RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/130888-23
Datum uitspraak : 22 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsvrouw: mr. L.H.M. van Rosendaal, advocaat in Eindhoven.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 24 t/m 27;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 28 t/m 31;
- proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 146;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 januari 2026.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, aan de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door een hechtenis van 40 dagen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte een gering aandeel heeft gehad in het geweld. Hij heeft geen fysiek geweld gebruikt. Verder is de redelijke termijn geschonden omdat het verhoor bijna drie jaar geleden is. Verdachte heeft geen relevante documentatie. Naar aanleiding van deze zaak heeft verdachte een stadionverbod gehad van 3 jaar, dat na 9 maanden is opgeheven vanwege een alternatief traject dat verdachte heeft doorlopen. Verdachte heeft inmiddels een gezin met een jong kind en is gestopt met het drinken van alcohol. Hij heeft samen met zijn vriendin een rijschool en werkt fulltime. De raadsvrouw stelt voor om de zaak met een geldboete of een voorwaardelijke taakstraf af te doen. Verdachte kan een taakstraf verrichten, maar werkt fulltime en wil geen tijd missen met zijn gezin.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft openlijk geweld gepleegd tegen de politie na het bezoeken van een voetbalwedstrijd. Hij heeft aan een hek geschud en een blikje in de richting van de ME gegooid. Er is veel geweld gepleegd door een grote groep die zich richtte tegen de politie. Deze situatie moet een erg beangstigend zijn geweest voor de betrokken politieagenten. Op de camerabeelden is ook te zien dat er zich tussen de groep mensen die worden aangespoord om mee te doen aan het geweld tegen de politie kinderen bevinden.
Voetbalvandalisme en -geweld vormen een groot maatschappelijk probleem. Het raakt direct de veiligheid van de bezoekers van voetbalwedstrijden en leidt er zelfs toe dat een deel van de goedwillende supporters ervan afziet om nog wedstrijden te bezoeken. De omvangrijke veiligheidsmaatregelen die worden genomen in verband met de dreiging van het voetbalvandalisme en geweld leveren een enorme kostenpost op voor de samenleving. Het creëert niet alleen een groot gevoel van onveiligheid, onrust en angst in de maatschappij maar ook gevoelens van woede en verontwaardiging. Verdachte heeft hier een bijdrage aan geleverd. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.
Verdachte heeft ter terechtzitting openheid van zaken gegeven over zijn aandeel in het geweld, toont zich schuldbewust en heeft oprechte spijt betuigd. De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een geweldsfeit is veroordeeld. Sinds het bewezenverklaarde heeft verdachte een positieve wending in zijn leven doorgemaakt. De rechtbank neemt dit in strafverlagende zin mee.
Redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Anders dan door de verdediging is aangevoerd is verdachte weliswaar op 22 februari 2023 verhoord, maar uit niets bleek dat vervolging zou plaatsvinden alvorens de dagvaarding aan verdachte werd betekend. Desondanks zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het lange tijdsverloop tussen de pleegdatum, het eerste verhoor en de berechting.
De straf
Gelet op de bijdrage aan het geweld en de proceshouding van verdachte is het uitgangspunt voor een straf bij het plegen van openlijk geweld in de categorie waarin de onderhavige zaak valt een taakstraf voor de duur van 80 uren. Wegens het tijdsverloop zal de rechtbank deze straf matigen en acht zij een taakstraf voor de duur van 40 uren, bij het niet verrichten hiervan te vervangen door een hechtenis van 20 dagen, passend en geboden.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 40 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2026.
mr. J. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.