ECLI:NL:RBGEL:2026:4009

ECLI:NL:RBGEL:2026:4009

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer 05/344093-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De rechtbank legt aan een 26-jarige verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op, wegens het medeplegen van handel in strijd met de wet wapens en munitie

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/344093-24

Datum uitspraak : 22 mei 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] (Thailand),

verblijvende aan [adres] in [verblijfplaats] .

Raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat in Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 9 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder erkenning, een vuurwapen van categorie II en/of III en/of de bijbehorende munitie van categorie III, in de uitoefening van een bedrijf heeft verhandeld en/of (anderszins) ter beschikking heeft gesteld en/of heeft overgedragen, te weten:

- een semiautomatisch omgebouwd gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of en/of een (daarbij behorend) patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter));

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 oktober 2024 tot en met 9 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (vuur)wapen en/of de bijbehorende munitie (zoals bedoeld in artikel 2 categorie II en /of III van de Wet Wapens en Munitie) te verhandelen en/of (anderszins) ter beschikking te stellen en/of over te dragen (al dan niet door tussenkomst van een of meer ander(en), te weten een semiautomatisch omgebouwd gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of een (daarbij behorend) patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter)) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- ( via de telefoon) met een meer anderen besprekingen en/of onderhandelingen gevoerd om (vuur)wapens en/of munitie te kopen en/of verkopen,

- foto’s van (vuur)wapens ontvangen en/of gemaakt en/of laten maken en/of verstuurd van/naar de (ver)kopende partij en/of zijn mededader(s), en/of

- met de verkopende partij een bedrag afgesproken welke de kopende partij dient te betalen aan de verdachte en/of zijn mededader(s) en/of welk bedrag de verdachte en/of zijn mededader(s) zouden ontvangen voor de levering en/of

- de vuurwapens opgehaald bij de verkopende partij en/of (vervolgens)

- de vuurwapens vervoerd en/of laten vervoeren in de tot zijn beschikking staande bedrijfsauto,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 oktober 2024 tot en met 11 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) wapens van categorie II en/of III en/of munitie van categorie III en/of onderdelen behorende bij één of meer wapen(s) van categorie II en/of III, waaronder (in ieder geval): een semiautomatisch gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat de aanvalskracht werd

verhoogd en/of een daarbij behorend patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter)) voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair en het onder feit 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde, omdat op geen enkele manier van enig aandeel van verdachte in het plegen van strafbare feiten is gebleken. Verdachte was enkel bijrijder in het busje en uit niets is gebleken dat hij een wapen “bewust” en opzettelijk onder zich heeft gehad.

Beoordeling door de rechtbank

In de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1] ) zijn in Snapchat de volgende berichten aangetroffen, waarbij het gesprek is aangevangen op 9 oktober 2024:

Verder is in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] in Snapchat het volgende gesprek aangetroffen tussen “IK” en “ [medeverdachte 2] ” (account: [account naam] ) aangetroffen:

De Koninklijke Marechaussee (verder: KMar) heeft de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2] ) aan [adres] doorzocht. Hierbij is door hen in een kledingkast een doos gewikkeld in krantenpapier, met daarin een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen. In het vuurwapen was een patroonmagazijn aanwezig. Op de linkerzijde van het wapen stond “Blow F92” en “9mm P.A.K.” als opschrift. Ook bevonden zich in de doos 10 stuks munitie. Uit nader onderzoek is gebleken dat het ging om een semiautomatisch gaspistool, zijnde een vuurwapen van het merk Blow, model F92, kaliber 9 millimeter P.A.K. Het aangetroffen patroonmagazijn hoort bij dit gaspistool. Door de KMar is dit vuurwapen en het bijbehorende patroonmagazijn gecategoriseerd. Verder is uit onderzoek gebleken dat munitie in de doos bestond uit 10 volmantel kogelpatronen, kaliber 9x19 millimeter. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij het vuurwapen na de mislukte overdracht mee naar huis heeft genomen.

Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de KMar verklaard dat hij op 9 oktober 2024 samen met [medeverdachte 2] bij de McDonalds in Harderwijk is geweest. [medeverdachte 2] had gezegd dat hij iets weg moest brengen. Verdachte wist dat het om een vuurwapen ging dat [medeverdachte 2] moest wegbrengen. Die dag hadden ze eerder met iemand in Westervoort afgesproken, dit was in de buurt van een supermarkt. [medeverdachte 2] is daar weggelopen en verdachte is in de bus gebleven. Op het moment dat ze op de parkeerplaats bij de McDonalds in Harderwijk waren, waren ze waarschijnlijk op zoek naar iemand aan wie het wapen afgeleverd moest worden. Ze hadden daar om half 7 afgesproken. Het wapen is uiteindelijk niet overgedragen. Verdachte zou met [medeverdachte 2] overleggen hoeveel hij zou krijgen. Hij weet niet hoeveel dit zou zijn, maar hij zou wel een deel krijgen.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij nog steeds achter de verklaring staat die hij destijds bij de KMar heeft afgelegd.

Conclusie:

Op basis van de voorgaande bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat medeverdachte [medeverdachte 1] foto’s en video’s heeft gestuurd op 9 oktober 2024 via Snapchat naar ‘ [naam] ’ waarbij hij een wapen aanbiedt met bijbehorende munitie. In ditzelfde gesprek wordt een prijs afgesproken en wordt afgesproken dat [medeverdachte 1] iemand regelt die het wapen en de munitie om half 7 aan [naam] aflevert bij de McDonalds in Harderwijk. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] contact opgenomen met medeverdachte [medeverdachte 2] met de vraag of [medeverdachte 2] tegen betaling voor [medeverdachte 1] naar Harderwijk kan rijden om het wapen met de munitie af te leveren. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] spreken vervolgens rond half 3 af in Westervoort voor de overdracht van het wapen van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] rijdt vervolgens met verdachte in de auto naar de McDonalds in Harderwijk om het wapen en de munitie af te leveren aan [naam] . Verdachte was ervan op de hoogte dat zij een wapen in Harderwijk gingen afleveren, verdachte zou hier ook een geldbedrag voor krijgen. De daadwerkelijke overdracht van het wapen en de munitie heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden. Bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 2] zijn vervolgens een vuurwapen (Blow F92, kaliber 9 millimeter P.A.K.), met bijbehorend patroonmagazijn en tien stuks volmantel kogelpatronen aangetroffen in een kartonnen doos. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat dit het wapen is dat had moeten worden overgedragen, maar dat hij in plaats daarvan mee naar huis heeft genomen.

De vraag die aan de rechtbank voorligt is of verdachte schuldig kan worden bevonden aan het medeplegen van het pogen te verhandelen, dan wel over te dragen en/of ter beschikking te stellen van het vuurwapen, het bijbehorende patroonmagazijn en de munitie en deze goederen daarmee ook voorhanden heeft gehad. Om tot een bewezenverklaring te komen voor medeplegen is van belang dat vast komt te staan dat bij het begaan van deze strafbare feiten sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten. De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Gelet op de wetenschap van de aanwezigheid van het wapen bij verdachte gedurende de autorit van Westervoort naar Harderwijk en het feit dat verdachte ook een geldbedrag zou krijgen voor het afleveren van het vuurwapen en de munitie, is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het onder feit 1 subsidiair en onder feit 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 oktober 2024 tot en met 9 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (vuur)wapen en/of de bijbehorende munitie (zoals bedoeld in artikel 2 categorie II en /of III van de Wet Wapens en Munitie) te verhandelen en/of (anderszins) ter beschikking te stellen en/of over te dragen (al dan niet door tussenkomst van of meer ander(en), te weten een semiautomatisch omgebouwd gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of een (daarbij behorend) patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter)) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- (via de telefoon) met een meer anderen besprekingen en/of onderhandelingen gevoerd om een (vuur)wapens en/of munitie te kopen en/of verkopen,

- foto’s van het (vuur)wapens ontvangen en/of gemaakt en/of laten maken en/of verstuurd van/naar de (ver)kopende partij en/of zijn mededader(s), en/of

- met de verkopende partij een bedrag afgesproken welke de kopende partij dient te betalen aan de verdachte en/of zijn mededader(s) en/of welk bedrag de verdachte en/of zijn mededader(s) zouden ontvangen voor de levering en/of

- het vuurwapens opgehaald bij de verkopende partij en/of (vervolgens)

- het vuurwapens vervoerd en/of laten vervoeren in de tot zijn beschikking staande bedrijfsauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 oktober 2024 tot en met 11 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) een wapens van categorie II en/of III en/of munitie van categorie III en/of onderdelen behorende bij één of meer wapen(s) van categorie II en/of III, waaronder (in ieder geval): een semiautomatisch gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat de aanvalskracht werd

verhoogd en/of een daarbij behorend patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter)) voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, subsidiair:

medeplegen van een poging tot handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 2:

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot

een gevangenisstraf voor de duur van 94 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en voorts tot het verrichten van 80 uren werkstraf subsidiair 40 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat bij het bepalen van de strafmaat rekening moet worden gehouden met het blanco strafblad van verdachte en met het feit dat hij zich gedurende het schorsingstoezicht goed aan de afspraken horende bij het reclasseringstoezicht heeft gehouden, waarbij hij onder andere de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden heeft afgerond. Omdat verdachte bezig is met het opbouwen van zijn bedrijf zou de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf desastreus zijn, zodat het enkele opleggen van een werkstraf of voorwaardelijke gevangenisstraf volgens de raadsman passend zou zijn.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het verhandelen van een vuurwapen – te weten een omgebouwd gaspistool – en bijbehorende munitie, door dit op te halen en tegen betaling te vervoeren naar Harderwijk. De overdracht in Harderwijk is enkel niet doorgegaan, doordat de tegenpartij niet is komen opdagen. Verdachte heeft met dit handelen het vuurwapen en de munitie ook voorhanden gehad. Het (illegaal) voorhanden hebben en het verhandelen van vuurwapens en munitie zijn zeer ernstige feiten en vormen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Een vuurwapen is gemaakt om te

doden en te verwonden. Door een rol te spelen in het (pogen) te verhandelen van dit soort wapens wordt een bijdrage geleverd aan zware criminaliteit. De rechtbank acht het zorgelijk dat verdachte hieraan zijn bijdrage heeft geleverd en dat hij zich hier (op betrekkelijk eenvoudige wijze) mee heeft ingelaten.

Uit het strafblad van verdachte van 19 maart 2026 blijkt dat verdachte wel eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 13 april 2026. Door de reclassering worden de leefgebieden: financiën, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding als delict-gerelateerde criminogene factoren aangemerkt. De reclassering heeft geconstateerd dat verdachte ten tijde van het plegen van het delict onvoldoende de consequenties van zijn gedrag overzag. Tijdens het schorsingstoezicht bij de reclassering heeft verdachte de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden gevolgd, waarbij hij inzicht heeft verkregen in zijn eigen handelen en zijn denk- en gedragspatronen. Hij heeft zich hiervoor ingezet en de gedragsinterventie met goed gevolg afgerond. Op dit moment ligt de prioriteit van verdachte vooral bij het opbouwen van zijn bedrijf. Hij is inmiddels uit Arnhem verhuisd, om zodoende ook afstand te nemen van zijn potentieel criminogene sociale netwerk. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en bij een veroordeling wordt geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten voor straftoemeting. Alhoewel de rechtbank verdachte veroordeelt voor het medeplegen van de twee tenlastegelegde strafbare feiten, houdt de rechtbank er bij het bepalen van de straf rekening mee dat verdachte een beperkte(re) rol in het geheel heeft gehad. Verder houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop en het feit dat verdachte bijna anderhalf jaar onder toezicht heeft gestaan van de reclassering in het kader van de schorsing van de preventieve hechtenis. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat de strafeis van de officier van justitie passend en geboden is. De rechtbank acht het van belang dat verdachte een stok achter de deur heeft in de vorm van een voorwaardelijk strafdeel, om hem ervan te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen. Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf op zijn plaats om daarin de ernst de feiten tot uitdrukking te brengen. Met de oplegging van deze straf hoeft verdachte niet meer terug naar de gevangenis en kan hij verder werken aan zijn toekomst.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 94 dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 90 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 80 (tachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Wesstra (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. Y.H.M. Marijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Willems, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.

mr. I.D. Jacobs is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.D. Jacobs
  • mr. Y.H.M. Marijs

Griffier

  • mr. L. Willems

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand