RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.301639.25
Datum uitspraak : 26 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat in Zeist.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 13 mei 2023 te [woonplaats] , omstreeks 04:45 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een personenauto (merk: Mercedes, type: Benz GLE 500e 4matic) en/of sieraden en/of 2650 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het
- met (deels) gezichtsbedekkende kleding de woning te betreden en/of
- vastpakken van de armen van die [slachtoffer] en haar handen aan elkaar vast te binden terwijl zij sliep en/of hierbij de woorden toe te voegen: "rustig mevrouw, rustig mevrouw, mevrouw niet schrikken en niet schreeuwen anders schieten we u dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of
- vastbinden van de voeten van die [slachtoffer] , en/of
- richten van een vuurwapen op die [slachtoffer] , althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of
- een of meerdere malen in/tegen de rug en/of de zij, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of te stoten, en/of
- het richten van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op die [slachtoffer] en hierbij de woorden toe te voegen: "als u niet meewerkt steek ik", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit, primair gelet op het alternatieve scenario van verdachte en subsidiair vanwege een schending van het recht op een eerlijk proces waardoor bewijsuitsluiting van de DNA-matches moet volgen (of zelfs niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie).
Beoordeling door de rechtbank
De aangifte
[slachtoffer] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld in haar woning aan [adres] te [woonplaats] op 13 mei 2023 tussen 04.45 uur en 05.30 uur. Toen zij op 12 mei 2023 naar bed ging stond haar auto, een Mercedes Benz GLE 500e 4 matic, voorzien van kenteken [kenteken 1] voor de carport geparkeerd.
Aangeefster werd wakker toen er mannen bij haar bed stonden. Zij zag op de wekker bij haar bed dat het 5 uur was. Zij voelde en zag dat de mannen haar bij haar armen vast pakten en haar handen probeerden vast te binden. Zij hoorde dat ze zeiden: “rustig mevrouw, rustig mevrouw, niet schrikken niet schreeuwen anders schieten we u dood”.
Aangeefster zag en voelde dat de mannen haar handen vastbonden met een sjaal. Zij zag en voelde eerst iemand die haar handen pakte en daarna een ander die een sjaal om haar handen bond. Naast deze 2 personen waren er nog 2 anderen. In totaal waren het dus 4 overvallers.
Aangeefster zag en voelde dat ze ook haar voeten/benen aan elkaar vastbonden. Dit gebeurde allemaal terwijl zij op bed lag. Voor het vastbinden werden naast de sjaal ook een pyjamabroek, pyjamajas ent een gordijnkoord gebruikt en verder gebruikten de daders een riem van haar overleden man.
Aangeefster heeft geprobeerd zich te verzetten. De overvallers zeiden tegen haar dat zij rustig moest doen en dat ze haar anders zouden dood schieten. Zij zag dat een van de overvallers een pistool in zijn hand had. De overvaller die dreigde haar dood te schieten richtte het pistool op haar.
Aangeefster hoorde de overvallers roepen dat ze geld wilden, ze riepen dat ze wisten dat er geld moest zijn omdat aangeefster en haar man het bedrijf verkocht hadden. Ze vroegen waar de kluis was.
Tijdens het vastbinden werd aangeefster door één van de overvallers een aantal malen hard in haar rug en haar gezicht gestompt. Op de plek waar zij geslagen is, is het helemaal blauw (dit zien de verbalisanten die de verklaring opnemen ook).
Behalve een pistool hoorde aangeefster dat een van de overvallers een mes had. Hij zei dat hij een mes had en hij dreigde met het mes in haar richting en als zij niet zou meewerken zou hij haar steken. Het was een puntig mes waarvan het snijgedeelte ongeveer 10/15 centimeter lang was.
Aangeefster hoorde de andere twee overvallers door het hele huis kasten en laden opentrekken en het hele huis doorzoeken. De overvallers hebben een portemonnee meegenomen waar ongeveer € 2000 in zat. Ook hebben ze uit haar handtas ongeveer € 650/750 weggenomen.
De overvallers vroegen om de sleutels van de auto. Die hebben ze kennelijk gevonden. De auto werd ook door de overvallers meegenomen.
Er zijn ook nog diverse sieraden uit de woning weggenomen. Aangeefster droeg een gouden ketting om haar nek die met geweld door een van de overvallers van haar nek is getrokken. Van de kaptafel werden een zilverkleurig horloge, een gouden ketting met parels en bijbehorende oorbellen, 2 paar oorbellen, 2 gouden ringen en een trouwring van haar moeder weggenomen.
De overvallers waren jonge mannen. Ze droegen alle vier donkere handschoenen en een mondkapje.
Is verdachte een van de overvallers?
DNA
In de woning zijn bij het forensisch onderzoek onder meer een gordijnkoord en een riem in beslag genomen, waarmee aangeefster zou zijn vastgebonden.
Op het gordijnkoord en de riem zijn DNA-mengprofielen aangetroffen die verklaard kunnen worden door een bijdrage van DNA van in ieder geval drie personen: verdachte, aangeefster en haar overleden man ( [naam] ).
Uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek en de uitgevoerde berekeningen volgt namelijk dat het
DNA-mengprofiel AAQV7139NL#01 (het gordijnkoord) en AAPK1117NL#31 (de riem) het beste kunnen worden verklaard wanneer slachtoffer [slachtoffer] , [naam] en [verdachte] gezamenlijk DNA aan de bemonstering hebben bijgedragen:
DNA-mengprofiel AAQV7139NL#01 (gordijnkoord) en AAPK1117NL#31 (de riem) zijn ten minste 100 duizend keer resp. 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 (de bemonstering bevat DNA van aangeefster, haar man en verdachte) waar is, dan wanneer één van de andere hypothesen waar is.
Gelet op deze hoge bewijswaarde, concludeert de rechtbank op basis van de NFI-rapporten dat er DNA van verdachte is aangetroffen op het gordijnkoord en de riem waarmee aangeefster is vastgebonden. Omdat dit items zijn die afkomstig zijn uit de woning van aangeefster en die dus zijn gebruikt bij de overval, beschouwt de rechtbank dit als is een daderspoor dat verdachte linkt aan de overval.
de auto
De zwarte auto van aangeefster is na de overval aangetroffen op [adres] in [woonplaats] . Op camerabeelden is te zien dat een zwarte auto op 13 mei 2023 om 05:22 uur wordt geparkeerd en er vier in het donker geklede personen uitstappen.
Ook is op camerabeelden te zien dat eerder in de nacht een stukje verderop om 01:13 uur een witte auto wordt geparkeerd waar vier in het donker geklede personen uitstappen. Om 05:32 uur komen vier in het zwart geklede personen uit een steeg lopen, en lopen zij met versnelde pas naar de witte auto. Deze witte auto werd daar ook geparkeerd van 11 mei 2023 om 22:11 uur tot 12 mei 2023 om 01:52 uur. Ook toen kwamen er vier in het donker geklede personen uit de auto.
Op 11 mei 2023 zijn de vier in het donker geklede mannen gezien door een getuige. De getuige heeft verklaard dat hij de vier personen zag lopen op 11 mei 2023 om 22:35 uur op [straat] in [woonplaats] richting de [straat] en later op [straat] .
Gelet op de route die de getuige de vier mannen heeft zien lopen concludeert de rechtbank dat deze vier mannen in de late avond van 11 mei 2023 vanuit de witte auto die werd geparkeerd aan [adres] richting de woning van aangeefster zijn gelopen. Op 13 mei 2023 na middernacht wordt de witte auto daar opnieuw geparkeerd en stappen vier personen uit, waarna kort na de overval de auto van aangeefster daar in de buurt wordt geparkeerd en vier personen met versnelde pas naar de witte auto gaan en daarmee wegrijden.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op het voorgaande bewezen is dat deze vier personen de overvallers zijn geweest die bij aangeefster in de woning waren en dat dus de witte auto is gebruikt bij het tenlastegelegde feit.
De camerabeelden van de witte auto en ANPR camerabeelden op de relevante tijdstippen in de omgeving zijn onderzocht. Daarbij komt de politie tot de conclusie dat de witte auto een witte Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 2] is geweest.
Dit voertuig is bekend bij de politie en wordt veelvuldig gecontroleerd en geregistreerd. Een van de personen die regelmatig in het voertuig worden aangetroffen is verdachte. Op 8, 9, 10 en 29 april 2023 heeft de politie gezien dat verdachte in deze auto zat.
Verdachte maakte dus in ieder geval kort voor de tenlastegelegde periode regelmatig gebruik van de witte Mercedes-Benz die bij de overval is gebruikt en is ook op deze manier te linken aan de overval.
Bovenstaande vaststellingen zijn in beginsel duidelijke aanwijzingen dat verdachte een van de vier overvallers is.
Het alternatieve scenario
Verdachte heeft verklaard dat hij niets met de overval te maken heeft. Zijn DNA moet volgens verdachte op het gordijnkoord en de riem zijn terechtgekomen, doordat iemand anders handschoenen van verdachte aan heeft gehad tijdens de overval. Verdachte was vroeger een inbreker en zat regelmatig in de witte Mercedes-Benz en heeft daar mogelijk wel eens handschoenen laten liggen of verstopt. Op vragen van de rechtbank over het soort handschoenen kan verdachte zich herinneren dat hij in de auto handschoenen van de Gamma en een paar Nike handschoenen is kwijtgeraakt. Verdachte weet niet wanneer hij de handschoenen is kwijtgeraakt.
De rechtbank is van oordeel dat het alternatieve scenario dat handschoenen uit de witte Mercedes-Benz door een ander zijn gebruikt in beginsel niet zonder meer ongeloofwaardig of onaannemelijk is. Gekeken moet daarom worden of het alternatieve scenario in dit geval voldoende aannemelijk is gemaakt.
Verdachte heeft voor het eerst verklaard over de handschoenen op het moment dat de verdediging beschikte over het dossier, waarin staat dat de overvallers handschoenen droegen, dat er aanwijzingen waren voor betrokkenheid van de witte Mercedes-Benz en er DNA van verdachte is aangetroffen. Deze eerste verklaring bij de rechter-commissaris was zeer summier en hield niet meer in dan dat verdachte betrokkenheid bij de overval ontkende en dat hij weleens handschoenen in de auto van [getuige] had laten liggen, de hoofdgebruiker van de witte Mercedes-Benz.
Op de zitting heeft verdachte op vragen van de rechtbank nauwelijks relevante details kunnen geven over de handschoenen en het achterlaten daarvan in de witte auto. Zo heeft verdachte niet duidelijk kunnen maken waarom hij handschoenen droeg als hij op pad ging of wanneer hij die handschoenen had achtergelaten.
Getuige [getuige] , de hoofdgebruiker van de witte Mercedes-Benz, heeft verklaard dat hij nooit handschoenen in de auto heeft aangetroffen die niet van hem waren. Tijdens de controles door de politie vond de politie nooit iets. Als er al eens iets werd gevonden, zoals handschoenen of schroevendraaiers, dan werd dat volgens [getuige] door de politie in beslaggenomen.
Uit de 12 registraties van de keren dat de witte Mercedes-Benz is gecontroleerd blijkt niet dat er handschoenen in het voertuig zijn aangetroffen, dan wel in beslag zijn genomen.
Ook verder bevat het dossier geen enkel aanknopingspunt dat het alternatieve scenario van verdachte ondersteunt.
De rechtbank is daarom van oordeel het alternatieve scenario zoals door verdachte naar voren gebracht onvoldoende concreet en onderbouwd is, en dus niet aannemelijk is geworden.
Zelfs twee jaar na het tenlastegelegde had van verdachte een meer onderbouwde en gedetailleerde verklaring mogen worden verwacht. Die periode is niet zodanig lang dat geen enkele nadere concretisering of onderbouwing meer mogelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is het recht op een eerlijk proces hiermee niet geschonden.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Dat daarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerken en dus van medeplegen, volgt uit de verklaring van aangeefster.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 13 mei 2023 te [woonplaats] , omstreeks 04:45 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een personenauto (merk: Mercedes, type: Benz GLE 500e 4matic) en/of sieraden en/of 2650 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het
- met (deels) gezichtsbedekkende kleding de woning te betreden en/of
- vastpakken van de armen van die [slachtoffer] en haar handen aan elkaar vast te binden terwijl zij sliep en/of hierbij de woorden toe te voegen: "rustig mevrouw, rustig mevrouw, mevrouw niet schrikken en niet schreeuwen anders schieten we u dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of
- vastbinden van de voeten van die [slachtoffer] , en/of
- richten van een vuurwapen op die [slachtoffer] , althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of
- een of meerdere malen in/tegen de rug en/of de zij, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of te stoten, en/of
- het richten van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op die [slachtoffer] en hierbij de woorden toe te voegen: "als u niet meewerkt steek ik", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring cursief verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft (gelet op het verweer tot vrijspraak) geen standpunt ingenomen over de op te leggen straf of maatregel. De raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft in de nacht samen met drie anderen een gewelddadige overval gepleegd op een woning waar een 74-jarige vrouw lag te slapen. Haar man was slechts drie maanden voor de overval overleden. De vrouw, een kwetsbaar slachtoffer, is vastgebonden en gestompt. Zij is met een mes en een vuurwapen bedreigd. Er is haar gezegd dat de overvallers, waaronder dus verdachte, wisten dat er geld was omdat zij het bedrijf had verkocht. De overvallers droegen handschoenen en mondkapjes. Aangeefster heeft tijdens de zitting op indringende wijze verklaard dat deze overval haar leven heeft veranderd. Zij is drie jaar later nog steeds angstig en verdrietig. Zij is zo bang geworden om alleen te zijn in haar eigen huis, dat zij de woning te koop heeft gezet.
Alles wijst erop dat dit een overval was die zeer berekenend is voorbereid en uitgevoerd. Een ernstige, kwalijke en laffe daad, die de rechtbank verdachte zeer kwalijk neemt.
Omdat verdachte ontkent, kan de reclassering geen risico-inschatting maken en geen plan van aanpak opstellen. De reclassering overweegt dat in geval van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, potentieel nieuwe mogelijkheden ontstaan voor een beoordeling van (de noodzaak van) begeleidingsmogelijkheden bij een advies voor voorwaardelijke invrijheidstelling.
De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit maakt dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.
Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt gelet op de opgelegde straf afgewezen.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het bewezenverklaarde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 27.767,38 aan materiële schade en € 45.000 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen voor een bedrag van € 27.767,38 aan materiële schade en een bedrag van € 8.000 aan smartengeld, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging zich voor wat betreft de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en voor wat betreft de immateriële schade gesteld dat deze moet worden vastgesteld tussen de € 3.000 - € 8.000. In elk geval dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering voor wat betreft de gevorderde € 37.000 aan geestelijk letsel.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank overweegt dat de schadeposten niet zijn betwist. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade in zijn geheel (tot een hoogte van € 27.767,38) kan worden toegewezen.
Smartengeld
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Door benadeelde in de nacht in haar woning te overvallen, vast te binden, te bedreigen met een vuurwapen en met een mes, en haar te stompen is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Ook heeft de rechtbank gekeken naar de Rotterdamse schaal en geconcludeerd dat de onderhavige situatie past in de categorie 19 onder a (de meest ernstige vorm van een bedreigende situatie die gepaard gaat met diefstal).
Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 8.000 vaststellen.
De behandeling van de schadepost geestelijk letsel (€ 37.000) is onvoldoende onderbouwd en levert daarmee een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Verdachte is als volgt wettelijke rente over de toegewezen bedragen verschuldigd:
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 47, 63, 312 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
wijst af het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis;
veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 27.767,38 aan materiële schade en € 8.000 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf:
tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;
veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 35.767,38 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 177 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.H.S. Duinkerke (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en mr. M.S. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 mei 2026.