RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/467940 / FZ RK 26-1463
Datum uitspraak: 26 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[naam betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. G.W. Wullink uit Doetinchem.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 juni 2026.
Op 18 juni 2026 is een zitting bij betrokkene thuis gepland. Betrokkene is goed opgeroepen, maar was op dat moment niet thuis dan wel deed de deur niet open. Wel aanwezig waren de voormalig advocaat mr. [voormalig advocaat] en mw. [psychiater 1] , als psychiater verbonden aan GGNet. De advocaat heeft aangegeven dat zij heeft geprobeerd voorafgaand aan de zitting in contact te komen met betrokkene en daarvoor ook bij haar aan de deur geweest te zijn, maar zonder resultaat. De beoordelend psychiater is ook drie keer tevergeefs bij betrokkene aan de deur geweest. De psychiater heeft opgemerkt dat betrokkene op 14 juni 2026 nog contact had met de politie die zij binnenliet nadat zij hen gebeld had met de mededeling dat de buren haar gingen pesten. De psychiater heeft het politieverslag ontvangen waaruit blijkt dat betrokkene niet te volgen was in haar verhaal en de hele dag geschreeuwd had. De advocaat heeft aangegeven dat er vaker sprake is geweest van burenconflict. De rechtbank heeft besloten een vervolgzitting te plannen om de mening van betrokkene over het verzoek te horen en heeft direct ter plaatse de oproep voor een nieuwe zitting op 26 juni 2026 bij betrokkene in de brievenbus gedaan. Betrokkene is ook nog per post voor deze zitting opgeroepen.
Ook bij de tweede geplande zitting van 26 juni 2026 deed betrokkene de deur, ondanks herhaaldelijk aanbellen en kloppen op de deur, niet open. Wel aanwezig waren de advocaat en mw. [psychiater 1] , psychiater. De psychiater heeft aangegeven dat betrokkene vanwege de op 18 juni 2026 achtergelaten oproeping voor deze zitting heel boos heeft opgebeld naar de gemeente, die vervolgens GGNet hierover informeerde. Hieruit blijkt dat betrokkene op de hoogte was van de zitting. De rechtbank heeft gelet op het bovenstaande vastgesteld dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen en heeft besloten om, met toepassing van artikel 6.1, eerste lid Wvggz, betrokkene niet te horen over het verzoekschrift. Het verzoek is vervolgens besproken op een grasveldje in de buurt van de woning van betrokkene.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
De officier van justitie heeft besloten het verzoek in te dienen, ondanks dat betrokkene niet fysiek is gezien en gehoord door de onafhankelijke psychiater, die de medische verklaring op basis van dossieronderzoek heeft opgesteld. De officier van justitie vindt dat de onafhankelijk psychiater gedaan heeft wat redelijkerwijs mogelijk was om betrokkene in persoon te zien en vindt dat een zorgmachtiging noodzakelijk is voor het verrichten van nadere diagnostiek, het stabiliseren van de geestelijke gezondheid van betrokkene en ter afwending van het ernstig nadeel voor betrokkene en omgeving.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene niet fysiek is onderzocht door de onafhankelijk psychiater. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient een psychiater het in de Wvggz voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact spreekt en observeert. Dit is slechts anders als dat redelijkerwijs niet mogelijk is. De psychiater moet dan verantwoorden waarom hij betrokkene niet of slecht in beperkte mate heeft kunnen onderzoeken en op welke gronden hij, mede aan de hand van verkregen informatie van derden, niettemin tot de conclusie komt dat bij betrokkene is voldaan aan de wettelijke vereisten voor gedwongen opnemen. Een en anders strookt met de rechtspraak van het EHRM, waarin is overwogen dat de precieze vorm en procedure kunnen afhangen van de omstandigheden en dat in voorkomend geval mag worden volstaan met een onderzoek aan de hand van het dossier ten aanzien van betrokkene, bijvoorbeeld indien deze weigert mee te werken aan een medisch onderzoek.
De rechtbank is van oordeel dat de onafhankelijke psychiater gedaan heeft wat redelijkerwijs van haar kon worden verwacht om het onderzoek fysiek te laten plaatsvinden. Uit de medische verklaring blijkt dat de onafhankelijk psychiater mevrouw [psychiater 2] driemaal geprobeerd met betrokkene in gesprek te komen voor een beoordeling op haar huisadres, maar dat dit niet gelukt is. Betrokkene is bekend met het mijden van zorg. GGNet heeft vanaf juli 2025 meermaals gepoogd contact te krijgen met betrokkene, in deze tijd is het eenmaal gelukt betrokkene te spreken via de brievenbus. De onafhankelijke psychiater heeft met het oog op de beoogde maatregel door onderzoek van het dossier en het verkrijgen van (actuele) informatie van derden (zoals de politie, gemeente en huisarts) op de best mogelijke manier geprobeerd inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. Er is daarom sprake van een zorgvuldig onderzoek dat als basis kan dienen voor de te nemen beslissing.
Anders dan de advocaat primair heeft bepleit is de rechtbank, onder verwijzing naar de conclusie (ECLI:NL:PHR:2021:399) bij het arrest van de Hoge Raad van 16 juli 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1149), van oordeel dat gezien de omstandigheden met een voldoende mate van zekerheid vastgesteld is dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. In de medische verklaring geeft de onafhankelijke psychiater aan dat er naar haar oordeel sprake is van een psychische stoornis. Hoewel het niet mogelijk is om definitieve uitspraken te doen zijn er volgens haar meerdere aanwijzingen die de diagnose of een waanstoornis, of een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis ondersteunen. De politie, veiligheidsregisseur van de gemeente en de huisarts beschrijven betrokkene als “verward”.
Tijdens de zitting heeft de psychiater toegelicht dat gezien de omstandigheden van betrokkene er sterke aanwijzingen zijn voor een psychische stoornis. Betrokkene laat al anderhalf jaar geen zorg toe en is niet gevoelig voor dwang. Mogelijk kan zij de situatie niet overzien en is sprake van een licht verstandelijke beperking en overvraging. Zonder nader onderzoek is dat niet vast te stellen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene is achterdochtig en wantrouwend, mede door traumatische gebeurtenissen in het verleden. Betrokkene veroorzaakt overlast in de buurt door te schreeuwen en te schelden (vooral richting een specifieke buurvrouw) waarvan meerdere politiemeldingen zijn gedaan. Betrokkene voelt zich niet meer veilig en ervaart pestgedrag in haar buurt, zij heeft het gevoel dat mensen haar leed aan willen doen, oplichten of ziek willen maken. Betrokkene isoleert zichzelf en houdt zorg af. Door het weigeren van medicatie loopt zij een verhoogd risico op een longembolie. Betrokkene heeft een continu verhoogd stressniveau en lijdensdruk.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is zorgmijdend, weigert zorg en is niet bereid om het gesprek aan te gaan. Daarom is verplichte zorg nodig. Betrokkene is vanaf begin 2025 meermaals aangemeld voor bemoeizorg vanwege het afhouden van hulp en symptomen van stress, achterdocht en overlast in de buurt waarbij ook de politie betrokken werd, maar pogingen om betrokkene te zien of te spreken bleven zonder resultaat. Om de noodzaak voor begeleiding en behandeling beter in beeld te brengen en de toenemende zorgen te stoppen is de zorgmachtiging nodig
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
Anders dan de advocaat subsidiair heeft bepleit acht de rechtbank ook opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid noodzakelijk omdat alleen verplichte ambulante zorg niet doelmatig is om het ernstig nadeel af te wenden aangezien betrokkene zorgmijdend is en niet gevoelig voor dwang.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
De rechtbank gaat wel mee in het verzoek van de advocaat om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot drie maanden en vindt deze termijn passend voor het verrichten van diagnostiek en het toeleiden van betrokkene naar passende hulp.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [naam betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.10. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 september 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 door mr. A.E. Grosscurt, rechter, in aanwezigheid van A.G. Wisselink, griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.