RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.245487.25
Datum uitspraak : 1 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geb. datum] 1979 in [geboorteplaats] (Polen),
wonende aan de [adres] [woonplaats] .
Raadsman: mr. B.G.M. Frencken, advocaat in 's-Hertogenbosch.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks periode van 7 september 2016 tot en met 21 december 2024 te [woonplaats] , gemeente Maasdriel , en/of elders in Nederland, althans in Nederland, [slachtoffer 1] (geboren op [geb. datum] 2011), heeft mishandeld, door:meermalen, althans eenmaal,- die voornoemde [slachtoffer 1] te duwen en/of- die voornoemde [slachtoffer 1] aan de haren te trekken en/of- die voornoemde [slachtoffer 1] op/tegen het hoofd, het been en/of knie, althans op/tegen het lichaam, te slaan met een kabel, stok en/of de platte hand en/of- (met) boeken op/tegen/in de richting van die voornoemde [slachtoffer 1] te gooien en/of te duwen en/of- aan de kleren en/of het lichaam van die voornoemde [slachtoffer 1] te trekken en/of- (met kracht) die voornoemde [slachtoffer 1] bij de keel vast te pakken en/of te grijpen,terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen haar kind;
feit 2 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks periode van 16 augustus 2020 tot en met 21 december 2024 te [woonplaats] , gemeente Maasdriel , en/of elders in Nederland, althans in Nederland, [slachtoffer 2] (geboren op [geb. datum] 2014), heeft mishandeld, door:meermalen, althans eenmaal,- die voornoemde [slachtoffer 2] te duwen en/of- die voornoemde [slachtoffer 2] aan de haren te trekken en/of- die voornoemde [slachtoffer 2] op/tegen de rug en/of been, althans op/tegen het lichaam, te slaan met een stok en/of- die voornoemde [slachtoffer 2] op/in/tegen het gezicht en/of de wang, althans op/tegen het lichaam, te slaan met een platte hand,terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen haar kind;
feit 3 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks periode van 7 september 2014 tot en met 21 december 2024 te [woonplaats] , gemeente Maasdriel , en/of elders in Nederland, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) haar kind(eren), te wetena) [slachtoffer 1] (geboren op [geb. datum] 2011), en/ofb) [slachtoffer 2] (geboren op [geb. datum] 2014),heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , meermalen, althans eenmaal,- uit te schelden, te kleineren en/of denigrerend toe te spreken met ‘rotkind’, ‘kurva’, ‘japig’, ‘je doet niks goed’, ‘je gaat niks bereiken’ en/of ‘je krijgt later een slechte baan’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- getuige te doen zijn van huiselijk geweld (gericht tegen zijn broer(tje) en/of zijn/hun vader) en/of- zorg te onthouden door het niet en/of onvoldoende aanbieden van voedsel en/of door het (in de winterperiode) zonder en/of onvoldoende warme kleding (verplicht als straf) buiten te laten verblijven en/of voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (ondanks hun verzoek) niet de woning in te laten en/of- bloot te stellen aan verbaal agressief gedrag door tegen hem/hen te schreeuwen en/of- vrees en/of angst aan te jagen door een Bobo(k) masker op te zetten en/of te dreigen die voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] in een zak te steken/duwen en/of (een van) hen mee te nemen en/of- bloot te stellen aan (school)prestatiedruk door voornoemde [slachtoffer 1] dagelijks om 06:00 (zes) uur te wekken teneinde te leren, althans (school)prestatiedruk op voornoemde [slachtoffer 1] uit te oefenen,- een mes en/of tuinschaar in de handen te nemen en/of te dreigen de handen en/of tenen van voornoemde [slachtoffer 2] af te knippen en/of te dreigen de vingers van [slachtoffer 2] op het fornuis te leggen, althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] psychisch letsel heeft/hebben bekomen en/of een hevige onlust veroorzakende lichamelijke en/of geestelijke gewaarwording bij hem/hen is veroorzaakt en/of waardoor opzettelijk de (geestelijke) gezondheid van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] werd benadeeld.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1 tot en met 3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn. De raadsman heeft betoogd dat de wijze waarop de kinderen zijn verhoord, sturend en suggestief is geweest en dat niet is uit te sluiten dat de kinderen werden beïnvloed omdat zij werden verhoord door voor hen bekende hulpverleners van Veilig Thuis. De raadsman heeft daarnaast gesteld dat niet is uit te sluiten dat de kinderen in de tijd vanaf de melding bij de grootouders tot aan de verhoren zijn beïnvloed door derden. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn niet betrouwbaar en dienen te worden uitgesloten van het bewijs, hetgeen zou moeten leiden tot vrijspraak van feit 1 tot en met 3 aldus de raadsman.
Subsidiair heeft de raadsman ten aanzien van feit 1 erop gewezen dat verdachte ontkent dat er meer is gebeurd dan dat zij bij de politie en ter terechtzitting heeft erkend. Verdachte bestrijdt de verklaringen van haar kinderen die spreken over elke dag slaag en het meerdere keren slaan met stokken en kabels op de rug, benen of het hoofd. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman erop gewezen dat [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zijn broertje [slachtoffer 2] erg veel fantasie heeft. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman betoogd dat de dagvaarding met betrekking tot gedachtestreepje 6 partieel nietig dient te worden verklaard, nu onvoldoende duidelijk is wat verdachte wordt verweten. Ten aanzien van gedachtestreepje 1, 3, 5 en 6 van feit 3 heeft de raadsman betoogd dat deze handelingen geen psychische mishandeling opleveren. Tot slot heeft de raadsman betoogd dat de ten laste gelegde handelingen onder feit 3 niet kunnen worden gekwalificeerd als mishandeling.
Beoordeling door de rechtbank
Overwegingen over de betrouwbaarheid van de verklaringen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
De raadsman heeft gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) niet betrouwbaar zijn en niet als bewijsmiddelen kunnen worden gebruikt. De rechtbank deelt dit standpunt niet en zal dit eerst toelichten voordat zij overgaat tot de bespreking van de verwijten.
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren, ten tijde van het afleggen van hun verklaringen, respectievelijk 13 en 10 jaar oud. De rechtbank stelt voorop dat verklaringen van kinderen in het algemeen met behoedzaamheid dienen te worden beoordeeld, gelet op hun leeftijd en de daarmee samenhangende beïnvloedbaarheid en wijze van herinneren en het verwoorden van herinneringen. Dat brengt echter niet zonder meer mee dat dergelijke verklaringen onbetrouwbaar zijn.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] uitgebreid, consistent en gedetailleerd zijn. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de verklaringen van de broers elkaar grotendeels ondersteunen en ook ondersteuning vinden in overige processtukken in het dossier. De verklaringen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in februari 2025 hebben afgelegd, komen bovendien op belangrijke punten overeen met de inhoud van de eerste melding bij Veilig Thuis.
De rechtbank ziet geen concrete aanwijzingen dat de verklaringen van de kinderen door sturing, suggestie of anderszins zijn beïnvloed. De rechtbank wijst erop dat de kinderen zijn verhoord door medewerkers van Veilig Thuis, die zijn opgeleid voor het voeren van dergelijke gesprekken met kinderen. De verhoren van de kinderen hebben plaatsgevonden volgens een wetenschappelijk erkende methode, de zogeheten NICHD-methode. De rechtbank is van oordeel dat de vraagstelling en de manier van doorvragen in de verhoren van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voldoen aan de eisen die worden gesteld aan het verhoren van kinderen. Dat de kinderen niet zijn gewezen op hun verschoningsrecht, acht de rechtbank niet opvallend of onrechtmatig nu de medewerkers van Veilig Thuis geen opsporingsambtenaren zijn. De raadsman heeft in het pleidooi enkele vragen aangehaald die volgens hem niet voldoende open zijn gesteld en daarmee suggestief zijn. De rechtbank overweegt hierover dat de voorbeelden die de raadsman heeft aangehaald, niet in strijd zijn met de genoemde methode en steeds moeten worden gelezen in de context van de direct voorafgaande vragen en antwoorden eerder tijdens de verhoren.
De rechtbank overweegt dat enige beïnvloeding van de kinderen in de periode dat zij bij hun grootouders woonden door de grootouders, medewerkers van Veilig Thuis of derden, zoals door de raadsman is gesteld, niet concreet is geworden. Dat de kinderen (mogelijk) met anderen over de verwijten hebben gesproken, zou kunnen betekenen dat sprake is van enige mate van beïnvloeding. De rechtbank is van oordeel dat dit niet wil zeggen dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn. De rechtbank wijst erop dat er door Veilig Thuis voortvarend is gehandeld. Immers was er op 6 januari 2025 voor het eerst contact tussen de grootouders en Veilig Thuis naar aanleiding van de melding door de huisarts, en werden de kinderen reeds op 3 februari 2025 door de medewerkers gehoord. Hierdoor is het tijdsverloop tussen de eerste melding en het afleggen van de verklaringen door de kinderen minimaal en is de kans op beïnvloeding door derden zo beperkt als mogelijk gehouden.
Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar en zal zij deze voor het bewijs gebruiken. Wel zal de rechtbank bij de waardering van deze verklaringen de nodige behoedzaamheid betrachten vanwege de leeftijd van de kinderen.
Bewezenverklaring
Bewijsmiddelen
Op 7 februari 2025 werd door Veilig Thuis een melding bij de politie gedaan van het vermoeden van kindermishandeling van [slachtoffer 1] (geb. [geb. datum] 2011) en [slachtoffer 2] (geb. [geb. datum] 2014), kinderen van [verdachte] (hierna: verdachte), wonende te [woonplaats] .
Op 2 januari 2025 zijn de grootvader en de oom van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar de huisarts geweest om zorgen te melden. Op 22 december 2024 waren de kinderen naar opa en oma gekomen. De dag ervoor wilde verdachte een filmpje sturen naar haar familie in Polen en vroeg zij aan de kinderen of zij wilden vertellen hoe fijn hun jaar was geweest. De oudste zoon (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) zei toen dat het helemaal geen fijn jaar was.
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben op 22 december 2024 afzonderlijk van elkaar bij opa en oma verteld dat zij werden mishandeld door hun moeder. De kinderen vertelden dat zij werden geslagen door hun moeder met een kabel en een stok en dat zij aan de haren werden getrokken. Opa en oma hebben vage blauwe striemen gezien op het been van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] gaf aan dat hij tussen het fysieke geweld tussen zijn moeder en broertje is gesprongen en de klappen heeft opgevangen. [slachtoffer 1] is twee keer met bloed in zijn nek naar school gekomen. Af en toe kreeg hij kaartjes mee naar huis van school als hij niet goed naar de juf had geluisterd. Moeder werd dan erg boos op hem en sloeg hem. Moeder zou een keer naar de buren zijn gelopen om aan te geven dat zij [slachtoffer 2] horen schreeuwen, maar dat er niets aan de hand was. [slachtoffer 1] vertelde dat [slachtoffer 2] toen met een stok is geslagen. Vader, moeder, opa, oma en de kinderen hebben een gezamenlijk gesprek gevoerd. [slachtoffer 1] zei toen tegen zijn moeder dat hij de laatste week al vier keer is geslagen door haar.
Verdachte heeft ter terechtzitting onder andere verklaard dat zij tikjes heeft gegeven op de schouders en oren van haar kinderen.
feit 1
Op 3 februari 2025 is [slachtoffer 1] (hieronder weergegeven als [slachtoffer 1] ) gehoord door twee medewerkers van Veilig Thuis, [medewerker 1] (hieronder weergegeven als [medewerker 1] ) en [medewerker 2] (hieronder weergegeven als [medewerker 2] ). [slachtoffer 1] verklaarde, onder meer, het volgende:
(…)
[medewerker 1] : Ja. En dat slaan met de kabels. Vertel daar eens wat over. [slachtoffer 1] : Ja, ze had de kabel uit de tv gehaald. En dan sloeg ze ons zo hard. Dat is een rubberen kabel. (…)[medewerker 1] : Waar slaat ze dan met de kabels?[slachtoffer 1] : Op mijn been. Ze heeft bijna mijn gezicht geraakt en ze heeft mij in hoekjes geduwd en ze heeft mij geslagen. (…)[medewerker 1] : Nee. Je vertelde over dat bloed in je nek. Vertel eens over die gebeurtenis. Wat er gebeurd is.[slachtoffer 1] : (...) Toen (…) wou ze mijn kleren uittrekken. Want ik deed het weer verkeerd natuurlijk want ik wilde mijn telefoon niet afgeven dus ze wou mijn kleren eraf trekken. En ze heeft mij in een hoekje geduwd en ze heeft mij, ze pakte me bij mijn keel en ze heeft mij zo gepakt waardoor ik hier bloedde. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 1] wijst met zijn rechterhand op de rechterkant van zijn hoofd.) (…)
[medewerker 1] : En welke kleren trok ze uit? Wat deed ze toen? [slachtoffer 1] : Ze trok mij gewoon aan mijn kleren. Want ik had een pak gekregen van mijn opa en oma en die heeft ze ook helemaal kapot gescheurd omdat ze zo boos op mij was. Ze trok het zo kapot en zulke dingen heeft ze wel eens bij mij gedaan. (…)[medewerker 1] : Ja. Waar deed het het meeste pijn als je werd geslagen?[slachtoffer 1] : (…) Vooral bij mijn hoofd. En dan bij mijn wangen. Want ik krijg altijd de platte hand van mijn moeder. Vroeger was dat met de platte hand, maar het is alleen maar erger geworden. (...)[medewerker 1] : Ja. En hoe vaak gebeurde het de laatste tijd dat je geslagen werd?[slachtoffer 1] : Elke dag.(...)[medewerker 1] : En wat was dan de aanleiding bijvoorbeeld?[slachtoffer 1] : Leren. Mama vond dat ik het niet goed deed met leren. En toen werd ze boos op me. (…)
[medewerker 1] : En vertel eens over de laatste keer specifiek wat er toen gebeurde. [slachtoffer 1] : (…) Ja, dat weet ik nog wel, dat was ook die zaterdag. Want toen wilde mijn moeder mijn broertje ook slaan maar toen ging ik voor hem staan. Dan heb ik liever dat ze mij slaat dan dat ze hem slaat. Dan ging ik voor hem staan en dan sloeg ze mij maar. Maar toen heeft ze mij geslagen. Ja, prima.[medewerker 1] : Hoe sloeg ze jou?[slachtoffer 1] : Met de platte hand. En ook met de kabel. Maar met de kabel heeft ze de laatste tijd veel vaker gedaan. Want er heeft ook een paar weken een kabel op tafel gelegen waarmee ze mij een paar keer mee heeft geslagen. En dat heeft mij ook veel pijn gedaan. Er hebben ook strepen op mijnbenen gezeten. (…)
[slachtoffer 1] : (…) Ze heeft me met de platte hand geslagen. Ze heeft me bij mijn kleren getrokken. Aan mijn haren. Ze heeft me haren van mijn kop af getrokken. En ja zulke dingen. Er vielen ook allemaal haren uit. En dat deed behoorlijk veel pijn.
(…)
[medewerker 2] : Nou, ik ben nog wel benieuwd. Je vertelde dat jouw mama jou bij de keel had gegrepen. Wat gebeurde er precies? [slachtoffer 1] : Ja, dan duwt ze mij in een hoekje wat ik net vertelde en dan pakt ze je zo vast zeg maar en dan laat ze je gewoon niet los. En dan, ze stopt alleen als ik bijna stik. Want dan stopt ze pas, want ze blijft door gaan. Want mijn moeder weet niet waar haar grens zit zeg maar.(…)
[medewerker 2] : Je zei: Dan pakt ze mij bij mijn keel totdat ik bijna stik. Waar sta jij dan? [slachtoffer 1] : Ja dan sta ik. Mama heeft ook meerdere keren achter mij aangelopen en dan pakt ze mij zo vast en dan wordt ze zo boos op me en dan gaat ze helemaal tekeer en dan scheld ze je uit en dan wil ze je niet meer los laten. Dan gaat ze door tot ze niet meer kan.(Opmerking verbalisant: [slachtoffer 1] legt zijn hand rond zijn keel.)[medewerker 2] : Hoe merk je dan dat je bijna stikt?[slachtoffer 1] : Ja, ik kan dan gewoon niet meer ademen. Want mama pakt mij dan zo hard. Mama heeft mij echt harde klappen gegeven. (…)
[slachtoffer 2] is ook door de twee medewerkers van Veilig Thuis gehoord. [slachtoffer 2] verklaarde onder andere het volgende:
(…)
[medewerker 1] : Okay. En je begon met; thuis werd er geslagen. (...)[slachtoffer 2] : Bijvoorbeeld als [slachtoffer 1] , [slachtoffer 1] is niet zo goed in leren en als [slachtoffer 1] een paar dingen fout deed dan werd soms heel vaak heel hard geslagen.(…)
[medewerker 1] : Waar was jij toen [slachtoffer 1] geslagen werd? [slachtoffer 2] : Daar was ik bij.[medewerker 1] : Wat zag je?[slachtoffer 2] : Dat [slachtoffer 1] heel veel pijn had.[medewerker 1] : En hoe sloeg jouw moeder [slachtoffer 1] ?[slachtoffer 2] : Ook met de platte hand.[medewerker 1] : Waar sloeg ze [slachtoffer 1] ?[slachtoffer 2] : Op zijn gezicht.(...)[medewerker 1] : Vertel er eens over wat jij gezien hebt.[slachtoffer 2] : Hij werd heel hard aan zijn haren getrokken. Ik zag een keer dat mama zo boos was geworden. Mama duwde [slachtoffer 1] op de bank en ze pakte [slachtoffer 1] bij de keel. En toen had ze een wondje op haar duim en toen werd ze helemaal boos op [slachtoffer 1] dat het allemaal door [slachtoffer 1] komt.[medewerker 1] : Hoe ging dat dan? Bij de keel pakken?[slachtoffer 2] : Zo of zo. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] legt zijn linkerhand rond de keel.)[medewerker 1] : Hoe lang duurde dat?[slachtoffer 2] : Een paar seconden.[medewerker 1] : Waar was jij toen?[slachtoffer 2] : Ik stond in de hal.[medewerker 1] : En jij kon het zien?[slachtoffer 2] : Ja.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij [slachtoffer 1] met een kabel had gepatst. Ze heeft [slachtoffer 1] een paar tikjes gegeven, met de platte hand op zijn oor en op zijn schouder. Op 21 december 2025 wilde verdachte samen met de kinderen de kerstboom opzetten. Toen de jongens door bleven gaan met een telefoon en de Playstation, heeft verdachte de kabel van de Playstation gepakt. [slachtoffer 1] wilde de telefoon niet afgeven. Verdachte verklaarde dat de emotie hoog bij haar opliep en dat zij [slachtoffer 1] met de kabel van de Playstation op zijn been patste. Vóór de kerst had verdachte de telefoon van [slachtoffer 1] proberen af te pakken. Toen [slachtoffer 1] weigerde, pakte verdachte hem bij zijn pak en trok. [slachtoffer 1] had hierdoor bloed.
De rechtbank concludeert dat uit de voorgaande bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, blijkt dat verdachte haar kind [slachtoffer 1] heeft mishandeld. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte hem met de platte hand in zijn gezicht en op zijn wangen heeft geslagen. Ook verklaarde hij dat zijn moeder hem een keer met een kabel op zijn benen sloeg. Hierdoor hadden er strepen op zijn benen gezeten. Blijkens de melding van Veilig Thuis zijn deze strepen ook waargenomen door de opa en oma van [slachtoffer 1] . De verklaring van [slachtoffer 1] vindt op de voorgaande punten steun in de verklaring van verdachte en door de verklaring van zijn broertje [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] hard werd geslagen als hij een paar dingen fout deed. Dit was dan ook met de platte hand in het gezicht. [slachtoffer 1] heeft daarnaast verklaard dat zijn moeder hem aan zijn kleding heeft getrokken. Hierdoor is een pak dat hij van zijn opa en oma had gekregen, gescheurd. Dit wordt ondersteund door de verklaring van verdachte, namelijk dat zij [slachtoffer 1] aan zijn pak heeft getrokken. De verklaring van [slachtoffer 1] , dat hij aan zijn haren werd getrokken en bij zijn keel werd gepakt, wordt ten slotte ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] . De rechtbank merkt daarbij op dat beide jongens tijdens hun verklaring over het bij de keel pakken van [slachtoffer 1] een gebaar maakten waarbij zij een hand om hun keel legden.
De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte haar kind [slachtoffer 1] heeft mishandeld door hem te slaan met een kabel en de platte hand, hem aan zijn haren te trekken, hem aan zijn kleren te trekken en hem bij de keel vast te pakken. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het duwen van [slachtoffer 1] , nu uit het dossier niet is gebleken dat dit pijn of letsel heeft opgeleverd. De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van het gooien met boeken op/tegen/in de richting van [slachtoffer 1] , nu niet is gebleken dat [slachtoffer 1] hierdoor werd geraakt en hij pijn of letsel heeft gehad. Tot slot zal de rechtbank verdachte ook vrijspreken van het slaan van [slachtoffer 1] met een stok. Hoewel [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en verdachte verklaren over het slaan van [slachtoffer 1] met een stok, gebeurde dit verklaren vaak in de context dat ‘we’ of ‘ze’ met stokken werden geslagen, om vervolgens meer gedetailleerd te verklaren over de keren dat [slachtoffer 2] met een stok werd geslagen. Over het slaan van [slachtoffer 1] met een stok wordt niets concreets verklaard, ook niet door [slachtoffer 1] zelf.
feit 2
[slachtoffer 2] heeft op 3 februari 2025 het volgende verklaard aan de medewerkers van Veilig Thuis.
(…)
[medewerker 1] : Vertel daar eens over wat je zelf gevoeld hebt. [slachtoffer 2] : Ja ik vroeg: mama mag ik je telefoon lenen. Toen zei ze: Ja. En toen had ik hem gepakt en toen ging ik hem gebruiken en toen sloeg ze mij in ene keer en toen zei ze; Hoezo gebruik je mijn telefoon? Dus dat vond ik wel heel raar. En toen die dag had mama ze ook uit huis gegooid.[medewerker 1] : Hoe ging dat slaan? Waarmee of hoe slaat mama dan? Of hoe slaat ze jou?[slachtoffer 2] : Hard met de platte hand.[medewerker 1] : Waar komt die hand dan?[slachtoffer 2] : Hier (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] legt zijn opengevouwen hand op zijn linkerwang.) Of gewoon op mijn gezicht.[medewerker 1] : En deed dat pijn?[slachtoffer 2] : Ja.(…)
[medewerker 1] : Vertel eens meer als mama jou sloeg. Was dat altijd met de platte hand of ook wel eens anders. [slachtoffer 2] : Soms aan de haren trekken.[medewerker 1] : Hoe deed ze dat dan?[slachtoffer 2] : Echt zo. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] pakt met zijn rechterhand een pluk haar op zijn hoofd vast).[medewerker 1] : Hoe deed ze dat precies?[slachtoffer 2] : Wegtrekken en duwen.[medewerker 1] : Terwijl ze jouw haren vast had?[slachtoffer 2] : Ja.[medewerker 1] : Dus dan gaat jouw hoofd heen en weer.[slachtoffer 2] : Ja.[medewerker 1] : En hoe voelde dat?[slachtoffer 2] : Heel veel pijn.(…)
[slachtoffer 2] : Mmm. Mama had mij een keer met een stok geslagen. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] houdt met beide handen zijn hoofd vast.)[medewerker 1] : Kan je aangeven wat voor een stok dat was of hoe dik die was.[slachtoffer 2] : (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] geeft met duim en wijsvinger ongeveer 7 centimeter aan en een lengte van 60 centimeter). En dan heel hard.[medewerker 1] : Waar was jij toen?[slachtoffer 2] : Op mijn kamer. En toen sloeg ze mij in ene keer met de stok.[medewerker 1] : En deed ze dat met een hand of met twee handen? Hoe hield ze die vast?[slachtoffer 2] : Ja, met twee handen.[medewerker 1] : Waar was je in jouw kamer?[slachtoffer 2] : Op mijn bed.(...)[medewerker 1] : En kan je bij [medewerker 2] aangeven waar ze jou dan ongeveer sloeg met de stok?[slachtoffer 2] : Hier zo ongeveer. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] wijst met zijn rechterhand naar onder bij zijn rug.)[medewerker 2] : In het midden?[slachtoffer 2] : Ja.[medewerker 1] : En hoe vaak sloeg ze jou toen?[slachtoffer 2] : Twee of drie keer.[medewerker 1] : Had je daar ook plekken van gehad? Of heb je iets anders gezien op je rug?[slachtoffer 2] : Nee.[medewerker 1] : En is dat de enige keer dat ze jou met een stok heeft geslagen of is dat vaker gebeurd?[slachtoffer 2] : Vaker.[medewerker 1] : Vertel nog eens over een andere keer dat je je herinnert.[slachtoffer 2] : Dat was volgens mij op mijn been. Toen had ik heel veel last van mijn been. Ik kon bijna niet meer lopen toen.[medewerker 1] : En waar was jij toen dat gebeurde?[slachtoffer 2] : Toen was mijn oma uit Polen in mijn kamer want ze was een paar weken op bezoek dus ik was bij de zonnebankkamer en toen sloeg ze mij.(...)[medewerker 1] : En waar op jouw been was dat gebeurt?[slachtoffer 2] : Hier zo. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] wijst met zijn rechterhand op zijn rechterbovenbeen/-dijbeen).[medewerker 1] : En hoe vaak sloeg zij?[slachtoffer 2] : Een of twee keer.[medewerker 1] : Had ze toen die stok in een of twee handen?[slachtoffer 2] : Volgens mij een hand toen.[medewerker 1] : Ja. En waar was jij op dat moment in die kamer?[slachtoffer 2] : Op een matras.(…)
[medewerker 1] : Wanneer was de ergste keer? Vertel daar eens over. [slachtoffer 2] : Op mijn rug.[medewerker 1] : Kan je dat helemaal vertellen hoe dat ging? Alle details.[slachtoffer 2] : Ik had een paar dingen stiekem gepakt uit de kast en toen werd ze heel boos op mij. En toen had ze mij volgens mij met de stok geslagen.[medewerker 1] : En jij zei; ik was in mijn kamer. Kwam ze jouw kamer binnen of liepen jullie samen naar jouw kamer toe?[slachtoffer 2] : Nee. Ze liep naar mijn kamer. Want bij mij heb ik nog een zolder boven op mijn kamer daar heeft mama oude spullen liggen. En daar ligt die stok. Want die heb je nodig om die open te maken. (…) En die stok is heel hard en als je die, want die stok is helemaal van hout en als je daar door wordt geraakt, dan doet dat heel veel pijn.[medewerker 1] : Ja. En toen had zij geslagen. Hoe vaak had zij geslagen daarmee op dat moment?[slachtoffer 2] : Twee keer.
(…)[medewerker 1] : Je zei net het gebeurde heel vaak met de hand, met de vlakke hand.[slachtoffer 2] : Ja.[medewerker 1] : In je gezicht. Kan je voordoen hoe ze dan precies sloeg met haar arm? Wat deed ze dan precies?[slachtoffer 2] : Dan deed ze zo. Zo. En dan eigenlijk op z’n allerhardst. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] zwaait zijn rechter arm naar achteren en slaat naar voren. Hij doet dit twee keer voor.) Daarom heb ik hier volgens mij nog een litteken of zo. (Opmerking verbalisant: [slachtoffer 2] wijst met zijn linker wijsvinger op zijn wang.)[medewerker 1] : Mag ik dat eens zien. Ik zie een streepje en een rondje. Was het een streepje of een rondje?[slachtoffer 2] : Een rondje. En toen het weg was heeft mama mij nog heel vaak geslagen op die kant, dus toen is dat litteken heel lang gebleven.[medewerker 1] : Als zij zo sloeg vanaf hier. Dan ging dat met best veel kracht toch?[slachtoffer 2] : Ja.[medewerker 1] : Maar had jij nog lang daarna pijn?[slachtoffer 2] : Vaak wel. Maar na tien minuutjes was het wel weer over.[medewerker 1] : En waar deed het dan pijn?[slachtoffer 2] : Nou, op mijn gezicht vooral. (…)
(…)
[medewerker 1] : Wat vindt je het ergste wat er thuis is gebeurd? Waar heb je het meeste last van? [slachtoffer 2] : De stok.[medewerker 1] : Ja. En dat was twee keer gebeurd zei je he?[slachtoffer 2] : Ja.[medewerker 1] : Een keer op je rug en een keer op je been.[slachtoffer 2] : Ja. (...)
[slachtoffer 1] heeft op 3 februari 2025 het volgende verklaard over de mishandeling van zijn broertje [slachtoffer 2] :
(…)
[slachtoffer 1] : Stokken, want wij zo, ja, wij hebben een zolder en daar zit een soort van ladder aan en die moet je naar beneden trekken en daar hebben ze een stok voor en die ligt op mijn broertjes kamer. Hij is heel hard geslagen. Hij had mijn schoenen vies gemaakt, mijn nieuwe schoenen. En toen werd mama zo boos en werd hij geslagen met een stok.[medewerker 1] : En waar was jij op dat moment?[slachtoffer 1] : Ik was beneden en ik hoorde hem in een keer keihard schreeuwen en hij had een blauwe plek op zijn benen. Dat was echt niet normaal. (…)
[medewerker 1] : Ja. Jij zegt een paar keer. Ik heb mijn broertje beschermd of proberen te beschermen. Vertel eens over de laatste keer dat dat was. Wat gebeurde er toen? [slachtoffer 1] : Ja, ik heb altijd voor mijn broertje, mijn broertje is tien en ik ben dertien. Dus ik neem dan mijn verantwoordelijkheid voor hem. Want ik wil niet dat mijn broertje geslagen wordt door iemand. (…) En dan zie ik ook dat mijn moeder hem slaat, ja, dan denk ik, mooi niet. En dan ga ik voor hem staan, want dan slaat ze mij maar. Maar ik laat niet mijn broertje slaan. (…)
Verdachte heeft verklaard dat zij [slachtoffer 2] met de stok van de vlizotrap op zijn benen had geslagen. Verdachte had gezien dat er weer fikkie was gestookt. Zij vroeg [slachtoffer 2] of hij weer bezig was geweest met een aansteker. [slachtoffer 2] bleef ontkennen en verdachte zei hem dat hij niet moest liegen. De emotie liep zo hoog op en zij had de stok in haar handen.
De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat verdachte haar kind [slachtoffer 2] heeft mishandeld. [slachtoffer 2] heeft uitgebreid en gedetailleerd verklaard dat zijn moeder hem op zijn rug en benen heeft geslagen met een stok, dat zij hem met de platte hand in zijn gezicht heeft geslagen en dat zij hem aan zijn haren heeft getrokken. De verklaring van verdachte, dat zij tikjes heeft gegeven op de oren van haar kinderen en dat zij [slachtoffer 2] met een stok heeft geslagen, en de verklaring van [slachtoffer 1] , dat hij voor zijn broertje ging staan als zijn moeder zijn broertje sloeg en dat zijn moeder [slachtoffer 2] met een stok sloeg, ondersteunen de verklaring van [slachtoffer 2] .
De rechtbank acht daarmee feit 2 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het duwen van [slachtoffer 2] , nu uit het dossier niet is gebleken dat dit pijn of letsel heeft opgeleverd.
Periode feit 1 en 2
De rechtbank acht een kortere periode bewezen dan ten laste is gelegd, te weten de periode van 1 januari 2024 tot en met 21 december 2024. De rechtbank ziet dat er in het dossier concrete aanknopingspunten zitten dat in 2024 de mishandelingen van beide kinderen hebben plaatsgevonden. De rechtbank wijst er in dat verband op dat [slachtoffer 1] tegen verdachte zou hebben opgemerkt dat het een verschrikkelijk jaar was geweest toen zij op 21 december 2024 een filmpje voor familie wilde maken. Concrete aanknopingspunten voor mishandelingen die eerder dan 2024 zouden hebben plaatsgevonden, heeft de rechtbank niet in het dossier aangetroffen. De rechtbank zal daarom voor feit 1 en 2 uitgaan van een kortere bewezen verklaarde periode, van 1 januari 2024 tot en met 21 december 2024, en verdachte voor de overige ten laste gelegde periode vrijspreken.
Vrijspraak feit 3
Juridisch kader
Onder feit 3 is een aantal gedragingen als mishandeling ten laste gelegd. De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat de onder feit 3 ten laste gelegde gedragingen door het openbaar ministerie als psychische mishandeling worden gezien.
De rechtbank zal verdachte geheel vrijspreken van feit 3. De rechtbank zal om die reden niet toekomen aan het verweer dat ziet op partiële nietigheid.
De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Onder ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) moet worden verstaan het opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van de gezondheid alsmede – onder omstandigheden – het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, een en ander zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat (vgl. HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2677).
Met betrekking tot psychische mishandeling stelt de rechtbank het volgende voorop. Naar geldend recht moet het bestanddeel ‘mishandeling’ zo worden uitgelegd, dat psychische mishandeling alleen strafbaar kan zijn als sprake is van gedragingen met enig betekenisvol fysiek aspect of gevolg. Voorbeelden in de rechtspraak van de Hoge Raad zijn het in een (tijdelijke) staat van bewusteloosheid of onmacht brengen (ECLI:NL:HR:2012:BX5468) en het verergeren van iemands ziektebeeld door verkeerd medisch handelingen (ECLI:NL:HR:2013:BY4858). Het gaat hier om gevallen waarin het handelen van de verdachte een lichamelijke uitwerking op het slachtoffer had. Het binnen de reikwijdte van artikel 300 Sr brengen van psychische mishandeling zónder fysiek aspect of gevolg is onwenselijk – met name in het licht van het zogenoemde bepaaldheidsgebod – omdat de betekenis van de term mishandeling daarmee minder scherp zou worden omlijnd dan zij nu op grond van de wetsgeschiedenis is. Daarmee zou ook de rechtszekerheid in het geding kunnen komen: het is voor de burger dan niet goed te voorzien welk gedrag onder de strafbaarstelling van mishandeling kan worden geschaard (vgl. de conclusie van A-G Van Kempen van 10 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:238).
De rechtbank zal aan de hand van het bovenstaande juridisch kader beoordelen of de ten laste gelegde gedragingen kunnen worden aangemerkt als mishandeling en dus kunnen worden bewezenverklaard.
Categorie A: geen betekenisvol fysiek aspect of gevolg
De rechtbank is, gelet op het bovenstaande juridisch kader, van oordeel dat ten aanzien van de gedachtestreepjes 1, 2 en 4 tot en met 7 niet kan worden gekomen tot een bewezenverklaring, omdat het niet gaat om gedragingen met enig betekenisvol fysiek aspect of gevolg. De gedragingen kunnen daarom niet worden aangemerkt als mishandeling als bedoeld in artikel 300 Sr. Verdachte zal om die reden van de gedachtestreepjes 1, 2 en 4 tot en met 7 worden vrijgesproken.
Categorie B: fysiek aspect, maar geen sprake van strafbare mishandeling
Ten aanzien van beide kinderen is onder gedachtestreepje 3 van feit 3 het onthouden van zorg door niet en/of onvoldoende aanbieden van voedsel en/of het (in de winterperiode) zonder en/of onvoldoende warme kleding als straf buiten laten verblijven en hen niet in de woning te laten, ten laste gelegd.
De rechtbank overweegt dat de gedragingen, zoals deze uit het dossier naar voren komen, niet een dusdanig fysiek aspect of gevolg hebben, dat deze kunnen worden aangemerkt als mishandeling. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet afdoende is gebleken dat de kinderen gedurende een langere periode honger, kou of een gebrek aan zorg hebben ervaren. Er kan in de gegeven omstandigheden niet worden gezegd dat dergelijk gedrag mishandeling als bedoeld in artikel 300 Sr oplevert. Verdachte zal dan ook van dit gedachtestreepje van feit 3 worden vrijgesproken.
De rechtbank zal verdachte, concluderend, geheel vrijspreken van feit 3.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
feit 1 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 21 december 2024 te [woonplaats] , gemeente Maasdriel , en/of elders in Nederland, althans in Nederland, [slachtoffer 1] (geboren op [geb. datum] 2011), heeft mishandeld, door:meermalen, althans eenmaal, - die voornoemde [slachtoffer 1] te duwen en/of- die voornoemde [slachtoffer 1] aan de haren te trekken en/of- die voornoemde [slachtoffer 1] op/tegen het hoofd, het been en/of knie, althans op/tegen het lichaam, te slaan met een kabel, stok en/of de platte hand en/of - (met) boeken op/tegen/in de richting van die voornoemde [slachtoffer 1] te gooien en/of te duwen en/of- aan de kleren en/of het lichaam van die voornoemde [slachtoffer 1] te trekken en/of- (met kracht) die voornoemde [slachtoffer 1] bij de keel vast te pakken en/of te grijpen,terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen haar kind;
feit 2 zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 21 december 2024 te [woonplaats] , gemeente Maasdriel , en/of elders in Nederland, althans in Nederland, [slachtoffer 2] (geboren op [geb. datum] 2014), heeft mishandeld, door:meermalen, althans eenmaal, - die voornoemde [slachtoffer 2] te duwen en/of- die voornoemde [slachtoffer 2] aan de haren te trekken en/of- die voornoemde [slachtoffer 2] op/tegen de rug en/of been, althans op/tegen het lichaam, te slaan met een stok en/of- die voornoemde [slachtoffer 2] op/in/tegen het gezicht en/of de wang, althans op/tegen het lichaam, te slaan met een platte hand,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen haar kind.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 en feit 2, telkens:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen haar kind, meermalen gepleegd
5. De strafbaarheid van het de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 120 uren zal worden opgelegd, bij niet uitvoeren te vervangen door 60 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening houdt met het blanco strafblad van verdachte en de beperktere bewezenverklaring zoals de raadsman die heeft bepleit. Daarnaast heeft de raadsman gevraagd dat de rechtbank rekening houdt met het feit dat verdachte langdurig niet thuis heeft gewoond en dat zij hulp heeft gezocht bij Kairos en Entrea-Lindenhout. De raadsman heeft betoogd dat er zijns inziens geen ruimte is voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte is bereid een geldboete te betalen en een voorwaardelijke straf zal door haar worden geaccepteerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het fysiek mishandelen van haar zoons. Verdachte heeft daarmee de lichamelijke integriteit van haar kinderen ernstig geschonden. De mishandelingen vonden thuis plaats, terwijl een kind zich juist op deze plek bij zijn ouder(s) geborgen en veilig moet kunnen voelen. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat de mishandelingen pas stopten toen haar kinderen zelf de moedige stap namen om hun verhaal te doen bij hun grootouders.
De rechtbank neemt in strafverminderende zin mee dat verdachte na de melding bij Veilig Thuis de hulpverlening heeft geaccepteerd en heeft aangegrepen en de hulpverleningstrajecten positief heeft doorlopen.
De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport van de Reclassering Nederland van 9 april 2026. De reclassering heeft in de rapportage beschreven dat er na de melding van Veilig Thuis verschillende interventies in werking zijn gezet, en Veilig Thuis de kinderen tot en met april 2025 bij de grootouders heeft geplaatst. Verdachte startte in april 2025 een behandeltraject bij Kairos. Op dat moment gingen de kinderen weer in het ouderlijk huis wonen en trok verdachte, in goed overleg met Veilig Thuis, tijdelijk bij vrienden in. In juni 2025 werd Entrea-Lindenhout actief betrokken bij het gezin, en vond begeleiding plaats bij het gezin. In september 2025 werd besloten dat verdachte weer thuis kon wonen. De reclassering beschrijft dat er een aantal beschermende factoren is. Verdachte heeft een stabiele baan en heeft een vaste woonplek in [woonplaats] . Verdachte heeft een goede vriendin waarmee ze alles kan bespreken. Verder heeft verdachte wekelijks contact met haar moeder. Verdachte heeft door haar behandeling genoeg handvatten gekregen waardoor ze nu goed kan omgaan met dagelijkse triggers. Haar kinderen zijn, op het moment van het opstellen van de rapportage, 11 en 14 jaar oud. De kinderen zijn nu pubers en zoeken vaak de grenzen op. Verdachte heeft aangegeven zich in te zetten wanneer toezicht of behandeling nog gewenst is. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Verdere interventies of toezicht worden niet nodig geacht. De rechtbank neemt dit advies over.
De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, nu de rechtbank een kortere periode en minder bewezen verklaart dan door de officier van justitie is gesteld. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 120 uren passend en geboden is, bij niet (naar behoren) uitvoeren te vervangen door 60 dagen hechtenis. De rechtbank zal geen voorwaardelijk strafdeel opleggen, nu zij uit de reclasseringsrapportage opmaakt dat verdachte en haar gezin voldoende zijn ingebed in hulpverlening en zij het goed acht als na het uitvoeren van de taakstraf een voor de kinderen nare periode in het gezin definitief kan worden afgesloten.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder feit 3 ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. R .M.H. Pennings (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2026.
mr. R .M. Pennings is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.