RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.222252.25
Datum uitspraak : 4 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1997 in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] .
raadsman: mr. K. Tunç, advocaat in Hengelo.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 22 december 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 1] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten meermalen, althans eenmaal
- het betasten en/of vasthouden en/of likken en/of kussen en/of in zijn, verdachtes, mond brengen van een of meer tenen en/of voeten van die [slachtoffer 1] en/of
- het plaatsen van de voet van die [slachtoffer 1] op/tegen zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of (vervolgens) (die [slachtoffer 1] ) met die voet over zijn, verdachtes, geslachtsdeel (laten) wrijven,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak,
en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- ( met gebruikmaking van een valse naam) met die [slachtoffer 1] af te spreken en/of met die [slachtoffer 1] naar een schuurtje te gaan en/of
- aan die [slachtoffer 1] te vragen haar schoenen en/of sokken uit te doen en/of
-de enkel(s) van die [slachtoffer 1] (stevig) vast te pakken en/of
- ( vervolgens) de schoenen van die [slachtoffer 1] weg te tikken (zodat die [slachtoffer 1] er niet meer bij kon) en/of
- meermalen, althans eenmaal een geldbedrag aan die [slachtoffer 1] aan te bieden en/of te geven en/of
- meermalen, althans eenmaal voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [slachtoffer 1] en/of aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 22 december 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 1] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten meermalen, althans eenmaal
- het betasten en/of vasthouden en/of likken en/of kussen en/of in zijn, verdachtes, mond brengen van een of meer tenen en/of voeten van die’ [slachtoffer 1] en/of
- het plaatsen van de voet van die [slachtoffer 1] op/tegen zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of (vervolgens) (die [slachtoffer 1] ) met die voet over zijn, verdachtes, geslachtsdeel (laten) wrijven,
terwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak;
2
hij op of omstreeks 26 maart 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten en/of vasthouden van een of beide voeten van die [slachtoffer 2] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- die [slachtoffer 2] aan te spreken in een park en/of
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij een weddenschap had afgesloten en iemands sok moest bemachtigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of hij, verdachte, (in plaats van een sok) een foto van de voet van die [slachtoffer 2] mocht maken en/of
- een of meer foto’s en/of filmpjes van de voet van die [slachtoffer 2] te maken en/of (ondertussen) aanwijzingen over het bewegen van de voet te geven en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] haar voet had teruggetrokken) aan die [slachtoffer 2] te vragen mee te gaan naar een andere plek/steegje en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] verder liep) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij haar straks misschien nog wel zou zien, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of die [slachtoffer 2] nogmaals aan te spreken en/of te vragen om een of meer foto’s van haar andere voet en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of zij het lekker vindt als er aan haar voeten gelikt wordt, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 maart 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten en/of vasthouden van een of beide voeten van die [slachtoffer 2] ,
terwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak;
3
hij op of omstreeks 26 maart 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, in het openbaar
een ander, te weten [slachtoffer 2] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door
- die [slachtoffer 2] aan te spreken in een park en/of
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij een weddenschap had afgesloten en iemands sok moest bemachtigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of hij, verdachte, (in plaats van een sok) een foto van de voet van die [slachtoffer 2] mocht maken en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of hij haar voet mag vastpakken en/of (vervolgens) de voet van die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of
- een of meer foto’s en/of filmpjes van de voet van die [slachtoffer 2] te maken en/of (ondertussen) aanwijzingen over het bewegen van de voet en/of tenen te geven en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] haar voet had teruggetrokken) aan die [slachtoffer 2] te vragen er dadelijk nog eentje verder te maken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] verder liep) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij haar straks misschien nog wel zou zien, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 2] nogmaals aan te spreken en/of te vragen om een of meer foto’s van haar andere voet en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of zij het lekker vindt als er aan haar voeten gelikt wordt, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
4
hij op of omstreeks 3 april 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 3] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten en/of vasthouden en/of likken en/of kussen en/of in zijn, verdachtes, mond brengen van een of meer tenen en/of voeten van die [slachtoffer 3] en/of
- het drukken van zijn, verdachtes, neus tussen de tenen van die [slachtoffer 3] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij, verdachte, een weddenschap had en 10 paar gedragen sokken van verschillende mensen moest verzamelen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond zat) op zijn, verdachtes, buik voor die [slachtoffer 3] te gaan liggen en/of
- die [slachtoffer 3] te filmen en/of
- meermalen, althans eenmaal naar de sokken van die [slachtoffer 3] te vragen en/of
- meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij foto’s van haar voeten mocht maken en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voeten in zijn, verdachtes, handen wilde leggen en/of
- ( ondertussen) steeds dichter naar die [slachtoffer 3] te kruipen en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet omhoog wilde zetten en/of haar tenen wilde spreiden, zodat hij, verdachte, haar voet beter op de foto kon zetten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet naar voeren wilde steken en/of dat hij, verdachte, aan haar voeten zou mogen ruiken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen hoeveel geld zij zou willen hebben zodat hij, verdachte, aan haar voeten mocht zitten en/of vervolgens 10 euro, althans enig geldbedrag hiervoor te bieden en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] in de auto zat) meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij nog een foto van haar voeten mocht maken en/of bij haar in de auto mocht komen zitten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meermalen, althans eenmaal voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [slachtoffer 3] en/of aldus voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 3 april 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 3] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten en/of vasthouden en/of likken en/of kussen en/of in zijn, verdachtes, mond brengen van een of meer tenen en/of voeten van die [slachtoffer 3] en/of
- het drukken van zijn, verdachtes, neus tussen de tenen van die [slachtoffer 3] ,
terwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak;
5
hij op of omstreeks 3 april 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, in het openbaar
een ander, te weten [slachtoffer 3] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten door
-tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij, verdachte, een weddenschap had en 10 paar gedragen sokken van verschillende mensen moest verzamelen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond zat) op zijn, verdachtes, buik voor die [slachtoffer 3] te gaan liggen en/of
- die [slachtoffer 3] te filmen en/of
- meermalen, althans eenmaal naar de sokken van die [slachtoffer 3] te vragen en/of
- meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij foto’s van haar voeten mocht maken en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voeten in zijn, verdachtes, handen wilde leggen en/of
- ( ondertussen) steeds dichter bij naar [slachtoffer 3] te kruipen, althans dichterbij die [slachtoffer 3] te komen en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet omhoog wilde zetten en/of haar tenen wilde spreiden, zodat hij, verdachte, haar voet beter op de foto kon zetten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet naar voeren wilde steken en/of dat hij, verdachte, aan haar voeten zou mogen ruiken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen hoeveel geld zij zou willen hebben zodat hij, verdachte, aan haar voeten mocht zitten en/of vervolgens 10 euro, althans enig geldbedrag hiervoor te bieden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- een of meer tenen en/of voeten van die [slachtoffer 3] te betasten en/of vast te houden en/of te likken en/of te kussen en/of in zijn, verdachtes, mond te brengen en/of
- zijn, verdachtes, neus tussen de tenen van die [slachtoffer 3] te drukken en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] in de auto zat) meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij nog een foto van haar voeten mocht maken en/of bij haar in de auto mocht komen zitten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3, feit 4 primair en feit 5.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit. Op basis van het dossier en de camerabeelden kan niet worden aangenomen dat verdachte wist, dan wel de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de handelingen hebben plaatsgevonden terwijl de wil daartoe bij [slachtoffer 1] ontbrak. Ook de subsidiair ten laste gelegde schuldaanranding kan niet worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman bepleit dat [slachtoffer 2] geen signalen heeft gegeven waardoor verdachte wist, al dan niet in de voorwaardelijk opzet-variant, zo begrijpt de rechtbank, dat bij haar de werkelijke wil ontbrak. De subsidiaire variant, schuldaanranding, kan wel worden bewezen. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman bepleit dat doordat [slachtoffer 3] probeerde te ‘levellen’ met verdachte, hij niet de signalen heeft opgemerkt dat er geen instemming was. Naar de mening van de raadsman kan hooguit het subsidiaire feit, de schuldaanranding, worden bewezen. Feit 5 kan bewezen worden.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
[slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) heeft in een studioverhoor verklaard dat [verdachte] de eerste keer dat ze elkaar ontmoetten, vertelde dat hij een challenge had waar zij geld mee kon verdienen. Een week later spraken zij af. Zij gingen een stukje wandelen, omdat het regende. Op een gegeven moment zei [verdachte] dat ze ook wel naar zijn schuurtje konden. [slachtoffer 1] wilde dat eerst niet, ze vond dit een beetje spannend en voelde zich er niet prettig bij. Zij is uiteindelijk toch meegegaan omdat ze zich onder druk gezet voelde. Zij kwamen uiteindelijk bij een schuur uit aan de [adres 1] in [woonplaats] . Hij zei toen dat dat een droog plekje was waar ze konden zitten, zodat ze niet in de regen hoefden te staan. Het was een schuur waar je vervolgens ook weer een schuur in moest gaan. Een soort fietsenschuur. Er was een deur, dan een soort gang en dan een fietsenhok. Daar moest ze haar schoenen uit doen. Dat wilde ze in principe al niet en toen ging hij afdwingen. Volgens [slachtoffer 1] stond verdachte heel dominant alsof hij groot was. Hij praatte groot. Hij zei bijvoorbeeld: ‘doe je sokken maar uit’. Ze had het gevoel dat ze niet zelf mocht kiezen, maar dat moest doen. Daarna moest ze haar sok uitdoen. Ze zei tegen hem dat ze dit niet wilde doen en dat ze naar huis wilde. Hij zei vervolgens ‘nog heel eventjes’ want hij moest nog een filmpje maken dat hij aan haar voet likte. Daarna zou ze naar huis mogen. Toen moest haar andere schoen en sok uit. Hij ging aan haar grote teen, kleine tenen en daarna haar hele voet zitten. Hij heeft haar tenen gelikt en gestreeld. Hij pakte haar stevig bij haar enkel vast en ging onder haar liggen. Ze trok haar voeten een beetje terug. Hij zei toen dat hij er wel geld voor wilde geven. Uiteindelijk kreeg ze 25 euro. Bij de voeten heeft hij constant gefilmd.
[slachtoffer 1] is nogmaals verhoord in een studio, in het bijzijn van onder andere de rechter-commissaris, en hier heeft zij verklaard dat verdachte eerst niet veel wilde zeggen over de challenge. Hij wilde aan voeten zitten en daar foto’s en filmpjes van maken.
De politie heeft de camerabeelden, die zijn aangetroffen op de in beslag genomen telefoon van verdachte, bekeken en uitgewerkt. Op deze beelden ziet de politie dat [slachtoffer 1] haar linkerschoen uitdoet. Verdachte vraagt of hij mag tillen. Daarop antwoordt [slachtoffer 1] : ‘Hmm’. Vervolgens pakt verdachte de voet van [slachtoffer 1] . Verdachte zegt: ‘Doe maar sokje uit.’ Op de beelden is te zien dat [slachtoffer 1] de sok om haar linkervoet uit doet. Verdachte legt het linker onderbeen van [slachtoffer 1] op zijn linkerschouder. Vervolgens vraagt verdachte: ‘Mag ik ze ook een kusje geven?’. [slachtoffer 1] : ‘Dat is toch raar?’. Verdachte: ‘Mag dat?’. [slachtoffer 1] : ‘Nee’. Verdachte: ‘Nee. Op jouw voet?’. [slachtoffer 1] : ‘Moet dat?’. Te zien is vervolgens dat verdachte voor [slachtoffer 1] knielt en met zijn linkerhand haar linkervoet optilt en vervolgens kust. Daarna gaat verdachte ruggelings op de vloer in de schuur liggen en begint hij aan de tenen van [slachtoffer 1] te likken. Op de beelden ziet de politie een tijdje later dat verdachte aan de tenen van de rechtervoet en de voet van [slachtoffer 1] begint te likken. Verdachte gaat achteroverbuigend op de vloer zitten en [slachtoffer 1] begint met haar voet over het kruis van de broek van verdachte te wrijven. Verdachte vraagt of het ook in zijn onderbroek mag. Hierop antwoordt [slachtoffer 1] : ‘Mm. Oké.’. Verdachte doet zijn broek naar beneden en [slachtoffer 1] wrijft vervolgens met haar rechtervoet over het kruis van de onderbroek van verdachte. Even later doet verdachte zijn onderbroek naar beneden en [slachtoffer 1] wrijft met haar rechtervoet over de penis van verdachte.
Getuige [getuige] , begeleider van de woongroep waarop [slachtoffer 1] verblijft, heeft verklaard dat [slachtoffer 1] op 22 december 2024 naar de groep belde en vertelde wat er was gebeurd. Getuige verzocht haar om naar de groep terug te komen, zodat ze konden praten. [slachtoffer 1] was erg overstuur.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de challenge verzonnen was. Hij verklaarde ook dat hij niet zijn echte naam aan [slachtoffer 1] had gegeven en dat hij niet weet waarom hij zichzelf [verdachte] noemde. Hij is met [slachtoffer 1] naar een schuur gegaan en heeft daar haar tenen en voeten gelikt. Bij de politie heeft hij over de schuur verklaard dat als je bij de schuur aankomt je door een deur moet. Die kun je met een sleutel openen. Verdachte heeft die deur met een sleutel geopend. Dan loop je door een gangetje. Dan kan je naar rechts en dan heb je de schuurdeur. Die heeft hij ook geopend met een sleutel. Ter terechtzitting heeft verdachte verder verklaard dat hij een voetenfetisj heeft en daarvan opgewonden wordt.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte de tenen en voeten van [slachtoffer 1] heeft betast, vastgehouden, gelikt, gekust en in zijn mond gebracht. Ook stelt de rechtbank vast dat verdachte de voet van [slachtoffer 1] tegen zijn geslachtsdeel heeft geplaatst en vervolgens [slachtoffer 1] met die voet over zijn geslachtsdeel heeft laten wrijven. Dit merkt de rechtbank aan als seksuele handelingen.
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan een gekwalificeerde opzetaanranding. Er is sprake van gekwalificeerde opzetaanranding als er seksuele handelingen worden verricht met een persoon en verdachte weet dat bij die persoon daartoe de wil ontbreekt en deze opzetaanranding is voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging. Bij opzetaanranding dient dus sprake te zijn van een ontbrekende wil. Wetenschap hiervan kan onder meer worden afgeleid uit het gedrag van de ander in situaties waarin iemand seksuele handelingen bij een ander verricht terwijl die ander met een duidelijk ‘nee’, ‘ik wil dit niet’, ‘niet doen, ophouden’ of met andere woorden van gelijke strekking heeft aangegeven dat zijn of haar wil met betrekking tot die seksuele handelingen ontbreekt. Van opzetaanranding kan ook sprake zijn als iemand wezenlijk onverschillig is wat betreft de aanwezigheid van een positieve wilsuitsluiting bij de ander. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand de wilsvrijheid van de ander zelf heeft beperkt, bijvoorbeeld met gebruikmaking van dwang, geweld of bedreiging.
Op basis van de bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. Verdachte heeft bij zijn kennismaking met [slachtoffer 1] een valse naam genoemd. Daarnaast zou sprake zijn van een challenge en voor deze challenge moest hij haar voeten aanraken en daar foto’s en filmpjes van maken. Deze challenge had verdachte verzonnen en bestond niet. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer 1] meegenomen naar een schuurtje. Om bij dit schuurtje te komen moest je door verschillende deuren, die enkel met een sleutel, in het bezit van verdachte, te openen waren. Uit deze beschrijving maakt de rechtbank op dat de desbetreffende ruimte in de schuur zich op een aan het zicht van anderen onttrokken plek bevond. Er waren op dat moment geen andere mensen in de buurt. Uit de beschrijving van de uitgekeken camerabeelden volgt dat verdachte vervolgens in dat schuurtje aan [slachtoffer 1] vroeg of hij haar voet op mocht tillen. Hierop antwoordde [slachtoffer 1] enkel met ‘Hmm’. Vervolgens zei verdachte tegen [slachtoffer 1] dat ze haar sokje maar uit moest doen, waarop [slachtoffer 1] dat deed. Daarna legde verdachte het onderbeen van [slachtoffer 1] op zijn linkerschouder. Op de camerabeelden is niet te zien en/of te horen dat hiervoor toestemming is gevraagd. Vervolgens vroeg verdachte aan [slachtoffer 1] of hij er ook een kusje op mocht geven. [slachtoffer 1] antwoordde daarop het volgende: ‘Dat is toch raar?’ Verdachte vroeg vervolgens: ‘Mag dat?’ Daarop antwoordde [slachtoffer 1] : ‘Nee.’ Vervolgens is hij toch doorgegaan met het verrichten van de onder feit 1 primair tenlastegelegde seksuele handelingen. Gelet op al deze omstandigheden tezamen, te weten de opgave van een valse naam, het noemen van een niet bestaande challenge, het meenemen naar een afgezonderde plek, het op gebiedende wijs praten tegen [slachtoffer 1] en het doorgaan met het verrichten van de seksuele handelingen nadat [slachtoffer 1] ‘nee’ heeft gezegd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij [slachtoffer 1] de wil hiertoe ontbrak.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat deze handelingen zijn voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door dwang. Al de in de telastlegging genoemde handelingen (en tevens hiervoor genoemde omstandigheden) tezamen maken naar het oordeel van de rechtbank dat er zodanige druk op [slachtoffer 1] is uitgeoefend, dat zij daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad om een vrije keuze te maken in het door verdachte laten betasten, vasthouden, likken, kussen en in zijn mond brengen van haar voeten en daarnaast het plaatsen van haar voet tegen zijn geslachtsdeel en met haar voet over zijn geslachtsdeel te wrijven. Dat uit de camerabeelden lijkt te volgen dat [slachtoffer 1] op een later moment instemmend heeft gereageerd op vragen van verdachte en/of, nadat verdachte eerder heeft aangegeven dat hij er geld voor wilde geven, heeft gezegd dat hij alleen iets kon doen als zij er extra geld voor kreeg, doen hier niet aan af. Dit heeft namelijk plaatsgevonden ná het moment dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij [slachtoffer 1] de wil ontbrak, zodat verdachte er niet vanuit kon gaan dat zij dit uit vrije wil zei. Zij heeft hier zelf over gezegd dat verdachte ging afdwingen en dat zij niet het gevoel had dat ze zelf mocht kiezen.
Feit 2 en feit 3
Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 26 maart 2025 een wandeling maakte in het park rondom de begraafplaats aan de [adres 2] in [woonplaats] . Op dat moment werd zij benaderd door een jongeman. Hij vroeg of zij mee wilde werken aan een weddenschap. Hij vertelde dat hij met een vriend van hem de weddenschap had dat degene die het als eerste zou lukken om een sok van iemand te bemachtigen geld zou krijgen van de ander. Aangeefster vertelde dat het niet prettig voelde om haar sok te geven, omdat zij dan met blote voeten in leren schoenen moest lopen. De man zei toen: ‘Nee, maar ik mag ook in plaats van een sok een foto maken van iemands voet. Dus mag ik dan een foto van jouw voet maken?’ Aangeefster verklaarde dat ze even twijfelde, want ze vond het een aparte vraag. Daarna stemde ze in. De man ging op zijn knieën voor haar zitten om een foto te maken. Hij pakte met zijn hand haar voet vast. In plaats van een foto te maken, maakte hij een filmpje van de voet. Hij zei toen: ‘Til je voet eens op dan kan ik ook de onderkant opnemen.’ Aangeefster zei vervolgens tegen de man: ‘He, je bent nu een video aan het maken en je zou een foto maken. Wat ben je nu aan het doen?’ Daarop antwoordde de man: ‘Bijna klaar.’ Aangeefster zei dat ze er klaar mee was en heeft haar voet teruggetrokken. Voordat aangeefster haar voet terugtrok, zag ze mensen aan komen lopen en dit heeft ze ook gezegd. De man schrok hiervan. Hij liet haar voet los en zei toen: ‘Oh oh ehm laten we dan hier naartoe gaan.’ Hij wilde haar toen het steegje inlokken. De man werd heel zenuwachtig door de mensen die eraan kwamen en reageerde ook heel paniekerig naar aangeefster om haar mee te krijgen naar het steegje. De ogen van de man waren op dat moment ook heel erg dwingend en paniekerig. Aangeefster vertelde de man op een rustige en vriendelijke toon dat ze verder ging wandelen en wenste hem een fijne avond. Zij is toen weggelopen. De man riep haar vervolgens na dat hij haar misschien straks nog zou zien. Dit vond ze doodeng. Op de weg naar haar woning hoorde ze een geluid van een fiets achter zich. Ze zag dat daar de man uit het park op zat. Hij vroeg of hij nog een foto mocht maken van haar andere voet, omdat hij dan nog meer geld zou krijgen. Aangeefster zei dat ze daar geen zin in had. Hij zei toen op felle toon en met priemende ogen: ‘Nou net wilde je dat nog wel.’ Ze zag dat de man van zijn fiets stapte en naast haar kwam staan. Aangeefster maakte aanstalten om verder te lopen en zag dat de man met haar meeliep. De man bleef zeuren en zei van je kan mij toch wel helpen want ik wil graag dat geld hebben en de weddenschap winnen. Aangeefster zei dat ze het niet wilde en dat het gewoon klaar was. De man zei toen in eens: ‘Ja, oke, maar vind je het lekker als er aan je voeten gelikt wordt? Vind je dat lekker?’ Aangeefster werd toen boos en zei toen dat ze het echt niet fijn vond en dat ze wilde dat hij wegging. Ze zag dat de man haar ongeveer drie seconden diep in de ogen keek. Daarna zei hij ‘oke’ en reed hij weg op zijn fiets.
De politie heeft de camerabeelden, die zijn aangetroffen op de in beslag genomen telefoon van verdachte, bekeken en uitgewerkt. Op deze beelden ziet de politie onder andere dat verdachte vroeg of hij de voet eens zal vastpakken. Voordat aangeefster antwoordde, pakte hij de voet vast.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij heeft gezegd dat er een weddenschap was, maar dat dit niet klopte. Hij heeft aan [slachtoffer 2] gevraagd of hij een foto van de voet mocht maken en zij stemde daarmee in. In plaats daarvan had hij een filmpje gemaakt. Hij heeft daarbij haar voet vastgepakt. Na het loslaten van de voet, wilde hij met haar naar het begin van een steegje. Hij is te ver gegaan toen hij riep dat hij haar misschien straks nog wel zou zien. Hij is haar later toevallig opnieuw tegengekomen. Hij naderde haar van achteren. Hij heeft toen gevraagd waarom zij net nog wel wilde en nu opeens niet meer. Hij heeft het daarna nog een keer gevraagd. Hij heeft een voetenfetisj en wordt daarvan opgewonden. Misschien heeft hij wel signalen gemist.
Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank de gekwalificeerde opzetaanranding (feit 2) wettig en overtuigend bewezen. Er is sprake van gekwalificeerde opzetaanranding als er seksuele handelingen worden verricht met een persoon en verdachte weet dat bij die persoon daartoe de wil ontbreekt en deze opzetaanranding is voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging. Omdat verdachte zonder toestemming van [slachtoffer 2] haar voet heeft vastgepakt en deze heeft gefilmd en haar niet vooraf heeft verteld dat hij daar een seksuele beleving bij had, maar heeft verzonnen dat hij aan een weddenschap meedeed, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank [slachtoffer 2] totaal onverwachts op seksuele wijze betast en op deze manier ook de wilsvrijheid van [slachtoffer 2] beperkt. Zij kreeg van verdachte niet de ruimte om haar wil te uiten omtrent de seksuele handelingen. Gelet op het voorgaande, heeft verdachte op zijn minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster deze seksuele handelingen niet wilde. Daarnaast is dit betasten en vasthouden van de voeten voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door dwang. Al de in de telastlegging genoemde handelingen tezamen maken naar het oordeel van de rechtbank dat er zodanige druk op [slachtoffer 2] is uitgeoefend dat zij daardoor in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad om een vrije keuze te maken in het door verdachte laten betasten en vasthouden van haar voeten.
Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank eveneens feit 3 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte wel vrijspreken van het maken van gebaren en geluiden, omdat dit niet blijkt uit het dossier.
Feit 4 en feit 5
Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij op 3 april 2025 bij het [adres 3] in [woonplaats] was. Ze zag dat er een man kwam aanfietsen en voor haar stopte. De man vroeg of hij haar wat mocht vragen. Hij vertelde dat hij een weddenschap had met vrienden. Hij moest daarvoor 10 paar gedragen sokken van verschillende mensen verzamelen. Als hem dat lukte dan kreeg hij 25 euro. Aangeefster zei dat ze hier niet van gediend was en hier niet aan mee ging werken. Ze heeft de man verzocht om te vertrekken. Ze zag dat de man uiteindelijk voor haar op zijn buik ging liggen. De man bleef aan haar vragen of zij haar sokken echt niet aan hem wilde geven. Aangeefster voelde zich zeer onprettig bij de situatie. Ze zag dat hij haar ook direct begon te filmen. Dit deed hij de hele tijd. Uiteindelijk heeft ze besloten om haar sokken aan de man te geven met de afspraak dat hij dan direct moest vertrekken. Ze vroeg de man nogmaals te vertrekken. Hij gaf echter aan dat hij ook nog een foto van haar voeten wilde maken. Aangeefster ging hier niet op in, waarop de man vroeg of zij haar voeten in zijn handen wilde leggen. Aangeefster antwoordde hierop direct dat zij dit niet wilde. De man bleef doorvragen en kwam steeds dichterbij. Ze had het gevoel dat ze niet meer uit de situatie weg kon komen. Ze hoorde de man toen zeggen of zij haar voet omhoog wilde zetten en haar tenen wilde spreiden. Hij zei dat hij haar voeten zo beter op de foto kon zetten. Dit heeft ze toen gedaan. Plots vroeg hij of zij geld wilde hebben zodat hij aan haar voeten kon zitten. Hij wilde er wel 10 euro voor geven. Voordat aangeefster er erg in had, stak de man zijn neus tussen haar tenen en hield hij haar voet vast. Ze kon geen kant op. De man ging steeds verder en begon haar tenen en voeten te betasten en likken. Uiteindelijk is hij gestopt. Hij stond op en vertrok. Aangeefster heeft toen haar spullen gepakt en is naar haar auto gelopen. Ze is in haar auto gaan zitten en heeft de deuren uit angst direct op slot gedaan. Ze zag dat de man iets verderop stond bij de fietsdoorgang. Ze zag dat de man naar haar keek. Na enkele seconden kwam de man naar haar auto toe en klopte op haar raam. Ze hoorde de man vragen of hij toch echt niet nog een foto van haar voeten mocht maken en of hij bij haar in de auto mocht zitten. Dit wilde ze absoluut niet. De toon van de man veranderde op een gegeven moment. Het voelde heel dreigend. Hij wilde per se bij haar in de auto komen zitten. Als excuus gebruikte hij dat de foto van haar voeten niet was gelukt. Uiteindelijk is aangeefster hard weggereden.
De politie heeft de camerabeelden die aangeefster heeft opgenomen, bekeken en uitgewerkt. De politie ziet en hoort op de beelden het volgende (V is aangeefster en M is verdachte):
‘V: Meer dan dit ga je niet krijgen vriend. Volgens mij heb ik jou voor een vreemdeling al heel veel gekke dingen toegestaan.
M: Ja, matmosh.
V: Bye .
M: Maar ik heb alleen nog tien seconden nodig. Tien seconden voor je.
V: Doei.
M: Alleen de onderkant.
V: Hmm?
M: Alleen de onderkant.
V: Nee, heb ik al gedaan.
M: Het is echt alleen de onderkant. Weet je wat ik doe. Ik doe het zo, ik doe zo alleen heel snel zo en dan doe ik weer weg en dan is het klaar.’
De politie zag vervolgens dat de camera is gedraaid en gericht is op de man. De man ligt op zijn buik gestrekt in het gras. De politie herkent de man als zijnde verdachte. Vervolgens hoort en ziet de politie het volgende:
‘V: T, nope.
M: Alleen zo, dat ik een close-up maak dak hem wegdoe. Dat is het eigenlijk.
V:Nope .
M: Alsjeblieft.
V:Nope .
M: Waarom niet dan?
V: Gewoon, omdat ik klaar ben nu.
M: Serieus?
V: Ja.
M: Alsjeblieft nog één keer?
V: Nee. Ga weg.
M: Hoezo?
V: Omdat ik het vraag nog, nog wel aardig.’
Even later ziet de politie dat verdachte zijn lippen op de voorvoet van aangeefster zet en de voorvoet likt. Dit doet hij door zijn hele mond op de voorvoet van aangeefster te zetten en vervolgens te likken. Aan het einde van het filmpje ziet de politie dat verdachte zijn neus tussen de tenen van aangeefster duwt.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij heeft gezegd dat er een weddenschap is, maar dat dit niet klopte. Hij heeft op haar autoraam geklopt. Hij wilde vragen of hij nog een foto mocht maken. Hij heeft daarbij als excuus gebruikt dat de foto was mislukt. Verdachte heeft een voetenfetisj en wordt daarvan opgewonden.
Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank de gekwalificeerde opzetaanranding (feit 4) wettig en overtuigend bewezen. Uit de bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte de tenen en voeten van [slachtoffer 3] heeft betast, vastgehouden, gelikt en gekust. Uit de aangifte en de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat [slachtoffer 3] veelvuldig (minstens 10 keer) heeft aangegeven dat ze het niet wilde en dat verdachte weg moest gaan. Verdachte wist dan ook dat de wil bij [slachtoffer 3] ontbrak bij de bovengenoemde seksuele handelingen en toch ging verdachte door. Daarnaast zijn deze handelingen voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door dwang. Al de in de telastlegging genoemde handelingen tezamen maken naar het oordeel van de rechtbank dat er zodanige druk op [slachtoffer 3] is uitgeoefend dat zij daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad om een vrije keuze te maken in het door verdachte laten betasten, vasthouden, likken en kussen van haar voeten.
Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank eveneens feit 5 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte wel vrijspreken van het maken van geluiden, omdat dit niet blijkt uit het dossier.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1, primair
hij op of omstreeks 22 december 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 1] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten meermalen, althans eenmaal
- het betasten en/of vasthouden en/of likken en/of kussen en/of in zijn, verdachtes, mond brengen van een of meer tenen en/of voeten van die [slachtoffer 1] en/of
- het plaatsen van de voet van die [slachtoffer 1] op/tegen zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of (vervolgens) (die [slachtoffer 1] ) met die voet over zijn, verdachtes, geslachtsdeel (laten) wrijven,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak,
en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- ( met gebruikmaking van een valse naam) met die [slachtoffer 1] af te spreken en/of met die [slachtoffer 1] naar een schuurtje te gaan en/of
- aan die [slachtoffer 1] te vragen haar schoenen en/of sokken uit te doen en/of
-de enkel(s) van die [slachtoffer 1] (stevig) vast te pakken en/of
- ( vervolgens) de schoenen van die [slachtoffer 1] weg te tikken (zodat die [slachtoffer 1] er niet meer bij kon) en/of
- meermalen, althans eenmaal een geldbedrag aan die [slachtoffer 1] aan te bieden en/of te geven en/of
- meermalen, althans eenmaal voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [slachtoffer 1] en/of aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
2, primair
hij op of omstreeks 26 maart 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten en/of vasthouden van een of beide voeten van die [slachtoffer 2] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- die [slachtoffer 2] aan te spreken in een park en/of
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij een weddenschap had afgesloten en iemands sok moest bemachtigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of hij, verdachte, (in plaats van een sok) een foto van de voet van die [slachtoffer 2] mocht maken en/of
- een of meer foto’s en/of filmpjes van de voet van die [slachtoffer 2] te maken en/of (ondertussen) aanwijzingen over het bewegen van de voet te geven en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] haar voet had teruggetrokken) aan die [slachtoffer 2] te vragen mee te gaan naar een andere plek/steegje en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] verder liep) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij haar straks misschien nog wel zou zien, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of die [slachtoffer 2] nogmaals aan te spreken en/of te vragen om een of meer foto’s van haar andere voet en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of zij het lekker vindt als er aan haar voeten gelikt wordt, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
3
hij op of omstreeks 26 maart 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, in het openbaar
een ander, te weten [slachtoffer 2] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door
- die [slachtoffer 2] aan te spreken in een park en/of
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij een weddenschap had afgesloten en iemands sok moest bemachtigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of hij, verdachte, (in plaats van een sok) een foto van de voet van die [slachtoffer 2] mocht maken en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of hij haar voet mag vastpakken en/of (vervolgens) de voet van die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of
- een of meer foto’s en/of filmpjes van de voet van die [slachtoffer 2] te maken en/of (ondertussen) aanwijzingen over het bewegen van de voet en/of tenen te geven en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] haar voet had teruggetrokken) aan die [slachtoffer 2] te vragen er dadelijk nog eentje verder te maken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( toen die [slachtoffer 2] verder liep) tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij haar straks misschien nog wel zou zien, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 2] nogmaals aan te spreken en/of te vragen om een of meer foto’s van haar andere voet en/of
- aan die [slachtoffer 2] te vragen of zij het lekker vindt als er aan haar voeten gelikt wordt, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
4, primair
hij op of omstreeks 3 april 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 3] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten en/of vasthouden en/of likken en/of kussen en/of in zijn, verdachtes, mond brengen van een of meer tenen en/of voeten van die [slachtoffer 3] en/of
- het drukken van zijn, verdachtes, neus tussen de tenen van die [slachtoffer 3] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij, verdachte, een weddenschap had en 10 paar gedragen sokken van verschillende mensen moest verzamelen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond zat) op zijn, verdachtes, buik voor die [slachtoffer 3] te gaan liggen en/of
- die [slachtoffer 3] te filmen en/of
- meermalen, althans eenmaal naar de sokken van die [slachtoffer 3] te vragen en/of
- meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij foto’s van haar voeten mocht maken en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voeten in zijn, verdachtes, handen wilde leggen en/of
- ( ondertussen) steeds dichter naar die [slachtoffer 3] te kruipen en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet omhoog wilde zetten en/of haar tenen wilde spreiden, zodat hij, verdachte, haar voet beter op de foto kon zetten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet naar voren wilde steken en/of dat hij, verdachte, aan haar voeten zou mogen ruiken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen hoeveel geld zij zou willen hebben zodat hij, verdachte, aan haar voeten mocht zitten en/of vervolgens 10 euro, althans enig geldbedrag hiervoor te bieden en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] in de auto zat) meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij nog een foto van haar voeten mocht maken en/of bij haar in de auto mocht komen zitten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meermalen, althans eenmaal voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [slachtoffer 3] en/of aldus voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
5
hij op of omstreeks 3 april 2025 te [woonplaats] , althans in Nederland, in het openbaar
een ander, te weten [slachtoffer 3] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten door
-tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij, verdachte, een weddenschap had en 10 paar gedragen sokken van verschillende mensen moest verzamelen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] op de grond zat) op zijn, verdachtes, buik voor die [slachtoffer 3] te gaan liggen en/of
- die [slachtoffer 3] te filmen en/of
- meermalen, althans eenmaal naar de sokken van die [slachtoffer 3] te vragen en/of
- meermalen, althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij foto’s van haar voeten mocht maken en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voeten in zijn, verdachtes, handen wilde leggen en/of
- ( ondertussen) steeds dichter bij naar [slachtoffer 3] te kruipen, althans dichterbij die [slachtoffer 3] te komen en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet omhoog wilde zetten en/of haar tenen wilde spreiden, zodat hij, verdachte, haar voet beter op de foto kon zetten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen of zij haar voet naar voren wilde steken en/of dat hij, verdachte, aan haar voeten zou mogen ruiken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- aan die [slachtoffer 3] te vragen hoeveel geld zij zou willen hebben zodat hij, verdachte, aan haar voeten mocht zitten en/of vervolgens 10 euro, althans enig geldbedrag hiervoor te bieden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- een of meer tenen en/of voeten van die [slachtoffer 3] te betasten en/of vast te houden en/of te likken en/of te kussen en/of in zijn, verdachtes, mond te brengen en/of
- zijn, verdachtes, neus tussen de tenen van die [slachtoffer 3] te drukken en/of
- ( terwijl die [slachtoffer 3] in de auto zat) meermalen, tenminste eenmaal althans eenmaal aan die [slachtoffer 3] te vragen of hij nog een foto van haar voeten mocht maken en/of bij haar in de auto mocht komen zitten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, primair:
opzetaanranding voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door dwang
feit 2, primair:
opzetaanranding voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door dwang
feit 3:
in het openbaar een ander indringend benaderen door middel van opmerkingen en aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en onterend is te achten
feit 4, primair:
opzetaanranding voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door dwang
feit 5:
in het openbaar een ander indringend benaderen door middel van opmerkingen, geluiden en aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en onterend is te achten
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft zij gevorderd om een terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden op te leggen en deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. De officier van justitie heeft tenslotte gevorderd om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat een straf conform het voorarrest, met daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, passend is. Verdachte gaat akkoord met de geadviseerde voorwaarden, maar dan in het kader van bijzondere voorwaarden.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie gekwalificeerde opzetaanrandingen, waarbij in twee gevallen ook sprake was van seksuele intimidatie. Verdachte heeft drie willekeurige vrouwen buiten aangesproken en hen verteld dat hij voor een weddenschap een foto nodig had van hun voeten. Hij heeft hen steeds benaderd in een situatie waar zij kwetsbaar waren, omdat er geen mensen in de buurt waren die hulp konden bieden. De weddenschap bleek hij zelf te hebben verzonnen. Verdachte filmde vervolgens de voeten van de vrouwen en bij twee van de vrouwen heeft hij de voeten ook gelikt en in zijn mond gebracht. Hij is hierbij geheel voorbij gegaan aan de wil van de vrouwen. Zij wilden dit niet. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij, om in zijn behoefte aan genot te voorzien, niet heeft stilgestaan bij die gevolgen die dit voor de slachtoffers kan hebben. Dit soort gedragingen vormt een aantasting van de lichamelijke integriteit en het veiligheidsgevoel en de slachtoffers kunnen daarvan, zoals ook is gebleken uit de verklaringen van de vrouwen, nog langere tijd de psychische gevolgen ondervinden.
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 30 maart 2026 blijkt dat verdachte op 7 december 2021 is veroordeeld voor een poging doodslag en hem een gevangenisstraf van 6 jaar is opgelegd. Verdachte liep in de voorwaardelijke invrijheidsstelling van die straf tijdens het plegen van de onderhavige feiten. In 2018 is hij veroordeeld voor het bezit van kinderporno.
Toerekenbaarheid
Ter beoordeling van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van een NIFP-rapport van 8 december 2025 en het aanvullende NIFP-rapport van 24 april 2026. Uit deze rapporten van de ingeschakelde psychiaters en psycholoog blijkt dat bij verdachte sprake is van een lichte verstandelijke ontwikkelingsstoornis. Daarnaast is er sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken, een fetisjisme stoornis en van een stoornis in het gebruik van cannabis. Deze stoornissen bestonden ten tijde van het tenlastegelegde. Het ligt in de rede dat verdachte in verminderde mate in staat kan worden geacht om de draagwijdte van zijn gedrag en handelingen te overzien. Hij kan in staat worden geacht om het ongeoorloofde van zijn gedragingen in te zien, maar vanuit de meervoudige en complexe problematiek is hij mogelijk minder in staat geweest om andere gedragskeuzes te maken en daarnaar te handelen. De psychopathologie van verdachte heeft invloed op zijn denken, voelen en handelen. De persoonlijkheidsstoornis zorgt voor impulsiviteit, waardoor verdachte niet in staat is zichzelf af te remmen tijdens grensoverschrijdend gedrag. Zijn gebrekkig mentaliserend vermogen en egocentrisme maken dat hij zijn eigen behoeften centraal zet en aan de signalen van anderen voorbijgaat. Door de verstandelijke beperking heeft verdachte minder overzicht in sociale situaties en op zijn gedragingen en kan hij de consequenties van zijn gedragingen niet goed overzien. De deskundigen adviseren om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank neemt voornoemde conclusie over en maakt deze tot de hare en is op grond daarvan van oordeel dat, gelet op het advies van de rapporterende deskundigen, de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.
Tbs maatregel met voorwaarden
De deskundigen schatten het recidiverisico in als hoog. Om het recidiverisico te verlagen, is het noodzakelijk dat de (seksuele) problematiek van verdachte adequaat wordt behandeld. Er is sprake van complexe, meervoudige problematiek. Hierbij is sprake van hardnekkig en aanhoudend seksueel en grensoverschrijdend gedrag. Om verdachte goed te kunnen behandelen, is een klinische behandeling noodzakelijk, waarbij de behandeling zich moet richten op de seksuele problematiek in combinatie met de persoonlijkheidsstoornis en zijn middelengebruik en rekening houdend met zijn cognitieve beperking. In het rapport van
8 december 2025 staat beschreven dat dit gerealiseerd kan worden in het kader van tbs met voorwaarden. Het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel wordt niet afdoende geacht, omdat de verwachting is dat verdachte gedurende meerdere jaren intensieve behandeling en toezicht nodig zal hebben. In het aanvullende rapport van 24 april 2026 wordt beschreven dat de behandeling slechts gerealiseerd kan worden in het kader van tbs met dwangverpleging, met daarop volgend een langdurig toezicht in het kader van een GVM. Verdachte wordt volgens de desbetreffende rapporteurs niet in staat geacht om zich aan voorwaarden te houden en de verwachting is dat verdachte gedurende meerdere jaren intensieve behandeling en toezicht nodig zal hebben.
Uit het reclasseringsadvies van 12 mei 2026 blijkt dat de reclassering het recidiverisico als hoog inschat. De reclassering adviseert, anders dan in het meest recente NIFP-rapport, positief over tbs met voorwaarden. Het is van belang dat verdachte wordt behandeld voor de aanwezige fetisjisme stoornis, persoonlijkheidsproblematieken en zijn verslavingsproblematiek. Naar aanleiding van het laatste rapport van de Pro-Justitia rapporteurs is de reclassering opnieuw in gesprek gegaan met verdachte. In dit gesprek geeft hij aan dat hij op advies van zijn advocaat niet heeft meegewerkt. Verdachte heeft aangegeven dat hij van mening is dat het opleggen van elke tbs-maatregel te zwaar is, maar dat hij wel mee zal werken als de rechter dit oplegt. Bij de reclassering heeft verdachte aangegeven dat hij heel graag geholpen wil worden aan zijn voetenfetisj en dat hij wil stoppen met blowen. Gelet op de strategische zelfpresentatie van verdachte heeft de reclassering twijfels over de motivatie van verdachte. Desondanks is de reclassering van mening dat hem in het kader van stepped care de kans moet worden geboden om zich te conformeren naar reclasseringstoezicht in het kader van een maatregel tbs met voorwaarden. Verdachte heeft aangegeven zich te conformeren aan de voorgestelde voorwaarden. De reclassering adviseert (kort samengevat) de volgende voorwaarden:
De reclassering adviseert de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden en ook een schorsing van de voorlopige hechtenis onder dezelfde voorwaarden als de aan de tbs verbonden voorwaarden. Verder adviseert de reclassering om aan verdachte een GVM op te leggen.
Verdachte heeft ter terechtzitting van 21 mei 2026 verklaard zich te zullen houden aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
De rechtbank stelt vast dat de onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 4 primair bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2, Sr waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Verder is de rechtbank gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens bestond. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.
Gelet op de inhoud van de Pro-Justitiarapporten, het reclasseringsadvies en de houding van verdachte ten aanzien van de geadviseerde voorwaarden, is de rechtbank van oordeel dat op dit moment een tbs-maatregel met voorwaarden passend is. Oplegging van de voorwaarden in het kader van bijzondere voorwaarden acht de rechtbank niet aan de orde gezien de complexe problematiek van verdachte en de daarvoor geadviseerde langdurige intensieve klinische behandeling. De rechtbank zal dan ook aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden opleggen.
De onder 1 primair, 2 primair en 4 primair bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e Sr is de maatregel dan ook niet in duur gemaximeerd, indien verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt en later alsnog dwangverpleging wordt bevolen.
Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen stelt de rechtbank voorwaarden betreffende het gedrag. De rechtbank neemt de voorwaarden over die de reclassering heeft geadviseerd.
De officier heeft gevorderd dat de tbs-maatregel en de daaraan gekoppelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het, rekening houdend met het hoge recidiverisico, noodzakelijk is dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard en zal dan ook de dadelijke uitvoerbaarheid gelasten.
Gevangenisstraf en artikel 9a Sr
De ernst van de feiten (feit 1 primair, feit 2 primair en feit 4 primair) rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank is zich er echter ook van bewust dat de opgelegde tbs met voorwaarden veel van verdachte zal vergen en acht het van groot belang dat verdachte op niet al te lange termijn kan beginnen met de geadviseerde behandeling. Alles afwegende, inclusief de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
De onder feit 3 en 5 bewezenverklaarde feiten zijn overtredingen. De wet schrijft voor dat de rechtbank daarvoor dan ook een aparte straf dient op te leggen. Gelet op de straf en maatregel die de rechtbank al zal opleggen voor feit 1, 2 en 4 en omdat het dezelfde slachtoffers betreft, ziet de rechtbank geen toegevoegde waarde in een straf voor deze feiten. De rechtbank zal verdachte voor de feiten 3 en 5 dan ook schuldig verklaren zonder een straf of maatregel op te leggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
De officier van justitie heeft gevorderd dat de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr aan verdachte wordt opgelegd.
De rechtbank overweegt dat uit de stukken blijkt dat sprake is van complexe en blijvende meervoudige problematiek bij verdachte. Gelet daarop en op zijn delictgeschiedenis, de geringe effecten van eerdere behandeling en de hoge risico’s, is een GVM van belang om zorg en toezicht na afloop van de tbs-maatregel te kunnen blijven waarborgen. De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van de GVM aan verdachte aangewezen is ter bescherming van de algemene veiligheid van personen. Aan de eisen voor het opleggen van deze maatregel is voldaan.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank schorst het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de klinische behandeling van de verdachte start in de nader te bepalen zorginstelling dan wel in een (tijdelijke) overbruggingskliniek.
Deze schorsing van de voorlopige hechtenis acht de rechtbank nodig, omdat omzetting van de dadelijk uitvoerbare tbs-maatregel met voorwaarden in een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege (bij overtreding van de voorwaarden van de maatregel) niet mogelijk is zolang dit vonnis niet onherroepelijk is. De rechtbank zal aan de schorsing van de voorlopige hechtenis dezelfde voorwaarden verbinden als aan de tbs met voorwaarden. Als de verdachte dan de in het kader van de tbs-maatregel te stellen voorwaarden (en daarmee de schorsingsvoorwaarden) niet naleeft terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis worden bevolen. Op die manier kunnen ook in die situatie de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen worden gewaarborgd. Gelet op het hoge recidiverisico van verdachte acht de rechtbank dit noodzakelijk. De rechtbank verwijst in verband met het voorgaande naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729 (r.o. 6.4.2-6.5).
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 113,70 aan materiële schade en € 5.500 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij
niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleitte vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de genoemde psychische klachten het gevolg zijn van de verkrachting waarvan aangifte is gedaan. Dit feit staat echter niet op de tenlastelegging en daarom is de raadsman van mening dat de benadeelde partij – ook om die reden – niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
Overwegingen van de rechtbank
Materiële schade
De benadeelde partij heeft de reiskosten gevorderd die zij heeft gemaakt voor het informatief gesprek zeden, de aangifte en het studioverhoor. Uit de wet en jurisprudentie volgt dat dit geen kosten zijn die zijn gemaakt ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade op grond van artikel 6:96 BW. Deze reiskosten kunnen daarom niet als schade ten laste van verdachte worden gebracht. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook afwijzen.
Smartengeld
Artikel 6: 106 BW biedt grondslagen voor vergoeding van immateriële schade. Een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is één van de grondslagen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door de bewezenverklaarde gekwalificeerde opzetaanranding op andere wijze in de persoon is aangetast. De aard en ernst van de normschending brengen in dit geval namelijk met zich dat de gestelde nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De daaruit voortvloeiende schade komt dan ook door vergoeding door verdachte in aanmerking. De verdediging heeft gewezen op de term ‘verkrachting’ in de ter onderbouwing van de vordering overgelegde eindbrief van Trajectum. Dat verdachte niet aansprakelijk is voor de schade als gevolg van een door hem gepleegde verkrachting moge duidelijk zijn, maar dat neemt niet weg dat verdachte wel aansprakelijk is voor de persoonsaantasting van de benadeelde als gevolg van een jegens hem bewezenverklaarde gekwalificeerde opzetaanranding. Het daarmee corresponderende schadebedrag zal de rechtbank dan ook begroten.
Bij het bepalen van de hoogte van dat bedrag heeft de rechtbank onder andere acht geslagen op de Rotterdamse Schaal. Daarbij heeft de rechtbank gekeken naar de bedragen die worden toegewezen in geval van ‘aanranding’ en sluit daarbij aan bij de categorie ‘(b) Ernstig’. In dit geval is sprake geweest van een gekwalificeerde opzetaanranding, waarbij verdachte in een aan het zicht onttrokken schuurtje, onder valse voorwendselen de voeten van de benadeelde, waarvan hij wist dat zij op een woongroep verbleef, heeft gelikt, gekust en in zijn mond gebracht. Daarnaast heeft hij de voet van de benadeelde tegen zijn ontblote geslachtsdeel geplaatst en daar tegenaan laten wrijven. Van dit alles heeft hij filmopnamen gemaakt. De benadeelde partij heeft EMDR-therapie gevolgd vanwege onder meer de traumagerelateerde klachten (passend bij PTSS) van het zedenmisdrijf. Alles afwegende acht de rechtbank een bedrag van € 3.000,- billijk. De rechtbank acht de wettelijke rente hierover verschuldigd vanaf 22 december 2024. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De beoordeling van het beslag
De officier van justitie heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen telefoons verbeurd te verklaren, omdat met deze telefoons de filmpjes zijn gemaakt.
De rechtbank zal de inbeslaggenomen telefoons (G3448470 en G3512606) met betrekking tot welke feiten 1, 2, 3, 4 en 5 zijn begaan verbeurdverklaren.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
10. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 38, 38a, 38z, 57, 62, 240, 241 en 429ter van het Wetboek van Strafrecht.
11. De beslissing
Mr. Vijftigschild en mr. Tuitert zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte voor feit 1 primair, feit 2 primair en feit 4 primair tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden en beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte:
- verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
o verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
o verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen.
o verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
o verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
o verdachte werkt mee aan huisbezoeken.
o verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
o verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
o verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.
geeft Tactus Reclassering opdracht verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;
beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;
legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;
bepaalt ten aanzien van de feiten 3 en 5 dat geen straf of maatregel wordt opgelegd;
schorst het bevel tot voorlopige hechtenis - onder dezelfde voorwaarden zoals verbonden aan de maatregel van terbeschikkingstelling - met ingang van het tijdstip waarop de klinische behandeling van verdachte start in de nader te bepalen zorginstelling dan wel in een (tijdelijke) overbruggingskliniek;
verklaart verbeurd de inbeslaggenomen telefoons (G3448470 en G3512606);
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
wijst de vordering tot materiële schade af (€ 113,70);
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;