uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 31 juli 2026
in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [vestigingsplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Zaltbommel, de heffingsambtenaar.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 april 2024.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende met dagtekening 24 augustus 2023 een aanslag in de leges (de aanslag) opgelegd van € 24.269,44.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. De heffingsambtenaar heeft de aanslag ambtshalve verminderd tot € 17.446,08.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en [persoon 1] en namens de heffingsambtenaar [persoon 2] .
Feiten
1. Namens belanghebbende is op 2 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning (de vergunningsaanvraag) in verband met de herbouw van een loods na brand. In het aanvraagformulier is onder ‘6 Akkoordverklaring’ het vakje ‘Akkoordverklaring’ aangevinkt waarbij de volgende tekst staat vermeld:
“Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag/melding naar waarheid heb ingevuld, dat ik correspondentie over mijn aanvraag/melding wil ontvangen op het door mij opgegeven
e-mailadres of op het door mij opgegeven adres van de berichtenbox en dat ik weet dat er kosten verbonden kunnen zijn aan het indienen van een aanvraag.”
2. Het in het aanvraagformulier opgegeven e-mailadres van de aanvrager is [emailadres 1] .
3. Met dagtekening 17 augustus 2023 is de vergunning verleend.
4. De heffingsambtenaar heeft op 24 augustus 2023 de aanslag per e-mail verstuurd aan [emailadres 2] .
5. Belanghebbende heeft op 8 december 2023 per e-mail bezwaar gemaakt tegen de aanslag.
6. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat zou zijn ingediend. De heffingsambtenaar heeft de aanslag ambtshalve verminderd en is daarbij uitgegaan van de door belanghebbende aangeleverde raming van de bouwkosten van € 398.016,06.
Beoordeling door de rechtbank
7. De rechtbank beoordeelt of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en zo niet, of het na vermindering vastgestelde bedrag van de leges niet te hoog is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
8. De rechtbank is van oordeel dat het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk is verklaard, maar dat het na vermindering vastgestelde bedrag van de leges niet te hoog is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard?
9. Belanghebbende voert aan dat de aanslag in de spambox was gekomen en daardoor pas op 21 november 2023 werd gezien.
10. De heffingsambtenaar is van mening dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat de aanslag is verzonden naar een e-mailadres van belanghebbende dat in de gegevens van de Kamer van Koophandel (KvK) is opgenomen. Dat deze mail met de bijlage in de spambox is beland komt voor risico van belanghebbende, aldus de heffingsambtenaar.
11. De rechtbank overweegt als volgt. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die van dagtekening van het aanslagbiljet, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van bekendmaking. De bekendmaking van de legesaanslag geschiedt door toezending of uitreiking. Toezending kan elektronisch plaatsvinden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. De enkele bekendheid bij het bestuursorgaan van een e-mailadres is hiervoor niet zonder meer voldoende.
12. De rechtbank is van oordeel dat de legesaanslag in dit geval niet op de juiste wijze is bekendgemaakt. De enkele vermelding van een e-mailadres in de KvK-registers betekent niet dat belanghebbende daarmee te kennen heeft gegeven voor de gemeentelijke heffingen bereikbaar te zijn op dat e-mailadres. Belanghebbende heeft wel bij de vergunningsaanvraag een e-mailadres vermeld en verklaard op dat e-mailadres correspondentie te willen ontvangen. Nog daargelaten de vraag of deze akkoordverklaring tegenover het bestuursorgaan dat belast is met de behandeling van de vergunningsaanvraag ook heeft te gelden tegenover het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de heffing, staat in de vergunningsaanvraag echter een ander e-mailadres vermeld dan door de heffingsambtenaar is gebruikt voor toezending van de aanslag.
13. Hoewel de legesaanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, is aan de strekking van de regels over bekendmaking van besluiten toch voldaan als de belanghebbende later bekend wordt met het aanslagbiljet of een afschrift daarvan. In dat geval vangt de bezwaartermijn van zes weken aan op de dag dat belanghebbende de legesaanslag of een afschrift daarvan onder ogen heeft gekregen.
14. Belanghebbende heeft gesteld dat hij de legesaanslag op 21 november 2023 heeft ontvangen. Daarvan uitgaande is de termijn voor het instellen van bezwaar aangevangen op 21 november 2023 en geëindigd op 2 januari 2024. Het bezwaar is op 8 december 2023 door de heffingsambtenaar ontvangen en is dus tijdig ingediend.
15. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is in zoverre dus gegrond en de uitspraak op bezwaar moet dan ook worden vernietigd. De rechtbank beschikt over voldoende feiten om een beslissing te kunnen nemen en zal daarom met het oog op finale geschilbeslechting zelf in de zaak voorzien. Partijen hebben daarmee ter zitting ook ingestemd.
Is het na vermindering vastgestelde bedrag van de leges niet te hoog?
16. Belanghebbende voert aan dat het heel onrechtvaardig voelt om de leges te moeten betalen. De vergunningsaanvraag is gedaan nadat de loods is afgebrand als gevolg van een brand die bij de buren begon. Belanghebbende is in verband met geloofsovertuiging niet verzekerd en heeft enorme schade geleden. Volgens belanghebbende vereist goed bestuur dat niet alleen de letter van de wet wordt gevolgd, maar dat ook wordt gekeken naar de mens erachter en dat rekening wordt gehouden met bijzondere situaties. Belanghebbende verzoekt om de legesaanslag kwijt te schelden vanwege de schrijnende situatie.
17. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de omstandigheden waaronder een vergunning wordt aangevraagd, zoals in dit geval een calamiteit, geen criterium zijn bij het vaststellen van (de hoogte van) de leges. De heffingsambtenaar heeft desondanks wel degelijk rekening gehouden met de omstandigheden en de legesaanslag uit coulance verlaagd.
18. De rechtbank overweegt als volgt. Leges worden geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De aanvrager van deze diensten is belastingplichtig. De hoogte van de leges wordt bepaald aan de hand van de maatstaven en tarieven zoals opgenomen in de bij de legesverordening behorende tarieventabel. Het tarief is in de tarieventabel afhankelijk gesteld van de hoogte van de bouwkosten. Volgens paragraaf 2.1.1.2 van de tarieventabel wordt bij het bepalen van de hoogte van de bouwkosten uitgegaan van normkosten, zoals die staan vermeld in het overzicht (ROEB-lijst) dat bij de tarieventabel als bijlage is opgenomen.
19. Uit de stukken volgt dat de heffingsambtenaar de bouwkosten in eerste instantie heeft bepaald op basis van de ROEB-lijst. Na bezwaar heeft de heffingsambtenaar de zaak opnieuw bekeken en is toen uitgegaan van de raming van de bouwkosten volgens de opgave van belanghebbende. Belanghebbende heeft op de zitting bevestigd dat die raming juist is. Ook overigens heeft belanghebbende de juistheid van de legesberekening niet betwist.
20. De rechtbank is van oordeel dat de legesaanslag niet te hoog is vastgesteld. Bij het vaststellen van de grondslag voor het berekenen van de leges mocht de heffingsambtenaar op grond van de legesverordening uitgaan van de bedragen zoals opgenomen in de ROEB-lijst. De heffingsambtenaar heeft desondanks uit coulance en in het voordeel van belanghebbende de raming van de bouwkosten van belanghebbende als uitgangspunt genomen, hoewel de legesverordening die ruimte in feite niet geeft. De rechtbank ziet in wat belanghebbende heeft aangevoerd geen aanleiding om de legesaanslag verder te verlagen. Op grond van de legesverordening kan ook geen kwijtschelding worden verleend.
21. Voor zover belanghebbende heeft bedoeld te stellen dat toepassing van de legesverordening in zijn geval onevenredig uitpakt en dus in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, is de rechtbank van oordeel dat dit betoog niet kan slagen. Beoordeeld moet worden of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de voor belanghebbenden nadelige gevolgen van het gebonden besluit zozeer onevenredig zijn, dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift (lees: de legesverordening) in dit geval achterwege moet blijven. De rechtbank is van oordeel dat de gevolgen voor belanghebbende niet onevenredig zijn in verhouding tot de aard en het gewicht van de met de legesverordening te dienen belangen.
22. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaren.
Conclusie en gevolgen
23. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug. Er is niet gebleken dat kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verklaart het bezwaar ongegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 371 aan belanghebbende te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongsma-van Helden, griffier.
Uitgesproken op 31 juli 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.