RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/466558 / FZ RK 26-1147
Datum uitspraak: 21 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] , verblijvend in [verblijfplaats] ,
advocaat mr. P.G.F.M. van Oss uit Ermelo.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mw. [casemanager] , als casemanager dementie verbonden aan Zorggroep Apeldoorn;
mw. [dochter betrokkene] , de dochter van betrokkene;
de schoonzoon van betrokkene;
dhr. [zoon betrokkene] , de zoon van betrokkene.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie.
Uit artikel 39 Wzd, in samenhang met de artikelen 26 lid 6 sub d en 27 lid 2 Wzd volgt dat de rechtbank slechts een rechterlijke machtiging kan verlenen als een medische verklaring van een ter zake kundige arts inzicht verschaft over de actuele situatie van betrokkene en deze betrokkene kort tevoren heeft onderzocht. De rechtbank constateert dat de thans overgelegde medische verklaring is opgesteld en ondertekend op 6 maart 2026. Het onderzoek had ook plaats op 6 maart 2026. Daarna heeft de dochter de aanvraag bij het CIZ ingetrokken omdat zij moeite had met de aanvraag en met het feit dat als die tot een rechterlijke machtiging zou leiden betrokkene binnen vier weken opgenomen zou moeten worden. Die aanvraag heeft dus niet tot een verzoek voor een rechterlijke machtiging geleid. Daarna is het echter tot het huidige verzoek gekomen maar betrokkene is vervolgens niet opnieuw beoordeeld voor een medische verklaring, volgens het verzoek omdat dit onrust oproept. Daardoor zit er een termijn van bijna 11 weken tussen het onderzoek/de medische verklaring en de zitting.
Ter zitting en uit de stukken is gebleken dat sprake is van dementie. Het algemene ziektebeeld dat hoort bij dementie is progressief en ondanks de recente diagnose is bij betrokkene al sprake van een vergevorderd stadium van dementie. Het toestandsbeeld en de mate van gevaar zijn, zo is ter zitting gebleken, in de tussentijd niet beter geworden. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat de medische verklaring voldoende inzicht geeft in de actuele situatie van betrokkene en aan de te nemen beslissing ten grondslag kan liggen.
Het gedrag dat voortvloeit uit de hiervoor genoemde aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Betrokkene woont zelfstandig in een woonwagen en krijgt hulp van zijn dochter, schoonzoon en zoon. Zijn dochter is mantelzorger en is overbelast. Betrokkene vertoont agressief gedrag tegen zijn dochter en is ook achterdochtig. Betrokkene is zorgmijdend; hij weigert zich te douchen, eet en drinkt slecht en is dagelijks boos en opstandig. Betrokkene heeft ontlasting over zijn wagen gesmeerd en weigert daarbij om zijn woning schoon te maken. Betrokkene vertoont dwaalgedrag; hij loopt lange stukken en is voornemens om vanuit [plaatsnaam 1] naar [plaatsnaam 2] te lopen. Betrokkene raakt in die situaties oververmoeid en is verkeersonveilig. Hij loopt langs drukke provinciale wegen en steekt zonder te kijken over. Tijdens de zitting heeft de casemanger ook toegelicht dat bij betrokkene ook sprake is van verwardheid en vergeetachtigheid, waarbij hij zijn dochter niet altijd herkent. De zoon heeft toegelicht dat hij vanwege het dwaalgedrag van zijn vader zelf op pad gaat om zijn vader van de weg te halen en dat hij bang is dat hij daarbij vanuit zijn ongerustheid en haast een ongeluk zal veroorzaken of dat iemand anders door toedoen van zijn vader een ongeluk zal veroorzaken.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan dat hij niet naar een verpleeghuis wil en weigert om zijn medicatie in te nemen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De mantelzorger is overbelast geraakt. Betrokkene heeft 24-uurszorg nodig en dat kan niet elders worden geboden dan binnen een daarvoor ingerichte accommodatie.
Tijdens de zitting heeft de advocaat van betrokkene primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank hieraan voorbij.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [naam betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. T.I. Spoor, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Ünal, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.