advies uitgebracht. De Raad adviseert toepassing van het jeugdstrafrecht, omdat dat het meest passend is en de beste mogelijkheden biedt om recidive te voorkomen. Bovendien is het (Harde Kern Aanpak) traject dat door de jeugdreclassering is ingezet nog niet afgerond. De Raad benadrukt dat van belang is dat er meer zicht komt op de achtergronden van het gedrag van verdachte en de keuzes die hij maakt. Verdachte is eerder veroordeeld voor drugshandel en er is sprake van recidive, ondanks de forse waarschuwing die hij in de vorm van voorwaardelijke jeugddetentie heeft gekregen. Persoonlijkheidsonderzoek is daarom noodzakelijk om meer duidelijkheid te krijgen. Een persoonlijkheidsonderzoek is inmiddels bij Kairos aangevraagd. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke straf in de vorm van jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest. De Raad adviseert bij het voorwaardelijk deel jeugdreclassering met bijzondere voorwaarden op te leggen. Wat betreft de vordering tenuitvoerlegging adviseert de Raad de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie geheel toe te wijzen en om te zetten in een werkstraf.

De ter zitting aanwezige jeugdreclasseerders van verdachte hebben net als de Raad benadrukt dat het noodzakelijk is dat verdachte een persoonlijkheidsonderzoek ondergaat zodat er meer zicht op hem komt en verdachte niet meer recidiveert.

De rechtbank ziet geen aanleiding de door de raadsvrouw verzochte strafvermindering toe te passen. Van het bedoelde vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is de rechtbank niet gebleken.

De rechtbank zal zoals geadviseerd, het jeugdstrafrecht toepassen. De rechtbank benadrukt verder dat het om zeer ernstige feiten gaat, waarbij bovendien sprake is van recidive. De rechtbank acht echter ook van belang dat verdachte de ingezette Harde Kern Aanpak kan afmaken en dat een persoonlijkheidsonderzoek kan worden uitgevoerd, zodat er beter zicht komt op verdachte en de redenen waarom hij op jonge leeftijd toch steeds de fout in gaat en hij kan leren hoe hij in de toekomst de juiste keuzes kan maken. Verdachte heeft ter zitting aangegeven daar graag aan mee te willen werken. Gelet hierop vindt de rechtbank een deels voorwaardelijke jeugddetentie passend. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot 8 maanden jeugddetentie, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank heeft er, mede gezien de hierna te bespreken vordering tenuitvoerlegging, rekening mee gehouden dat verdachte - bij onherroepelijkheid van dit vonnis en het uitzitten van de opgelegde jeugddetentie - na de zomer met zijn opleiding kan beginnen, zodat hij zich verder kan ontwikkelen om uiteindelijk op een legale manier zijn geld te verdienen.

8. De beoordeling van het beslag

Blijkens het strafdossier ligt beslag op drie telefoons, te weten: iPhone (blauw, klein model) (goednummer 3485764), iPhone (zwart) (goednummer 3485746) en iPhone (blauw, groot model) (goednummer 3485765). Deze goederen zijn gebruikt bij de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal deze goederen verbeurd verklaren.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De rechtbank behoeft geen beslissing te nemen ten aanzien van het conservatoir beslag.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-040287-24)

De rechtbank heeft verdachte op 29 oktober 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 60 dagen, met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering af te wijzen, dan wel (subsidiair) deze om te zetten in een werkstraf.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is daarom van oordeel dat de gehele voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer gelegd moet worden. Een gedeelte van de voorwaardelijk opgelegde straf dient alsnog in jeugddetentie ten uitvoer te worden gelegd, te weten 45 dagen. De rechtbank zal voor de resterende 15 dagen in plaats van een jeugddetentie een werkstraf van 30 uren gelasten.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden;

 stelt als overige voorwaarden dat:

 geeft opdracht aan Jeugdbescherming Gelderland, locatie Apeldoorn, tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan. Deze opdracht strekt zich niet uit tot het contactverbod;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 29 oktober 2024 door de rechtbank voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 45 dagen jeugddetentie (parketnummer 05-040287-24);

 gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de overige 15 dagen van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie een werkstraf gedurende 30 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen;

 verklaart verbeurd: iPhone (blauw, klein model) (goednummer 3485764), iPhone (zwart) (goednummer 3485746) en iPhone (blauw, groot model) (goednummer 3485765).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand