ECLI:NL:RBGEL:2026:4520

ECLI:NL:RBGEL:2026:4520

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 05/348990-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Man en vrouw veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben hennepplanten. Vrijspraak telen hennep. Telen vereist een actieve bijdrage. Uit het dossier blijkt op geen enkele wijze welke rol verdachte zou hebben gehad bij de hennepteelt. Verdachten hebben ter zitting verklaard dat zij geen rol hebben gehad bij de hennepkwekerij, maar dat zij wel wisten van de aanwezigheid daarvan. Buiten hun wetenschap van het bestaan van de hennepkwekerij is van enige actieve betrokkenheid bij de teelt niet gebleken. Hoewel de omstandigheden onvoldoende zijn voor het (medeplegen van het) telen van hennep, zijn deze wel voldoende voor een bewezenverklaring van het door verdachte opzettelijk medeplegen van het aanwezig hebben van de hennep. Het opzettelijk aanwezig hebben betreft immers een passieve gedraging, waarvoor het voldoende is dat verdachte ondanks zijn wetenschap en beschikkingsmacht geen einde heeft gemaakt aan de situatie. Daarnaast is verdachte medeplichtig geweest aan het wederrechtelijk wegnemen van elektriciteit. Oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/348990-24

Datum uitspraak : 9 juni 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

raadsman: mr. E.S.G. Roethof, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.zij op of omstreeks 4 september 2024 te [woonplaats] , althans gemeente Maasdriel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] )een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1026 (351 + 675) hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1026 henneplanten, althans meer dan 200 henneplanten en/of delen daarvan)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 4 september 2024 te [woonplaats] , althans in de gemeente Maasdriel met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1026 (351 en 675) hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 4 september 2024 te [woonplaats] , althans in de gemeente Maasdriel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2.zij in of omstreeks de periode van 11 april 2023 tot en met 04 september 2024 te [woonplaats] , althans in de gemeente Maasdriel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid stroom/elektriciteit (in/uit een pand gelegen aan [adres] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen stroom/elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door één of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 11 april 2023 tot en met 04 september 2024 te [woonplaats] , althans in de gemeente Maasdriel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid stroom/elektriciteit (in/uit een pand gelegen aan [adres] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte] en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 11 april 2023 tot en met 04 september 2024 te [woonplaats] , althans in de gemeente Maasdriel opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [medeverdachte] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair en feit 2 primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 primair vrijspraak bepleit. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte heeft bijgedragen aan (het medeplegen van) het telen van hennep en/of aan (het medeplegen van) de diefstal van elektriciteit. Met betrekking tot het onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman de bewezenverklaring van een kortere periode, te weten: van 1 april 2024 tot en met 4 september 2024 bepleit. Voor het overige met betrekking tot het onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

Op 4 september 2024 werd naar aanleiding van een melding van fraude experts van Liander N.V. door de politie een hennepkwekerij aantroffen op [adres] in [woonplaats] . In oude koelcellen van een bedrijfspand met aan de voorzijde een inpandige woning werden twee kweekruimtes aangetroffen. De kweekruimtes waren te bereiken door een deur te open. Naast de deur, in het frame van een stellingkast, hing de sleutel die toegang gaf tot de kweekruimtes. In kweekruimte 1 stonden in totaal 351 hennepplanten. In kweekruimte 2 stonden in totaal 675 hennepplanten. In kweekruimte 1 waren twee grote kweekbakken gerealiseerd, in kweekruimte 2 was één grote kweekbak. De kweekbakken stonden gevuld met bloempotten met daarin hennepplanten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. In totaal hingen er in de kweekruimtes 48 lampen. Deze werden digitaal aangestuurd. De hennepplanten werden door middel van een centraal geregeld bevloeiingssysteem/drupsysteem van een voedingsoplossing voorzien. Voor het kweken van de hennepplanten werd gebruik gemaakt van een afgescheiden, verdeelde ruimte. De kweekruimte was geïsoleerd met betrekking tot daglicht en temperatuur. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Na het openen van de meterkast werd geconstateerd dat er een illegale aansluiting voor de hennepkwekerij buiten de meterkast was aangesloten op het energienet. De elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. Op het adres stonden verdachte en haar partner ingeschreven.

Een medewerker van Liander deed aangifte namens Liander van diefstal van stroom. Zij stelden op 4 september 2024 een onderzoek in naar de aansluiting op het adres aan [adres] in [woonplaats] . De fraudespecialist zag dat rechtstreeks op de aansluitkabel een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze illegale aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep. De hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie was illegaal verzwaard. Er waren zwaardere hoofdzekeringen geplaatst. Hierdoor kon niet de juiste tarievenregeling worden toegepast. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij en haar man (medeverdachte [medeverdachte] ) een deel van de schuur (champignoncellen) hadden verhuurd. Toen zij na een vakantie eind maart 2024 terugkwamen bij hun woning aan [adres] in [woonplaats] , zagen zij dat er met de stroom was geknoeid. Zij hoorden van de huurders dat er hennepplanten in de schuur waren neergezet. Er kwamen meerdere personen bij de kwekerij. De sleutel van de schuur waarin de plantjes stonden, hadden die personen bij de schuur neergehangen.

De rechtbank stelt vast dat er op 4 september 2024 een professionele -in werking zijnde- hennepkwekerij is aangetroffen in het bedrijfspand met inpandige woning van verdachte aan [adres] in [woonplaats] . In totaal stonden er 1026 hennepplanten. Verdachte en haar partner wonen op voornoemd adres en wisten vanaf eind maart 2024 dat er hennep werd geteeld. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat er elektriciteit werd weggenomen doordat de zegels in de meterkast waren vervangen en er een aansluiting buiten de meter om was aangelegd. Verdachte wist dat er met de stroomvoorziening was geknoeid.

Feit 1

De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of verdachte kan worden aangemerkt als teler, zoals onder feit 1 impliciet primair ten laste is gelegd. Om tot een bewezenverklaring van het (medeplegen van het) telen van hennep te komen moet worden bewezen dat verdachte daaraan een actieve bijdrage heeft geleverd. Uit het dossier blijkt op geen enkele wijze welke rol verdachte zou hebben gehad bij de hennepteelt. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij geen rol heeft gehad bij de hennepkwekerij, maar dat zij wel wist van de aanwezigheid daarvan. Buiten haar wetenschap van het bestaan van de hennepkwekerij is van enige actieve betrokkenheid bij de teelt niet gebleken. De rechtbank spreek verdachte daarom vrij van het (medeplegen van het) telen van hennep.

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte de hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad, zoals onder feit 1 impliciet subsidiair ten laste is gelegd. Hoewel de omstandigheden zoals hiervoor omschreven onvoldoende zijn voor het (medeplegen van het) telen van hennep, zijn deze wel voldoende voor een bewezenverklaring van het door verdachte opzettelijk medeplegen van het aanwezig hebben van de hennep. Het opzettelijk aanwezig hebben betreft immers een passieve gedraging, waarvoor het voldoende is dat verdachte ondanks haar wetenschap en beschikkingsmacht geen einde heeft gemaakt aan de situatie. Vaststaat dat verdachte en haar partner op de hoogte waren van de aanwezigheid van de hennepkwekerij in de schuur (champignoncellen) aan de woning. Verdachte was er niet alleen van op de hoogte, zij had ook toegang tot de kwekerij. Zij wist immers dat de sleutel buiten de kwekerij hing. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat zij zich op geen enkele wijze heeft gedistantieerd van de situatie en ook niet heeft geprobeerd hier een einde aan te maken, terwijl dit wel van haar had mogen worden verwacht. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte samen met haar partner en onbekend gebleven derden (die dat deden in de uitoefening van een beroep of bedrijf) een grote hoeveelheid, te weten: 1026, hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Feit 2

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (medeplegen van) de diefstal van elektriciteit. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het wegnemen van de elektriciteit. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier niet dat de bijdrage van verdachte aan de diefstal van elektriciteit van zodanig gewicht is geweest dat van een nauwe en bewuste samenwerking en daarmee van medeplegen kan worden gesproken. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 2 primair tenlastegelegde.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan het wederrechtelijk wegnemen van elektriciteit. Zij had wetenschap van de diefstal. Zij verklaart immers dat zij bij terugkomst van een vakantie zag dat er met de stroom was geknoeid. Op basis van de verklaring van verdachte verklaart de rechtbank bewezen de periode van 1 april 2024 tot en met 4 september 2024. Verdachte heeft in deze periode geweten dat de stroom illegaal werd afgenomen en heeft dit in stand gehouden door niet in te grijpen, de ruimtes te blijven verhuren en huur te blijven ontvangen. Zij is dus medeplichtig aan het medeplegen van diefstal van stroom door middel van verbreking door hun pand ter beschikking te stellen aan onbekend gebleven personen ten behoeve van een hennepkwekerij waarvoor de stroom illegaal werd afgenomen.

.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1, primairzij op of omstreeks 4 september 2024 te [woonplaats] , althans gemeente Maasdriel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] )een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1026 (351 + 675) hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1026 hennepplanten, althans meer dan 200 henneplanten en/of delen daarvan);

2, subsidiair

[medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 11 april 2023 1 april 2024 tot en met 04 september 2024 te [woonplaats] , althans in de gemeente Maasdriel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid stroom/elektriciteit (in/uit een pand gelegen aan [adres] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte] en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of haar mededader(s)onbekend gebleven persoon/personen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 11 april 2023 1 april 2024 tot en met 04 september 2024 te [woonplaats] , althans in de gemeente Maasdriel opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [medeverdachte] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, primair:

medeplegen van handelen in strijd met het in art. 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 11 lid 1 van de Opiumwet;

feit 2, subsidiair:

medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de verdediging

In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van de feiten, verzoekt de verdediging verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging vanwege psychische overmacht. Het dossier bevat naar de mening van de verdediging voldoende aanknopingspunten waaruit volgt dat er sprake was van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en behoefde te bieden.

Het standpunt van de officie van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte een strafbare dader is. Er kan niet worden vastgesteld dat verdachte onder druk van één of meer personen heeft gehandeld.

De beoordeling van de rechtbank

Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan een verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook niet hoeft te bieden. Als een beroep op psychische overmacht slaagt, wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.

De verklaring van verdachte dat zij onder druk, bedreiging en (seksueel) geweld, de hennep aanwezig heeft gehad en medeplichtig is geweest aan het medeplegen van diefstal stroom, is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Verdachte en haar echtgenoot hebben hierover in algemene termen wel het een en andere gezegd tegenover de politie, verdachte heeft een brief geschreven en heeft hierover wat verklaard op zitting. Maar deze - van elkaar verschillende - verklaringen zijn, vanwege het ontbreken van identificerende gegevens op geen enkele wijze te controleren. De verklaring van verdachte wordt niet ondersteund door medische gegevens, meldingen bij de politie of een aangifte. De rechtbank is aldus van oordeel dat niet is gebleken dat er sprake is van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en behoefde te bieden.

Het beroep op psychische overmacht wordt dan ook verworpen.

Verdachte is aldus strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van een taakstraf van 180 uren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De raadsman heeft oplegging van een (hogere) taakstraf, eventueel met een voorwaardelijk deel, bepleit.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep. Daarnaast is zij medeplichtig aan het medeplegen van diefstal van elektriciteit. Nadat zij had ontdekt dat er een hennepkwekerij in het pand aanwezig was en dat er met de stroom was geknoeid, is zij delen van het pand beschikbaar blijven stellen. Zij en haar man werden daarvoor betaald. Het ging om een serieuze kwekerij en verdachte heeft meer dan een half jaar de situatie laten voortbestaan. De verdachte heeft daarbij kennelijk enkel oog gehad voor haar financiële gewin en niet voor de schadelijke gevolgen die de hennepteelt voor de samenleving heeft. De productie en handel in hennep zijn schadelijk voor de volksgezondheid en gaan geregeld gepaard met overlast en vormen van (zware) criminaliteit. Door de planten opzettelijk aanwezig te hebben en het pand ter beschikking te stellen heeft verdachte hieraan bijgedragen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de justitiële documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten.

Uit de reclasseringsrapportage van 13 maart 2026 blijkt dat er voor de ontdekking van de kwekerij geen problemen waren op verschillende leefgebieden. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor het opstellen van een plan van aanpak met bijzondere voorwaarden. Verdachte weet de weg naar hulp te vinden en de reclassering ziet geen reden om forensische interventies in te zetten. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een afdoening zonder bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en wat in soortgelijke zaken doorgaans wordt opgelegd. De rechtbank heeft er rekening mee gehouden dat in vergelijkbare zaken gewoonlijk een taakstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. De rechtbank ziet in het niet ingrijpen van verdachte een risico op herhaling. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 3 jaren dan ook passend en geboden als stok achter de deur. De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist, nu zij de feiten anders kwalificeert en een kortere periode bewezen acht.

Alles overziend zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 1 maand en een taakstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14a, 14c, 22c, 22d, 48, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 legt op een taakstraf van 160 (honderdzestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.C. Gerritsen
  • mr. S. Martens

Griffier

  • mr. E. Wisseborn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand