RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/112532-20
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1981,
verblijvende in de RIBW aan de [adres] ([postcode]) in [verblijfsplaats],
raadsvrouw: mr. S. Grilk, advocaat te Arnhem.
Procedure
Betrokkene is op 20 januari 2021 bij vonnis van deze rechtbank veroordeeld tot
terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 20 januari 2021 en
verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 19 januari 2024.
Bij vordering van 21 november 2025 heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
- het advies van psychiater L.H.W.M. Kaiser van 9 oktober 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet te verlengen;
- het adviesrapport van de reclassering van 30 oktober 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te beëindigen;
- het aanvullend advies van psychiater L.H.W.M. Kaiser van 17 december 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden met een jaar te verlengen;
- het aanvullend adviesrapport van de reclassering van 6 januari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen;
- een afschrift van de voortgangsverslagen.
Ter zitting van 9 januari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsvrouw;
- de deskundige E.M. Bisschoff, reclasseringsmedewerker;
- de deskundige L.H.W.M. Kaiser, psychiater, en
- de officier van justitie, mr. J.G. Kolkman.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Daarnaast is gevorderd de voorwaarde toe te voegen die de reclassering heeft voorgesteld.
De raadsvrouw van betrokkene heeft gepleit voor verlenging van de maatregel met één jaar. Betrokkene heeft zich daarbij aangesloten.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege een poging tot doodslag. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis, een psychotische stoornis, een trauma-gerelateerde stoornis en een stoornis in cannabisgebruik. Betrokkene is recent teruggevallen in middelengebruik en toen was sprake van het horen van stemmen. De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene woont sinds maart 2022 bij de RIBW in [verblijfsplaats], waar hij 24-uurs ondersteuning en begeleiding krijgt. Het is lang goed gegaan met betrokkene: de contacten verliepen goed, hij stond open voor ondersteuning, begeleiding en controle en hij had inzicht in zijn delictfactoren. Ook zijn copingvaardigheden om spanningen en zucht naar middelen op een adequate wijze zelfstandig te kunnen reguleren en te bespreken werden voldoende geacht. Dit leidde tot een advies van zowel de reclassering als ook de psychiater dat de tijd rijp was voor beëindiging van de tbs-maatregel.
Eind november 2025 werd echter duidelijk dat betrokkene sinds augustus 2025 regelmatig cannabis heeft gebruikt, wat hij verzweeg voor zijn begeleiders. Hij had in die tijd daardoor meer last van stemmen en hem is meermaals gevraagd of hij middelen had gebruikt. Hij heeft dit steeds ontkend. Een onverwachte urinecontrole bleek positief op cannabis. Recentelijk op 26 november 2025 is uit een nieuwe urinecontrole een positieve uitslag naar voren gekomen, maar betrokkene ontkent toen weer gebruikt te hebben; hij was van slag en verdrietig door de uitkomst. Ter zitting bleef hij daarbij.
Recidivegevaar
Het recidiverisico wordt binnen de tbs-maatregel en in de huidige begeleide woonomstandigheden laag geacht. Uit het verleden is echter gebleken dat betrokkene in een psychose vanuit paranoïde betrekkingswanen agressief kan worden. Ten tijde van het indexdelict gebruikte hij ook veelvuldig cannabis. Duidelijk is dat dit gebruik het psychotisch decompenseren in de hand kan werken. Daarom wordt dit recidiveren hoog opgenomen.
De kans op het terugkomen van een psychose wordt nu hoger ingeschat, nu betrokkene niet transparant was over zijn gebruik, de hallucinaties toenamen bij het gebruik en hij toch doorging en geen hulp heeft ingeschakeld. Dit had kunnen leiden tot een toenemende psychose en daarmee tot herhaling van geweld. De huidige terugval is gestopt dankzij de oplettendheid van de hulpverlening en niet dankzij de openheid van betrokkene. Er kan op dit moment niet worden gerekend op betrouwbaarheid en openheid van betrokkene. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Betrokkene heeft zich in de afgelopen periode niet gehouden aan zijn voorwaarden en heeft zich maandenlang begeven in risicovolle situaties. Daaruit blijkt dat het meer beveiligende kader van de tbs noodzakelijk blijft om potentieel risicovol gedrag te voorkomen. Met het kader van de tbs-maatregel kan toezicht op betrokkene worden gehouden en kan tijdig en adequaat worden ingegrepen wanneer dat nodig is. Met het oog hierop zal ook de na te noemen voorwaarde worden toegevoegd.
Ter zitting is ook het verzoek om verlening van een zorgmachtiging (Wvggz) behandeld. Een ieder is het er echter over eens dat dit, na de recente terugval in cannabisgebruik, nu even niet aan orde is. Zoals de deskundigen hebben benadrukt, zijn binnen het kader van een zorgmachtiging de mogelijkheden tot effectieve controle op drugsgebruik aanmerkelijk beperkter en dat geldt nog meer voor de mogelijkheden om acuut in te grijpen bij een ernstige verdenking van drugsgebruik. Het verzoek om een zorgmachtiging is daarom afgewezen. Betrokkene heeft aangegeven dit zelf ook in te zien.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met één jaar verlengen.
De beslissing
“meewerkt aan behandeling bij Iriszorg of een soortgelijke instantie zolang de reclassering dat nodig acht”.
De rechtbank:
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, voorzitter, mr. M.E. Snijders en
mr. Y. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.