RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/130883-23
Datum uitspraak : 22 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. S. Arts, advocaat in Breda .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 22 mei 2022 vond de wedstrijd Vitesse-FC Utrecht plaats in de Gelredome aan de Batavierenlaan in Arnhem. Een groep van 20 tot 30 FC Utrecht supporters heeft aan hekken getrokken en geschud. De Mobiele Eenheid (hierna: ME) van de politie was aanwezig. Een medeverdachte gooide een blikje over het hek naar de politieambtenaren. Daarna klom een persoon met gezichtsbedekking op de toegangspoort en sloeg met een broeksriem meerdere malen richting de ME’ers die onder hem stonden. Ook sloegen meerdere supporters met hun riem, al dan niet over het hekwerk richting de ME’ers. Vervolgens richtte de groep supporters zich op een zwart afzethek dat door hen werd open geduwd. Daarna trapten meerdere supporters richting politieambtenaren.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de herkenning van verdachte naar aanleiding van de camerabeelden door een verbalisant niet tot het bewijs kan worden gebezigd. Hierbij is van belang dat de verbalisant verdachte heeft herkend van eerdere ongeregeldheden, maar dit niet teruggezien wordt in zijn blanco strafblad. Verder heeft verdachte geen opvallende kromme neus. De raadsman pleit primair voor vrijspraak van het tenlastegelegde. Subsidiair pleit de raadsman voor partiële vrijspraak omdat het slaan met de riem incidenten zijn die losstaan van het overige openlijk geweld.
Beoordeling door de rechtbank
De politie heeft de camerabeelden van Gelredome en de videoauto van de politie uitgekeken. De politie beschrijft over persoon 2 dat hij slaags is geraakt met een begeleider van de politie Utrecht die tussen de Utrecht-supporters aanwezig was, in burger. Persoon 2 stond dichtbij de begeleider en werd door hem achteruit geduwd om te voorkomen dat persoon 2 door de opening van het hek ging. Hierop maakte persoon 2 slaande bewegingen naar de begeleider die de slagen afweerde met zijn hand en zijn wapenstok.
De politie beschrijft verder dat NN13 persoon 2 is en op videobeelden is te zien dat NN13 drie keer tegen een hekwerk heeft getrapt en het hekwerk heen en weer heeft getrokken. Toen de ME door een opening in het hekwerk naar binnen ging duwde NN13 het hekwerk dicht. NN13 maakte constant deel uit van een groep van ongeveer 20 tot 30 personen die geweld gebruikten tegen personen en goederen.
De begeleider van Utrecht, [verbalisant 1] , die de slagen van persoon 2 afweerde heeft persoon 2 oftewel NN13 herkend als zijnde verdachte. Tijdens een andere voetbalwedstrijd - op een later moment - zag de begeleider persoon 2 lopen. De begeleider heeft zijn identiteitskaart gevorderd en dit bleek verdachte te zijn.
[verbalisant 2] heeft NN13 herkend als zijnde verdachte, wegens zijn opvallende bril met zwart montuur en zijn opvallende grote kromme neus. Het is de verbalisant ambtshalve bekend dat verdachte vaker bij ongeregeldheden bij wedstrijden van FC Utrecht betrokken is.
Ondanks het verweer van de verdediging ziet de rechtbank geen reden te twijfelen aan de herkenningen van de politie, met name de herkenning van de [verbalisant 1] . Deze verbalisant stond direct tegenover verdachte toen hij door hem werd belaagd en heeft hem bij een andere wedstrijd gecontroleerd op zijn identiteit. Verder is deze verbalisant gespecialiseerd in het begeleiden van de FC Utrechtsupporters en is beroepsmatig bezig met het herkennen van personen die bij ongeregeldheden en mogelijk strafbare feiten betrokken zijn. Daarbij zijn de beelden van de door de politie als “NN13” aangeduide persoon ter terechtzitting afgespeeld en heeft de rechtbank aan de hand van deze bewegende beelden vastgesteld dat het uiterlijk en de houding van de ter terechtzitting aanwezige verdachte daar in grote mate op leek. De rechtbank concludeert derhalve dat de herkenningen betrouwbaar zijn en dat NN13 of persoon 2 verdachte betreft. De geweldshandelingen die zijn beschreven door de politie, zijn aan verdachte toe te schrijven.
De rechtbank stelt verder voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Beoordeeld moet worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Verdachte heeft meerdere malen, gezamenlijk met anderen, aan een afzethek getrokken en geschud. Ook heeft hij geholpen om het zwarte hekwerk dicht te duwen om de ME te blokkeren in de doorgang. Verdachte heeft daarnaast een begeleider van FC Utrecht geslagen tegen zijn lichaam die daarna deze slagen moest afweren. Verdachte heeft door deze handelingen in de groep supporters een aanzienlijke bijdrage geleverd van voldoende gewicht door actief mee te doen in het fysieke geweld richting politieambtenaren. Verdachte maakte continue deel uit van een groep van 20 tot 30 mensen die geweld gebruikten. Geen enkel moment heeft verdachte zich van deze geweldshandelingen gedistantieerd. Verdachte heeft hiermee niet alleen opzet gehad op zijn eigen handelen, maar ook op de geweldshandelingen die door anderen zijn gepleegd zoals ten laste zijn gelegd door deel uit te maken van die groep.
De rechtbank acht de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, in vereniging gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, aan de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door een hechtenis van 40 dagen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat een taakstraf van 40 of 50 uur passend is bij onderhavige zaak. Er is sprake van veel tijdsverloop en een overschrijding van de redelijke termijn van bijna twee jaar. Een voorwaardelijke gevangenisstraf is niet passend en zal voor verdachte nadelig zijn voor het eventueel verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft een politieambtenaar geslagen en hiermee een bijdrage gehad aan het gepleegde openlijk geweld na het bezoeken van een voetbalwedstrijd. Er is veel geweld gepleegd door een grote groep supporters die zich richtte tegen de politie. Deze situatie moet erg beangstigd zijn geweest voor de betrokken politieagenten. Op de beelden is ook te zien dat er tussen de groep mensen die worden aangespoord om mee te doen aan het geweld tegen de politie zich kinderen bevinden.
Voetbalvandalisme en -geweld vormen een groot maatschappelijk probleem. Het raakt direct de veiligheid van de bezoekers van voetbalwedstrijden en leidt er zelfs toe dat een deel van de goedwillende supporters ervan afziet om nog wedstrijden meer te bezoeken. Er worden omvangrijke veiligheidsmaatregelen genomen in verband met de dreiging van het voetbalvandalisme en geweld, wat een grote kostenpost oplevert voor de samenleving. Het creëert niet alleen een groot gevoel van onveiligheid, onrust en angst in de maatschappij maar ook gevoelens van woede en verontwaardiging. Verdachte heeft hier een bijdrage aan geleverd. Verdachte heeft ter terechtzitting geen verantwoordelijkheid afgelegd voor zijn daden noch berouw getoond. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Anders dan door de verdediging betoogd is verdachte weliswaar op 17 februari 2023 verhoord, maar uit niets bleek dat vervolging zou plaatsvinden alvorens de dagvaarding aan verdachte werd betekend. Desondanks zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het lange tijdsverloop tussen de pleegdatum, het eerste verhoor en de berechting.
De straf
Gelet op de bijdrage van verdachte aan het geweld is het uitgangspunt voor een straf bij het plegen van openlijk geweld tegen de politie in de onderhavige zaak een taakstraf voor de duur van 100 uren. Wegens het tijdsverloop zal de rechtbank deze straf matigen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, bij het niet verrichten hiervan te vervangen door een hechtenis van 30 dagen.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2026.
mr. J. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.