ECLI:NL:RBGEL:2026:6354

ECLI:NL:RBGEL:2026:6354

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 10-08-2026
Zaaknummer ARN 24/3532
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

13b Opiumwet, sluiting bedrijfspand voor de duur van 12 maanden, verhuurder niet voldaan aan controleverplichtingen, geen verminderde verwijtbaarheid, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers

de burgemeester van de gemeente Beuningen, de burgemeester

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/3532

(gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen),

en

(gemachtigden: mr. M.N. van Delft, mr. E.M. Buitenhek en mr. B.B.T. Samaké).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

1. Deze uitspraak gaat over de gedwongen sluiting van de bedrijfsruimte van eisers op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Eisers zijn het niet eens met de sluiting. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester het pand gedwongen heeft mogen sluiten.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester het pand van eisers gedurende 12 maanden heeft mogen sluiten. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Eisers krijgen wel een schadevergoeding vanwege het overschrijden van de redelijke termijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 14 januari 2024 heeft de burgemeester aan eisers een last onder bestuursdwang opgelegd om het pand aan de [adres] in [plaats] te sluiten en gesloten te houden voor de duur van 12 maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet.

Eisers hebben bezwaar gemaakt.

Bij e-mailbericht van 24 mei 2025 hebben eisers de burgemeester in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de manager Informatie & Bedrijfsvoering op de ingebrekestelling gereageerd.

Met het bestreden besluit van eveneens 30 mei 2024 op het bezwaar van eisers heeft de burgemeester het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eisers hebben in beroep verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Gelet op dit verzoek is de Staat der Nederlanden aangemerkt als derde-belanghebbende.

De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en de gemachtigden van de burgemeester. De Staat heeft afgezien van het voeren van verweer.

Totstandkoming van het besluit

3. Eisers zijn eigenaar van het pand aan de [adres] te [plaats] en verhuurden het aan een autobedrijf, [bedrijf] . De politie heeft op 19 september 2023 het betreffende pand doorzocht in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek inzake de handel in verdovende middelen. Aldaar is in een gesloten auto in de showroom van [bedrijf] 10 kilo hennep, 2,5 kilo cocaïne en meer dan 1 kilo heroïne aangetroffen. De drugs werden aangetroffen in een koffer en een sporttas die in de kofferbak van de afgesloten auto lagen. De politie heeft over de doorzoeking en de drugsvondst een tweetal bestuurlijke rapportages opgesteld. Volgens de burgemeester is met deze vondst sprake van een schending van artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. De aangetroffen hoeveelheid drugs is volgens de burgemeester zodanig groot dat ervan moet worden uitgegaan dat deze voor de handel bestemd is. Daarom heeft de burgemeester artikel 13b van de Opiumwet toegepast en het bedrijfspand – onder verwijzing naar het geldende beleid – vanaf 30 januari 2024 voor de duur van twaalf maanden gesloten. De burgemeester handhaaft de sluiting en de duur van de sluiting in het bestreden besluit.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

4. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eisers nog procesbelang hebben bij hun beroep. Eisers zijn eigenaar van het pand en zij verhuurden dat op het moment van de sluiting aan [bedrijf] . De periode van de sluiting van het pand is inmiddels voorbij, maar eisers stellen dat zij door de sluiting schade hebben geleden. De rechtbank vindt dat voorstelbaar, omdat eisers het pand tijdens de sluiting niet (aan een ander) konden verhuren en zo huurinkomsten hebben misgelopen. Dit betekent dat eisers nog altijd procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep.

Welke gronden behandelt de rechtbank?

5. Eisers verwijzen naar alle gronden die zij in de bezwaarfase hebben aangevoerd en zeggen dat die ook in de beroepsfase worden aangevoerd. In de beslissing op bezwaar van 30 mei 2024 is ingegaan op de bezwaargronden van eisers. Het is dan vervolgens aan eisers om in beroep concreet aan te geven wat er aan dat besluit niet goed is. De rechtbank gaat daarom alleen in op wat eisers concreet in beroep hebben aangevoerd.

Was de burgemeester bevoegd het pand te sluiten?

6. De rechtbank stelt voorop dat de burgemeester bevoegd was om het pand te sluiten, omdat daarin meer dan een gebruikershoeveelheid verdovende middelen (drugs) is aangetroffen. De burgemeester vermeldt dat de politie op 19 september 2023 het pand doorzocht in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar drugshandel. In het pand was op dat moment de showroom van [bedrijf] . Daar is 10 kilo hennep, 2,5 kilo cocaïne en meer dan 1 kilo heroïne aangetroffen. De drugs werden aangetroffen in een koffer en een sporttas die in de kofferbak van een afgesloten auto lagen. Dit is zonder enige twijfel meer dan een gebruikershoeveelheid drugs.

De drugsvondst wordt door eisers niet bestreden. Toch vinden zij dat de burgemeester het pand niet mocht sluiten, omdat zij niets met de drugs te maken hebben. Maar anders dan eisers hebben aangevoerd, is voor de bevoegdheid tot sluiting van een pand niet bepalend of zij zelf de overtreder zijn. Een beslissing op grond van artikel 13b van de Opiumwet is gericht op het pand en niet op een persoon of personen. Dat aan eisers geen strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt doet dus geen afbreuk aan de bevoegdheid van de burgemeester om het pand te sluiten.

Is de sluiting van het pand gedurende 12 maanden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig?

7. De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de sluiting geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. De discussie tussen eisers en de burgemeester gaat er in dit verband om of eisers voldoende invulling aan hun (controle)verplichtingen hebben gedaan die zij als verhuurder hebben.

8. De rechtbank is van oordeel dat de sluiting voor de duur van 12 maanden niet alleen geschikt en noodzakelijk, maar ook evenwichtig was. De rechtbank legt haar oordeel hieronder uit.

De rechtbank vindt dat eisers ernstig tekort zijn geschoten in hun (controle)verplichtingen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat eigenaren concreet toezicht moeten houden op het gebruik van een pand dat zij verhuren. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Het betreft hier een inspanningsverplichting, en geen resultaatsverplichting. Eiseres heeft aangegeven maandelijks bij het pand aanwezig te zijn geweest om de huurpenningen op te halen, dan wel om koffie te drinken met haar zoon die in de buurt woont. Eisers hebben niet doelgericht gecontroleerd op het gebruik van het pand. Het betoog van eisers dat de drugs in een afgesloten kofferbak zaten en dat eisers die drugs dus nooit hadden kunnen vinden, doet daarom niet zonder meer af aan de terechte tegenwerping van de burgemeester, dat van gerichte controles geen sprake is geweest.

Daar komt nog bij dat eisers ook een aantal andere redelijke maatregelen voor het tegengaan van drugscriminaliteit in het pand niet hebben getroffen. Voor het aangaan van de huurovereenkomst kan de verhuurder voldoende zekerstellen met een goed huurder te maken te hebben, bijvoorbeeld door het opvragen van informatie over zijn (legale) inkomen en huurverleden. Eiseres heeft ter zitting aangegeven dat niet te hebben gedaan, omdat de huurders een moeder en zoon betroffen en omdat het bedrijf pas recent was geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. Dat laatste vindt de rechtbank juist reden om door te vragen over waar deze startende onderneming het geld voor het betalen van de huur vandaan haalde. Verder kan in de huurovereenkomst worden opgenomen dat het verboden is om drugs en wapens in het gehuurde pand aanwezig te hebben. Ook hadden eisers in deze huurovereenkomst een controlemogelijkheid kunnen opnemen die periodiek toegang tot het pand mogelijk maakte. Dit alles is niet gebeurd. Eisers zijn als eigenaars en daarmee verhuurders van het pand in een positie om deze voorwaarden in het huurcontact op te nemen en kunnen ook besluiten van verhuur af te zien als een huurder daarmee weigert in te stemmen. Niet is gebleken dat het opnemen van een periodieke controlemogelijkheid in een huurovereenkomst voor een bedrijfspand civielrechtelijk niet mogelijk zou zijn. Eisers hebben dit betoog niet juridisch onderbouwd. Ook heeft eiseres aangegeven de huurpenningen altijd contant te hebben ontvangen. Zij heeft daarover ter zitting aangegeven dat te doen, omdat zij dan zelf kan beslissen naar welke bank het geld zal worden overgemaakt. Hoewel het eiseres inderdaad vrijstaat om huurpenningen contant te innen, brengt dat wel het risico met zich dat mensen met kwade bedoelingen zich minder snel zullen laten afschrikken tot het huren van het pand. Dit omdat het geld waarmee de huur wordt betaald in dit geval niet traceerbaar is. En dat risico heeft zich in dit geval ook verwezenlijkt.

Verder blijkt uit het dossier dat eisers op de hoogte waren van 4 of 5 controles van het pand door BOA’s en de politie. Uit het zienswijzegesprek volgt dat eiseres zelf voor de politie de deur opendeed, maar dat er toen niets werd gevonden. Het argument dat eisers niet op de hoogte hadden (kunnen) zijn van alle meldingen die de burgmeester van de politie kreeg, gaat daarom niet op. Verder heeft eiseres tegenover de politie aangegeven dat het haar opviel dat er weinig auto’s werden verkocht en heeft zij op zitting aangegeven zich bewust te zijn geweest van drugsvondsten in het dorp. In samenhang bezien vormen deze omstandigheden een reden om aan het gebruik van het pand te twijfelen. Van eisers mag onder die omstandigheden worden verwacht dat zij actie zouden hebben ondernomen, bijvoorbeeld door daadwerkelijk te gaan controleren en hun zorgen met de politie te delen.

De rechtbank is in geval van eisers geen verdere verzachtende omstandigheden gebleken die kunnen maken dat de sluiting onevenredig is. De omstandigheid dat aan eisers geen strafrechtelijk verwijt valt te maken is niet zo’n omstandigheid, omdat de sluiting is gericht op het pand en niet op eisers als eigenaren.

Wat de sluitingsduur van 12 maanden betreft, heeft de burgemeester verwezen naar haar beleidsregel die zij voor gevallen als deze heeft. De rechtbank vindt de duur van die sluiting zondermeer passend, gelet op de hoeveelheid drugs die is aangetroffen en het niet invullen van de (controle)verplichtingen door eisers die zij als verhuurder hebben. De rechtbank ziet met inachtneming van het hiervoor overwogene geen redenen waarom de burgemeester in dit geval zou moeten afwijken van haar beleid op grond van bijzondere omstandigheden. Eisers hebben op de zitting nog gezegd dat er door de drugsvondst en sluiting van het pand veel over hen in het dorp wordt geroddeld. Er wordt dan gezegd dat zij zelf ook bij drugshandel zouden zijn betrokken. Eiseres heeft op de zitting duidelijk uitgelegd dat zij hier veel moeite mee heeft en de rechtbank begrijpt dat ook. Tegelijkertijd is negatieve publiciteit – ook in deze vorm – iets wat regelmatig voorkomt bij dit soort zaken en daarmee dus geen bijzondere omstandigheid. De rechtbank vindt het ook geen bijzondere omstandigheid dat eisers de huurovereenkomst zo spoedig mogelijk hebben beëindigd na de drugsvondst. Het ontbinden van de huurovereenkomst na een drugsvondst van de in overweging 6. genoemde omvang is vanzelfsprekend en mag van elke huurder worden verwacht.

Was de ingebrekestelling van eisers prematuur?

9. Eisers betogen dat de beslistermijn tijdens bezwaar nooit juist is verdaagd en dat de burgemeester daarom ten onrechte nooit heeft beslist op het beroep wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.

Het betoog slaagt niet. In de brief van 30 mei 2024 van de manager informatie & bedrijfsvoering van de gemeente Beuningen wordt gereageerd op de ingebrekestelling van eisers. Daarin staat dat de ingebrekestelling te vroeg is gedaan, omdat de beslistermijn liep tot en met 1 juli 2024. Dit is volgens vaste rechtspraak een besluit (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) waartegen eisers bezwaar konden maken. Het besluit is onbevoegd genomen, omdat daarin niet staat dat het door of namens de burgemeester is genomen. Maar ook een onbevoegd genomen besluit is een besluit. Onder het besluit staat niet bij wie en binnen welke termijn er bezwaar tegen dat besluit mogelijk was, maar ook dat maakt niet dat geen sprake is van een besluit. Alles samenvattend is begrijpelijk dat eisers niet hebben onderkend dat sprake was van een besluit, ondanks dat zij door een professionele gemachtigde werden bijgestaan.

De rechtbank kan dit besluit niet bij dit beroep betrekken, omdat daarmee niet de besluitvorming in deze procedure wordt ingetrokken, gewijzigd of vervangen. Als eisers het met dit besluit niet eens zijn, zullen zij daartegen alsnog bezwaar moeten maken bij de burgemeester. Betwijfeld kan worden of dat zinvol is. De ingebrekestelling van eisers werd namelijk ingediend op het moment dat de door de secretaris van de bezwaarschriftencommissie verlengde beslistermijn nog niet verstreken.

Is er sprake van formele gebreken in het besluitvormingsproces?

10. Eisers betogen dat het bestreden besluit innerlijk tegenstrijdig is. Daarin staat dat de burgemeester de aanbevelingen van de bezwarencommissie overneemt, maar ook dat zij het gedeelte over de controleverplichtingen van eisers niet overneemt. Eisers betogen verder dat onduidelijk blijft of het bezwaarschrift op de juiste wijze is doorgezonden naar de burgemeester, omdat het was gericht aan het college, en dat zodoende onduidelijk blijft of de burgemeester ooit kennis heeft genomen van het bezwaarschrift en of het besluit op bezwaar wel bevoegd is genomen. Ook heeft de burgemeester volgens eisers ten onrechte niet beslist over het vergoeden van de proceskosten in bezwaar.

Het betoog slaagt niet. De rechtbank vindt dat eisers gelijk hebben dat in het besluit van 14 januari 2024 ten onrechte staat dat zij bij het college van burgemeester en wethouders bezwaar moesten maken. Op hun bezwaarschrift is echter door de burgemeester beslist en nergens blijkt uit dat zij daarbij niet over alle op de zaak betrekking hebbende stukken beschikte. De rechtbank ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 30 mei 2024 innerlijk tegenstrijdig was. Eisers hebben gelijk dat daarin staat dat de burgemeester op één punt het advies van de bezwaarschriftencommissie afwijkt, terwijl er ook staat dat de burgemeester dat advies “volledig over[neemt]”. Dat laatste is een ongelukkige woordkeuze, maar de burgemeester heeft heel duidelijk in haar besluit aangegeven van welk punt van het advies zij afwijkt en waarom. Daar kon dus redelijkerwijs geen misverstand over bestaan. De beslissing op bezwaar bevat verder geen aanknopingspunten voor de zorg van eisers dat hun bezwaarschrift de burgemeester niet zou hebben bereikt. De beslissing op bezwaar is verder door de burgemeester persoonlijk getekend, zodat de rechtbank niet kan inzien waarom sprake kan zijn van een bevoegdheidsgebrek.

Wat de proceskosten betreft staat in het advies van de bezwaarschriftencommissie dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat het besluit van 14 januari 2024 niet wordt herroepen. Uit het besluit van 30 mei 2024 volgt dat de burgemeester dit advies heeft overgenomen. Anders dan dat eisers zeggen, heeft de burgemeester dus wel besloten op het verzoek om proceskostenvergoeding. Dat de burgemeester dit deel van het besluit niet nogmaals expliciet heeft opgeschreven doet daaraan niet af.

Hebben eisers recht op schadevergoeding in verband met de sluiting van het pand?

11. Eisers hebben verder een verzoek om (materiële) schadevergoeding gedaan. Zij stellen tussen de € 50.000 en € 70.000 schade te hebben geleden als gevolg van de in hun ogen onrechtmatige sluiting, naast het mislopen van huurinkomsten. In deze procedure vorderen zij (een voorschot op) de misgelopen huurinkomsten van € 14.850. De rechtbank wijst dit verzoek af, omdat de beslissing om het pand te sluiten rechtmatig was. Overigens hebben eisers hun schade ook niet voldoende onderbouwd. De rechtbank volgt daarom ook niet de verwijzing van eisers naar de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2025.

Schending redelijke termijn 6 EVRM

12. Eisers hebben ook verzocht om een immateriële schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst dat verzoek toe tot een bedrag van € 1.000. De behandeling van de zaak heeft – vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift op 6 februari 2024 – ruim twee jaar en zes maanden geduurd. De redelijke termijn van twee jaar (voor de behandeling van bezwaar en beroep) is daardoor met ruim zes maanden overschreden. Volgens vaste rechtspraak bedraagt de vergoeding € 500 per (afgerond) half jaar dat de redelijke termijn is overschreden. Periodes van minder dan een half jaar moeten in het voordeel van eisers worden afgerond. De overschrijding is in zijn geheel in de beroepsfase ontstaan, zodat de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) deze vergoeding moet betalen.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de sluiting van het pand in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug.

Omdat eisers terecht een verzoek om schadevergoeding wegens het schenden van de redelijke termijn hebben ingediend, veroordeelt de rechtbank de Staat met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht tot het vergoeden van eisers proceskosten tot een hoogte van € 233,50.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 4:84 van de Awb

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 6:19 van de Abwb

1. Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. […]

Bijzondere wet

Artikel 13b Opiumwet

De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, artikel 10c, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

[…]

Beleidsregel

Het relevante deel van de in het Drugsbeleid van de gemeente Beuningen opgenomen handhavingsmatrix lokalen:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand