ECLI:NL:RBGEL:2026:4349

ECLI:NL:RBGEL:2026:4349

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 01-06-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 464830
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Kort geding: vordering tot het verlenen van dekking onder de verzekeringsovereenkomst voor geleden brandschade. Eiseres was ten tijde van de brand niet verzekerd. Mogelijke aansprakelijkheid tussenpersoon vergt nader onderzoek waarvoor kort geding zich niet leent.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: C/05/464830 / KZ ZA 26-43

Vonnis in kort geding van 1 juni 2026

in de zaak van

[naam eisend bedrijf] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [de eiser] ,

advocaat: mr. O.S.H. Horssius,

tegen

1. de naamloze vennootschap UNIVÉ OOST BRANDVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

advocaat: mr. J.S. Overes,

2. de naamloze vennootschap UNIVÉ STAD EN LAND BRANDVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn,

advocaat: mr. W.C.T. Weterings,3. de besloten vennootschap UNIVÉ OOST BEMIDDELING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

advocaat: mr. R. Bosman,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Univé c.s..

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 17 van [de eiser]- de producties 1 tot en met 9 van Univé Oost Brandverzekeraar- de aangepast productie 13 en aanvullende productie 18 van [de eiser]

- de producties 1 tot en met 4 van Univé Oost Bemiddeling (hierna: Univé Bemiddeling)- de mondelinge behandeling van 7 mei 2026

- de vrijwillige verschijning van Univé c.s.- de pleitnota van [de eiser]- de pleitnota van Univé Oost Brandverzekeraar

- de pleitnota van Univé Stad en Land Brandverzekeraar (hierna: Univé Stad en Land)

- de pleitnota van Univé Bemiddeling.

2. De feiten

[de eiser] exploiteert sinds 2023 een winkel en showroom in woonartikelen en aanverwante zaken. Mevrouw [bestuurder ] is enig aandeelhouder en bestuurder van [de eiser] . Zij heeft in het voorjaar van 2024 de onderneming overgenomen van de door partijen zogenoemde heer [voormalig eigenaar]

[de eiser] heeft op 30 mei 2024 een bedrijfsmatige brandverzekering afgesloten bij Univé Oost Brandverzekeraar. Deze verzekering had betrekking op het adres [adres 1] in [plaatsnaam 1] . De polissen zijn tot stand gekomen via bemiddeling van de tussenpersoon Univé Bemiddeling. Op 1 juni 2024 heeft [de eiser] op dit adres een fysieke winkel geopend.

Met ingang van 1 mei 2025 heeft [de eiser] de huur van het pand aan de [adres 1] in [plaatsnaam 1] opgezegd.

Vanaf 1 juni 2025 is [de eiser] haar voorraden gaan verplaatsen naar een pand aan de [adres 2] in [plaatsnaam 2] .

Medio 2025 is [bestuurder ] ook het bedrijf [bedrijf] B.V. gestart. Dit bedrijf produceert amberblokjes.

Op 23 september 2025 in de avond heeft [bestuurder ] namens [de eiser] gemaild naar het mailadres bedrijven.oost@unive.nl om de verhuizing van [plaatsnaam 1] naar [plaatsnaam 2] door te geven. De ontvangst van dit bericht is direct automatisch bevestigd.

Op 24 september 2025 heeft een adviseur van de ondernemersdesk via het mailadres unive-oost@unive.nl naar [de eiser] gemaild dat de mail over de verhuizing is ontvangen. Zij heeft [de eiser] daarbij verzocht terug te bellen in verband met een aantal vragen.

Op 25 september 2025 heeft [bestuurder ] namens [de eiser] teruggebeld en gesproken met mevrouw [adviseur] , eveneens werkzaam als adviseur ondernemersdesk. In dit gesprek gaf [adviseur] onder meer aan dat de verzekering moet worden omgezet naar Univé Stad en Land, dat zij de mail naar hen zal doorzetten en dat Univé Stad en Land dan contact met [de eiser] zal opnemen voor de rest van de aanpassingen qua verhuizing en wat er eventueel veranderd moet worden. Op de vraag van [de eiser] of haar spullen dan intussen wel verzekerd zijn zegt [adviseur] :

“In verband met in zijn verhuizing is tijdelijk ook even op het andere adres verzekerd en je

hebt het nu even doorgegeven, dus we gaan hem gewoon per direct even omzetten en

dan kunnen zij daarna aanpassingen in de polis doen hoe het moet worden, zeg maar.”

Op 1 oktober 2025 is het pand aan de [adres 2] in [plaatsnaam 2] afgebrand.

Op 2 oktober 2025 om 06:09 uur heeft [de eiser] een mail ontvangen van unive.oost@unive.nl met een overzicht van het verzekeringspakket en de vraag of zij wil controleren of de gegevens juist zijn. De mail is ondertekend door [naam] , Raad van Bestuur Univé Oost.

Daarop heeft [bestuurder ] namens [de eiser] teruggemaild:

“Geachte heer [naam] ,

Zoals op 23-09 aan u gemaild is ons bedrijf verhuisd naar het pand [pandnaam] in [plaatsnaam 2] , hierbij hebben wij het verzoek ingediend om de polis om te zetten naar dit adres. Wij zijn toen telefonisch benaderd door een collega van u welke wij hebben teruggebeld. Zij heeft aangegeven dat de polissen zouden worden omgezet en dat zowel zakelijk als privé per direct verzekerd zou zijn op de nieuwe adressen. Inmiddels ontving ik na aanleiding van dit gesprek de nieuwe polis op het privé adres.

Zakelijk stuurt u mij heden morgen per e-mail, echter is het adres niet correct zoals in de email van 23-09 aangegeven moet het nieuwe adres zijn:

[adres 2]

.

Ik zie graag de aangepaste versie per omgaande van u tegemoet.”

Op 2 oktober 2025 om 08:34 uur heeft [bestuurder ] namens [de eiser] de schade door de brand telefonisch doorgegeven aan Univé-Oost Brandverzekeraar. De desbetreffende medewerkster deelde mee dat de verhuizing was doorgegeven, dat de particuliere verzekering al was overgezet naar Univé Stad en Land, maar dat de adreswijziging van het zakelijke adres nog niet (volledig) was doorgevoerd. De medewerkster kon de polis niet vinden waar de schade gemeld moest worden. In het CMR programma stond volgens haar genoteerd:

"De klant verhuist zakelijk naar een nieuwe regio en privé naar een nieuwe woning. Bedrijfs- en privéverzekeringen vallen nu onder de verantwoordelijkheid van een andere regio van Univé. De huidige polissen worden omgezet naar de nieuwe regio. Dit geldt voor zowel zakelijke verzekeringen als de inboedelverzekeringen van het oude privéadres."

Na de schademelding heeft [adviseur] 2 oktober 2025 telefonisch contact opgenomen met [de eiser] en onder meer medegedeeld dat intern nog werd onderzocht welke entiteit de schade in behandeling zou nemen.

Op 7 oktober 2025 heeft senior schadeadviseur mevrouw [schadeadviseur] via oost@unive.nl gemaild:

“Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 1 oktober jl. betreffende de schade aan het risicoadres [adres 2] in [plaatsnaam 2] , berichten wij u als volgt.

Wij hebben zelfstandig een technisch en tactisch onderzoek geïnitieerd naar de oorzaak van

de brand. De uitkomsten van dit onderzoek zijn bepalend voor onze verdere beoordeling van

de schade. Voorafgaand aan een eventuele inschakeling van een expert, wachten wij eerst de

resultaten van dit onderzoek af.

Wij nemen kennis van het feit dat verzekerde gebruik wenst te maken van het haar/hem

toekomende recht op benoeming van een eigen expert. Wij merken op dat op dit moment nog geen inhoudelijke behandeling van de schade heeft plaatsgevonden. Indien na afronding van het lopende onderzoek wordt besloten de schade in behandeling te nemen, zal het

benoemingsproces van experts conform de geldende polisvoorwaarden worden opgepakt.”

Vervolgens is een technisch en tactisch onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de brand op het adres in [plaatsnaam 2] .

Met een e-mail van 4 februari 2026 heeft Univé Oost Brandverzekeraar aan [de eiser] laten weten de dekking te weigeren, omdat [de eiser] een verplichting zou hebben geschonden tot medewerking en informatievoorziening en omdat de brandschade zich zou hebben voorgedaan op een niet-verzekerd risicoadres.

3. Het geschil

[de eiser] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Univé Oost Brandverzekering te veroordelen:

- om ten gunste van [de eiser] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alsnog dekking te verlenen onder de verzekeringsovereenkomst voor de door [de eiser] geleden schade als gevolg van een schade incident op 1 oktober 2025 op straffe van een dwangsom,

- tot betaling van een voorschot in de schade en

- tot betaling van de proceskosten,

Voorwaardelijk

in het geval de vorderingen jegens Univé Oost Brandverzekering niet worden toegewezen om

Univé Stad en Land te veroordelen:

- om ten gunste van [de eiser] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alsnog dekking te verlenen onder de verzekeringsovereenkomst voor de door [de eiser] geleden schade als gevolg van een schade incident op 1 oktober 2025 op straffe van een dwangsom,

- tot betaling van een voorschot in de schade en

- tot betaling van de proceskosten,

Voorwaardelijk

in het geval de vorderingen jegens Univé Stad en Land niet worden toegewezen om

Univé Bemiddeling te veroordelen:

- om volledige medewerking te verlenen aan de wettelijke schadevaststelling op straffe van een dwangsom,

- tot betaling van een voorschot in de schade,

- om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan [de eiser] afschriften van alle tot de bij Univé Bemiddeling beschikking zijnde interne en externe notities, aantekeningen, e-mailberichten, WhatsApp-berichten, en andere (digitale) bescheiden, correspondentie en documenten die betrekking hebben op de door [de eiser] doorgegeven verhuizing en/of verzekering van [de eiser] over de periode 23 september 2025 tot en met 15 april 2026 op straffe van een dwangsom,

- tot betaling van de proceskosten.

[de eiser] legt aan de vorderingen – kort weergegeven – het volgende ten grondslag.

Univé wijst ten onrechte dekking af. [de eiser] heeft een week voor de brand haar verhuizing gemeld aan haar contactpersoon. In het telefonisch contact op 25 september 2025 is uitdrukkelijk aangegeven dat het nieuwe adres verzekerd is en dat is na de brand opnieuw bevestigd door de senior schadeadviseur die telefonisch sprak over ‘het nieuwe adres’ en die het brandadres aanduidde als risicoadres. Ook is een zeer uitgebreid en kostbaar onderzoek uitgevoerd naar de oorzaak van de brand. Pas na vier maanden stelt Univé Oost Brandverzekeraar dat het nieuwe adres niet verzekerd zou zijn. [de eiser] is dus of verzekerd bij Univé Oost Brandverzekeraar, of verzekerd bij Univé Stad en Land, of de tussenpersoon, Univé Oost Bemiddeling is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen door de verhuizingsmelding niet tijdig of deugdelijk door te zetten, althans [de eiser] niet adequaat te informeren en van advies te voorzien over haar verzekerde positie. Univé Oost Brandverzekeraar verwijt [de eiser] ten onrechte dat zij haar verplichting tot medewerking en informatievoorziening heeft geschonden. [de eiser] heeft gedurende meerdere maanden uitvoerig en consistent antwoord gegeven op talloze vragen en daarbij een groot aantal stukken waarover zij beschikte met de verzekeraar gedeeld.

Univé Oost Brandverzekeraar voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser] in de kosten van deze procedure. Zij voert daartoe – kort weergegeven – het volgende aan:

Bij Univé Oost Brandverzekeraar was enkel een verzekeringspolis afgesloten voor het adres aan de [adres 1] in [plaatsnaam 1] . Het adres in [plaatsnaam 2] valt buiten het dekkingsgebied van Univé Oost Brandverzekering zodat dit adres ook nooit door haar zou zijn geaccepteerd. Univé Oost Brandverzekeraar heeft ook nooit dekking toegezegd. Daarnaast was Univé Oost Brandverzekeraar niet op de hoogte van de verhuizing. [de eiser] had de verhuizing op grond van de polisvoorwaarden uiterlijk één dag voor de feitelijke verhuizing moeten doorgegeven. [de eiser] heeft in juni 2025 al spullen naar de nieuwe locatie verhuisd. Zij heeft dit pas op 23 september 2025 gemaild aan Univé Bemiddeling en niet aan Univé Oost Brandverzekeraar. Bij tijdig doorgeven van de verhuizing aan Univé Oost Brandverzekeraar zou de verzekering zijn gestopt, omdat de locatie in [plaatsnaam 2] buiten haar werkgebied valt. Ook heeft [de eiser] verzuimd tijdig een brandgevaarlijke activiteit te melden, namelijk het produceren van amberblokjes in de loop van 20205. [de eiser] heeft verder haar verplichting geschonden om alle benodigde informatie aan de verzekeraar te geven en er is sprake van precontractuele verzwijging van betrokkenheid van [voormalig eigenaar] bij [de eiser] . [de eiser] had belangen van [voormalig eigenaar] moeten melden bij het aangaan van de verzekering in verband met zijn strafrechtelijk verleden.

Univé Stad en Land voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser] in de kosten van deze procedure. Zij voert daartoe – kort weergegeven – het volgende aan:

Univé Stad en Land heeft nooit een verzekeringsovereenkomst gesloten met [de eiser] . Er is ook geen sprake geweest van contractovername of stilzwijgende voortzetting van de verzekeringsovereenkomst met Univé Oost Brandverzekeraar. Bij zakelijke verzekeringen geldt dat een nieuwe locatie en het daarmee samenhangende risico steeds afzonderlijk worden beoordeeld, voordat dekking kan ontstaan. De mededelingen van de tussenpersoon van [de eiser] kunnen niet aan Univé Stad en Land worden toegerekend. Univé Stad en Land is een zelfstandige verzekeraar en rechtspersoon, met een eigen portefeuille en eigen acceptatietraject en -beleid. Mededelingen van een tussenpersoon over vervolgstappen, doorgeleiding of regiowijziging kunnen niet worden gelijkgesteld aan een acceptatie van het risico door een verzekeraar zelf. Univé Stad en Land heeft in deze fase zelf geen toezegging gedaan en geen dekkingsbevestiging verstrekt.

Univé Bemiddeling voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [de eiser] , dan wel tot afwijzing van haar vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser] in de kosten van deze procedure. Zij voert daartoe – kort weergegeven – het volgende aan:

Univé Bemiddeling heeft de verhuismelding tijdig en deugdelijk doorgezet. Tijdens het telefoongesprek op 25 september 2025 was al duidelijk dat een aanvraagtraject voor een nieuwe verzekering moest worden opgestart bij Univé Stad en Land. Dat dit traject vanwege de brand niet is afgerond kan Univé Bemiddeling niet worden verweten. [de eiser] is zelf verantwoordelijk voor het kort tijdsbestek tussen de verhuismelding en de brand. Zij had Univé Bemiddeling in juni 2025 al van de verhuizing op de hoogte moeten stellen. Op grond van artikel 7.2. van de polisvoorwaarden kun je niet langer dan twee maanden verzekerd zijn op twee adressen, zodat ook dat aspect aan verzekering in de weg had gestaan. Verder kon Univé Bemiddeling niets veranderen aan de omstandigheden dat [de eiser] niet meer actief was op het bij Univé Oost Brandverzekeraar verzekerde risicoadres, dat de nieuwe locatie van [de eiser] gelegen was buiten het werkgebied van Univé Oost Brandverzekeraar en dat daarom bij Univé Stad en Land een nieuw aanvraagtraject moest worden doorlopen waarbij pas na acceptatie sprake zou zijn van dekking. Univé Bemiddeling is daarom niet aansprakelijk voor de schade van [de eiser] . Ook ontbreekt het causaal verband tussen het gestelde tekortschieten van Univé Bemiddeling en de gevorderde schade. Naast de niet tijdige melding van de verhuizing zijn er ook andere afzonderlijke afwijzingsgronden waarop het afwijzende dekkingsstandpunt berust. Verder kan Univé Bemiddeling geen uitvoering geven aan het door [de eiser] gevorderde meewerken aan de wettelijke schadevaststelling. Univé Bemiddeling vertegenwoordigt [de eiser] als tussenpersoon ten opzichte van de verzekeraar en treedt dus niet op namens de verzekeraar. Het vaststellen van schade is alleen voorbehouden aan de verzekeraar (of een door de verzekeraar ingeschakelde expert). De vordering tot het verstrekken van afschriften van allerhande documentatie kan evenmin worden toegewezen. De vordering is te ruim en onvoldoende specifiek geformuleerd, door [de eiser] is niet gesteld wat haar belang hierbij is en met de in deze procedure door Univé Bemiddeling overgelegde producties beschikt [de eiser] al over alle relevante documenten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [de eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Daar waar wordt verzocht om een voorschot op de schadevergoeding is in kort geding terughoudendheid geboden. Zo zal niet alleen moeten worden onderzocht of het bestaan van de vordering in kwestie voldoende aannemelijk is – hetgeen betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen –, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken dient te worden.

[de eiser] heeft gezien de aard van haar vorderingen een voldoende spoedeisend. Zij heeft onweersproken gesteld dat zij zonder uitkering van de verzekering haar onderneming niet kan voortzetten, terwijl zij dit wel wil. [de eiser] is dan ook ontvankelijk in dit kort geding.

De vraag die hier voorligt is of [de eiser] recht heeft op vergoeding van schade als gevolg van de brand op 1 oktober in het pand aan de [adres 2] in [plaatsnaam 2] en zo ja, wie gehouden is die schade te vergoeden.

Ten aanzien van Univé Oost Brandverzekeraar.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft Univé Oost Brandverzekeraar op goede gronden geweigerd de schade als gevolg van de brand aan [de eiser] te vergoeden. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe het volgende.

[de eiser] heeft met Univé Oost Brandverzekering een verzekeringsovereenkomst afgesloten voor het adres aan de [adres 1] in [plaatsnaam 1] . Dat adres stond ook op het polisblad vermeld. Op grond van artikel 1 in samenhang met artikel 2.2.1. en artikel 5 van de Voorwaarden Roerende Zakenverzekering (hierna: de Voorwaarden) is brandschade aan roerende zaken in het gebouw op het risicoadres verzekerd. Univé Oost Brandverzekering was ten tijde van de brand op 1 oktober 2025 niet op de hoogte van de opzegging van de huurovereenkomst per 1 mei 2025 op het adres aan de [adres 1] in [plaatsnaam 1] en van de verhuizing van (de bedrijfsinventaris van) [de eiser] vanaf 1 juni 2025 naar het nieuwe pand in [plaatsnaam 2] .

In hoofdstuk 7 van de Voorwaarden is beschreven hoe de roerende zaak verzekerd is bij verhuizing. Op grond van artikel 7.1. moet een verhuizing zo snel mogelijk worden doorgegeven, uiterlijk de dag voor de verhuizing. In artikel 7.1.1. staat dat de verzekerde geen of minder schadevergoeding krijgt als de verhuizing niet wordt doorgegeven. Als de schade wordt doorgegeven wordt gekeken of de verzekering zou zijn voortgezet. Als de verzekering zou zijn gestopt indien de verzekeraar van de verhuizing had geweten dan heeft de verzekerde geen recht meer op schadevergoeding vanaf de datum van verhuizing. Een verzekerde kan tijdens de verhuizing verzekerd zijn op twee adressen, maar daarbij geldt onder meer de voorwaarde dat de verzekeraar de verandering van adres zou hebben geaccepteerd. Op grond van artikel 7.2. gaat de verzekering in op het moment dat de verzekerde de sleutel van het nieuwe gebouw tot zijn/haar beschikking heeft. De roerende zaken zijn maximaal twee maanden op twee adressen verzekerd. Als de verzekering zou zijn beëindigd dan is er op grond van artikel 7.3 van de Voorwaarden geen dekking op het nieuwe risicoadres. [de eiser] stelt dat zij pas per 1 oktober 2025 haar winkel zou openen, maar zij heeft op 4 november 2025 zelf verklaard dat zij vanaf juni 2025 haar winkel is gaan exploiteren op het adres in [plaatsnaam 2] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft [de eiser] gesteld dat zij het woord exploiteren niet heeft gebruikt, maar zij heeft wel verklaard dat zij vanaf juni 2025 spullen is gaan verhuizen naar de nieuwe locatie, zodat zij op dat moment over een sleutel van de nieuwe locatie moet hebben beschikt.

Univé Oost Brandverzekering heeft onweersproken gesteld dat het adres in [plaatsnaam 2] niet onder haar dekkingsgebied valt zodat zij dit nieuwe adres om die reden nooit zou hebben geaccepteerd indien de verhuizing tijdig aan haar zou zijn doorgegeven. [de eiser] is tijdens het telefoongesprek van 25 september 2025 ook geïnformeerd dat de verzekering moest worden omgezet naar Univé Stad en Land en [de eiser] heeft de schade in eerste instantie ook gemeld bij Univé Stad en Land. Nu de dekking op grond van de polisvoorwaarden begrensd was tot het adres in [plaatsnaam 1] kan [de eiser] reeds op grond daarvan geen aanspraak maken op vergoeding van de schade bij Univé Oost Brandverzekeraar. De overige redenen die door Univé Oost Brandverzekering ten grondslag zijn gelegd aan de weigering om de schade uit te keren behoeven daarom hier geen nadere bespreking.

De vorderingen ten aanzien van Univé Oost Brandverzekering moeten gelet op het voorgaande worden afgewezen.

Ten aanzien van Univé Stad en Land

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan ook Univé Stad en Land niet worden veroordeeld tot het verlenen van dekking of vergoeding van de schade van [de eiser] . De voorzieningenrechter overweegt hiertoe het volgende.

Univé Stad en Land heeft onweersproken gesteld dat zij nimmer een verzekeringsovereenkomst met [de eiser] heeft gesloten. Er is geen (positief) acceptatiebesluit genomen, geen polis afgegeven en geen premie ontvangen. [de eiser] heeft ook geen polis overgelegd waarop Univé Stad en Land als verzekeraar en het adres aan de [adres 2] in [plaatsnaam 2] als verzekerd (risico) adres staan vermeld. De polis die [de eiser] op 2 oktober 2025 heeft ontvangen was verzonden door de bestuurder van Univé Oost. Tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht dat dit de coöperatie betreft waar de entiteiten Bemiddeling en Brandverzekering onder vallen. [de eiser] heeft ook die polis niet kunnen overleggen, maar duidelijk is dat die polis dus niet afkomstig was van Univé Stad en Land en dat op die polis niet het adres in [plaatsnaam 2] stond, aangezien [de eiser] op 2 oktober 2025 per mail heeft verzocht het adres aan te passen.

Verder heeft Univé Stad en Land toegelicht dat het feit dat [de eiser] is verhuisd niet automatisch een wisseling van verzekeraar met zich brengt. Bij zakelijke verzekeringen moet een nieuwe locatie en het daarmee samenhangende risico steeds afzonderlijk worden beoordeeld, voordat dekking kan ontstaan. Univé Stad en Land was aan die (zelfstandige) beoordeling nog niet toegekomen op het moment dat de brand uitbrak. De mededeling van mevrouw [adviseur] dat [de eiser] was verzekerd kan niet aan Univé Stad en Land worden toegerekend. [adviseur] is werkzaam voor Univé Bemiddeling die als tussenpersoon [de eiser] vertegenwoordigt ten opzichte van de verzekeraar. Univé Bemiddeling treedt dus niet op voor de verzekeraar en kan zich ook niet uitlaten namens de verzekeraar.

Op grond van het voorgaande kan dan ook niet worden aangenomen dat Univé Stad en Land gehouden is tot enige vorm van dekking of uitkering jegens [de eiser] , zodat de vorderingen ten aanzien van Univé Stad en Land moeten worden afgewezen.

Ten aanzien van Univé Bemiddeling

[de eiser] stelt kort gezegd dat Univé Bemiddeling als tussenpersoon richting haar is tekortgeschoten, dan wel door de verhuizing niet tijdig of correct door te geven, subsidiair door de schijn te wekken dat namens de verzekeraar is gehandeld door mee te delen dat het nieuwe adres is verzekerd, althans dat zij dient in te staan voor de gevolgen van die mededeling. De voorzieningenrechter begrijpt dat [de eiser] hiermee stelt dat Univé Bemiddeling tekort is geschoten in de op haar al tussenpersoon rustende zorgplicht.

Op grond van vaste jurisprudentie dient een assurantietussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Het is zijn taak te waken voor de belangen van de verzekeringnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Tot deze taak behoort in beginsel ook dat - kort gezegd - de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die de hem bekende feiten, naar hij als redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon behoort te begrijpen, voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Daarbij gaat het om feiten die aan de assurantietussenpersoon bekend zijn of die hem redelijkerwijs bekend behoorden te zijn. Bij dit laatste geldt dat indien de tussenpersoon niet over voldoende gegevens beschikt of niet ervan mag uitgaan dat de gegevens waarover hij beschikt volledig en juist zijn, hij daarnaar bij zijn cliënt dient te informeren. De precieze reikwijdte van de zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, met name van de aard en inhoud van de opdracht en de belangen van de opdrachtgever, voor zover die kenbaar zijn voor de assurantietussenpersoon. De zorgplicht strekt zich onder andere uit tot het risico van onverzekerd zijn en onderverzekering. De tussenpersoon dient actief te handelen en als deskundige op het gebied van verzekeringen te waken voor dit risico, door behulpzaam te zijn en te waarschuwen.

Niet in geschil is dat [de eiser] de verhuizing pas op 23 september 2025 heeft doorgegeven terwijl zij al vanaf juni 2025 beschikte over de sleutel van haar nieuwe locatie. Uit de door [de eiser] verstrekte transcriptie blijkt niet dat de tussenpersoon hiervan op de hoogte was, noch dat [de eiser] dit heeft gemeld. Indien de tussenpersoon bekend was geweest met dat feit, had zij [de eiser] er wellicht op gewezen dat de twee maanden uit artikel 7.2. van de Voorwaarden zijn verstreken. Dat neemt echter niet weg dat aan [de eiser] expliciet is medegedeeld dat zij op dat moment op beide adressen verzekerd was, waardoor [de eiser] geen nadere actie heeft ondernomen. De vraag of Univé Bemiddeling daarbij voldoende feiten bekend waren en of zij daar naar had moeten informeren vergt nader onderzoek waarvoor dit kort geding zich niet leent. Daarbij komt ook dat Univé Bemiddeling stelt dat het causaal verband ontbreekt tussen het gestelde tekortschieten en de gevorderde schade, omdat buiten het niet tijdig melden van de verhuizing ook nog andere afzonderlijke afwijzingsgronden zijn genoemd door de verzekeraar waarop het afwijzende dekkingsstandpunt berust. Zo is gesteld dat [de eiser] haar informatie- en medewerkingsplicht heeft geschonden doordat zij niet de door de verzekeraar verzochte documenten heeft verstrekt, zij niet heeft gemeld dat zij haar bedrijfsactiviteiten heeft gewijzigd dan wel uitgebreid met het produceren van amberblokjes en er mogelijk sprake is van precontractuele verzwijging van betrokkenheid van de heer [voormalig eigenaar] . bij de onderneming. Ook deze stellingen vergen nader (mogelijk zelfs deskundig) onderzoek waarvoor een kort geding procedure zich niet leent.

Het bestaan van een geldvordering op de bemiddelaar is daarmee in kort geding niet voldoende aannemelijk geworden en ook een afweging van de belangen leidt niet tot een ander oordeel. [de eiser] beschikt op dit moment niet over financiële middelen om met haar onderneming een doorstart te maken. Het niet beschikken over financiële middelen brengt ook een restitutierisico met zich mee. Daarmee is niet voldaan aan de vereisten die gelden voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. De vordering tot betaling van een voorschot in de schade moet daarom worden afgewezen.

Voor wat betreft de vordering tot het verlenen van medewerking aan de wettelijke schadevaststelling geldt dat Univé Bemiddeling niet optreedt als verzekeraar en hier dus geen uitvoering aan kan geven omdat dit is voorbehouden aan de verzekeraar. Deze vordering moet reeds om die reden ook worden afgewezen.

Ook de vordering tot het verstrekken van verschillende documenten zal worden afgewezen nu Univé Bemiddeling terecht stelt dat die vordering te ruim en onvoldoende specifiek is geformuleerd terwijl [de eiser] niet heeft gesteld of onderbouwd wat haar belang hierbij is en zij ook niet nader heeft toegelicht of onderbouwd waarom zij met de in deze procedure door Univé Bemiddeling overgelegde producties (waaronder verschillende uitdraaien uit de klantregistratiesystemen) nog niet beschikt over alle voor haar relevante documenten.

Proceskosten

[de eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé Oost Brandverzekering worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

De proceskosten van Univé Stad en Land Brandverzekering worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

De proceskosten van Univé Oost Bemiddeling worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van [de eiser] af,

veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van Univé Oost Brandverzekeraar € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van Univé Stad en Land Brandverzekeraar € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van Univé Oost Bemiddeling € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op1 juni 2026.

1518

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand