RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/449840 / HZ ZA 25-87
vonnis van 7 januari 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. S. Hussl,
tegen
[gedaagde] ,
in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. J.F.I. Abadom.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 augustus 2026,
- de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025,
- het bericht van 26 november 2025 met producties van de man,- de akte van 8 december 2025 van de vrouw.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Partijen zijn ex-echtgenoten. Zij zijn gehuwd op [datum] 2004 en hebben geen huwelijkse voorwaarden opgesteld. Op 11 november 2016 heeft Rechtbank Midden-Nederland de echtscheiding uitgesproken. Op 29 maart 2017 is deze beschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (hierna: de echtscheidingsbeschikking).
In de echtscheidingsbeschikking is ook en is een bevel tot verdeling van de huwelijksgemeenschap uitgesproken. De verdeling is niet afgewikkeld. Twee tot het huwelijksvermogen behorende woningen zijn onverdeeld gebleven. Het gaat hierbij om de woning aan [adres] in [plaats 1] , waar de vrouw sinds 2009 woont (hierna: [woning 1] ) en de woning aan [adres] in [plaats 2] die door de man wordt bewoond (hierna: [woning 2] ).
[woning 2] is op 15 september 2006 aan partijen geleverd. De koopprijs bedroeg € 219.000. De WOZ-waarde van deze woning bedroeg in 2024 € 347.000.
[woning 1] is op 27 februari 2009 aan partijen geleverd. De koopprijs bedroeg € 200.000. De WOZ-waarde van deze woning bedroeg per 1 januari 2024 € 338.000.
Op beide woningen rust een hypotheekschuld. Voor de hypothecaire leningen zijn partijen hoofdelijk aansprakelijk. De hypothecaire lening voor [woning 1] is verstrekt door Aegon en bedraagt € 220.000. Deze bestaat uit twee leningdelen, namelijk een spaarhypotheek van € 100.000 en een aflossingsvrije hypotheek van € 120.000. Ook zijn er twee spaarpolissen bij Aegon. De hypothecaire lening voor [woning 2] is verstrekt door ING-bank en bedraagt € 250.000. Deze lening is aflossingsvrij. Ook is er een effectenrekening bij ING.
3. Het geschil
in conventie
De vrouw vordert in conventie - samengevat en na eiswijziging - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
I. [woning 1] aan haar zal toedelen onder de verplichting om de hypoheekschuld bij Aegon voor haar rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen en de kosten van de notaris voor de overdracht van de eigendom te voldoen, onder het voorbehoud dat de vrouw de huidige hypotheek kan financieren onder ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de man, een en ander zonder nadere verrekening met de man;
II. de eigendom van c.q. de rechten op de aan Aegon verpande polissen bij Aegon (ASR) aan de vrouw zal toedelen, zonder nadere verrekening met de man;
III. [woning 2] aan de man zal toedelen, onder de verplichting om de hypotheek bij ING voor zijn rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen, onder de voorwaarde dat de vrouw binnen zes maanden na de betekening van dit vonnis wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek bij ING, een en ander zonder nadere verrekening met de vrouw,
en daarbij de man zal veroordelen de kosten van de notaris voor de overdracht van de eigendom te voldoen en deze kosten volledig te dragen;
IV. de eigendom van c.q. de rechten op de aan ING verpande effectenrekening aan de man zal toedelen, zonder nadere verrekening met de vrouw;
V. voor het geval de man nalatig blijft om medewerking te verlenen aan de hiervoor genoemde (rechts-)handelingen, zal bepalen dat het vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de (rechts-)handeling gehouden is in de zin van artikel 3:300 lid 2 BW;
alsmede - voorwaardelijk - indien de man er niet in slaagt om binnen zes maanden na de betekening van dit vonnis een financiering te verkrijgen waarbij de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek bij ING rustende op de woning te [plaats 2] :
VI. zal gelasten dat [woning 2] verkocht zal worden aan een derde;
VII. zal gelasten dat de man onvoorwaardelijk dient mee te werken aan het feitelijk verkooptraject met betrekking tot [woning 2] waaronder in ieder geval de in de dagvaarding beschreven onderdelen vallen op straffe van het verbeuren van een dwangsom jegens de vrouw van € 500 per dag of dagdeel dat de man na verloop van een termijn van zeven dagen in gebreke blijft met het verlenen van zijn medewerking;
VIII. zal gelasten dat tussen partijen als bindend geldt de door de makelaar geadviseerde vraag- en laatprijs;
IX. zal gelasten dat, voor het geval de man weigert zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van de verkoopovereenkomst en/of daarna plaats te vinden levering van de eigendom van de woning te [plaats 2] aan de koper, de man gehouden is om de daartoe strekkende koop-/verkoopovereenkomst en alle overige voor deze verkoop noodzakelijke stukken te ondertekenen en op de datum van overdracht van het onroerend goed aan de koper volledige medewerking te verlenen aan de levering van de eigendom van deze woning, aan deze koper en mee te werken aan inschrijving van deze akte in de daarvoor bestemde registers met bepaling voor het geval de man nalatig blijft om hieraan medewerking te verlenen te bepalen dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettig vorm opgemaakte akte van degene die tot de (rechts-)handeling gehouden is;
X. zal gelaten dat de verkoopopbrengst en daarmee de overwaarde c.q. onderwaarde van [woning 2] plus de waarde van de effectenrekening bij ING na aftrek van de (eventuele) verkoop- en overdrachtskosten aan de man toekomt en een eventuele restschuld volledig voor de man zal komen en door hem volledig zal worden gedragen, alsmede dat de waarde van [woning 1] plus de waarde van de Aegon (ASR) polissen aan de vrouw zal toekomen, een en ander zonder nadere verrekening tussen partijen;
XI. de man zal veroordelen de kosten van de verkoop van [woning 2] die de vrouw voorschiet aan haar te voldoen binnen vijftien dagen na betekening van het vonnis danwel binnen vijftien dagen na daadwerkelijke betaling door de vrouw onder de verplichting van de vrouw om aan de man een kopie van de factuur over te leggen;
XII. met veroordeling van de man in de proceskosten (waaronder de nakosten) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening,
en indien en voor zover de rechtbank [woning 2] onverdeeld laat:
XIII. voor recht zal verklaren dat [woning 1] met de daaraan verbonden hypotheek bij Aegon en polissen bij Aegon onverdeeld blijft, indien de rechtbank zou komen tot de betaling van enig bedrag door de vrouw aan de man ter zake van de verdeling van [woning 1] ;
en indien en voor zover de rechtbank zou bepalen dat de waarden van de woningen en de polissen verdeeld moeten worden:
primair:
XIV. voor recht zal verklaren dat partijen de waarden van de woningen, de polissen en de effectenrekening moeten verdelen per 29 maart 2017;
subsidiair:
XV. voor recht zal verklaren dat bij de verdeling van de waarden van de woningen, de polissen en de effectenrekening de door de vrouw betaalde inleg op de polissen bij Aegon (ASR) in mindering strekt op haar overbedelingssom, berekend vanaf 19 augustus 2016 tot juli 2025 op een bedrag van € 27.409,12 en oplopend met een bedrag van € 256,16 per maand vanaf augustus 2025 tot de datum van verdeling;
danwel een zodanig vonnis te wijzen als de rechtbank in goede justitie juist acht.
De man voert verweer en concludeert - samengevat - tot afwijzing van de gevorderde toedeling van [woning 1] en de daaraan gekoppelde polissen bij Aegon zonder nadere verrekening aan de vrouw en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ter zake van de vordering om [woning 2] en de effectenrekening bij ING zonder nadere verrekening aan hem toe te delen. Verder concludeert hij tot afwijzing van de door de vrouw ingestelde vorderingen die verband houden met de verkoop van [woning 2] als de man niet in staat is om deze woning over te nemen en tot afwijzing van de gevorderde veroordeling in de proceskosten.
in voorwaardelijke reconventie
De man vordert in voorwaardelijke reconventie, namelijk in het geval hij niet in staat is de vrouw te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ter zake van de hypothecaire lening bij ING, dat deze woning onverdeeld blijft.
De vrouw concludeert tot afwijzing van de vordering van de man.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Gelet op de onderlinge samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank deze hierna tezamen bespreken.
De vrouw wenst verdeling van de gemeenschappelijke woningen van partijen en stelt zich op het standpunt dat de overwaarden van de beide woningen gelijkwaardig moeten worden geacht. Zij acht het redelijk dat partijen met gesloten beurzen met elkaar afrekenen, waarbij de vrouw afstand doet van (de overwaarde in) [woning 2] en van de effectenrekening, waartegenover de man afstand doet van (de overwaarde in) [woning 1] en de twee spaarpolissen bij Aegon.
De man is het ermee eens dat ieder van partijen volledig eigenaar wordt van de woning die hij of zij nu bewoont en dat de ander moet worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening. Hij is het er niet mee eens dat dit met gesloten beurzen gebeurt. Hij is van mening dat de vrouw dan wordt overbedeeld omdat hij vermoedt dat [woning 1] een hogere overwaarde heeft dan [woning 2] . Bovendien moet ook de waarde van de twee spaarpolissen bij Aegon bij helfte tussen partijen worden verdeeld. Deze kan niet worden weggestreept tegen de effectenrekening, omdat die is opgeheven en dus geen waarde meer heeft.
Verder maakt de man er bezwaar tegen dat hij verplicht zou kunnen worden de woning te verkopen als het hem niet lukt de vrouw te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld op [woning 2] . Hij wil dat [woning 2] onverdeeld blijft als het hem niet lukt die over te nemen.
Uit artikel 3:178 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt als hoofdregel dat een deelgenoot te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen. Hiervan kan worden afgeweken als uit de aard van de gemeenschap of uit de volgende leden van dit artikel anders voortvloeit. Op grond van het derde lid van dit artikel kan de rechter voor wie een vordering tot verdeling aanhangig is, op verlangen van een deelgenoot voor ten hoogste drie jaren een vordering tot verdeling uitsluiten, als de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen van een of meer deelgenoten aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die door de verdeling worden gediend.
De man heeft in dit kader aangevoerd dat hij na verkoop van [woning 2] niet in staat zal zijn om een andere woning te kopen en dat hij substantieel meer kosten moet maken als hij een woning zou moeten huren. De man wijst hierbij nog op de actuele woningnood en voorziet problemen om een huurwoning te kunnen vinden. De vrouw heeft aangevoerd dat zij zelfstandig beslissingen wenst te nemen over [woning 1] en dat partijen - kort gezegd - niet in staat zijn om samen over de woning te beschikken. Daar komt bij dat zij in het verleden is aangesproken door de ING op grond van haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld voor [woning 2] wegens achterstallige betalingen voor de hypothecaire lening. Hierdoor liep zij een negatieve BKR-registratie op.
De rechtbank is van oordeel dat de man onvoldoende heeft aangevoerd om te concluderen dat zijn belangen bij een uitsluiting van de vordering tot verdeling van [woning 2] aanmerkelijk groter zijn dan het belang van de vrouw om ruim acht jaar na de echtscheiding tot verdeling over te gaan. Het feit dat partijen onderling geen goed contact hebben en de negatieve BKR-registratie onderstrepen het belang van de vrouw om financieel los te komen van de man. Gesteld noch gebleken is bovendien dat de situatie van de man op termijn zal verbeteren, zodat het ook niet in de rede ligt om ter overbrugging van een bepaalde periode de vordering tot verdeling tijdelijk uit te sluiten. Dat de vrouw niet eerder een vordering tot verdeling heeft ingesteld, doet ook geen afbreuk aan de door haar aangevoerde belangen om dat nu wel te doen. Daarom weegt haar belang zwaarder, ongeacht de vraag of de man in staat zal zijn om [woning 2] over te nemen. Enerzijds is denkbaar dat de man (wellicht samen met zijn huidige partner) toch in staat zal zijn de woning over te nemen, anderzijds is onzeker hoe zijn situatie er na een eventuele verkoop uit zal zien. De man heeft hier onvoldoende inzicht in kunnen geven. Dit dient voor zijn risico te blijven en kan niet betekenen dat zij belang bij het handhaven van de huidige situatie het zwaarst moet wegen.
Hoewel uit de WOZ-waardes van de beide woningen en het door de man overgelegde taxatierapport van [woning 2] het vermoeden rijst dat [woning 1] mogelijk een hogere overwaarde heeft dan [woning 2] , biedt dit onvoldoende rechtvaardiging om de vrouw te veroordelen tot betaling van een overbedelingsvergoeding aan de man zoals door hem is bepleit. Voor dit oordeel is van belang dat tot de te verdeling gemeenschap ook eventuele opgebouwde spaarbedragen horen. De man heeft geen enkele duidelijkheid verschaft over de effectenrekening bij ING. In zijn conclusie van antwoord heeft de man met geen woord gesproken over de effectenrekening en heeft hij zich enkel gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over de vordering van de vrouw om deze effectenrekening aan hem toe te delen zonder nadere verrekening. Deze referte staat haaks op de verklaring van de man ter zitting dat de effectenrekening al zou zijn opgeheven. De door de rechtbank geboden mogelijkheid om nog na de zitting een akte te nemen en stukken in te dienen over deze effectenrekening heeft de man voorbij laten gaan. Weliswaar heeft (de huidige advocaat van) de man per bericht van 27 november 2025 nog stukken in het geding gebracht, maar deze stukken zijn op geen enkele wijze toegelicht, zodat de rechtbank daaraan geen conclusies kan verbinden. De vrouw heeft er overigens terecht op gewezen dat deze stukken ook geen betrekking lijken te hebben op de effectenrekening.
Omdat de man geen inzage heeft gegeven in het verloop van de effectenrekening bij ING, ziet de rechtbank onvoldoende grond voor de conclusie dat de vrouw per saldo overbedeeld wordt bij afdoening met gesloten beurzen. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank ook de toelichting die de vrouw heeft gegeven over de onderdelen die haar bekend zijn. Daarom acht de rechtbank de verdeling zoals de vrouw die heeft gevorderd zonder nadere onderlinge financiële verrekening tussen partijen toewijsbaar. Omdat de man op zichzelf geen bezwaar heeft geuit tegen de door de vrouw (primair) voorgestane wijze van verdeling en zijn verweer zich in feite er alleen op richt dat hij een overbedelingsvergoeding van de vrouw wenst te ontvangen, zal de rechtbank de door de vrouw voorgestane verdeling volgen. Dit betekent dat [woning 2] en de effectenrekening aan de man worden toegedeeld en dat [woning 1] en de twee spaarpolissen bij Aegon aan de vrouw worden toegedeeld, een en ander zonder nadere verrekening.
Verkoop
De rechtbank zal de man een termijn van zes maanden vanaf de betekening van het vonnis geven om de overname van [woning 2] rond te krijgen. Dit komt overeen met de vordering van de vrouw. Als het de man niet lukt binnen die termijn de woning over te nemen, zal deze verkocht moeten worden. Omdat de man het daarmee niet eens is, ziet de rechtbank aanleiding de gevorderde dwangsom toe te wijzen zoals hierna is vermeld. De vordering dat de man zich dient te onthouden van handelingen die de verkoop tegenwerken acht de rechtbank te onbepaalbaar en zal zij afwijzen. Voor zover de man niet meewerkt aan de ondertekening van een verkoopovereenkomst of de leveringsakte, treedt dit vonnis in de plaats van zijn handtekening.
Proceskosten
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank ziet in hetgeen de vrouw heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar standpunt dat de man zou moeten worden veroordeeld tot betaling van haar proceskosten onvoldoende aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt om in dit soort zaken de proceskosten te compenseren.
5. De beslissing
De rechtbank:
gelast de navolgende wijze van verdeling van de gemeenschappelijke zaken en daaraan verbonden schulden:
[woning 1] met hypotheekschuld en spaarpolissen:
de vrouw krijgt gedurende zes maanden na de datum van dit vonnis de gelegenheid om de man schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of zij de woning en de rechten en verplichtingen verbonden aan de hypotheekschuld bij Aegon onder nummer [nummer] kan overnemen, waarbij de vrouw de op de woning rustende hypothecaire geldlening bij de hypotheekverstrekker geheel voor haar rekening zal nemen en als eigen schuld zal voldoen en de man zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypothecaire geldlening;
als de vrouw de woning kan overnemen onder voornoemde voorwaarden dient de levering van de woning en de rechten en verplichtingen uit de spaarpolissen bij Aegon (ASR) onder de nummers [nummer] en [nummer] aan de vrouw plaats te vinden binnen één maand nadat zij de man binnen de hiervoor genoemde termijn van zes maanden schriftelijk heeft bericht dat zij de woning kan overnemen;
als de man op de vastgestelde datum van overdracht van de woning niet meewerkt aan de ondertekening van de leveringsakte, zal dit vonnis in de plaats treden van en dezelfde kracht hebben als de ondertekening namens de man;
e kosten van het notariële transport van de woning komen in dit geval voor rekening van de vrouw;
deze toedeling vindt plaats zonder verrekening van een eventuele overwaarde met de man;
[woning 2] met hypotheekschuld en effectenrekening:
de man krijgt gedurende zes maanden na de datum van dit vonnis de gelegenheid om de vrouw schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd te berichten of hij de woning en de rechten en verplichtingen verbonden aan de hypotheekschuld bij ING onder nummer [nummer] kan overnemen, waarbij de man de op de woning rustende hypothecaire geldlening bij de hypotheekverstrekker geheel voor zijn rekening zal nemen en als eigen schuld zal voldoen en de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypothecaire geldlening;
als de man de woning kan overnemen onder voornoemde voorwaarden, dient de levering van de woning en de rechten en verplichtingen uit de effectenrekening bij ING aan de man plaats te vinden binnen één maand nadat hij de vrouw binnen de hiervoor genoemde termijn van zes maanden schriftelijk heeft bericht dat hij de woning kan overnemen;
de kosten van het notariële transport van de woning komen in dit geval voor rekening van de man;
als de man de vrouw binnen zes maanden bericht dat hij niet in staat is de woning over te nemen, of haar niet binnen de genoemde termijn van zes maanden schriftelijk heeft bericht dat hij in staat is de woning onder voormelde voorwaarden over te nemen, dan wel als ondanks dat bericht het transport van de woning - buiten schuld van de vrouw - niet uiterlijk een maand na dat bericht heeft plaatsgevonden, zal de woning door partijen te koop worden aangeboden;
partijen dienen binnen een week nadat de hiervoor bedoelde omstandigheid zich voordoet een opdracht tot verkoop te geven aan [naam 1] dan wel een van de andere makelaars werkzaam bij [bedrijf 1] ;
als de man niet binnen de hiervoor genoemde termijn van een week de opdracht tot verkoop aan de makelaar heeft gegeven, verbeurt hij een dwangsom jegens de vrouw van € 500 per dag of dagdeel dat hij in gebreke blijft zijn medewerking te verlenen, met een maximum van € 20.000;
partijen zullen in onderling overleg met de makelaar de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de woningmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning, bepalen;
indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverlening aan de makelaar in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, zal de makelaar de woning te koop mogen aanbieden tegen een marktconforme vraagprijs;
partijen zijn gehouden de aanwijzingen van de makelaar op te volgen;
de man dient een sleutel aan de makelaar ter beschikking te stellen voor het maken van foto’s en het kunnen houden van bezichtigingen en dient de woning op orde te houden en aanwijzingen van de makelaar terzake op te volgen;
als de man niet binnen zeven dagen na de opdrachtverlening een sleutel aan de makelaar ter beschikking heeft gesteld of na verloop van een termijn van zeven dagen in gebreke blijft te voldoen aan aanwijzingen van de makelaar ter zake van het overige bepaalde onder n, verbeurt hij een dwangsom jegens de vrouw van € 500 per dag of dagdeel dat hij in gebreke blijft zijn medewerking te verlenen, met een maximum van € 20.000;
partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar dit bindend kunnen bepalen;
als de verkoopprijs bindend is vastgesteld, zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning;
als de man niet binnen zeven dagen nadat de verkoopprijs bindend is vastgesteld de verkoopovereenkomst ondertekent, of op de vastgestelde datum van overdracht van de woning niet meewerkt aan de ondertekening van de leveringsakte, zal dit vonnis in de plaats treden van en dezelfde kracht hebben als de ondertekening namens de man;
de verkoopopbrengst en de eventuele waarde van de effectenrekening dienen te worden gebruikt voor de aflossing van de hypothecaire geldlening bij ING en ter voldoening van de aan de verkoop verbonden kosten; het eventuele restant komt volledig aan de man toe en hij moet een eventuele restschuld dragen;
de verkoopkosten (kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering) zullen door de man gedragen worden;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Eskes en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.
GW/RE