RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/002987-23
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene], (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [kliniek] (hierna: de kliniek).
Raadsvrouw: mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te Den Haag.
Procedure
Betrokkene is op 5 december 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 29 april 2024.
Bij vordering van 27 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 11 mei 2026 zijn gehoord:
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De raadsvrouw van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege 1) verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een persoon beneden de leeftijd van achttien jaar en het feit is voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en bedreiging met geweld en 2) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer perso(o)n(en).
Stoornis
Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat betrokkene lijdt aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken. Betrokkene heeft een kwetsbaar zelfbeeld en gevoeligheid voor krenking en afwijzing. Deze gevoelens worden echter niet verdragen en betrokkene gaat hiermee om door zijn zelfwaardering op te blazen en anderen als vijandig te ervaren, die het niet goed met hem voor hebben. De antisociale kenmerken blijken onder meer uit zijn justitiële voorgeschiedenis, waaronder veroordelingen voor mishandeling, dreiging en (seksueel) contact met minderjarige meisjes. Er is in enige mate sprake van impulsiviteit doordat hij onvoldoende rekening lijkt te houden met de gevolgen van zijn gedrag. De affectieve empathische vermogens schieten tekort evenals de mate waarin hij verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag.
De rapporteurs die de PJ-rapportage hebben geschreven voor de inhoudelijke behandeling van de indexfeiten stelden dat bij betrokkene sprake was van zwakbegaafdheid en parafilie. De psycholoog stelt thans dat geen sprake is van zwakbegaafdheid mede gelet op het opleidingsniveau van betrokkene en gelet op een onderzoek van de kliniek waaruit volgt dat sprake is van (verbaal) intellectueel functioneren op gemiddeld niveau. De psycholoog stelt geen parafile stoornis, omdat er onvoldoende zicht is op de belevingswereld van betrokkene en het delictgedrag mogelijk meer vanuit de persoonlijkheidsproblematiek kan worden verklaard. Uit het vorenstaande blijkt dat in ieder geval de persoonlijkheidsstoornis nog altijd aanwezig is.
Verloop van de maatregel
Betrokkene is op 8 juli 2024 opgenomen in de FPK [kliniek]. De behandeling verliep wisselend, enerzijds volgde hij de programma- en behandelonderdelen, anderzijds was er vaker onrust rondom betrokkene en is er meerdere malen sprake van grensoverschrijdend of vijandig gedrag. Doordat binnen de kliniek incidenten met betrokkene plaatsvonden, was de kliniek nog niet van plan om een aanvraag voor onbegeleid verlof in te dienen. Betrokkene moest eerst voor langere tijd laten zien dat hij zich aan (gedrags)afspraken houdt en dat hij aan zijn behandeldoelen werkt.
Ter zitting heeft de reclasseringswerker toegelicht dat er vorig jaar veel incidenten zijn geweest, waarin werd gezien dat het geleerde niet werd geïnternaliseerd. De afgelopen maanden werd gezien dat hij het geleerde wel internaliseert. In de afgelopen maanden hebben zich geen incidenten meer voorgedaan en heeft betrokkene de eerste fase van het onbegeleid verlof kunnen starten.
Het is belangrijk om langer zicht te hebben op het gedrag van betrokkene om te kijken of de veranderingen die zijn ingezet ook worden vastgehouden en intrinsiek gemotiveerd zijn om ook bij afname van toezicht stand te houden. Dit zal nog enige tijd vergen. Bij onbegeleide verloven zal rekening moeten worden gehouden met de neiging van betrokkene om zichzelf te overschatten en sneller te willen dan wenselijk is. Hij zal hierdoor mogelijk niet altijd open zijn over zijn gedrag uit angst voor vertraging of kritiek. Hierdoor is externe controle belangrijk. En hierdoor is een behandeling bij een ambulante forensische kliniek op dit moment ook nog niet mogelijk. De psycholoog ziet gelet op het vorenstaande nog geen mogelijkheden voor een minder intensief en/of dwingend kader. Gezien het risicoprofiel en de problematiek van betrokkene en de fase van de behandeling, adviseert zij een verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar. Ook de reclassering adviseert een verlenging van de maatregel met twee jaar.
Recidivegevaar
Uit het rapport van de psycholoog volgt dat bij een toename van vrijheden het recidiverisico op kan lopen tot matig-hoog, doordat betrokkene dan meer afwijzing of krenking kan ervaren en er een groter beroep wordt gedaan op zijn interne emotie- en spanningsregulatie. Externe controle is bij uitbreiding van vrijheden nog wenselijk. De risicotaxatie die in augustus 2025 door de kliniek is verricht, beschrijft een hoog risico wanneer de tbs-maatregel wegvalt. De reclassering schat het risico op recidive bij beëindiging van de tbs maatregel in als hoog. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De komende periode is het van belang dat betrokkene het geleerde tijdens de tbs-maatregel weet te internaliseren en in de praktijk kan toepassen, waardoor het risico op recidive mogelijk wordt verlaagd, en er volgende stappen kunnen worden genomen binnen zijn traject. Vanwege het risico van schijnaanpassing is het nog niet mogelijk om het therapiedeel bij een forensische ambulante polikliniek te laten plaatsvinden; er is dan onvoldoende zicht op zijn gedrag en problematiek. Op langere termijn zou dit wel een mogelijkheid zijn, bijvoorbeeld wanneer de onbegeleide verloven goed verlopen en hij zich hierin controleerbaar en betrouwbaar opstelt. Externe controle is bij uitbreiding van vrijheden wenselijk. Belangrijk is dat alle stappen zorgvuldig worden voorbereid en uitgevoerd. Op grond van op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen. Naar aanleiding van wat daarover op de zitting is besproken en door reclassering is verzocht, ziet de rechtbank aanleiding om de voorwaarde over het vermijden van kinderpornografisch materiaal te herformuleren conform de huidige stand van de jurisprudentie en zodat de reclassering de controles kan uitvoeren. De rechtbank zal daarom deze voorwaarde wijzigen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.
wijzigt de voorwaarden, zodat de voorwaarden als volgt komen te luiden:
- verdachte zal zich niet schuldig maken aan een strafbaar feit;
- verdachte zal zich melden bij Reclassering Nederland, zo vaak en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;
- verdachte zal meewerken aan reclasseringstoezicht, inhoudende onder andere:
verdachte zal zich melden op afspraken bij de reclassering, zo vaak als de reclassering noodzakelijk acht;
verdachte zal zijn medewerking verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen
van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem kan geven
in het kader van de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het
naleven van de voorwaarden;
behandeling door andere instellingen en hulpverleners;
verdachte zal zich niet op een ander adres vestigen zonder toestemming van de
reclassering;
verdachte zal zijn medewerking verlenen aan het uitwisselen van informatie met
personen en instanties die contact hebben met verdachte indien dit van belang is
voor het toezicht;
- indien de reclassering dit nodig acht en verdachte hiermee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum of ander instelling; deze time-out zal duren tot de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
- verdachte zal niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederland gaan zonder toestemming van de reclassering;
- verdachte zal zich — zolang de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing dat nodig acht — laten opnemen in een nader door de reclassering te bepalen instelling voor forensische psychiatrie en zal zich houden aan de aanwijzingen die in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven, ook als dit inhoudt het gebruik van medicatie;
- verdachte zal zich onder behandeling stellen van een instelling voor ambulante (forensische) ggz, zulks te bepalen door de reclassering, waarbij de behandeling zo lang duurt als de reclassering noodzakelijk acht en waarbij betrokkene zich zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door de zorgverlener, ook als dit inhoudt het innemen van medicijnen;
- verdachte zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, zulks te bepalen door de reclassering, en zal zich houden aan de huisregels en het (dag)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, waarbij het verblijf zo lang zal duren als de reclassering nodig acht;
- verdachte zal op geen enkele wijze — direct of indirect — contact zal opnemen, zoeken of hebben met [naam 1] en [naam 2], zolang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt;
- verdachte zal zich inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur;
- verdachte zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke personen. Hiertoe zal verdachte de
reclassering inzicht geven in zijn financiën en schulden;
- verdachte zal — indien geïndiceerd — meewerken aan controle op middelengebruik, inhoudende urineonderzoek en/of ademonderzoek, zo lang en zo vaak als de
reclassering dit noodzakelijk acht;
- verdachte zal op geen enkele wijze contact zoeken met minderjarigen en zal deze contacten zoveel mogelijk vermijden. Als contacten onvermijdelijk zijn, zal verdachte ervoor zorgen dat specifieke personen aanwezig zijn bij deze contacten;
- verdachte zal niet (betaald of als vrijwilliger) werken in de hulpverlening en/of in zorginstelling gericht op jonge dan wel minderjarige vrouwen, zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht;
- verdachte zal gedurende de tbs-maatregel:
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
Betrokkene werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past betrokkene de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen maximaal drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van betrokkene zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van betrokkene.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.E. ter Hart, als voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en mr. T. Kok, als rechters in tegenwoordigheid van mr. A. Hessel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.