RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11960895 \ CV EXPL 25-9026
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
GREENCHOICE ZAKELIJK N.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Greenchoice,
gemachtigde: mr. L. Girdauskaite,
tegen
1. DE COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP [gedaagd vennootschap] ,
te [vestigingsplaats] ,2. [gedaagde 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [de gedaagde] ,
gemachtigde: Legal Consultants AZ B.V.,
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 februari 2026;
- de akte aan de zijde van Greenchoice met productie 7;
Op 16 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsvonden. Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. De gemachtigde van Greenchoice heeft een uittreksel van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) overgelegd en de gemachtigde van [de gedaagde] heeft een pleitnotitie overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[de gedaagde] sluit via tussenkomst van Nooitmeerbetalen.nl een overeenkomst met Greenchoice, te weten MKB vast 100% NL Wind 3 jaar voor de levering van stroom in de periode van 10 augustus 2023 tot en met 10 augustus 2026 op het adres [adres] te [plaatsnaam] .
Op 15 augustus 2024 stuurt Greenchoice de jaarnota naar [de gedaagde] , waarbij [de gedaagde] een bedrag van € 9.597,89 dient bij te betalen. Op de nota staat onder meer het volgende:
“Verbruikskosten stroom € 8.470,15 (…) € 10.248,89
Gefactureerde termijnbedragen € 537,99 (…) € -651,00
Totaal door u te betalen € 9.597,89”
Op 3 december 2024 stuurt Greenchoice een e-mailbericht naar [de gedaagde] met daarin onder meer het volgende:
“ondanks eerdere schriftelijke herinneringen heeft u onderstaande facturen vooralsnog niet betaald. U bent hiermee in verzuim. (…) Dit is uw laatste kans op een openstaande bedrag van € 10.505,05 aan ons te betalen. Dit bedrag moet uiterlijk vóór 10 - 12-2 1024 betaald zijn (…). Bij gebreken hiervan zullen wij zonder verdere aankondiging overgaan tot het nemen van passende (rechts)maatregelen. Alle hieruit voortvloeiende kosten waaronder incassokosten (…), vertragingsrente en eventuele gerechtelijke kosten zullen geheel voor uw rekening komen.”
In reactie hierop stuurt [de gedaagde] op 20 november 2024 een brief naar Greenchoice, waarin hij – kort gezegd – bezwaar maakt tegen de eindafrekening en daarnaast betwist dat hij een overeenkomst heeft getekend en akkoord is gegaan met de algemene voorwaarden.
In reactie hierop stuurt [werknemer Greenchoice] (hierna: [werknemer Greenchoice] ), werkzaam bij Greenchoice, op 9 januari 2025 een e-mailbericht naar [de gedaagde] met daarin onder meer het volgende:
“bijgevoegd vindt u de contractbevestiging die u bent aangegaan met Greenchoice (…). Het contract is tot stand gekomen via een tussenpartij. De contractbevestiging die u via hen bent aangegaan, waarop tevens de ondertekening staat heb ik tevens bijgevoegd (…) Daarnaast heb ik bijgevoegd voor u de laatste drie gespecificeerde afrekeningen die zijn opgesteld, namelijk:
- Eindafrekening van 01-07-2022 tot 15-02-2023 (…)
- Jaarafrekening van 10-08-2023 tot 10-08-2024 (…)
- Eindafrekening van 10-08-2024 tot 01-11-2024 (…)
3. Het geschil
Greenchoice heeft – kort samengevat – de veroordeling van [de gedaagde] gevorderd tot betaling van een bedrag van € 12.708,47, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 10.505,05 vanaf 16 oktober 2025 tot de dag dat de vordering volledig is voldaan. Met daarnaast de veroordeling van [de gedaagde] in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis tot aan de dag van voldoening.
Greenchoice heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij met [de gedaagde] op 4 augustus 2023 een overeenkomst tot de levering van elektriciteit heeft gesloten voor het adres [adres] te [plaatsnaam] . [de gedaagde] heeft, ondanks diverse facturen, herinneringen en aanmaningen, de facturen niet (volledig) voldaan. Greenchoice heeft haar vordering uit handen moeten geven, reden waarom zij ook aanspraak heeft gemaakt op de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke handelsrente. Volgens Greenchoice volgt uit het uittreksel van de KvK dat [de gedaagde] de enig vennoot is van de commanditaire vennootschap en dat betekent dat hij, mede gelet op het bepaalde 18 van het Wetboek van Koophandel (hierna: WvK), hoofdelijk aansprakelijk is voor de ontstane schulden.
[de gedaagde] heeft de vorderingen gemotiveerd weersproken. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.
4. De beoordeling
Tussen partijen is niet (meer) in geschil dat [de gedaagde] , door tussenkomst van nooitmeerbetalen.nl, een overeenkomst met Greenchoice is aangegaan voor de levering van elektriciteit. Niet betwist is dat Greenchoice elektriciteit aan [de gedaagde] geleverd heeft en dat [de gedaagde] voorschotten heeft betaald. Het gaat in deze zaak over de vraag of [de gedaagde] het (volledige) bedrag, dat door Greenchoice rekening is gebracht voor de levering van elektriciteit, dient te betalen.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat, mede gelet op het door Greenchoice ter mondelinge behandeling overgelegde uittreksel KvK, [gedaagde 2] de enig (beherend) vennoot is van de commanditaire vennootschap [gedaagd vennootschap] . Krachtens het bepaalde in artikel 19 Wetboek van Koophandel (hierna: WvK) zijn de beherende vennoten van een commanditaire vennootschap hoofdelijk verbonden. Artikel 18 WvK, dat ingevolge artikel 19 lid 2 WvK eveneens van toepassing is op de beherend vennoten van een commanditaire vennootschap, bepaalt voor de vennootschap onder firma dat elk der vennoten hoofdelijk verbonden is "wegens de verbindtenissen der vennootschap". Dit betekent dat [gedaagde 2] in beginsel hoofdelijk aansprakelijk is voor de overeenkomst en derhalve ook gehouden is de kosten voor de levering van de elektriciteit te voldoen.
Vervolgens komt de kantonrechter toe aan het verweer van [de gedaagde] dat partijen geen geldige overeenkomst zijn aangegaan.
De kantonrecht gaat ook aan dit standpunt voorbij. Immers, door [de gedaagde] is niet (gemotiveerd) weersproken dat hij via zijn energieadviseur nooitmeerbetalen.nl een overeenkomst met Greenchoice is aangegaan en dat zijn IP-adres ten tijde van het aangaan van de overeenkomst is geverifieerd. Daarbij komt dat [de gedaagde] vanaf september 2023 de voorschotten aan Greenchoice heeft voldaan. Indien [de gedaagde] geen overeenkomst met Greenchoice zou zijn aangegaan, had het voor de hand gelegen om bezwaar te maken tegen de in rekening gebrachte termijnbedragen. Dit heeft [de gedaagde] echter niet gedaan. Dit geldt eveneens voor de aanpassing van de termijnbedragen.
Voor zover [de gedaagde] heeft willen betogen dat hij door nooitmeerbetalen.nl is misleid en dat Greenchoice daarvoor aansprakelijk is, gaat de kantonrechter ook aan dit standpunt voorbij. Immers, door Greenchoice is gemotiveerd weersproken dat Nooitmeerbetalen.nl door haar is ingeschakeld als tussenpersoon. Dit volgt ook niet uit de overgelegde stukken. In tegendeel zelfs. Daaruit volgt dat [de gedaagde] zelf deze energieadviseur heeft benaderd en dat deze energieadviseur Greenchoice heeft aangeraden. Dat deze energieadviseur wellicht uitspraken heeft gedaan die niet kloppen, is iets tussen [de gedaagde] en de betreffende energieadviseur. Greenchoice staat daar buiten. Het is derhalve niet iets wat [de gedaagde] aan Greenchoice kan tegenwerpen.
[de gedaagde] heeft ten slotte de hoogte van de door Greenchoice in rekening gebrachte kosten voor elektriciteit betwist. Greenchoice heeft bij dagvaarding een uitdraai van het ESDN (het meetregister van Energie Data Service Nederland) overgelegd, waarop de door haar gehanteerde meterstanden vermeld staan. Liander, de netbeheerder, heeft de slimme meter van [de gedaagde] op afstand heeft kunnen uitlezen en zij heeft deze meterstanden vervolgens in het register (ESDN) heeft gezet. Deze gang van zaken is door [de gedaagde] niet gemotiveerd betwist.
Greenchoice is voor het verbruik van [de gedaagde] gehouden om deze meterstanden aan te houden. Gezien deze gegevens, is de kantonrechter van oordeel dat de enkele ontkenning van [de gedaagde] dat de door Greenchoice gehanteerde meterstanden voor elektra niet juist zijn, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet tot de conclusie kan leiden dat de vordering van Greenchoice moet worden afgewezen. Daarbij neemt de kantonrechter ook in overweging dat Greenchoice, in tegenstelling tot wat [de gedaagde] betoogd heeft, duidelijk en transparant is geweest. Zij heeft [de gedaagde] ook gewezen op het feit dat zijn verbruik hoger was dan vooraf was ingeschat. Dit is ook de reden dat het termijnbedrag op 1 januari 2024 is verhoogd naar € 544,00. [de gedaagde] heeft er vervolgens zelf voor gekozen om het termijnbedrag te verlagen naar € 1,00. Daarbij is [de gedaagde] ook gewaarschuwd voor eventuele naheffingen. Ook dit is dus niet iets wat [de gedaagde] aan Greenchoice kan tegenwerpen.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering (€ 10.505,05), die verder (inhoudelijk) niet is betwist, toewijst. Nu [de gedaagde] geen separaat verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde wettelijke handelsrente en de ingangsdatum van de rente wijst de kantonrechter ook dit deel van de vordering (€ 1.323,37) toe.
Voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter als volgt.
De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk dat Greenchoice buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 880,05 is, gelet op de (hoogte van de) vordering, in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Hoewel niet direct van toepassing, geldt dat deze tarieven geacht worden redelijk te zijn.
[de gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Greenchoice worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,73
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.592,73
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [de gedaagde] om aan Greenchoice te betalen een bedrag van € 11.828,42 (€ 10.505,05 aan hoofdsom en € 1.323,37 aan reeds verschenen wettelijke handelsrente), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 10.505,05, met ingang van 16 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [de gedaagde] om aan Greenchoice te betalen een bedrag van € 880,05 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 2.592,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [de gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.
415\68707