ECLI:NL:RBGEL:2026:5918

ECLI:NL:RBGEL:2026:5918

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 21-07-2026
Zaaknummer C/05/445736 / HA ZA 24-623
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Eiseres geslaagd in de bewijslevering dat zij eigenaar was van de voetbalspullen en deze in consignatie heeft gegeven aan erflater voor de verkoop. Vraag of het restant van de voetbalspullen door eiseres aan erflater is verkocht en zijn eigendom is geworden. De rechtbank acht dat voorshands voldoende bewezen, behoudens tegenbewijs door gedaagde (de erfgenaam van erflater).

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/445736 / HA ZA 24-623

Vonnis van 29 juli 2026

in de zaak van

MUSERO B.V.,

gevestigd te Rijsbergen,

eisende partij,

hierna te noemen: Musero,

advocaat: mr. J.W. van Koeveringe,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 1]2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2]

gedaagde partijen,

advocaat: mr. E.N. Mulder.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 september 2025

- de brief met aanvullende producties 23 en 24 van Musero van 19 december 2025- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 13 januari 2026

- de conclusie na getuigenverhoor van Musero van 25 februari 2026

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 25 maart 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis van 17 september 2025 is Musero opgedragen te bewijzen:

dat zij eigenaar is van de zaken waarvan zij afgifte vordert, zoals vermeld in de overzichten bij de e-mails aan wijlen [persoon] van 14 februari 2020 en 19 april 2020 (productie 6 bij dagvaarding), en

dat wijlen [persoon] deze zaken onder zich hield voor Musero op grond van een tussen Musero en wijlen [persoon] (mondeling) gesloten consignatie-overeenkomst.

Musero heeft daartoe twee aanvullende producties in het geding gebracht en vier getuigen doen horen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben afgezien van het horen van getuigen.

[getuige 1] heeft als getuige, voor zover van belang, het volgende verklaard:

Ik ken de heer [naam] van Musero zakelijk omdat Stichting Voetbal Totaal, toen ik daarvan de bestuurder was, een overeenkomst had met Musero. (…)

Ik ben enig bestuurder geweest van Stichting Voetbal Totaal in de periode 19 september 2006 tot 12 november 2020. Voordat ik bestuurder werd van de Stichting bestond die al. (…) Bij de beschikking van de Rechtbank Zeeland-West Brabant van 12 november 2020 ben ik ontslagen als bestuurder van de Stichting. Door de Rechtbank is toen [bestuurder] als bestuurder benoemd. Toen ik bestuurder was, had de Stichting op zeker moment vijf commissarissen: (…) en in een later stadium [naam] . In die procedure bij de Rechtbank Zeeland-West Brabant waren de verzoekers [verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 3] . Die drie heren hadden het idee voor het voetbalmuseum geleverd. Een deel van de voetbalattributen voor het voetbalmuseum was ook afkomstig van deze drie heren. Met hen bestond ook een overeenkomst over die spullen. Die was gesloten met Stichting Voetbal Totaal. Daarin stond dat zij die spullen zouden terugkrijgen van Stichting Voetbal Totaal bij het einde van het museum of als de stichting opgeheven zou worden. Ik denk dat die overeenkomst dateert van 2006. Die spullen zijn teruggegeven aan [bestuurder] als nieuwe directeur/bestuurder van de Stichting Voetbal Totaal. (…) Dat is allemaal gebeurd na de uitspraak van de Rechtbank van 12 november 2020.

Er waren drie categorieën eigendommen die deel uitmaakten van het museum.

De eigendommen van de Stichting Voetbal Totaal die na de beschikking van 12 november 2020 zijn teruggegeven. Dat is in een overeenkomst uitgewerkt. Dat is een overeenkomst van na 12 november 2020.

Eigendommen van bruikleengevers. Dat zijn spullen die door individuen die spullen in bruikleen hebben gegeven ten behoeve van de Voetbal Experience. Deze spullen zijn teruggegeven aan de bruikleengevers nadat Voetbal Experience was gesloten. Ik bedoel daarmee toen het museum in Roosendaal is gesloten. U houdt mij de inhoud van een krantenbericht van 14 januari 2022 voor. Daarin staat dat het museum in het Herstaco stadion in 2019 is gesloten. Dat kan kloppen, dus dan zijn de bruikleenspullen in 2019 teruggegeven.

De eigendommen van Voetbal Experience zelf, toen dat nog in Middelburg functioneerde en andere eigenaren had. Die spullen zijn nu van Musero. Ik weet dat daar een koopovereenkomst van is.

Voetbal Experience was een BV. (…) [voormalig eigenaar 1] en [voormalig eigenaar 2] waren voormalig eigenaren van Voetbal Experience B.V., ook wel VEX B.V.. Met hen had ik als bestuurder van Stichting Voetbal Totaal ook een overeenkomst gehad, in dezelfde zin als de overeenkomst die zij later met Musero hadden. De eigendommen van Stichting Voetbal Totaal werden bij de Voetbal Experience tentoon gesteld. De volledige naam van het museum was Nationaal Voetbalmuseum De Voetbal Experience. Voetbal Experience B.V. was de uitbater van het museum. Stichting Voetbal Totaal was dat niet. Toen het museum in Middelburg zat was Voetbal Experience B.V. van de heren [voormalig eigenaar 1] en [voormalig eigenaar 2] de uitbater. Toen het museum in Roosendaal zat was Musero de exploitant. Toen was Voetbal Experience B.V. inmiddels failliet. Voetbal Experience B.V. is op 27 november 2013 uitgeschreven uit het handelsregister. (…)

Musero heeft de eigendommen zoals vermeld onder categorie 3 uit de failliete boedel van Voetbal Experience B.V. gekocht. U houdt mij voor dat bij de stukken een koopovereenkomst tussen Voetbal Experience B.V. en Musero zit van 20 november 2013 en dat Voetbal Experience B.V. toen nog niet failliet was. Ik weet niet precies hoe dat zit, ik was er niet bij betrokken.

De categorie 3 spullen waren onder meer inventaris, zoals bijvoorbeeld vitrinekasten en dergelijke, en voetbalattributen zoals shirts, schoenen en dergelijke. De eigendommen in de drie categorieën waren onder meer voetbalattributen en om welke voetbalattributen het ging was nauwkeurig omschreven in de verschillende overeenkomsten.

Het Nationaal Voetbalmuseum, de Voetbal Experience was één entiteit. In de periode in Middelburg was Voetbal Experience B.V. de exploitant daarvan en in de periode in Roosendaal was Musero de exploitant.

Stichting Voetbal Totaal had als doel het bevorderen van de voetbal experience als attractie. Als bestuurder van die stichting zette ik mijn contacten in de voetbalwereld in. Ook werden de voetbalattributen van de stichting in het museum tentoongesteld. Er bestaat een samenwerkingsovereenkomst tussen Stichting Voetbal Totaal en Musero van 29 november 2013. Daarin is de samenwerking omschreven.

(…)

Een deel van de voetbal spullen is eigendom geworden van Musero want die heeft zij gekocht van Voetbal Experience B.V. in 2013. Ik heb die koopovereenkomst gezien. Ik weet niet meer wanneer dat was, maar dat was ruim voor de procedure bij de Rechtbank Zeeland-West Brabant.

De ophef in de media over de spullen die door [gedaagde 1] werden verkocht was in mei 2020. Ik heb hier een krantenartikel van 7 april 2020 en ook van 12 mei 2020. Ik werd in die periode gebeld omdat de drie heren, [verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 3] , claimden dat die spullen van hun waren. Ik heb toen meerdere malen uitgelegd dat dat niet zo was omdat hun spullen in het bezit waren van Stichting Voetbal Totaal. Dat was ook de aanleiding voor de ontslagprocedure bij de Rechtbank Zeeland-West Brabant.

Ik weet niets af van afspraken tussen Musero en [persoon] . Ik weet dat alleen uit de krant. De spullen die [gedaagde 1] verkocht voor Musero zijn niet van Stichting Voetbal Totaal. Dat weet ik zeker.

(…)

[getuige 2] heeft als getuige, voor zover van belang, het volgende verklaard:

Ik ken de heer [naam] . Hij was mijn werkgever. Ik heb voor Musero gewerkt. Dat was in 2020 denk ik. Het was zo lang het museum er was. Ik maakte het museum schoon. (…)

[persoon] heeft spullen bij het museum opgehaald, samen met zijn vriendin [vriendin] . Zij was er volgens mij in ieder geval twee keer bij. [persoon] heeft tweemaal met een paardentrailer en eenmaal met de Jeep spullen opgehaald bij het museum in Roosendaal. Dat was toen het museum stopte. Het waren heel veel spullen: veel boeken, shirtjes, ballen, schilderijen, vaantjes etc. Allemaal voetbalattributen. Ik heb dat samen met mijn man in dozen gedaan en meegeholpen om dat in de trailer te zetten. Het waren heel veel dozen. Ik heb ze niet geteld. Ongeveer een half jaar voordat [persoon] de spullen ophaalde hebben ook andere mensen spullen opgehaald bij het museum. Dat waren persoonlijke spullen. Het waren voetbalattributen die van hen persoonlijk waren. Daar zaten contracten bij van wie het was.

De spullen die [persoon] heeft meegenomen waren van [naam] . Daar waren documenten van. Dat zat allemaal in mappen. Wij wisten dus precies welke spullen naar wie moesten. Een deel van de spullen was van het voetbalmuseum en het andere was van voetbalexperience. (…)

Toen het voetbalmuseum dicht ging moest er iets gebeuren met al die voetbalspullen. Een deel was in bruikleen en dat is aan de betreffende personen teruggegeven. De rest was van [naam] en dat is naar [persoon] gegaan. Al die spullen stonden op lijsten. Ik kreeg die lijsten van [naam] en op basis daarvan heb ik de spullen ingepakt en verdeeld. (…) De spullen die naar [persoon] zijn gegaan waren allemaal van [naam] omdat die op de lijsten stonden. (…)

We zijn ook een keer bij [persoon] thuis geweest. Hij had ons uitgenodigd zodat wij konden zien waar alles stond. Mijn man, ik, [naam] en [persoon] waren aanwezig. [naam] zei toen tegen [persoon] 60% is voor mij en 40% voor jou. [persoon] was het daar mee eens. [persoon] ging die spullen voor [naam] verkopen. Dat is gezegd bij [persoon] thuis. (…) Van die 40 en 60% is ook een keer in het museum gezegd. (…)

Ik weet niet meer wanneer ik bij [persoon] thuis ben geweest. Het was in ieder geval nadat hij de spullen in Roosendaal had opgehaald. Ik heb [naam] horen zeggen 60% is voor mij en 40% voor jou. (…) Ik heb voor [naam] gewerkt zolang als het museum open was. (…) Het klopt dat ik een schriftelijke verklaring heb afgelegd (productie 22 van Musero). Deze verklaring is niet door mijzelf opgesteld. Ik heb deze van [naam] gekregen en ondertekend. (…)

[getuige 3] heeft als getuige, voor zover van belang, het volgende verklaard:

Ik ken de heer [naam] van het voetbalmuseum en het stadion. Toen [naam] met het voetbalmuseum begon kwam ook RBC weer terug in het stadion. Ik was vrijwilliger bij RBC. Ik ben niet werkzaam geweest bij [naam] . Mijn vrouw werkte bij hem.

(…)

Ik heb [persoon] voor het eerst gezien toen hij spullen kwam ophalen van het museum. Ik weet niet precies wanneer dat was. Het museum was toen al gestopt. Ik heb hem een paar keer gezien, zo’n 3, 4 of 5 keer. In ieder geval één keer bij hem thuis. (…) Hij heeft de spullen in een paar keer opgehaald in een paardentrailer. Dat was een hele bibliotheek, shirts, paspoppen en alles wat maar verkoopbaar was. Het waren allemaal voetbalattributen. Dat zat deels in dozen en een deel zoals de paspoppen, was los. Ik en mijn vrouw hebben die dozen ingepakt. Die spullen waren van [naam] . Toen het museum failliet ging, moesten de spullen weg. Er waren spullen van voetballers en die zijn naar die voetballers teruggegaan. Welke spullen dat waren stond op papier. (…) Dat kwam van het museum in Middelburg vandaan. De rest was van [naam] . Hij had dat gekocht. Dat stond op papier. Dat heb ik zelf gezien. Ik weet niet of dat op naam van [naam] of op naam van zijn bedrijf stond. (…) Al die spullen stonden beschreven op papier. Dat kwam ook uit Middelburg. De personen die het museum in Middelburg hadden hadden dat al op papier gezet.

Al die spullen van [naam] gingen mee met [persoon] om te verkopen. [persoon] zou dan 40% krijgen en [naam] de rest. Ik heb bij het gesprek gezeten toen dat werd afgesproken. Dat was bij het museum in het kantoortje. Bij dat gesprek waren aanwezig: [naam] , [persoon] , mijn vrouw en ik. Ik weet niet meer of de vriendin van [persoon] ook aanwezig was. Bij [persoon] thuis is niet over die 40% gesproken. [persoon] heeft toen laten zien waar alles bij hem thuis stond.

Bij de spullen die naar [persoon] zijn gegaan zaten geen spullen van Stichting Voetbal Totaal. Die waren al opgehaald door die meneer die hier vanmiddag in de Rechtbank zat. Ook de spullen van de voetballers waren toen al opgehaald.

(…)

De schriftelijke verklaring bij de stukken die ik heb ondertekend (productie 22 van Musero) heb ik niet getypt. (…) Het klopt wel wat er in die verklaring staat. (…)

[vriendin] heeft als getuige, voor zover van belang, het volgende verklaard:

Ik ben de partner geweest van [persoon] tot aan zijn overlijden. Ik ken de heer [naam] . Ik ken hem via [persoon] . (…)

Ik ken [naam] vanaf de eerste keer dat [persoon] en ik spullen kwamen ophalen bij het museum in Roosendaal. Ik ben twee keer meegeweest om de spullen op te halen. Ik was er niet bij toen [naam] en [getuige 3] en [getuige 2] bij [persoon] thuis in [woonplaats] zijn geweest. Wij woonden niet samen.

[persoon] en ik zijn de spullen komen ophalen omdat [naam] en [persoon] een afspraak hadden gemaakt dat [persoon] de spullen zou verkopen in consignatie. Ik weet dat omdat ik aanwezig was bij de gesprekken waarin dat is afgesproken. Er zou een regeling komen dat bij verkoop 60% van de opbrengst voor [naam] was en 40% voor [persoon] . Die gesprekken vonden plaats in Roosendaal. Bij de eerste keer ophalen is er over gesproken en de twee keer ook. (…)

Het ging om voetbalspullen van het museum. Dat was van alles en nog wat. Boeken, shirts, schoenen. Het zat gedeeltelijk in dozen. Een aantal voetbalshirts was ingelijst. Er waren wel 200 ingelijste voetbalshirts. Die zaten niet in dozen. Verder waren er wel minstens 80 dozen. (…)

Die spullen waren van de heer [naam] . Ik wist dat gewoon. Het stond niet ter discussie. Ik heb geen papieren gezien. [naam] gaf opdracht aan [persoon] om het te verkopen, dus ik neem aan dat het zijn spullen waren. Bij het inpakken heb ik geen lijsten of zo gezien.

[persoon] heeft de eerste paar maanden of het eerste jaar best veel spullen verkocht. Er werd ook afgerekend met [naam] in de verdeling 40/60. Dat heeft [persoon] aan mij verteld en hij had ook een overzichtje gemaakt van wat er was verkocht en wat er was overgemaakt aan de heer [naam] . Hij hield dat nauwgezet bij in zijn Ipad. Ik heb wel eens gezien dat hij dat aan het invullen was.

Er is wel discussie geweest over spullen die niet van het museum waren maar van anderen. Dat is toen uitgezocht en naar de rechtmatige eigenaar teruggegaan. Dat heb ik van [persoon] gehoord.

Als [persoon] iets had verkocht werd het of opgehaald of opgestuurd. De verkoop ging via Marktplaats. Ik heb geen idee hoeveel [persoon] met de verkoop heeft verdiend, maar het zijn tientjes geweest. In het begin ging het om meer geld en later ging het om tientjes.

(…)

Ik denk dat [persoon] drie of vier keer geld uit de verkoop naar [naam] heeft overgemaakt. Na het overlijden van [persoon] stonden er nog voetbalspullen in één slaapkamer en op de zolder. Op de slaapkamer stonden de dozen en op zolder voornamelijk losse spullen. Hij had een aantal dozen apart staan. Daar zaten de spullen in die actueel op Marktplaats stonden. Toen [persoon] was overleden waren alle ingelijste shirts al weg. Dat waren de meest gewilde spullen en die waren al verkocht. Naderhand was het tientjeswerk heb ik gezegd en dat ging om bijvoorbeeld sjaaltjes en boeken. Er waren ook nog vaantjes en daar werd best veel voor betaald.

(…)

Musero meent dat zij in de bewijslevering op beide punten is geslaagd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betogen dat Musero daarin niet is geslaagd. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] blijkt uit de getuigenverklaring van [vriendin] dat veel spullen, die op de overzichten bij de e-mails van 14 februari 2020 en 19 april 2020 waren vermeld en waarvan Musero afgifte vordert, al door [persoon] zijn verkocht en zijn afgerekend met Musero. Zij betogen verder dat uit de facturen van 31 mei 2021 en 14 oktober 2021 van Musero (zie onder 3.8 en 3.9 van het tussenvonnis van 17 september 2025) volgt dat [persoon] de (resterende) voetbalspullen heeft gekocht van Musero en dat deze dus geen eigendom zijn van Musero.

De rechtbank overweegt dat de getuigenverklaring van [getuige 1] veel van de onduidelijkheden (zie rov 5.12 van het tussenvonnis van 17 september 2025) heeft weggenomen. Uit die verklaring volgt dat het voetbalmuseum in Middelburg tot november 2013 werd geëxploiteerd door De Voetbal Experience B.V. en dat De Voetbal Experience B.V. haar activa, waaronder een groot aantal voetbalspullen, heeft verkocht aan Musero. Dat komt overeen met de door Musero overgelegde koopovereenkomst van 20 november 2013 (weergegeven onder 3.5 van het tussenvonnis van 17 september 2025). Musero heeft daarna het museum geëxploiteerd in het Herstaco stadion te Roosendaal. Dat volgt ook uit de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 november 2020 (weergegeven onder 5.10 van het tussenvonnis van 17 september 2025), waarbij [getuige 1] is ontslagen als bestuurder van de Stichting Voetbal Totaal. Niet in geschil is dat het voetbalmuseum in Roosendaal in 2019 is gesloten.

Uit de getuigenverklaring van [getuige 1] volgt dat er in het museum drie categorieën eigendommen werden tentoongesteld, te weten (i) eigendommen van de Stichting Voetbal Totaal, (ii) eigendommen van bruikleengevers en (iii) de eigendommen van Voetbal Experience, die zijn overgedragen aan Musero. [getuige 1] heeft verklaard dat de eigendommen bedoeld onder (i) na voormelde beschikking van 12 november 2020 zijn teruggegeven aan Stichting Voetbal Totaal en dat de eigendommen bedoeld onder (ii) na het sluiten van het museum in Roosendaal in 2019 zijn teruggegeven aan de bruikleengevers. Dat volgt ook uit de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] .

Uit de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] volgt verder dat de resterende voetbalspullen, die eigendom waren van Musero (categorie iii), na het sluiten van het museum in Roosendaal zijn opgehaald door [persoon] en dat hij die spullen voor Musero zou verkopen, waarbij 60% van de verkoopopbrengst voor Musero zou zijn en 40% voor [persoon] . Die verklaringen worden ondersteund door de verklaring van [vriendin] . Uit de e-mailberichten van 14 februari 2020 en 19 april 2020 volgt dat het ging om de eerste en tweede levering van voetbalspullen aan [persoon] .

Een en ander is ook niet langer betwist door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het voorgaande is komen vast te staan dat de voetbalspullen, die [persoon] in 2020 in Roosendaal heeft opgehaald en die vermeld zijn op de overzichten bij de e-mails van 14 februari 2020 en 19 april 2020 (productie 6 bij dagvaarding), toen eigendom waren van Musero en dat [persoon] deze voor Musero zou verkopen, waarna de verkoopopbrengst in de verhouding 60-40 zou toekomen aan Musero, respectievelijk [persoon] . In zoverre is Musero in de bewijslevering geslaagd.

Uit de getuigenverklaring van [vriendin] volgt echter dat [persoon] de eerste paar maanden/het eerste jaar na het ophalen van de spullen reeds veel spullen heeft verkocht en heeft afgerekend met Musero. Daaruit volgt tevens dat [persoon] voor zijn overlijden “de meest gewilde spullen”, waaronder de ingelijste voetbalshirts, reeds had verkocht. Daaruit kan worden afgeleid, zoals [gedaagde 1] en [gedaagde 2] terecht aanvoeren, dat in ieder geval een deel van de voetbalspullen die zijn vermeld op de overzichten bij de e-mails van 14 februari 2020 en 19 april 2020 (productie 6 bij dagvaarding) reeds zijn verkocht door [persoon] en ook zijn afgerekend met Musero. Dat deel van de voetbalspullen kan [gedaagde 1] dan ook niet afgeven aan Musero.

Musero heeft, behoudens voormelde overzichten, geen verdere specificatie gegeven van de voetbalspullen waarvan zij afgifte vordert. De door Musero aan [persoon] ( [persoon] ) gezonden facturen van 31 mei 2021 en 14 oktober 2021 (zie onder 3.8 en 3.9 van het tussenvonnis van 17 september 2025) zien op “een partij geleverde voetbalobjecten”. Uit die facturen kan niet zonder meer worden afgeleid dat dit de afrekeningen zijn van de door Musero aan [persoon] in consignatie gegeven voetbalspullen, zoals Musero stelt. Niet uitgesloten is dat deze facturen zien op de verkoop van de resterende voetbalspullen aan [persoon] , zoals [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betogen.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] baseren hun standpunt dat [persoon] de resterende voetbalspullen van Musero heeft gekocht en dat hij daarvan eigenaar was op de tekst van de facturen van 31 mei 2021 en 14 oktober 2021, omdat daarop is vermeld: “overeengekomen totaalprijs” en op de getuigenverklaring van [vriendin] : “Toen [persoon] was overleden waren alle ingelijste shirts al weg. Dat waren de meest gewilde spullen en die waren al verkocht. Naderhand was het tientjeswerk heb ik gezegd en dat ging om bijvoorbeeld sjaaltjes en boeken. Er waren ook nog vaantjes en daar werd best veel voor betaald.”.

De rechtbank overweegt het volgende.

Uit de getuigenverklaring van [vriendin] volgt dat [persoon] in het eerste jaar na het ophalen van de spullen reeds veel daarvan had verkocht en afgerekend met Musero. Voormelde facturen dateren van ongeveer één jaar, respectievelijk anderhalf jaar na de laatste levering in april 2020. Het is dus goed mogelijk dat die facturen zien op de afrekening van de aan [persoon] in consignatie geleverde voetbalspullen, die in het eerste jaar door hem zijn verkocht. De op de facturen vermelde tekst kan immers zien zowel op de levering van de voetbalspullen in consignatie als op een levering van de voetbalspullen uit hoofde van verkoop. Uit de getuigenverklaring van [vriendin] dat het na verkoop van de meest gewilde voetbalspullen in het eerste jaar ging om ‘tientjeswerk’, volgt niet zonder meer dat voormelde facturen zagen op de verkoop aan [persoon] van het restant van de voetbalspullen. Het totaalbedrag van die facturen is € 6.201,50 en zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is dat geen ‘tientjeswerk’, nog daargelaten dat [vriendin] niet heeft verklaard dat [persoon] het restant van de spullen van Musero heeft gekocht. Met haar verklaring lijkt zij juist te willen zeggen dat [persoon] met de verkoop in consignatie in het eerste jaar best aardig heeft verdiend, maar dat het daarna tientjeswerk werd. Het WhatsAppbericht van 21 augustus 2023 van Musero aan [persoon] (productie 24 van Musero) is daarentegen een duidelijke aanwijzing dat op dat moment de consignatieovereenkomst tussen Musero en [persoon] nog niet was geëindigd. Daarin staat immers: “Hoi [persoon] . Ik hoor niets meer van je. Nog verkoopactiviteiten? Of de spullen vervoeren naar Breda en dan heb ik wel iemand om het van je over te nemen. Ik hoor graag van je. Groetjes, [naam] [ [naam] , toevoeging rb]”. Daaruit kan worden afgeleid dat in de optiek van Musero de consignatieovereenkomst toen, kort voor het overlijden van [persoon] , nog liep en het ligt niet voor de hand dat Musero dit bericht aan [persoon] zou sturen indien het restant van de voetbalspullen door haar daadwerkelijk in 2021 reeds aan hem zou zijn verkocht.

De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat Musero voorshands voldoende heeft bewezen dat de thans nog in de nalatenschap van [persoon] aanwezige voetbalspullen eigendom zijn gebleven van Musero en dat [persoon] deze spullen onder zich had uit hoofde van de consignatieovereenkomst met Musero, behoudens door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te leveren tegenbewijs.

De rechtbank zal [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de gelegenheid stellen dit tegenbewijs te leveren.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

stelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de gelegenheid tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen geachte stelling van Musero dat de thans nog in de nalatenschap van [persoon] aanwezige voetbalspullen eigendom zijn gebleven van Musero en dat [persoon] deze spullen onder zich had uit hoofde van de consignatieovereenkomst met Musero,

bepaalt dat, voor zover [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dit bewijs door middel van getuigen willen leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. S.J. Peerdeman in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 12 augustus 2026 voor het opgeven door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de dinsdagen en donderdagen in de maanden januari tot en met maart 2027, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

verwijst voor het geval [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op die roldatum hebben medegedeeld geen getuigenbewijs te willen leveren of geen getuigen of verhinderdata hebben opgegeven de zaak naar de achtste rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor vonnis of, maar alleen indien [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarom op de onder 3.3 bedoelde roldatum hebben verzocht, naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] , waarbij zij desgewenst ook het bewijs schriftelijk kunnen leveren,

bepaalt voorts dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.

592

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0403 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0403
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand