proces-verbaal/uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[betrokkene 1]
de officier van justitie
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zitting 20 april 2026
zaakgegevens 12088058, 12088069, 12088071
cjib-nrs 262044726, 261014487, 245791331
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaken van
[betrokkene 2]
[betrokkene 3]
Gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl
tegen
De beroepen zijn behandeld op de openbare zitting van 20 april 2026 door de kantonrechter
mr. G.W.B. Heijmans, bijgestaan door H. Jansen als griffier.
Namens de officier van justitie is aanwezig [medewerker CVOM] , medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie (CVOM) als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.
Betrokkenen en de gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.
De kantonrechter vat kort samen wat tussen partijen in geschil is en deelt mede dat op deze zitting 33 beroepen worden behandelend waarin de gemachtigde tegen het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie beroepen heeft ingediend.
De kantonrechter oordeelt in deze uitspraak over 3 van de 33 beroepen.
De officier van justitie verklaart zakelijk weergegeven het volgende:
Ik verzoek alle beroepen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege misbruik van recht. Betrokkenen hebben de beroepen ingetrokken. Zij en de gemachtigde hebben bevestigingen hiervan toegestuurd gekregen.
De kantonrechter sluit het onderzoek en bepaalt schriftelijk uitspraak.
Gronden voor de beslissing
De kantonrechter overweegt als volgt.
1. De beroepen zijn ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep. In deze zaken ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of het instellen van deze beroepen misbruik van recht oplevert.
2. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het BW, de bevoegdheid om beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.
3. In deze zaken heeft de gemachtigde beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op administratief beroep, terwijl daaraan voorafgaand de administratieve beroepen al door de betrokkenen waren ingetrokken. De officier van justitie heeft zowel aan de betrokkenen als aan de gemachtigde deze intrekkingen schriftelijk bevestigd. De gemachtigde heeft vervolgens in deze zaken CVOM in gebreke gesteld en heeft daarna verzocht om toekenning van dwangsommen. Ook heeft de gemachtigde klachten ingediend tegen het uitblijven van een beslissing. Hij heeft uiteindelijk de beroepen niet tijdig ingesteld.
4. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde de beroepen heeft ingesteld terwijl hem al was bericht dat de beroepen waren ingetrokken door zijn cliënten. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de beroepen zodanig evident zijn ingesteld zonder redelijk doel dat het instellen van beroep blijk geeft van kade trouw. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
5. Met verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:3767) worden de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen op het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard.
6. Nu de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- verklaart de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen, door de officier van justitie, op de administratieve beroepen niet-ontvankelijk;
- wijst de verzoeken om toekenning van proceskosten af.
Waarvan proces-verbaal,
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. G.W.B. Heijmans, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,