RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12268987 \ VV EXPL 26-80
Vonnis in kort geding van 8 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. P.J.A. De Jong,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 juni 2026 met producties 1 tot en met 11.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. [eiser], samen met zijn gemachtigde, en [gedaagde] waren hierbij aanwezig. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.
2. De feiten
[eiser] huurt sinds 1 maart 2018 van [gedaagde] de zelfstandige woonruimte aan de [adres] in Tiel (hierna: het gehuurde). [eiser] heeft gedurende de huurperiode de huurprijs niet altijd (volledig) voldaan, waardoor een huurachterstand is ontstaan.
Op 31 maart 2026 heeft [gedaagde] de deur van het gehuurde geforceerd en tevens de sloten vervangen. Dit was naar aanleiding van een melding van de benedenbuurvrouw van [eiser] dat er een lekkage was vanuit het gehuurde. [gedaagde] heeft op 31 maart 2026 (21.06 uur) per e-mail het volgende bericht aan [eiser] toegezonden:
“Beste heer [eiser], er is vanavond een lekkage in de [adres] geconstateerd, helaas was u niet thuis, dus hebben wij de deur moeten forceren. Hierdoor hebben wij het water en de stroom afgesloten. Er is een ander slot in de deur gezet, daar wij deze moesten uitboren om binnen te komen.
Ik heb direct ook maar de meterstanden opgenomen.
Wij gaan ervoor zorgdragen dat er eerst voor een veilige situatie wordt gezorgd. Ik ga dit morgen uitzetten bij een installatie bedrijf en hou u op de hoogte wanneer dit uitgevoerd kan worden Omdat er een behoorlijke achterstand in de huur is, graag deze eerst voldoen, zoals u al meer dan 2 jaargeleden al heeft belooft.”
Na 31 maart 2026 heeft [eiser] geen toegang meer gekregen tot het gehuurde.
Per e-mail van 3 april 2026 meldt [gedaagde] dat er een probleem zit in de afvoer van het gehuurde en dat voor reparatie het gehuurde geheel leeg moet zijn. Op 8 april 2026 zal [gedaagde] starten met werkzaamheden van drie tot zes dagen en heeft [eiser] verzocht om met hem in contact te treden voor het leegmaken van de woning.
Op 3 juni 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] gesommeerd om hem toegang tot het gehuurde te verschaffen. [gedaagde] reageert per e-mail van 5 juni 2026, maar verleent geen toegang tot het gehuurde.
3. Het geschil
[eiser] vordert samengevat, dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis:
[gedaagde] veroordeelt tot het verlenen van toegang tot het gehuurde, binnen twee dagen na het vonnis, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [gedaagde] verzuimt om aan de veroordeling te voldoen,
[gedaagde] veroordeelt tot het terug plaatsen van de eigendommen van [eiser] in het gehuurde, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [gedaagde] verzuimt om aan de veroordeling te voldoen,
[gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald.
[eiser] legt aan zijn vorderingen (samengevat) ten grondslag dat [gedaagde] hem sinds 31 maart 2026 onrechtmatig de toegang tot het gehuurde heeft ontzegd en zijn persoonlijke eigendommen uit het gehuurde heeft verplaatst naar een externe locatie waartoe [eiser] geen toegang heeft. [gedaagde] schiet hiermee te kort in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en van artikel 7:203 BW volgens [eiser].
[gedaagde] voert aan dat er op 31 maart 2026 een lekkage is ontstaan in het gehuurde en dat hierbij de deur geforceerd moest worden omdat [eiser] niet thuis was. De sloten van de deur zijn toen ook vervangen. Omdat de gehele vloer hersteld moest worden heeft [gedaagde] het gehuurde leeggehaald en de persoonlijke eigendommen van [eiser] ergens anders opgeslagen. Verder voert [gedaagde] aan dat er sprake is van een forse huurachterstand en wil hij eerst betaald worden voordat [eiser] weer toegang krijgt tot het gehuurde. Tot slot was er volgens [gedaagde] geen contact meer mogelijk met [eiser] na 31 maart 2026 en heeft hij hierin gedaan wat hij kon doen. Sinds enkele weken is het gehuurde aan een andere persoon verhuurd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Spoedeisend belang
Het spoedeisend belang van de vorderingen vloeit voort uit de stellingen van [eiser].
Toegang gehuurde
Ter zitting hebben beide partijen verklaard dat de huurovereenkomst tussen hen niet is geëindigd. Hierdoor heeft [gedaagde] als verhuurder de kernverplichting om het gehuurde aan [eiser] ter beschikking te stellen. [gedaagde] heeft op 31 maart 2026 zonder toestemming, zonder voorafgaande aankondiging en zonder rechterlijke titel zich toegang tot het gehuurde verschaft, de sloten vervangen en [eiser] toegang tot het gehuurde geweigerd. Dit levert eigenrichting op en dat is onder geen enkele omstandigheid geoorloofd of toegestaan. Door dit wel te doen heeft [gedaagde] in strijd gehandeld met zijn verplichting uit hoofde van de huurovereenkomst om het gehuurde ter beschikking te stellen aan [eiser]. Het verweer van [gedaagde] dat geen contact mogelijk was met [eiser] vanaf 31 maart 2026 en dat sprake is van een forse huurachterstand, doet hier niets aan af. Beide omstandigheden verschaffen [gedaagde] namelijk geen geldige reden om niet langer aan zijn kernverplichtingen uit de huurovereenkomst te voldoen. Het heeft er meer schijn van dat [gedaagde] op deze wijze [eiser] heeft willen buitensluiten, zodat [gedaagde] het gehuurde aan een ander persoon ter beschikking kon stellen. Hiertoe is [gedaagde] recent ook overgegaan, ondanks de sommatie van de gemachtigde van [eiser].
De kantonrechter zal de vordering van [eiser] tot veroordeling van [gedaagde] om toegang te verschaffen tot het gehuurde daarom toewijzen. Hoewel [eiser] een dwangsom van € 250,00 per dag heeft gevorderd, ziet de kantonrechter aanleiding om de hoogte van de dwangsom vast te stellen op € 750,00 per dag. Het ontnemen van de toegang tot het gehuurde heeft voor [eiser] immers verstrekkende gevolgen omdat het gehuurde zijn woonruimte betreft. De kantonrechter acht een bedrag gelijk aan een maand kale huur een effectieve prikkel voor [gedaagde] om aan de veroordeling te voldoen. De dwangsom zal worden gemaximeerd op de wijze zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
Eigendommen [eiser]
Het staat tussen partijen vast dat [gedaagde] de persoonlijke eigendommen van [eiser] op een externe locatie heeft opgeslagen. Hiermee maakt [gedaagde] direct inbreuk op het eigendomsrecht van [eiser]. Het verweer van [gedaagde] dat hij de spullen heeft moeten verplaatsen in verband met werkzaamheden voor de lekkage, doet hier niet aan af. Er was immers géén toestemming van [eiser] hiervoor en het verklaart ook niet waarom [gedaagde] de eigendommen na afloop van de werkzaamheden niet weer in het gehuurde heeft geplaatst. De kantonrechter zal de vordering tot veroordeling van [gedaagde] om de eigendommen weer in het gehuurde te plaatsen dan ook toewijzen. Ook zal de voorzieningenrechter de gevorderde dwangsom van € 250,00 per dag toewijzen. Ook deze dwangsom zal worden gemaximeerd op de wijze zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
De proceskosten
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
93,00
- salaris gemachtigde
€
577,00
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
814,00
De door [eiser] gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen op de in de beslissing genoemde wijze.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
5. De beslissing
De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde] om [eiser] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis toegang te verschaffen en te blijven verschaffen tot het gehuurde, te weten de zelfstandige ruimte staande en gelegen aan de [adres] in Tiel, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 750,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00,
veroordeelt [gedaagde] om de persoonlijke eigendommen van [eiser] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis terug te plaatsen in het gehuurde, te weten de zelfstandige ruimte staande en gelegen aan de [adres] in Tiel, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 15.000,00,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 814,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] in betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten genoemd onder rechtsoverweging 5.3. als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan [eiser] zijn voldaan,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffer.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
68348 51588