uitspraak van de voorzieningenrechter van
op het verzoek om gedeeltelijke opheffing van de bij uitspraak van 22 januari 2026 getroffen voorlopige voorziening
[verzoekster] B.V., uit [plaats 1], verzoekster
(gemachtigde: mr. T.E.P.A. Lam),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum
(gemachtigde: mr. R. Pennekamp).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [plaats 2] (derde-partij)
(gemachtigde: mr. M.J. Smaling).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van [verzoekster] B.V. om opheffing van de bij uitspraak van 22 januari 2026 getroffen voorlopige voorziening ten aanzien van boom 362.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe en heft de schorsing van het besluit van 3 december 2025 op voor zover het betreft boom 362. 1.2. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Met het bestreden besluit van 3 december 2025 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de kap van vijf zomereiken (boomnummer 300, 307, 308, 360 en 362), zeven Amerikaanse eiken (boomnummer 303, 305, 306, 324, 325, 363 en 364), twee grove dennen (boomnummer 298 en 302) en twee beuken (boomnummer 301 en 506) op het perceel aan de [locatie], kadastraal bekend gemeente Oosterbeek, sectie: [sectie], nummer: [nummer]. Derde-partij heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 22 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening gedeeltelijk toegewezen en het besluit van 3 december 2025 geschorst voor zover het betreft de bomen 302, 303, 305, 306, 307, 308 en 362.2.2. [verzoekster] heeft op 13 mei 2026 verzocht de schorsing voor zover het betreft boom nummer 362 op te heffen.
Naar aanleiding van door [verzoekster] en het college ingediende nadere stukken heeft derde-partij op 4 juni 2026 aangegeven zich niet langer te verzetten tegen de kap van boom nummer 362.
Nu verzoekster zich niet langer verzet tegen kap van boom nummer 362 ziet de voorzieningenrechter geen reden de schorsing van het besluit van 3 december 2025 voor boom 362 in stand te laten. Het verzoek om opheffing van de schorsing zal dan ook worden toegewezen.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en heft de schorsing van het besluit van 3 december 2025 voor zover het betreft boom nummer 362 op. Dat betekent dat [verzoekster] deze boom kan (laten) kappen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opheffing van de schorsing van het besluit van 3 december 2025 voor zover het betreft boom nummer 362 op.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: