uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[verzoeker] en [verzoekster], uit [plaats], verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekers van 12 mei 2026 om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen en stuurt het verzoek ter verdere afhandeling naar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van 4 november 2025 heeft de voorzieningenrechter beslist op het verzoek van verzoekers om een voorlopige voorziening met dossiernummer 26/4759. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen in verband met het ontbreken van een spoedeisend belang. Dit verzoek om een voorlopige voorziening was connex aan een door verzoekers ingesteld beroep met dossiernummer 25/4749. De rechtbank heeft inmiddels met betrekking tot dit beroep uitspraak gedaan. Verzoekers hebben hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling.
Op 12 mei 2026 hebben verzoekers een nieuw verzoek om voorlopige voorziening ingediend, die volgens verzoekers connex zou zijn aan het beroep met dossiernummer 25/4749. Omdat door de rechtbank al op dit beroep is beslist en het hoger beroep in behandeling is bij de Afdeling, verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen en stuurt hij het verzoek om een voorlopige voorziening door naar de Afdeling voor verdere afhandeling.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: