RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/130879-23
Datum uitspraak : 22 januari 2026
Tegenspraak
tussenvonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres].
Raadsvrouw: mr. L. van Poucke, advocaat in Best.
Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 januari 2026.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend
gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
2. Het verzoek tot het horen van een getuige
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat het door [verbalisant] opgemaakt proces-verbaal van herkenning van verdachte onbetrouwbaar is. Het zou, aldus de raadsvrouw, volgens de stukken gaan om een ‘goede’ bekende van de politie in de zin van de conclusie van de Advocaat Generaal in de zaak ECLI:NL:PHR:2017:801, waarbij sneller een bruikbare herkenning wordt aangenomen. Het is echter uit het proces-verbaal onduidelijk hoe goed de verbalisant verdachte kent. Er slechts wordt geverbaliseerd dat hij verdachte ‘vaker heeft gezien’. Verder blijkt uit het proces-verbaal niets over of er überhaupt direct contact is geweest, over de frequentie en de recentheid van het contact, over de omstandigheden waaronder de herkenning tot stand is gekomen, welke beelden en wanneer deze door wie zijn bekeken en of er sprake was van vooroverleg.
De raadsvrouw heeft het voorwaardelijk verzoek gedaan tot aanhouding van de zaak en tot het horen van [verbalisant] . De raadsvrouw wil [verbalisant] horen omdat het noodzakelijk is hem vragen te stellen over de betrouwbaarheid van zijn herkenning. Het betreft een Keskin-getuige.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzet zich tegen de aanhouding van de zaak. Het verzoek om [verbalisant] te horen had veel eerder gedaan kunnen worden. Verder is het horen van de getuige niet in het belang voor de beantwoording van één van de vragen die de rechtbank in deze strafzaak moet beantwoorden.
Het oordeel van de rechtbank
Door de verdediging wordt betwist dat verdachte de persoon is die te zien is op de beelden, die de verweten gedragingen zou hebben verricht, althans wordt aangevoerd dat dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Gelet daarop is de verklaring van [verbalisant] over zijn herkenning van verdachte als de persoon die te zien is op de beelden van dusdanig belang dat daaraan, naast eventuele andere bewijsmiddelen, veel gewicht kan worden gehecht bij een mogelijke bewezenverklaring. [verbalisant] moet daarom worden aangemerkt als een zogenoemde “Keskin-getuige”, waarvan het belang van de verdediging om hem te horen moet worden verondersteld.
De rechtbank zal dan ook het verzoek tot het horen van [verbalisant] toewijzen, nu dit noodzakelijk is voor enig te nemen beslissing in deze strafzaak op grond van artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Daarbij is het van belang te voldoen aan de eisen die gesteld zijn in artikel 6 EVRM. De rechtbank zal het onderzoek daarom heropenen en de zaak verwijzen naar de rechter-commissaris voor het horen van de verbalisant.
De rechtbank zal verder de tijdens de terechtzitting aan de verdediging gestuurde stukken aan het procesdossier laten toevoegen.
3. De beslissing
mr. J. Wiersma is buiten staat dit tussenvonnis mede te ondertekenen.
De rechtbank:
heropent het gesloten onderzoek ter terechtzitting;
schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;
beveelt de officier van justitie de volgende stukken aan het procesdossier toe te voegen: het videobestand ‘video 1 Stadion uitgang . openl. gew. videoauto’, het powerpointbestand ‘pv 1 Ve personen pv 1’ en het powerpointbestand ‘pv 2 herkenning en gedragingen per verdachte pv 2.’;
verwijst de zaak naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, voor het horen van de navolgende persoon als getuige: [verbalisant];
stelt de stukken met dat doel in handen van de rechter-commissaris;
gelast de oproeping van de verdachte en zijn raadsvrouw voor de nader te bepalen terechtzitting.