ECLI:NL:RBGEL:2026:4452

ECLI:NL:RBGEL:2026:4452

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 079916-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Wettig en overtuigend bewezen: valse aangifte doen (feit 1) en medeplegen van verduistering in dienstbetrekking (feit 2, primair). Straf: 6 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 3 jaar. Overschrijding van de redelijke termijn. Artikelen: 14a, 14b, 14c, 47, 57, 188 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/079916-24

Datum uitspraak : 3 juni 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] in ( [postcode] ) [woonplaats] .

Raadsvrouw: mr. R.J. Jager, advocaat in Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 1 maart 2024 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, wetende dat het strafbare feit niet is gepleegd, immers heeft hij, verdachte, ten overstaan van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , verbalisanten van de politie Eenheid Oost-Nederland, opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van diefstal met geweld;

2.hij op of omstreeks 1 maart 2024 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk ongeveer 1539 iPhones van het merk Apple, althans een hoeveelheid smartphones, in elk geval een of meerdere goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededaders uit hoofde van zijn/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten als zijnde koerier voor [bedrijf 2] van een lading smartphones van [bedrijf 1] , in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had/hadden, wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

subsidiair hij op of omstreeks 1 maart 2024 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ongeveer 1539 iPhones van het merk Apple, althans een hoeveelheid smartphones, in elk geval een of meerdere goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 (valse aangifte) en het primair ten laste gelegde onder feit 2 (medeplegen van verduistering in dienstbetrekking).

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw bepleit dat verduistering in dienstbetrekking bewezen kan worden, maar niet het ten laste gelegde bestanddeel medeplegen. Daartoe heeft zij verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:555).

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [verdachte] , p. 16-17;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 mei 2026.

Feit 2

Op 1 maart 2024 zijn 1539 smartphones (waaronder 1537 iPhones) gestolen uit een bedrijfsbus die werd bestuurd door verdachte. Verdachte was als chauffeur werkzaam voor [bedrijf 2] en vervoerde daarom die nacht de telefoons. De telefoons waren eigendom van het bedrijf [bedrijf 1] , waarvan [aangever] eigenaar is. In eerste instantie heeft verdachte aangifte gedaan van een overval. Later heeft hij verklaard dat die aangifte vals was en dat de overval in scène was gezet. [aangever] heeft aangifte gedaan en heeft verklaard dat [verdachte] op 1 maart 2024 is gestopt bij het Esso tankstation op de A15 ter hoogte van Ochten. Hier is de overval in scène gezet. Dat heeft [verdachte] achteraf aan [aangever] bekend.

Over de totstandkoming van het plan om een overval in scène te zetten heeft verdachte het volgende verklaard. In de kapperszaak van [aangever] was hij diens oom, genaamd [medeverdachte 1] , tegen gekomen. Gevraagd wat voor werk hij deed, had verdachte verteld dat hij telefoons naar diverse plekken in Duitslacht vervoerde. Er werd vervolgens voorgesteld om een (nep-)overval te plegen, waarmee hij had ingestemd. Op 26 februari 2024 ging hij met [medeverdachte 1] naar de McDonald’s in Eindhoven. Daar hebben ze met anderen gesproken over hoe ze de nep-overval wilden gaan doen en welke route hij moest gaan rijden. Het plan dat werd bedacht in de McDonald’s, werd op 1 maart 2024 uitgevoerd.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [verdachte] op 1 maart 2024 1539 telefoons in dienstbetrekking onder zich had en dat die telefoons zijn weggenomen.

Medeplegen

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank stelt met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte vast dat hij met anderen een plan heeft bedacht om een overval in scène te zetten. Daartoe is hij naar een restaurant gegaan om daar met anderen de details van dat plan uit te werken. Verdachte heeft zijn mededaders op enig moment op de hoogte gesteld wanneer hij de (lading met) telefoons ging vervoeren. Bij het tankstation aan de A15 heeft verdachte vervolgens toegang verleend tot zijn bus waaruit de telefoons zijn weggenomen. Om te verbloemen dat hij samen met anderen de telefoons heeft weggenomen, heeft verdachte aangifte gedaan van een overval.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het medeplegen bewezen. Dat de medeplegers de telefoons niet rechtmatig onder zich hadden, doet aan het voorgaande niet af. De deelnemer aan verduistering in dienstbetrekking hoeft niet alle bestanddelen van het delict te vervullen. Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van het ‘kwaliteitsdelict’ verduistering in dienstbetrekking is dan ook niet vereist dat de medepleger eveneens het goed onder zich had in dienstbetrekking (de kwaliteit van het delict), maar slechts dat hij wist dat de pleger (in dit geval verdachte) deze goederen onder zich had in dienstbetrekking, althans dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat verdachte deze goederen in dienstbetrekking onder zich had. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de medepleger(s) (in elk geval [medeverdachte 1] ) wist(en) dat verdachte telefoons in opdracht van zijn werkgever vervoerde en hij deze dus in dienstbetrekking onder zich had.

De rechtbank acht het tenlastegelegde medeplegen van verduistering in dienstbetrekking wettig en overtuigend bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en het onder 2, primair, tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 1 maart 2024 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, wetende dat het strafbare feit niet is gepleegd, immers heeft hij, verdachte, ten overstaan van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , verbalisanten van de politie Eenheid Oost-Nederland, opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van diefstal met geweld;

2.hij op of omstreeks 1 maart 2024 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk ongeveer 1539 iPhones van het merk Apple, althans een hoeveelheid smartphones, in elk geval een of meerdere goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] toebehoorden en/of [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededaders uit hoofde van zijn/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten als zijnde koerier voor [bedrijf 2] van een lading smartphones van [bedrijf 1] , in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had/hadden, wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is;

feit 2, primair:

medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte niet alleen druk heeft ervaren vanuit de zijde van de mededaders, maar ook vanuit de zijde van aangevers, die een dubieuze rol lijken te hebben gespeeld in het geheel. Verder heeft de raadsvrouw onder andere verzocht om rekening te houden met het feit dat verdachte niet eerder soortgelijke feiten heeft gepleegd, dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, dat verdachte (aantoonbaar) geen voordeel heeft genoten van de feiten en dat verdachte bij de oplegging van een (onvoorwaardelijke) detentie zijn werk en opleiding zal verliezen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het verduisteren van 1539 smartphones die hij onder zich had in het kader van zijn werkzaamheden als chauffeur van een pakketbezorgingsdienst. De weggenomen telefoons hadden een inkoopwaarde van meer dan 850.000 euro. Een dergelijk feit brengt veel hinder en financiële schade voor pakketbezorgingsdiensten met zich mee. Daarbij heeft verdachte in ernstige mate misbruik gemaakt van zijn positie als werknemer en in het door zijn werkgever in hem gestelde vertrouwen. Daarnaast is aannemelijk dat de eigenaar van de telefoons dan wel de bedrijven of personen voor wie de telefoons bestemd waren door dit handelen zijn gedupeerd.

Om de verduistering te verhullen heeft verdachte een valse aangifte gedaan van een overval. Een valse aangifte misleidt de politie en legt ten onrechte beslag op de opsporingscapaciteit.

Dit zijn ernstige, brutale feiten die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.

Strafblad

Uit het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte blijkt dat hij in de vijf jaren voorafgaande aan het bewezenverklaarde onherroepelijk, is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten. Verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten gepleegd in de proeftijd van een eerder aan hem voorwaardelijk opgelegde straf. De voorwaardelijke straf heeft verdachte er dus niet van weerhouden om geen nieuwe strafbare feiten te plegen.

Redelijke termijn

Verdachte is op 5 maart 2024 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. Een eindvonnis dient vervolgens binnen twee jaren te volgen. In de zaak van verdachte is op 3 juni 2026 vonnis gewezen. Dit is twee jaar, twee maanden en 30 dagen later. Daarmee is de redelijke termijn met twee maanden en 30 dagen overschreden. Deze overschrijding is niet te wijten aan de ingewikkeldheid van de zaak dan wel aan de proceshouding van verdachte of door onderzoekswensen van de verdediging.

De op te leggen straf

Voor de bepaling van de straf heeft de rechtbank onder meer gekeken naar wat rechters opleggen voor dit soort feiten. Ook neemt de rechtbank mee dat verdachte een uitvoerende rol had, anders dan medeverdachte [medeverdachte 2] die ook een beslissende rol in het geheel had.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, passend en geboden is. De straf valt lager uit dan de eis van de officier van justitie. Dit komt omdat de rechtbank rekening houdt met de overschrijding van de redelijke termijn.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 188 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 3 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A. van Leeuwen
  • mr. S. Jansen

Griffier

  • mr. J.M.P. van der Meulen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand