RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.169662.24
Datum uitspraak : 19 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
Raadslieden: mr. J.E. Kötter en mr. J.L. L’Homme, advocaten in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij op/in of omstreeks de periode van de maand februari 2025 in Gorinchem, althans in Nederland en/of te Antwerpen en/of Beerse (België), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een partij van 366 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, binnen het grondgebied van Nederland te brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet,- naar Antwerpen en/of Beerse, in elk geval naar België is/zijn gereden en/of een of meer anderen daar naar toe heeft/hebben laten rijden en/of instructies gegeven over het afreizen en/of het vervoer naar België en/of aldaar een container heeft/hebben gespot en/of gevolgd en/of op de uitkijk heeft/hebben gestaan en/of een of meer anderen daarover informatie en/of instructies gegeven en/of- met een of meer anderen (telefonisch en/of via chatberichten) contacten heeft/hebben onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt en/of instructies gegeven over het volgen van die container en/of het uithalen van een hoeveelheid cocaïne uit die container en/of het invoeren en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne en/of over de verdeling van die partij cocaïne en/of de opbrengst daarvan en/of- een medeverdachte (een uithaler) €100 te betalen voor benzine (om de reis naar België te kunnen maken), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:in de periode van de maand februari 2025 in Gorinchem, althans te Nederland en/of te Antwerpen en/of te Beerse, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van 366 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen teverschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wisten of ernstige reden hadden om te vermoedendat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door- met een of meer anderen (telefonisch en/of via chatberichten) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven over het invoeren en/of uithalen en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne (die verstopt/geladen was in een container) en/of over de verdeling van die partij cocaïne en/of de opbrengst daarvan en/of- met een of meer uithalers (telefonisch en/of via chatberichten) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven over het afreizen en/of het vervoer naar België en/of die uithaler(s) aan te sturen en/of opdrachten te geven teneinde die cocaïne uit een container en/of uit een loods bij een bedrijf te halen;
2hij in, op of omstreeks de periode van 13 januari 2021 tot en met 4 februari 2021 te Gorinchem, althans te Nederland, meermalen, althans eenmaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenom een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,- het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne en/of MDMA, in elk geval telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,- door via SKY-communicatie met gebruikers van accounts [account 1] en [account 2] de mogelijkheden en vervoer van een partij/hoeveelheid MDMA en/of cocaïne naar Ierland en/of Verenigd Koninkrijk te bespreken- door binnen de SKY omgeving een groepschat [groepschat] aan te maken met gebruikers [account 1] , [account 2] en [account 3] en vervolgens via SKY-communicatie met die gebruikers de mogelijkheden en vervoer van cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk te bespreken en het sturen foto’s blokken en noemen van prijzen- door via SKY-communicatie met gebruiker van account [account 4] het vervoer van (o.a.) cocaïne en/of het regelen/oprichten van een bedrijf in import en export (als dekmantel) te bespreken ten behoeve van het importeren en/of exporteren van die cocaïne
3hij op, in of omstreeks de periode van 5 januari 2021 tot en met 13 februari 2021 te Gorinchem, althans te Nederland meermalen, althans eenmaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad- 1500 kilo XTC pillen, bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of- twee kilo, althans een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne en/of- een hoeveelheid van een materiaal MDMA, zijnde MDMA en/of amfetamine telkenseen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2021 tot en met 21 januari te Gorinchem, althans te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving (artikel 312 en/of 317 en/of 282 jo 47 wetboek van strafrecht) opzettelijk (in vereniging) voorwerpen, te weten één of meer (vuur)wapens en/of vervoermiddelen en/of een woning bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2021 tot en met 21 januari 2021 te Gorinchem, althans te Nederland heeft gepoogd om een ander, te weten de gebruikers van het SKY account [account 5] en/of [account 6]door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te bewegen / uit te lokken om een misdrijf, te weten diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving (artikel 312 en/of 317 en/of 282 jo 47 wetboek van strafrecht) te plegen te weten- door geld/een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of- informatie te verschaffen omtrent het te plegen strafbare feit en/of de persoon in kwestie;
5hij op/in of omstreeks 05 februari 2021 te Gorinchem, althans te Nederland heeft gepoogd om een ander, te weten de gebruiker van het SKY account [account 5] door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te bewegen / uit te lokken om een misdrijf, te weten zware mishandeling in vereniging (artikel 302 jo 47 wetboek van strafrecht, te weten door geld/een beloning in het vooruitzicht te stellen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Feit 1 – poging invoer 366 kg cocaïne
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte een rol heeft gehad bij het tenlastegelegde en wat deze rol daadwerkelijk is geweest. Daarom dient vrijspraak te volgen.
Beoordeling door de rechtbank
Aanleiding
Op 21 februari 2025 om 09:53 uur kreeg de Belgische politie een melding van het bedrijf [bedrijf] aan de [adres 1] in Beerse dat in een container sporttassen werden aangetroffen met een groot aantal pakketten. In Beerse zijn drie medeverdachten, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aangehouden in voertuigen met Nederlands kenteken, die zich in de omgeving van het bedrijf verdacht gedroegen.
De Belgische politie heeft de in de container aangetroffen pakketten geteld en gewogen. Aangetroffen werden:
- 13 stuks met logo “TXL” voor een gewicht van 14,54 kg;
- 238 stuks met logo “LEXUS” voor een gewicht van 269,12 kg;
- 70 stuks met logo “LOUIS VUITTON” voor een gewicht van 82,7 kg.
In totaal werden 321 pakken geteld voor een totaal nettogewicht van 366,36 kg.
Is verdachte te horen op de OVC-gesprekken in de auto van medeverdachte [medeverdachte 4] ?
In het onderzoek tegen medeverdachte [medeverdachte 4] is vertrouwelijke communicatie opgenomen (hierna: OVC-gesprekken) in zijn auto. Daarbij zijn ook gesprekken opgenomen tussen twee personen die volgens verbalisanten verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] betreffen.
Om de stem te herkennen is gebruik gemaakt van een vergelijking tussen getapte telefoongesprekken en de stem op de OVC-gesprekken. Het eerste tapgesprek betreft een gesprek op 20 maart 2025 om 03:05:25 uur tussen telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het telefoonnummer van Air Arabia Maroc, waarin de persoon zegt: ‘Hello, you speak with [verdachte] ’. Er wordt gevraagd ‘the name of the two passengers?’ waarop wordt geantwoord: ‘ [naam 1] and [verdachte] ’. Het tweede tapgesprek betreft een gesprek tussen dezelfde nummers om 06:47:29 uur van die dag waarin [verdachte] ( [verdachte] ) zijn naam wordt genoemd.
De stem uit deze tapgesprekken komt overeen met de stemmen uit de OVC-gesprekken.
De rechtbank concludeert dat het inderdaad verdachte is die te horen is op de OVC-gesprekken.
Wat is er te horen op de OVC-gesprekken?
In de gesprekken wordt verdachte als ‘ [verdachte] ’ weergegeven.
In het gesprek op 22/02/2025 om 16:53:08 (sessie 4027) is te horen:
[verdachte] Ohja wholla broer, ik was drie dagen in Antwerpen, die vrachtwagen als die naar buiten rijdt wordt alles roodgedrongen. Die container was vol, hun wisten dat, want hij was niet langs de scan gegaan. Jawel broer, drie dagen zitten op 1 weg te NTV, je weet toch, ik heb daar boys gezegd, dat andere boys, als die naar buiten zou rijden zouden ze die vrachtwagen klem rijden. Ja maar bro, hoe euh, die derde dagen switchen, 1 boy ging naar osso, die andere boy zou komen, wij krijgen in die 2 uur tijd, wij krijgen van die planner te horen euh, die bak is naar buiten gereden. In die tussentijd zeg maar dat we gingen switchen, ik denk kanker. We wouden inbreken bij die euh, dinges, bij die euh loods. Had ik paar boys gestuurd, die zijn allemaal geveegd, iedereen is geveegd.
In het gesprek op 22/02/2025 om 17:16:04 (sessie 4028) is te horen:
[verdachte] He euh, die ding is in het nieuws joh, die ene ding, Belgie verhaal. Ja joh die niffo van [medeverdachte 4] is opgepakt, NTV
[verdachte] Neefje van [medeverdachte 4] , waar die bedrijven staan, waar wij zeg maar ook bij die bedrijven, hij is ook opgepakt.
[verdachte] Dat ding zat gewoon vol he
[verdachte] Hoe the fuck we dat ding gemist hebben
[naam 10] Komt allemaal door [naam 2]
[verdachte] Ja komt allemaal door [naam 2]
[verdachte] Kankerbolle, [naam 2] , jonge, hij zit daar, hij zit 5 uurtjes, opeens die man komt aankloppen bij appartement, ik zeg what the fuck doe je hier, ja die jongen moest weg met het busje, ik zeg broer pak maar een andere auto, hij zegt, ik ben moe. Wholla ik heb hem laten slapen ik euh NTV.
[verdachte] Ho broer, ik ga daar niet zitten want er was alleen maar..... NTV. .....
[verdachte] Nee broer, want als wij hem hadden gezien, hij is doorgereden, op die plek waar wij waren is hij doorgereden. Iemand heeft hem over het hoofd gezien.
[verdachte] Wholla het komt allemaal door [naam 2]
[verdachte] kanker ntv hij stond als eerste op die ding hij zegt die [naam 2] weg is naar het appartement, ja bra what the fuck lulje. Ja bra je staat daar kankermongool dat ding kan elk moment komen, hij denk ik maakt kankergrapjes ofzo
[verdachte] Bra die kankermongool NTV kankerkankerzooi, hij denk dat hij gratis geld kan verdienen ofzo NTV
Ik zat daar 10 uur ofzo, zonder eten zonder slaap
[verdachte] Die kankerbolle, ik heb eten voor hem gehaald, hij zat bij iemand in een busje, hij had niet eens een auto, gewoon een dichte busje, dus dat valt al helemaal niet op daar en alsnog komt hij naar osso. Jongen die tijd dat ze gingen wisselen was precies die kankerding langs geweest, wij zouden hem stoppen op de weg, 40% pakken.
[verdachte] 40% van 366 is kanker veel geld
[naam 10] Wij hadden gewoon die bricks gevangen toch?
[verdachte] Ja gewoon die bricks
[naam 10] Hadden we zo kunnen verkopen
[verdachte] NTV ook nog eens
[naam 10] We kunnen gewoon heel die markt hebben
[verdachte] NTV als je gewoon grote die plakken coke, broer die zijn zo weg. Wholla ik doe die zo weg, al is maar elke keer een kwartje zo, broer ntv plak coke ntv snapje
[naam 10] Juist
Telefoon [medeverdachte 3] ; gesprek met ‘ [account 7] ’
De telefoon van medeverdachte [medeverdachte 3] is in gebruik genomen op 21 februari 2025. In de telefoon werd een Signalgesprek op 21 februari 2025 tussen de gebruiker van de telefoon met accountnaam ‘ [account 8] ’ en een account met de naam ‘ [account 7] ’ en telefoonnummer [telefoonnummer 2] gevonden.
Om 09:00:21 stuurt ‘ [account 7] ’ een foto van een industriegebied in de haven van Antwerpen.
Om 09:11:49 stuurt ‘ [account 7] ’ een afbeelding met daarop het adres van het bedrijf [bedrijf] , [adres 1] in Beerse.
Om 09:12:26 stuurt ‘ [account 7] ’: Die bak s net naar buiten gereden.
Om 09:13:01 stuurt ‘ [account 7] ’: [adres 1]
Om 09:14:16 stuurt ‘ [account 7] ’: Saff ga aub na daar.
Om 09:14:37 stuurt ‘ [account 7] ’: Dan maak ik nu groep met me neef.
In de telefoon werd ook een Signalgesprek tussen ‘ [account 8] ’, ‘ [account 9] ’ en ‘ [account 7] ’ van 21 februari 2025 gevonden waarin foto’s en video’s zijn gemaakt rondom het bedrijf [bedrijf] in Beerse.
Om 09:19:54 stuurt ‘ [account 9] ’: How long bro.
Om 09:20:29 stuurt ‘ [account 9] ’ een afbeelding met daarop het adres van het bedrijf [bedrijf] , [adres 1] in Beerse.
Om 09:20:56 stuurt ‘ [account 8] ’: 40minutes.
Om 09:22:04 stuurt ‘ [account 9] ’: Pleass go fast bro.
Is verdachte te koppelen aan het account ‘ [account 7] ’?
Hoewel het telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat het Signalaccount ‘ [account 7] ’ gebruikt in het onderzoek niet aan verdachte kon worden gekoppeld, blijkt uit onderzoek wel dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] is gekoppeld aan het Snapchataccount met schermnaam ‘ [schermnaam] ’ en accountnaam ‘ [account 11] ’. Dit account had daarvoor een andere naam te weten ‘ [account 12] ’.
Uit het proces-verbaal volgt verder dat verdachte in een eerder verhoor heeft aangegeven gebruik te maken van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] en dat uit tapgesprekken in een ander onderzoek (onderzoek Specht) blijkt dat verdachte gebruik maakt van dit nummer, omdat hij zichzelf [verdachte] noemt en ook door anderen [verdachte] wordt genoemd.
Uit de Ciot-bevraging van 14 juni 2024 blijkt dat het telefoonnummer op naam staat van [naam 3] , woonachtig aan de [adres 2] te [plaats 1] . Dit is de moeder van verdachte.
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat verdachte inderdaad de gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Dat onderzoek Specht volgens de raadsman een onderzoek uit 2020 is en het telefoonnummer inmiddels niet meer op naam van verdachte staat, doet daar niet aan af. Dat het telefoonnummer op naam van zijn moeder staat betekent niet dat verdachte niet meer de gebruiker kan zijn. Dat verdachte wel de gebruiker is wordt bevestigd door de schermnaam op snapchat ‘ [schermnaam] ’, waarbij de [verdachte] gelijk is aan de eerste letter van zijn voornaam en de accountnaam ‘ [account 11] ’, waarbij de laatste letters gelijk zijn aan de initialen van verdachte. Bovendien was de accountnaam van ditzelfde account eerder ‘ [account 12] ’.
De rechtbank concludeert vervolgens dat verdachte ook de gebruiker van het Signalaccount ‘ [account 7] ’ is geweest gelet op de overeenkomende accountnamen en de OVC-gesprekken waarin verdachte zelf zegt dat hij in Antwerpen was, spreekt over een container die naar buiten reed en dat hij boys had gestuurd die allemaal zijn “geveegd” (de rechtbank begrijpt: opgepakt door de politie).
Was het de bedoeling om cocaïne in te voeren naar Nederland?
Uit het dossier volgt voorts dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde stond ingeschreven op een adres in [plaats 1] , Nederland. Verdachte merkt in een OVC-gesprek op: ‘hadden we zo kunnen verkopen’. Zijn gesprekspartner, medeverdachte [medeverdachte 4] , merkt vervolgens op: ‘we kunnen gewoon heel die markt hebben’.
Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft in zijn verhoor bekend dat hij in de periode van 30 januari 2025 tot en met 17 juni 2025 heeft gedeald in onder meer coke in Geldermalsen en dat hij 2 keer een kilo cocaïne in Utrecht heeft aangekocht.
Aan de hand van deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] spreken over dat zij de cocaïne in Gorinchem en/of Geldermalsen, in elk geval in Nederland, hadden willen verkopen. Het was dus de bedoeling de beoogde partij cocaïne in te voeren naar Nederland en hier te verkopen.
Is opzet bewezen?
Uit voorgaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte een aansturende rol had bij het plan om een grote hoeveelheid cocaïne uit een container in de Antwerpse haven te halen. Verdachte wist om welke container het ging en dat deze uit de haven was gereden. Hij stuurde anderen aan om naar het bedrijf te rijden waar de container heen ging, om daar in te breken.
Uit OVC-gesprekken blijkt dat verdachte zelf ook tien uur heeft gepost, de rechtbank begrijpt: om naar de vrachtwagen met de betreffende container uit te kijken. Ook zou verdachte 40% van de 366 (de rechtbank begrijpt: kilogram cocaïne) krijgen. Daarbij spreekt verdachte zelf over ‘grote plakken coke’.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte wist dat er cocaïne in de container zat en wist wat het plan was met de container. Opzet op het tenlastegelegde strafbare feit dat verdachte heeft geprobeerd te plegen is dus bewezen.
Dat het dossier geen uitslag bevat van een forensisch onderzoek waaruit volgt dat de aangetroffen pakketten inderdaad cocaïne bevatten doet aan het voorgaande niet af. De handelingen die verdachten hebben verricht zijn uitvoeringshandelingen die doorgaans tot invoer van cocaïne zouden hebben geleid, als zij de container hadden onderschept. Uit de OVC-gesprekken blijkt dat verdachte ervan uitging dat de inhoud van de container cocaïne betrof. Zelfs al zou het niet daadwerkelijk om cocaïne gaan, zou sprake zijn van een relatief ondeugdelijke en dus een strafbare poging.
Is verdachte medepleger of medeplichtige?
Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen, waaronder in ieder geval met [medeverdachte 3] en de gebruiker van het Signalaccount [account 9] .
Conclusie ten aanzien van feit 1
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4: Is verdachte de gebruiker van SKY-accounts [account 13] en [account 14] ?
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de gebruiker is van de genoemde SKY-accounts.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte niet als gebruiker van het SKY-account [account 13] en [account 14] in de ten laste gelegde periode kan worden beschouwd en dus vrijspraak voor het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde dient te volgen.
Beoordeling door de rechtbank
SKY-ECC berichten
In 2020 werd gestart met een strafrechtelijk onderzoek naar cryptocommunicatie aanbieder Sky-ECC (onderzoek Argus). Dit onderzoek heeft onder meer tot doel om de criminele samenwerkingsverbanden die gebruik maken van cryptotelefoons van Sky-ECC in beeld te brengen en te analyseren.
Uit de bevindingen in onderzoek Argus is het vermoeden ontstaan dat de gebruiker van de Sky-ECC accounts [account 13] en [account 14] zich in samenwerking met anderen heeft beziggehouden met de import van en/of handel in cocaïne. De zaak tegen verdachte vloeit voort uit dit onderzoek.
Identificatie
Uit het proces-verbaal van bevindingen ter identificatie van verdachte als de gebruiker van bovengenoemde accounts komen de volgende omstandigheden naar voren.
SKY-account [account 13]
Aan het SKY-account [account 13] is het IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] gekoppeld. De actieve periode van het account betrof 18 mei 2020 tot en met 14 juli 2020. In onderzoek Specht is op 20 mei 2020 een Imsi-catcher ingezet, waarbij op twee locaties in de omgeving van verdachte een onbekend IMEI-nummer ( [IMEI-nummer 1] ) werd gescand. Het observatieteam had daarbij zicht op verdachte.
Verdachte is op 8 april 2020 gecontroleerd als bestuurder van een witte Seat Leon voorzien van kenteken [kenteken] (hierna: de Seat). Op 17 april én op 11 mei 2020 heeft verdachte een bekeuring gekregen als bestuurder van de Seat. Op 7 augustus 2020 is verdachte zijn rijbewijs ingevorderd als bestuurder van de Seat. Op 17 januari 2021 was verdachte betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval als bestuurder van de Seat.
De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte gebruik maakte van de Seat.
Op 21 juni 2020 stuurt SKY-account [account 13] : Ik ben witte seat leon fr.
Op 25 mei 2020 is in het onderzoek Specht een zogenaamd nabijheidsanalyse gedaan op het IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] met bijbehorend telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Daaruit kwamen onder andere het telefoonnummer van verdachte ( [telefoonnummer 3] ) en het telefoonnummer van het baken van de Seat ( [telefoonnummer 5] ) naar voren. Daarbij zijn meerdere momenten op 22, 23 en 24 mei 2020 te zien waarop de nummers zich onder dezelfde of een nabij gelegen (1200 meter) zendmasten bevinden binnen een tijdsbestek van 30 minuten.
De telefoon van verdachte en het voertuig waar verdachte gebruik van maakte waren dus in een kort tijdsbestek op meerdere momenten bij elkaar in de buurt.
Van het IMEI-nummer (de rechtbank begrijpt: [IMEI-nummer 1] ) zijn APN-gegevens van KPN beschikbaar in de periode 17-05-2020 tot en met 02-08-2020. In totaal zijn er op 63 dagen APN-gegevens beschikbaar. Van deze 63 dagen zijn er op 60 dagen Cell-ID's in de nachtelijke uren (00:00 uur - 08:00 uur) gebruikt. De locatie van de Nederlandse Cell-ID's die op het meest aantal dagen werd gebruikt betroffen Cell-ID's gelegen op de locatie [adres 3] te [plaats 2] . Op 46 van de 63 dagen werden deze Cell-ID's gebruikt, waarvan op 22 dagen ook in de nachtelijke uren. De [adres 4] te [plaats 3] (woonadres verdachte (de rechtbank begrijpt gelet op de SKDB-gegevens: het adres waar verdachte toen ingeschreven stond)) ligt hemelsbreed op ongeveer 1100 meter afstand van de [adres 3] te [plaats 2] .
Op 16 februari 2021 werd een politiecontrole gedaan, waarbij de drie telefoons die verdachte op dat moment bij zich had in beslag zijn genomen. In één van die telefoons toestel bevond zich een simkaart met bijbehorend nummer [telefoonnummer 3] .
Op de telefoon was onder andere Telegram geïnstalleerd. Op 20 juni 2020 voert ‘ [account 15] ’ een gesprek met een onbekende persoon en geeft hem het telefoonnummer [telefoonnummer 3] ten behoeve van Signal.
De rechtbank concludeert uit het voorgaande, in samenhang met de eerdere conclusie dat verdachte de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] dat verdachte de gebruiker is van het Telegramaccount ‘ [account 15] ’.
Met de telefoon van verdachte wordt op 19 juni 2020 via Whatsapp een gesprek gevoerd met [naam 4] .
[naam 4] zegt: Stuur is a zebi
Verdachte zegt: [account 13]
[naam 4] zegt: Hij gaat jou ju voegen.
Daarnaast is een gesprek gevonden op 19 juni 2020 via Telegram tussen [naam 5] en [account 15] .
[account 15] zegt: Wat is u sky
[naam 5] zegt: Geef de johwe broer
[account 15] zegt: [account 13]
De rechtbank concludeert gelet op al het bovenstaande in samenhang bezien dat verdachte in de periode van de hiervoor genoemde data de gebruiker was van SKY-account [account 13] .
SKY-account [account 14]
Aan het SKY-account [account 14] zijn de IMEI-nummers [IMEI-nummer 2] (18-06-2020 t/m 4-08-2020), [IMEI-nummer 3] (04-08-2020 t/m 16-02-2021) en [IMEI-nummer 4] (20-02-2021 t/m 9-03-2021) gekoppeld. De actieve periode van het account betrof 18 juni 2020 tot en met 6 maart 2021.
Bij de eerdergenoemde politiecontrole op 16 februari 2021 werden drie telefoons bij verdachte in beslag genomen, waaronder een iPhone die bleek te zijn gereset. Op de kleine snede waar de simkaart in zit stond het IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] .
Een van de andere telefoons betrof het eerder genoemde toestel met telefoonnummer [telefoonnummer 3] , het telefoonnummer dat hiervoor door de rechtbank is gekoppeld aan verdachte.
Op 22 augustus 2020 voert dit nummer via Whatsapp een gesprek met [naam 6] .
Verdachte zegt: [account 14]
[naam 6] zegt: Hij gaat jou nu voegen
Op 30 augustus 2020 stuurt account [account 15] , het account dat hiervoor door de rechtbank is gekoppeld aan verdachte, wederom aan [naam 6] : [account 14] .
Van het IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] zijn APN-gegevens van KPN beschikbaar in de periode 04-08-2020 tot en met 16-02-2021. In totaal zijn er op 197 dagen APN-gegevens beschikbaar. Van de 148 dagen dat er Cell-ID’s in Nederland zijn gebruikt, zijn er op 142 dagen Cell-ID's in de nachtelijke uren (00.00 uur - 08.00 uur) gebruikt.
De locatie van de Nederlandse Cell-ID's die op het meest aantal dagen werd gebruikt betroffen Cell- ID's gelegen op de locatie [adres 3] te [plaats 2] . Op 106 van de 148 dagen werden deze Cell-ID's gebruikt, waarvan op 58 dagen ook in de nachtelijke uren. De [adres 4] te [plaats 3] (woonadres verdachte (de rechtbank begrijpt gelet op het SKDB-gegevens: het adres waar verdachte toen ingeschreven stond)) ligt hemelsbreed op ongeveer 1100 meter afstand van de [adres 3] te [plaats 2] .
Van het IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] zijn APN-gegevens van KPN beschikbaar in de periode 20-02-2021 tot en met 03-04-2021. In totaal zijn er op 24 dagen APN-gegevens beschikbaar. Van deze 24 dagen zijn er op 21 dagen Cell-ID's in de nachtelijke uren (00:00 uur -08:00 uur) gebruikt. De locatie van de Nederlandse Cell-ID's die op het meest aantal dagen werd gebruikt betroffen Cell-ID's gelegen op de locatie [adres 3] te [plaats 2] . Op 9 van de 24 dagen werden deze Cell-ID's gebruikt, waarvan op 4 dagen ook in de nachtelijke
uren. De [adres 4] te [plaats 3] (woonadres verdachte (de rechtbank begrijpt gelet op het SKDB-gegevens: het adres waar verdachte toen ingeschreven stond)) ligt hemelsbreed op ongeveer 1100 meter afstand van de [adres 3] te [plaats 2] .
SKY-account [account 14] heeft op 12 augustus 2020 een chat met [account 16] .
[account 16] stuurt: Hoe gaat het thuis alles goed [naam 7] en [naam 8] en moeder?
Uit de Gemeentelijke Basisadministratie blijkt dat verdachte vijf broers heeft, waarvan er één [naam 8] heet en één [naam 7] .
SKY-account [account 14] heeft op 29 oktober 2020 een chat met [account 17] .
[account 17] zegt: wie ben jij bro al me contacten waren weg
[account 14] zegt: FT.
Voorts zijn de overeenkomsten tussen de accounts [account 13] en [account 14] onderzocht.
- Beide accounts hebben de gebruikersnaam " [gebruikersnaam] " gehad. Hoewel beide
accounts ook andere gebruikersnamen hebben gehad is deze gebruikersnaam in die zin
uniek dat alléén deze twee accounts (de rechtbank begrijpt: en dus geen andere SKY-accounts) deze gebruikersnaam hebben gehad.
- De IMEI nummers van beide accounts maakten veelvuldig gebruik van ANP-gegevens van Cell-lD's aan de [adres 3] te [plaats 2] , nabij het woonadres van verdachte.
- Het Telegramaccount dat door de rechtbank wordt gekoppeld aan verdachte stuurt opvolgend zowel het SKY-account [account 13] als het SKY-account [account 14] aan anderen.
- De SKY-accounts volgen elkaar op: waar [account 13] actief is tot en met 14 juli 2020 is [account 14] actief vanaf 18 juni 2020.
De rechtbank concludeert, gelet op al het bovenstaande in samenhang bezien, dat verdachte in de periode van de hiervoor genoemde data, en daarmee in de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde periodes, de gebruiker was van SKY-account [account 14] .
Dat uit de chats op pagina 967 blijkt dat ene [naam 4] kennelijk op 22 november 2020 gebruik maakt van het account door te zeggen: “Heey neef ik ben het [naam 4] […]” maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. [naam 4] laat duidelijk weten dat hij de telefoon op dat moment gebruikt en neemt ook afscheid in het gesprek waarbij hij zegt dat [verdachte] moet gaan.
De rechtbank leest dit gesprek zo dat de telefoon door verdachte is uitgeleend en vervolgens weer is teruggegeven aan verdachte. Dat de andere gesprekken zonder aankondiging ook door anderen zouden zijn verstuurd acht de rechtbank gelet op al het voorgaande enkel op basis van deze chat niet geloofwaardig.
Feit 2 – voorbereiden/bevorderen drugshandel 13 januari 2021 tot en met 4 februari 2021
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat geen sprake is van concrete voorbereidingshandelingen in de SKY-communicatie en geen sprake is van steunbewijs, waardoor verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Voorts is er geen bewijs voor medeplegen.
Beoordeling door de rechtbank
Zoals hiervoor overwogen, is verdachte de gebruiker van het SKY-account [account 14] .
Op 13 januari 2021 vindt er een gesprek plaats tussen (het account van) verdachte en [account 4] . Daarin is te lezen:
“ [account 4] : Kun jij zo naar ijsseltein gaan
[…]
[account 4] : Route marokko Antwerpen
[…]
[account 4] : Ga je naar hem toe?
[account 4] : Hoelaat?
[account 14] : Zo
[…]
[account 14] : Bro jij praat hier over Pablo Escobar toetjes
[account 14] : Torries*
[account 4] : Hoezo wat zegt ie
[…]
[account 14] : Bro vrachtschip enzo
[account 14] : Dar is Investering voor nodig
[account 4] : Bro deze man heeft millies
[account 4] : Hij invest allen bro
[…]
[account 14] : Jij. Zij blokken toch
[account 4] : Assie of sannie
[account 14] : Ja kan allebij
[account 4] : Wat zegt ie precies zeg gwn wat ie precies heeft gezegd
[…]
[account 14] : Heb je bv in Marokko
[account 14] : Nee dus het werkt niet
[…]
[account 14] : Regel een bedrijf
[account 14] : En dan kunnen we praten
[account 4] : Jaa kan gefixt worden
[account 14] : Ja regel”.
Op 27 januari 2021 vindt er een gesprek plaats tussen (het account van) verdachte en SKY-gebruiker [account 2] . In dit gesprek is het volgende te lezen:
“ [account 14] : You still working keta
[account 2] : Not really bro just
[account 14] : You work from holland to there
[account 2] : Yes bro dam to uk
[account 14] : So you buy the stuff here
[…]
[account 14] : Maybe we can do things together if you want
[account 2] : Ofcourse bro I always looking to work
[account 14] : Good bRother me also
[account 14] : I can fix
[…]
[account 14] : You only need the stuff right you have own transport?
[account 2] : We have transport yes but always looking for more
[…]
[account 14] : So brother if I can fix here in holland colo we can arrange something”.
Op 29 januari 2021 vindt er een gesprek plaats tussen (het account van) verdachte en SKY-gebruiker [account 1] . In dit gesprek is het volgende te lezen:
“ [account 14] : Wil je dat ik gelijk ter zaken kom wat ik te bieden heb of via een omweg
[…]
[account 14] : Ik en neefje van el partron die daar was met die brilletje je weet wel welke
[…]
[account 14] : We hebben een Ier in Dub hij wilt 1000 per week hebben hij knalt ze door naar UK
[account 14] : Ik wil graag naar dub komen met neefje van el patron
[account 14] : En jullie aan elkaar linken in dien mogelijk is
[…]
[account 1] : [naam 9]
[account 1] : Praten we over dezelfde Ier?
[account 14] : Ja hij is met
[account 14] : Neefje van sir in contact gekomen
[account 14] : In marbella 2 dagen geleden
[account 14] : Vroeg die hem luister heb elke week doezoe nodig
[account 14] : De rest regel ik zelf zij die
[account 14] : Hij zij regel rir mensen die me doeozoe brengen of in iedergeval heel veel hij zij doezoe maar je weet hoe mensen zijn soms grootspraak
[account 1] : Niet
[account 14] : Daarom wil ik liever die kant op komen voor 2 dagen snel en met jullie aan tafel jij hebt meer verstand van dat dan mij
[…]
[account 1] : Vraag alleen met welke wisselaar hij werkt
[account 1] : Spullen is geen stress
[account 1] : Overvloed
[…]
[account 14] : Isgoed duidelijk ik zal het hem vragen dan hoor je van me
[…]
[account 14] : Alluhma ameen als iets hier geregeld moet worden laat mij weten ben geen kleine jongen meer zorg voor me zelf voor me gezin wil nu omhoog
[…]
[account 1] : Maar groupchat met die man ga ik takkie met em”.
Op 30 januari 2021 vindt een gesprek plaats tussen [account 14] , [account 1] , [account 2] en
[account 3] met de naam [groepschat] . Daarin is het volgende te lezen:
“ [account 14] : Hello brother
[account 2] : Hello bro you ok
[account 14] : This is my cousin
[account 1] : Hello bro
[…]
[account 3] : Do u have any bits bro In Holland or Antwerp and what is price
[account 1] : Yes how much needed?
[account 3] : We don’t work with Bolivian to much stress
[…]
[account 1] : Yes it colo
[…]
[account 3] : Top colo
[account 3] : We had 100 last week at 27,5
[account 14] : Can you come out with the price jimmy
[…]
[account 14] : Top colo this brother
[account 3] : Looks top bro
[…]
[account 14] : We can work with this one if you want
[…]
[account 14] : Hello brothers you don’t work with mdma
[account 14] : ?
[account 14] : Oke what other things are good for uk
[account 14] : Pills ?”
Uit bovenstaande gesprekken volgt dat verdachte met anderen spreekt over het opzetten van drugslijnen naar Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk en een lijn tussen Marokko en Antwerpen. In dat laatste geval begrijpt de rechtbank gelet op de omstandigheid dat verdachte en de mogelijke investeerder in Nederland verbleven, met als doel om deze drugs vervolgens Nederland in en/of uit te voeren.
De rechtbank gaat er, gelet op de gebruikelijke terminologie in de drugswereld, van uit dat verdachte en zijn gesprekspartners met ‘Assie’ doelen op ‘cocaïne’, met ‘colo’ op cocaïne uit Colombia en met Bolivan op cocaïne uit Bolivia.
In een van de gesprekken is het tevens gegaan over het noemen van een prijs.
Uit de gesprekken volgt verder dat verdachte anderen heeft uitgenodigd om met hem samen te werken.
Uit de genoemde gesprekken volgt een nauwe en bewuste samenwerking met anderen, de deelnemers aan de gesprekken, zodat het medeplegen is bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op al het bovenstaande wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde feit.
Het verweer dat geen sprake is van steunbewijs gaat niet op. De bewezenverklaring steunt, naast het proces-verbaal ter identificatie, op meerdere ontsleutelde chatgesprekken. Een chatgesprek is aan te duiden als een ‘ander geschrift’ in de zin van artikel 344, eerste lid, onder 5 van het Wetboek van Strafvordering. Deze ‘andere geschriften’ kunnen als bewijs gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Zoals de Hoge Raad heeft bepaald kunnen die andere bewijsmiddelen ook een ‘ander geschrift’ zijn (ECLI:NL:HR:2004:AO9131 en ECLI:NL:PHR:2023:163). Niet is vereist dat de inhoud van de berichten wordt bevestigd door die andere bewijsmiddelen (ECLI:NL:PHR:2023:826, onder 152).
Feit 3 – aanwezig hebben 1500 kg XTC pillen, 2 kg cocaïne en een hoeveelheid MDMA
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, waarbij 1500kg XTC pillen een kennelijke verschrijving is en moet worden gelezen als 1500 pillen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat geen bewijs is voor daadwerkelijke beschikkingsmacht en dat het ontbreekt aan objectief steunbewijs. Aldus dient vrijspraak te volgen. De raadsman kan zich voorts vinden in het verbeterd lezen van de tenlastelegging naar 1500 pillen.
Beoordeling door de rechtbank
Zoals hiervoor overwogen, is verdachte de gebruiker van het SKY-account [account 14] .
Op 21 januari 2021 stuurt (het account van) verdachte aan [account 5] : Bij Den Bosch bro
Op 22 tot en met 24 januari 2021 vindt er een gesprek plaats tussen (het account van) verdachte en [account 5] . Daarin is te lezen:
“ [account 14] : Heb rwina spullen bro
[account 14] : Assie sannie m pillen Spaanse kush
[…]
[account 14] : M
[account 14] : Kan ik voor 2150.”
Op 26 en 27 januari 2021 vindt er een gesprek plaats tussen (het account van) verdachte en [account 5] . Daarin is te lezen:
“ [account 14] : Ik heb pillen
[account 14] : Wil je
[…]
[account 14] : Als je deze 1500 pakt die ik hier heb mag je voor 800 euro.
[…]
[account 14] : Heb ook ice en speed onder marktprijs
[account 14] : Snoepjes 55cent en m 2150”
Op 5 februari 2021 vindt er wederom een gesprek plaats. Daarin is te lezen:
“ [account 5] : Heb je ook boli?
[account 5] : Stuur eens foto van boli
[account 5] : En prijs
[account 5] : En tempel bro
[account 5] : Maar moet top top zijn bro
[account 14] Stuurt vervolgens twee afbeeldingen.
[account 5] : Wanneer kan ik ophalen bro
[account 14] : Bro moet gelakt worden gelijk he
[account 5] : Broer hoe ga ik dan werken
[account 5] : Ik moet toch lang klant
[account 14] : Laat klant komen
[account 14] : Kom ik met die ding
[…]
[account 14] : Ik kom toch met die ding naar jullie
[…]
[account 14] : Waar ligt et bro
[account 5] : Iets buiten Utrecht
[account 5] : Kan geleverd worden”
De rechtbank gaat er, gelet op de gebruikelijke terminologie in de drugswereld, van uit dat verdachte met ‘pillen’ doelt op XTC pillen, met ‘M’ op MDMA en met ‘boli’ op ‘cocaïne uit Bolivia’.
Uit de chats geciteerd onder feit 2 en feit 3 valt voorts op te maken dat verdachte in de tenlastegelegde periode in Nederland was.
Aan de hand van de gesprekken kan worden vastgesteld dat verdachte 1500 pillen XTC, een hoeveelheid MDMA en een hoeveelheid cocaïne aanwezig heeft gehad.
Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten voor de aanwezigheid van een hoeveelheid van 2 kilogram cocaïne.
Van een nauwe en bewuste samenwerking bij het aanwezig hebben van de drugs, blijkt niet uit het dossier. Daarom wordt verdachte voor het onderdeel medeplegen van het onder 3 tenlastegelegde vrijgesproken.
Voor wat betreft het verweer dat geen sprake zou zijn van steunbewijs, verwijst de rechtbank naar hetgeen is overwogen onder feit 2. Dat het in de bewezenverklaring van feit 3 gaat om één gesprekspartner, [account 5] , maakt dit niet anders. Het betreffen verschillende chatgesprekken op verschillende data en dus verschillende ‘andere geschriften’.
Feit 4 – voorbereiding diefstal met geweld
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Het beoogde misdrijf blijkt volgens de raadsman onvoldoende uit de tenlastelegging.
Beoordeling door de rechtbank
Op 20 en 21 januari 2021 vindt een gesprek plaats tussen (het account van) verdachte en [account 6] .
Daarin is te lezen:
“ [account 14] : Heb je zin om Doeks te verdienen
[account 6] : Hoe
[account 14] : 10k we gaan iemand in set up gooien
[account 14] : Mijn mattie zij deze man moet je finessen hij heeft achter ze rug iets gdaan
[account 14] : 10k voor jou he
[…]
[account 14] : Bro ik ga met 2 jongens
[…]
[account 6] : Leg even exact en goed en duidelijk uit in 1 lange verhaal
[…]
[account 14] : Iemand hij wilt 100stuks a kopen maar hij moet geveegd worden want hij is achter rug zken gaan doen en heeft veel Verdiend en niks gezegd dus we moeten hem lokken en pakken in de auto iemand instappen en dan vastbinden iets over de hooft geld pakken en weggaan
[…]
[account 6] : Wat schuift het ik heb goed soldaat
[account 6] : Ik moet hem laten zien wat het schuift
[account 14] : 10k voor hem”
Op 20 en 21 januari 2021 vindt een gesprek plaats tussen (het account van) verdachte en [account 5] . Daarin is te lezen:
“ [account 14] : Kan je wat mannen verzamelen
[account 14] : 2 is genoeg ofzo
[account 14] : Iemand moet in set up gezet worden
[…]
[account 14] : Geript van ze geld
[account 5] : Wanneer is het
[account 14] : Jij krijgt boesjans
[account 14] : Van mij
[account 14] : Vandaag nog
[account 14] : Ken je een goede locatie om hem heen te lokken
[account 14] : Die man komt 100 stuks kopen
[account 14] : Maar ik laat hem 1 zien
[account 14] : Zeg ik als je goed vind pakken we die 100 stuks
[account 14] : Maar als die akkoord geeft dan pakken we hem daar
[…]
[account 14] : Heb je goede locatie
[…]
[account 14] : Maar ik blijf in de auto
[…]
[account 5] : Er is ijzer ook van een mattie
[account 14] : Oke perfect
[…]
[account 14] : Heb je plekken binnen in tilly?
[account 14] : Want dan zeg ik dat
[account 5] : Er is pand en huis
[…]
[account 14] : Heb je plan voor hoe je het gaat aanpakken als ze binnen zijn
[account 14] : Ik moet ff snel naar garage en dan kom ik
[account 14] : Nee maar gaan jullie ze vastbinden
[…]
[account 14] : K laat als eerst die mocro naar hun gaan in die straat
[account 14] : Die moet checken
[account 14] : Of ze doekkoe hebben
[account 14] : Dan mogen ze naar binnen
[…]
[account 5] : Is geregeld
[account 5] : Ben onderweg
[…]
[account 14] : Bro daarom
[account 14] : Moet je een straat daarachter
[account 14] : Zeggen zodat
[account 14] : Die mocro
[account 14] : Daarheen kan lopen na hem
[account 14] : En met hem instappen
[account 14] : En met hem samen na binnen zodat die het geld ziet dat die bij hem blijft
[…]
[account 14] : Ik ben bij die adres”
Uit het voorgaande volgt dat verdachte tezamen en in vereniging met de SKY-gebruikers [account 6] en [account 5] heeft getracht anderen te bewegen tot diefstal met geweld. Er waren een vuurwapen (‘ijzer’), een locatie en mensen geregeld. Verdachte opereerde als aansturend persoon en heeft anderen geld in het vooruitzicht gesteld om hem te helpen.
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Feit 5 – uitlokking zware mishandeling
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij een ander zou hebben uitgelokt tot het plegen van een zware mishandeling in vereniging.
In de chats waar door de officier van justitie naar wordt verwezen valt te lezen:
[account 5] : Hoe gaan we lokken dan
[account 14] : Doe zelf
[account 5] : Jaa maar ik kan niet mensen live live klappen geven
[account 5] : Moet minimaal slaan met wapen
[account 5] : Ik ga niet voor Snickers doen
[account 14] : Geef je doezzoe om hem goed te klappen.
De rechtbank is van oordeel dat uit deze berichten niet kan worden afgeleid dat [account 5] door het aan verdachte toegeschreven account [account 14] wordt uitgelokt tot het plegen van zware mishandeling in vereniging. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 5 tenlastegelegde feit.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1hij op/in of omstreeks de periode van de maand februari 2025 in Gorinchem, althans in Nederland en/of te Antwerpen en/of Beerse (België), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een partij van 366 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, binnen het grondgebied van Nederland te brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet,- naar Antwerpen en/of Beerse, in elk geval naar België is/zijn gereden en/of een of meer anderen daar naar toe heeft/hebben laten rijden en/of instructies heeft gegeven over het afreizen en/of het vervoer naar België en/of aldaar een container heeft/hebben gespot en/of gevolgd en/of op de uitkijk heeft/hebben gestaan en/of een of meer anderen daarover informatie en/of instructies heeft gegeven en/of- met een of meer anderen (telefonisch en/of via chatberichten) contacten heeft/hebben onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt en/of instructies gegeven over het volgen van die container en/of het uithalen van een hoeveelheid cocaïne uit die container en/of het invoeren en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne en/of over de verdeling van die partij cocaïne en/of de opbrengst daarvan en/of - een medeverdachte (een uithaler) €100 te betalen voor benzine (om de reis naar België te kunnen maken), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;2hij in, op of omstreeks de periode van 13 januari 2021 tot en met 4 februari 2021 te Gorinchem, althans te Nederland, meermalen, althans eenmaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenom een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,- het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne en/of MDMA, in elk geval telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,- door via SKY-communicatie met gebruikers van accounts [account 1] en [account 2] de mogelijkheden en vervoer van een partij/hoeveelheid MDMA en/of cocaïne naar Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk te bespreken- door binnen de SKY omgeving een groepschat [groepschat] aan te maken met gebruikers [account 1] , [account 2] en [account 3] en vervolgens via SKY-communicatie met die gebruikers de mogelijkheden en vervoer van cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk te bespreken en het sturen van foto’s van blokken en het noemen van prijzen- door via SKY-communicatie met gebruiker van account [account 4] het vervoer van (o.a.) cocaïne en/of het regelen/oprichten van een bedrijf in import en export (als dekmantel) te bespreken ten behoeve van het importeren en/of exporteren van die cocaïne
3hij op, in of omstreeks de periode van 5 januari 2021 tot en met 13 februari 2021 te Gorinchem, althans te Nederland meermalen, althans eenmaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad- 1500 kilo XTC pillen, bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of- twee kilo, althans een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne en/of- een hoeveelheid van een materiaal MDMA, zijnde MDMA en/of amfetamine telkenseen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2021 tot en met 21 januari te Gorinchem, althans te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving (artikel 312 en/of 317 en/of 282 jo 47 wetboek van strafrecht) opzettelijk (in vereniging) voorwerpen, te weten één of meer (vuur)wapens en/of vervoermiddelen en/of een woning bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring cursief verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
medeplegen van een poging tot handelen in strijd met een in art. 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 10 lid 5 van de Opiumwet
feit 2:
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van art. 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit tracht te verschaffen
en
medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van art. 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit tracht te verschaffen
feit 3:
handelen in strijd met art. 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 10 lid 3 van de Opiumwet
feit 4:
medeplegen van voorbereiding van medeplegen van diefstal met geweld, strafbaar gesteld in de artikelen 47, 312 van het Wetboek van Strafrecht
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank de gevangenneming van verdachte beveelt, gelet op het vluchtgevaar en recidivegevaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over de op te leggen straf. De raadsman heeft verzocht de vordering tot gevangenneming af te wijzen, gelet op de bepleite vrijspraak.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft samen met anderen gepoogd een grote hoeveelheid, 366 kilogram, cocaïne uit een container in de Antwerpse haven te halen. Toen de vrachtwagen bleek te zijn uitgereden, heeft hij anderen naar het bedrijf waar de vrachtwagen heen ging gestuurd met het doel om bij het bedrijf in te breken en de lading cocaïne aldaar uit de container te stelen.
Verdachte zou 40% van de lading krijgen; bijna 147 kilogram cocaïne.
Dit is, mede gelet op de hoeveelheid, een zeer ernstig feit. Dat het niet tot een daadwerkelijke uithaal en invoer naar Nederland is gekomen is niet te danken aan het handelen van verdachte, maar aan het bedrijf dat de politie belde toen zij de pakketten in de container aantroffen.
De bewezenverklaring van enkel al dit feit maakt dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.
De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting gaan niet verder dan een hoeveelheid van 20 kilogram of meer, met een oriëntatiepunt van 72 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wanneer sprake is van het invoeren van harddrugs in een georganiseerd verband. In dit geval gaat het om heel veel meer, zelfs wanneer wordt uitgegaan van de 40% die voor verdachte zouden zijn. Anderzijds is het niet gekomen tot een voltooid misdrijf.
De rechtbank gaat daarom, mede vanwege de aansturende rol van verdachte, voor het onder 1 bewezenverklaarde feit uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden.
Daarnaast heeft verdachte internationale drugshandel voorbereid, een grote hoeveelheid harddrugs aanwezig gehad en een beoogd geweldsmisdrijf zeer nauwkeurig voorbereid. Voor wat betreft dat laatste (het onder 4 bewezenverklaarde), is gebleken dat verdachte samen met anderen en in bezit van een wapen al aanwezig was op de locatie.
Uit de geciteerde chatgesprekken volgt een beeld van verdachte die zeer ondernemend te werk gaat en een serieus, professioneel crimineel netwerk aan het opbouwen is. Tekenend daarvoor is dat verdachte zelf in een van die chats ook zegt dat hij ‘geen kleine jongen’ meer is.
Alle feiten tezamen beschouwd is enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.
Alles overwegend legt de rechtbank aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 78 maanden (6,5 jaar).
Deze straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, gelet op de vrijspraak voor het onder 5 tenlastegelegde en de omstandigheid dat de rechtbank niet voor elk tenlastegelegde feit medeplegen bewezen heeft geacht.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Gevangenneming
De bewezenverklaarde feiten betreffen feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld
en/of waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht.
Verdachte houdt zich gelet op het bewezenverklaarde al jaren bezig met de handel in harddrugs en poogde een grote hoeveelheid cocaïne in te voeren. Aan dit laatste is slechts door ingrijpen van politie/justitie een einde gekomen. Met het handelen van verdachte kan de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar worden gebracht.
Gezien de omvang van de partij harddrugs kan worden verondersteld dat het om een georganiseerd verband ging. Hier gaat veel geld in om en het is niet eenvoudig om je te onttrekken uit de verbanden zie zich met deze criminaliteit bezighouden. Voor herhaling moet daarom worden gevreesd.
Verdachte is bovendien al lange tijd voortvluchtig.
De rechtbank ziet daarom reden de gevangenneming van verdachte te bevelen.
8. De beoordeling van het beslag
De rechtbank zal de teruggave van een doos (van Rolex met certificaat) aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 45, 46 en 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
10. De beslissing
mr. J. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder 5 ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 78 maanden;
beveelt de gevangenneming van verdachte;
gelast de teruggave van de doos (van Rolex met certificaat) aan verdachte.