ECLI:NL:RBGEL:2026:6496

ECLI:NL:RBGEL:2026:6496

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer ARN 25/2294
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

MRB; verzuimboete. Beschermingsbewindvoering; geen sprake van avas. Beroep gegrond, omdat de boete te hoog is vastgesteld.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 19 augustus 2026

in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(bewindvoerder: [persoon 1] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratie/Autoheffingen, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 22 mei 2025.

De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over het tijdvak dat loopt van 28 november 2024 tot en met 27 februari 2025 opgelegd van € 55 (de naheffingsaanslag).

Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur aan belanghebbende een verzuimboete van € 67 opgelegd (de boetebeschikking).

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de verzuimboete ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de boetebeschikking gehandhaafd.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de bewindvoerder van belanghebbende en, namens de inspecteur, [persoon 2] en [persoon 3] .

Feiten

1. Belanghebbende was blijkens het kentekenregister van 1 juni 2024 tot en met 4 april 2025 houder van een personenauto van het merk Suzuki, type Alto met het kenteken [kenteken] (de auto).

2. Bij beschikking van 18 november 2024 heeft de kantonrechter [persoon 1] tot bewindvoerder van belanghebbende benoemd. Bij brief van 22 november 2024 heeft [persoon 1] de Belastingdienst geïnformeerd over het bewind, gevraagd om voortaan alle financiële correspondentie en officiële stukken naar de bewindvoerder te sturen en verzocht om een actueel overzicht van de openstaande schulden.

3. Met dagtekening 3 december 2024 heeft de inspecteur aan belanghebbende zelf een rekening motorrijtuigenbelasting (MRB) van € 55 toegezonden, voor het tijdvak van 28 november 2024 tot 27 februari 2025. De rekening heeft een uiterste betaaldatum van 2 januari 2025.

4. Bij brief met dagtekening 11 januari 2025 heeft de ontvanger een overzicht van de totale belastingschuld van belanghebbende op 7 januari 2025, aan de bewindvoerder gestuurd. Dat overzicht vermeldt één openstaande schuld ten bedrage van € 110 voor een aanslag motorrijtuigenbelasting met [aanslagnummer 1] .

5. Belanghebbende heeft de rekening niet tijdig betaald. Met dagtekening 20 februari 2025 heeft de inspecteur aan belanghebbende de naheffingsaanslag en de boetebeschikking opgelegd (met [aanslagnummer 2] ). De naheffingsaanslag/boetebeschikking is naar de postbus van de bewindvoerder gestuurd. De bewindvoerder heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de boetebeschikking. De inspecteur heeft dit bezwaar met dagtekening 22 mei 2025 ongegrond verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

6. De rechtbank beoordeelt of de boetebeschikking terecht en tot de juiste hoogte is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

8. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de verzuimboete ten onrechte is opgelegd. De Belastingdienst is op 22 november 2024 geïnformeerd over de onderbewindstelling van belanghebbende, waarbij ook een overzicht van de schulden en uitstel van betaling is gevraagd. Bewindvoerder is niet over het openstaande bedrag aan MRB over de periode van 28 november 2024 tot en met 27 februari 2025 geïnformeerd. Daarnaast is de rekening naar de belanghebbende zelf gestuurd, en niet naar diens bewindvoerder. Hierdoor is de bewindvoerder niet in staat gesteld om uitstel van betaling aan te vragen en de rekening voor de uiterste betaaldatum te voldoen. Een bewindvoerder moet ervan uit kunnen gaan dat het schuldenoverzicht compleet is en dat alle bedragen waarvoor een betalingsverplichting geldt, worden vermeld.

9. De inspecteur is van mening dat de verzuimboete terecht is opgelegd. Het schuldenoverzicht vermeldt alleen schulden die op dat moment invorderbaar zijn, openstaande rekeningen MRB vallen daar niet onder. Pas vanaf het moment dat de naheffing is opgelegd is er sprake van een invorderbare schuld. De MRB betreft een aangiftebelasting, dus zolang belanghebbende houder is van het motorrijtuig, is zij elk tijdvak MRB verschuldigd. De rekening is enkel een dienst uit serviceoverweging, het initiatief voor het tijdig betalen van de verschuldigde belasting ligt bij belanghebbende. De website van de Belastingdienst vermeldt dat de aanmelding van een beschermingsbewindvoering binnen 10 werkdagen wordt verwerkt, de bewindvoerder had dus kunnen anticiperen op het feit dat de rekening naar het adres van belanghebbende zou worden verzonden. Belanghebbende en haar bewindvoerder hebben niet alle mogelijke zorg betracht om het betalingsverzuim te voorkomen.

10. Op grond van artikel 43 van de (AWR) kunnen de bevoegdheden en verplichtingen van belanghebbende worden uitgeoefend en nagekomen door de bewindvoerder.

11. Omdat belanghebbende de verschuldigde motorrijtuigenbelasting niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, is er sprake van een verzuim als bedoeld in artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Voor het opleggen van een verzuimboete is niet vereist dat sprake is van opzet of grove schuld. Een verzuimboete blijft achterwege indien sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas). Hiervan is sprake indien belanghebbende alle in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te voorkomen dat het verzuim zou worden begaan.

12. De rechtbank acht een boete in beginsel op haar plaats omdat belanghebbende de verschuldigde motorrijtuigenbelasting niet binnen de gestelde termijn betaald heeft en er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van avas. Dat de bewindvoerder van belanghebbende naar eigen zeggen niet op de hoogte was van de openstaande rekening MRB, maakt niet dat het betalingsverzuim niet had kunnen worden voorkomen. Uit de informatie van de Belastingdienst volgt dat de aanmelding Beschermingsbewindvoering binnen twee werkdagen in behandeling wordt genomen en binnen tien werkdagen wordt verwerkt. Hieruit had de bewindvoerder kunnen opmaken dat er in de tussentijd nog brieven naar belanghebbende kunnen worden gestuurd. De bewindvoerder had daarnaast kunnen weten dat belanghebbende als houder van een auto iedere periode MRB verschuldigd is. Belanghebbende wordt geacht deze verschuldigde MRB zelf op aangifte te voldoen. Belanghebbende heeft dat niet gedaan. Dat op het schuldenoverzicht een naheffingsaanslag MRB over een eerdere periode stond, maakt het voorgaande niet anders. Dit was immers, in tegenstelling tot onderhavige rekening, een invorderbare schuld. Naar het oordeel van de rechtbank is niet alle in redelijkheid te vergen zorg betracht om te voorkomen dat het verzuim zou worden begaan.

13. De rechtbank ziet echter wel aanleiding de opgelegde boete te matigen, omdat zij de boete van € 67 niet passend en geboden acht. De boete bedraagt meer dan 100% van de verschuldigde belasting en staat daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot het gepleegde verzuim. Gelet op de omstandigheden van het geval acht de rechtbank een boete van € 27 passend en geboden.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is gegrond omdat de boete te hoog is vastgesteld. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar voor wat betreft de boete. De rechtbank zal de boetebeschikking verminderen naar € 27.

15. Omdat de rechtbank het beroep inzake de boete gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de inspecteur aan belanghebbende het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Belanghebbende heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.L. van Benthem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.N.N. Hustinx, griffier.

Uitgesproken op 19 augustus 2026.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026082402 V-N Vandaag 2026/1755 FutD 2026-1537 NDFR Nieuws 2026/1326
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand