beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/461042 / FA RK 25-4334 en C/05/460610 / FA RK 25-1264
Datum uitspraak: 30 januari 2026
beschikking schorsing gezag
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
locatie Breda, hierna te noemen de Raad,
betreffende
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
- [naam vader], hierna de vader,
wonende in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de PI [plaats] ,
advocaat mr. S.S. Zijderveld,
- [naam moeder] , hierna de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.M. Breukink.
1. Het procesverloop
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift van de Raad ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , ontvangen op 15 december 2025;
- het gewijzigde verzoekschrift van de Raad ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , ontvangen op 19 december 2025;
- het verzoekschrift van de Raad ten aanzien van [minderjarige 3] , ontvangen op 19 december 2025;
- het bericht van de vader van 23 januari 2026;
- het bericht van de vader van 26 januari 2026.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. Daarbij zijn verschenen:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
een vertegenwoordiger van de Raad.
De vader en zijn advocaat zijn niet verschenen bij de zitting. Zij hebben zich vooraf afgemeld.
Aan de casemanager, [naam] , en de vertrouwenspersoon, [naam] , van Slachtofferhulp is bijzondere toegang verleend om bij de zitting aanwezig te zijn. Zij hebben achterin de zaal plaatsgenomen.
2. De feiten
De ouders zijn met elkaar getrouwd op [huwelijksdatum] 2017 in [plaats] . Bij beschikking van 22 december 2025 is de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De beslissing over de verzochte nevenvoorzieningen is aangehouden.
Zij hebben samen drie kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
Bij beschikking van 14 december 2025 is de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , tot 28 december 2025, omdat de vader was aangehouden en op dat moment geen contact kon worden gelegd met de moeder en de kinderen met spoed medische zorg nodig hadden.
De Raad heeft het verzoek tot voorlopige voogdij op 19 december 2025 ingetrokken, omdat inmiddels contact was gelegd met de moeder. De voorlopige voogdij is geëindigd.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt de vader te schorsen in het gezag over de kinderen. Voor de Raad is het duidelijk dat de moeder de belangrijke beslissingen over de kinderen alleen moet kunnen nemen.
4. De beoordeling
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en uitleggen waarom.
Op grond van artikel 1:268, eerste lid, sub a, Burgerlijk Wetboek (BW), kan de rechtbank een ouder geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag schorsen, indien
een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 1:266 BW, is vervuld; en
de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen.
Er dient dan een ernstig vermoeden te bestaan dat een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen of dat de ouder het gezag misbruikt.
De vader heeft in de nacht van [datum] [omschrijving gebeurtenis] . De politie heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarna zwaargewond, als gevolg van [oorzaak] , in de woning van de vader aangetroffen. De vader is aangehouden en zit in voorlopige hechtenis in volledige beperkingen.
De moeder is het eens met het verzoek. Zij heeft verteld dat het niet goed gaat met de kinderen. [minderjarige 1] is meerdere keren geopereerd en moet wekelijks naar het ziekenhuis. [minderjarige 2] gaat inmiddels halve dagen naar school, maar zij heeft veel last van angsten vooral in de nacht. De zorg valt de moeder zwaar. Er ligt veel op haar bordje. De moeder had in de aanloop naar het incident signalen dat het niet goed ging met de vader. Deze signalen zijn door politie en justitie niet goed opgepakt. De moeder voelt zich niet gezien en niet gehoord.
De vader heeft schriftelijk gereageerd op het verzoek van de Raad. Hij maakt geen bezwaar tegen de schorsing van zijn gezag. Hij wil de moeder en de kinderen ruimte bieden voor herstel, wat voor nu betekent dat hij hen rust biedt. De vader voert daarom geen verweer en heeft ervoor gekozen om niet naar de zitting te komen.
De rechtbank is van oordeel dat van de moeder kan niet verwacht worden dat zij in deze situatie met de vader samenwerkt, overlegt en beslissingen neemt over hun kinderen. De vader wordt namelijk verdacht van een zeer ernstig feit tegen twee van de drie kinderen. De moeder en de kinderen hebben rust en hulp nodig. Het is daarom in het belang van de kinderen noodzakelijk dat de moeder, zonder de vader, kan beslissen wat de kinderen nodig hebben aan medische zorg en andere ondersteuning en zij hierin zelfstandig kan handelen.
De schorsing van het ouderlijk gezag vervalt na drie maanden, tenzij voor het einde van die termijn om de definitieve maatregel van beëindiging van het gezag is verzocht. In dat geval loopt de schorsing ook na die drie maanden door, tot het moment dat op het verzoek is beslist. De advocaat van de moeder zal contact met de Raad opnemen om te informeren of de Raad een verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader zal indienen. De moeder overweegt namelijk ook om in het kader van de lopende echtscheidingsprocedure te verzoeken haar met het eenhoofdig gezag te belasten.
5. De beslissing
De rechtbank:
schorst [naam vader] , geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats] in de uitoefening van het ouderlijk gezag over:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ;
met ingang van heden tot 30 april 2026;
bepaalt de schorsing ook na 23 mei 2026 doorloopt, wanneer voor die datum bij de rechtbank een verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag is ingediend. De schorsing loopt dan door tot op dat verzoek is beslist;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.S. Nijen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.