ECLI:NL:RBGEL:2026:6560

ECLI:NL:RBGEL:2026:6560

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 12083940
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Er is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk ex artikel 7:750 BW (reparatie auto). De garage is heeft haar waarschuwingsplicht ex artikel 7:754 BW geschonden. De gevolgen van de ongeschiktheid van de motor komen voor rekening van de garage, omgeacht de vraag of de garage schuld heeft aan de ondeugdelijke reparatie van de motor (artikel 7:760 lid 2 BW). Gevolgschade, mede gelet op het bepaalde in de artikelen 6:101, 6:97, 6:98 en 6:96 lid 2 BW, vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 12083940 \ CV EXPL 26-1154

Vonnis van 26 augustus 2026

in de zaak van

[de eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [de eiser] ,

gemachtigde: mr. R.R. Surquin,

tegen

1. [gedaagd vennootschap] ,

te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde 2] , VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,

te [woonplaats] ,

3. [gedaagde 3] , VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,

te [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [de gedaagde] ,

gemachtigde: Juridisch Adviesbureau Noord.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 april 2026;

- de akte aan de zijde van [de eiser] met productie 14.

Op 16 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. Door partijen zijn pleitnotities overgelegd.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[de eiser] is eigenaar van een auto van het merk BMW, type 535i High Executive Touring uit 2014, met het kenteken [kentekennummer] (hierna: BMW).

[de eiser] biedt zijn BMW op 19 mei 2025 aan bij [de gedaagde] voor het vervangen van onder meer de drijfstanglagerschalen.

[de gedaagde] verricht diverse werkzaamheden aan de BMW, waarvoor zij een bedrag van € 892,41 bij [de eiser] in rekening brengt. Dit bedrag wordt door [de eiser] voldaan. Op de factuur (factuurnummer 25078) staat onder meer het volgende:

“KILOMETERSTAND: 151.759

(…)

Kolbenschmidt lagerschalen premium coated 77967600

BMW origineel carterpanpakking 1113 7600 482

BMW stuurkolomas 3230 6788 156

(…)

- vervangen lagerschalen

- afgebroken bouten herstellen”

Na de uitgevoerde werkzaamheden is [de eiser] met de BMW naar [bedrijf 1] in [plaatsnaam] gereden voor tuning. Bij de vermogenstest op de rollerbank bleek dat de BMW niet goed presteerde en is een bijgeluid waargenomen.

[de eiser] neemt contact op met [de gedaagde] en zij haalt vervolgens de BMW op en brengt deze naar haar werkplaats. [de gedaagde] stuurt hiervoor op 12 juli 2025 een factuur (factuurnummer 25114) met een factuurbedrag van € 108,90. Dit bedrag wordt door [de eiser] voldaan. [de gedaagde] onderzoekt de BMW en monteert deze op verzoek van [de eiser] weer.

[de eiser] laat de BMW overbrengen naar [bedrijf 2] in [plaatsnaam] die de motor onderzoekt en total loss verklaart. [de eiser] laat de motor door [bedrijf 2] vervangen door een nieuwe werkende motor en laat de defecte motor opslaan voor nader onafhankelijk onderzoek. [bedrijf 2] brengt een bedrag van € 16.436,75 bij [de eiser] in rekening voor de vervanging van de motor.

Op 19 augustus 2025 stuurt de gemachtigde van [de eiser] een e-mailbericht naar [de gedaagde] met daarin onder meer het volgende:

“U heeft de auto opgehaald voor onderzoek. In strijd met de met cliënt gemaakte afspraken, bent u hiermee begonnen zonder dat cliënt hierbij aanwezig was. Om die reden heeft cliënt de auto over laten brengen naar [bedrijf 2] in [plaatsnaam] . Hier is de defecte motor vervangen.

De defecte motor staat nog gereed (…). We gaan een onafhankelijke deskundige vragen om de motor, de problemen, de oorzaken en bijbehorende schade te onderzoeken.”

In reactie hierop stuurt de gemachtigde van [de gedaagde] op 19 augustus 2025 een e-mailbericht naar de gemachtigde van [de eiser] met daarin onder meer het volgende:

“Allereerst merk ik op dat mijn cliënt zich op geen enkele wijze kan verenigen met de inhoud en de weergave van de feiten in uw schrijven. Uw stelling bijvoorbeeld dat mijn cliënt in strijd met gemaakte afspraken reeds een aanvang zou hebben genomen met het onderzoek aan de auto van de heer [de eiser] , is onjuist. (…) Namens mijn cliënt deel ik u mede dat alle door hem verrichte werkzaamheden aan de auto van de heer [de eiser] volledig zijn gedocumenteerd dat hij bereid is alle noodzakelijke medewerker tevreden aan het deskundigenonderzoek. Mijn cliënt acht het evenwel van wezenlijk belang dat dit onderzoek op transparante wijze plaatsvindt en dat hijzelf, zijn compagnon, dan wel een door hem aangewezen deskundige daarbij aanwezig moet zijn. Voor de goede orde merk ik hierbij op dat de motor niet verder geopend of bewerkt mag worden onder de aanwezigheid van mijn cliënt op een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger.”

Op 18 september 2025 stuurt Dekra voor een technisch onderzoek een factuur met een factuurbedrag van € 1.203,95 naar de gemachtigde van [de eiser] . Deze factuur is door [de eiser] voldaan.

Op 23 oktober 2025 voeren [medewerker Dekra 1] (hierna: [medewerker Dekra 1] ) en [medewerker Dekra 2] (hierna: [medewerker Dekra 2] ) van Dekra een onderzoek uit naar de motor. In de rapportage van Dekra van 31 oktober 2025 staat onder meer het volgende:

“wij vernamen dat het voertuig op 19 mei 2025 bij [de gedaagde] werd aangeboden voor het vervangen van de drijfstanglagerschalen. Het voertuig had op dat moment 151.759 kilometers gereden. (…)

Voorafgaand aan het onderzoek spraken wij met de betrokken partijen en omtrent de toedracht vernamen wij van de heer [de eiser] het volgende: (…) Tijdens het uitvoeren van de vermogenstest bleek dat de motor niet goed presteerde en werd er een licht bijgeluid waargenomen. (…) De motor werd direct uitgeschakeld waarop het voertuig naar de werkplaats van [de gedaagde] is gebracht voor diagnose. De eigenaar had de afspraak gemaakt met [de gedaagde] dat hij aanwezig zou zijn tijdens de demontage van de motor, dit om de mogelijke afwijkingen en gebreken tezamen te kunnen beoordelen. Bij aankomst op de locatie op het afgesproken tijdstip bleek dat [de gedaagde] al begonnen was met de demontage en er diverse afwijkingen zichtbaar waren. Er bleek schade te zijn ontstaan in de drijfstanglagers van de motor en volgens [de gedaagde] bleek de oliepomp van de motor zwaar te draaien. Vervolgens is door bemiddeling van [bedrijf 3] contact opgenomen met [bedrijf 2] die het voertuig hebben hersteld door middel van het plaatsen van een vervangende motor. De defecte motor is nog aanwezig bij [bedrijf 2] (…)

De heer [gedaagde 2] verklaarde dat het voertuig op 19 mei 2025 werd aangeboden voor het vervangen van de drijfstanglagers. Na demontage van het motorcarter bleek dat er twee bouten van de bevestiging van de aanzuigzeef voor de oliepomp waren afgebroken en dat deze in het olie-aanzuigkanaal bleken te zitten. Tevens zijn er restanten van een rubberachtige substantie op- en rondom de carterpakking aanwezig, die afkomstig is van een eerder toegepaste vloeibare pakking. De reparateur heeft hiervan een video gemaakt, waarvan wij een kopie hebben ontvangen. (…) Na het vervangen van de drijfstanglagers, zijn alle drijfstangbouten bevestigd alsmede de bouten van het olie-aanzuigzeef. Vervolgens is de motor weer in elkaar gezet, voorzien van nieuwe motorolie met filter. (…)

Op 23 oktober 2025 bezochten wij [bedrijf 2] en inspecteerden aldaar het voertuig en beschadigde onderdelen. Het onderzoek is uitgevoerd in het bijzijn van onderstaande personen:

(…) [de eiser] (…)

(…) [gedaagde 2] (…)

(…) [persoon 1] , eigenaar [bedrijf 3]

(…) [persoon 2] , eigenaar [bedrijf 2] (…)

Tijdens het onderzoek werd het onderblok gedemonteerd waarna technisch onderzoek van de motoronderdelen mogelijk was. (…)

De drijfstang lagerschalen van de eerste cilinder 1 zijn volledig verdwenen. In de lagerkap is een zwarte verkleuring aanwezig als gevolg van een thermische overbelasting. In de overige lagerschalen zijn eveneens vreetsporen en beschadigingen aanwezig als gevolg van meegevoerde metaaldeeltjes. (…)

Na demontage van het onderblok bleek dat de hoofdlagerschalen, zowel aan de boven- als onderzijde, eveneens een overmatige slijtage te vertonen. De voorste lagerschaal vertoont de grootste beschadiging. (…)

De originele aluminiumbevestigingsbouten van de kunststof afdekkap met oliezeef, bleken te zijn vervangen met stalen, niet originele bouten. Deze bouten dienen bij elke demontage te worden vervangen.

Tijdens het onderzoek werd het vermoeden geuit dat de rekbouten voor montage van de drijfstangkappen, niet waren vervangen ten tijde van de montage van de nieuwe lagers. In verband met het feit dat er sprake is van rekbouten, mogen deze slechts éénmalig gebruikt worden. Op de door De Auto Combi verstrekte factuur van de werkzaamheden worden Kolbensmidt Lagerschalen (…) genoemd. De rekbouten worden niet separaat vernoemd. (…) De op de factuur vermelde lagerset is afkomstig vanuit de aftermarket en zijn geen originele BMW onderdelen. (…)

6. oorzaak/conclusie

Aan de hand van het verkregen beeldmateriaal van [de gedaagde] kan worden vastgesteld dat er in een eerder stadium (door derden) alle werkzaamheden aan de onderzijde van de motor zijn uitgevoerd. Hierbij is de standaard carterpakking voorzien van een overmatige hoeveelheid kit en zijn kennelijk de aluminium boutjes voor de montage van de afdekkap te vast aangedraaid. Door een medewerker van [de gedaagde] is de kit aangetroffen en werden een tweetal afgebroken boutjes in de oliepick-up buis aangetroffen. In de video wordt gesproken over mogelijke oliedrukproblemen. Er is echter geen nader onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen van de (gedeeltelijke) blokkade en aanwezigheid van afgebrokkelde kit. Aangezien beide afwijkingen zullen leiden tot problemen in het oliesmeersysteem, werd geen nader onderzoek of controles uitgevoerd.

Ten tijde van de vervanging van de drijfstanglagers is gebruik gemaakt van niet originele BMW onderdelen. Aan de hand van de verkregen factuur van deze werkzaamheden en de verklaring van [de gedaagde] is het zeer aannemelijk dat er geen gebruik is gemaakt van nieuwe drijfstangbouten. Door het feit dat dit rekbouten zijn, is niet meer dan éénmalig gebruik toegestaan.

Bij de vervanging van de lagerschalen is geen rekening gehouden met de voorschriften van de fabrikant met betrekking tot de mogelijke afwijkingen in de kruktappen. (…) In de inbouwvoorschriften wordt tevens gemeld dat de aanwezige aluminiumbouten voor montage van de kunststof onderplaat slechts éénmalig gebruikt mogen worden. De afgebroken bouten, en de overige bouten van het kunststof afscherming, zijn vervangen door universele staande boutjes, zonder borstrand. Hierdoor is het mogelijk dat het kunststof deksel niet volledig aansluit tegen het onderblok.

Na het consulteren van de bovenstaande feiten had de reparateur, [de gedaagde] , zijn werkzaamheden moeten staken en in overleg met de klanten verder onderzoek moeten instellen naar de olievoorziening en mogelijke inleidende schade, als gevolg van de mogelijk smeergebrek, in de motor

De drijfstanglagers die zijn gemonteerd door de reparateur is geleverd als complete set. Echter blijkt uit de reparatiehandleiding van BMW dat de drijfstanglagers niet als set vervangen worden maar per kruktap. (…)

Er zijn ten tijde van het vervangen van de lagerschalen door [de gedaagde] een aantal zaken en werkzaamheden niet, of incorrect uitgevoerd.

Wij zijn van mening dat de huidige motorschade verwijtbaar is als gevolg van ondeskundig en nalatig handelen van [de gedaagde] ”

3. Het geschil

[de eiser] heeft gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [de gedaagde] hoofdelijk te veroordelen:

om aan hem een bedrag van € 16.356,75 te betalen ter zake van de schade aan de motor;

om aan hem een bedrag van € 892,41 te betalen ter zake van werkzaamheden;

om aan hem een bedrag van 108,90 te betalen ter zake van transportkosten;

om aan hem een bedrag van € 1.203,95 te betalen ter zake van de kosten van het deskundigenonderzoek door Dekra;

om aan hem de wettelijke rente over voornoemde bedrag te voldoen vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

om aan hem een bedrag van € 875,00 te betalen aan buitengerechtelijke kosten, dan wel een nader door de kantonrechter vast te stellen vergoeding;

in de proceskosten;

in de na dit vonnis ontstane kosten, te begroten op € 65,50 aan salaris voor de advocaat/gemachtigde, te vermeerderen met, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en [de gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat/gemachtigde en de explootkosten van betekening van het vonnis.

[de eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd, kort en zakelijk weergegeven zover hier van belang, dat [de gedaagde] , mede gelet op het bepaalde in artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de zorg van een goed opdrachtnemer in acht dient te nemen. Daarnaast rust voor een professionele opdrachtnemer, wanneer tijdens de uitvoering gebreken of onjuistheden worden geconstateerd die van belang zijn voor een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden, de waarschuwingsplicht van artikel 7:754 BW. Op beide punten is [de gedaagde] tekortgeschoten, aldus [de eiser] . Dit volgt ook uit het onafhankelijke deskundigenrapport van Dekra. Nu [de eiser] uitsluitend de vergoeding van de vervolgschade, te weten vervanging van de motor, heeft gevorderd, betreft dit geen herstel van de oorspronkelijke prestatie. Herstel is volgens [de eiser] in dat geval blijvend onmogelijk en verzuim is niet vereist. Evenmin is sprake van eigen schuld. [de eiser] heeft juist zorgvuldig gehandeld door voorafgaand aan de geplande tuning preventief de lagerschalen te laten vervangen om motorschade te voorkomen. Dat [de gedaagde] de werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd en niet heeft gewaarschuwd voor een verstopte olie-aanzuigbuis dient voor haar rekening en risico te blijven, aldus [de eiser] .

[de gedaagde] heeft de vorderingen gemotiveerd weersproken. Op dit verweer wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt allereerst voorop dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [de gedaagde] de verbintenis op zich heeft genomen om in opdracht en voor rekening van [de eiser] onder meer de lagerschalen te vervangen. Daarmee is, in tegenstelling tot wat partijen hebben betoogd, een overeenkomst van aanneming van werk in de zin van het bepaalde in artikel 7:750 BW tot stand gekomen. [de gedaagde] heeft zich immers jegens [de eiser] , als opdrachtgever, verbonden om een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren (waar de reparatie van een auto onder valt) tegen een door [de eiser] te betalen prijs. Het gevolg hiervan is dat de bepalingen van titel 12 van boek 7 BW van toepassing zijn.

Vervolgens stelt de kantonrechter vast dat tussen partijen niet in geschil is dat [de gedaagde] in opdracht en voor rekening van [de eiser] werkzaamheden heeft verricht, waaronder het vervangen van de drijfstanglagerschalen van de BMW van [de eiser] . Evenmin is in geschil dat [de eiser] de factuur voor deze werkzaamheden heeft betaald en dat er vervolgens aan de motor van de BMW van [de eiser] schade is ontstaan, zoals omschreven in het rapport van Dekra. Wel verschillen partijen over het antwoord op de vraag of [de gedaagde] [de eiser] het werk ondeugdelijk heeft uitgevoerd, of zij gewaarschuwd heeft ten tijde van het uitvoeren van de reparatiewerkzaamheden en of zij aansprakelijk is voor de (gevolg)schade aan de BMW.

Ondeugdelijke reparatie

De kantonrechter is, mede gelet op het door [de eiser] overgelegde deskundigenrapport van Dekra (rov. 2.10), van oordeel dat [de gedaagde] voorafgaand aan het plaatsen van de drijfstanglagerschalen had moeten waarschuwen voor wat betreft de geconstateerde gebreken aan de motor. Het enkel doorsturen van een door [de gedaagde] gemaakt filmpje is daarvoor onvoldoende. Immers, vast staat dat [de gedaagde] bij demontage van de motorcarter geconstateerd heeft dat er onder meer twee bouten van de aanzuigzeef voor de oliepomp waren afgebroken en dat er een rubberachtige substantie op- en rondom de carterpakking aanwezig was. Uit het rapport van Dekra volgt dat [de gedaagde] , gelet op de geconstateerde gebreken, nader onderzoek had moeten doen of er sprake was van een gedeeltelijke blokkade. Dat heeft [de gedaagde] ten onrechte nagelaten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [de gedaagde] daarmee niet voldaan aan de verplichtingen uit artikel 7:754 lid 2 BW. Daarnaast volgt uit het rapport van Dekra dat [de gedaagde] bij de vervanging van de lagerschalen geen rekening heeft gehouden met de voorschriften van de van de fabrikant met betrekking tot de mogelijke afwijking in de kruktappen. Ook is er volgens Dekra geen rekening gehouden met de kleurcodering van de drijfstanglagerschalen. Daarnaast zijn er geen aluminium bouten gebruikt voor de kunststof afscherming, maar zijn deze vervangen door universele stalen boutjes, zonder borstrand. Ook zijn er geen nieuwe rekbouten gebruikt voor de montage van de lagerkappen. [de gedaagde] heeft weliswaar de constatering van Dekra betwist, maar de kantonrechter hecht toch meer waarde aan het rapport van deze deskundige. Het had, gelet op het voorgaande, op de weg van [de gedaagde] gelegen om hier meer tegenin te brengen om de juistheid van de constateringen van Dekra te weerleggen. Dat heeft zij ten onrechte nagelaten. Dit klemt naar het oordeel van de kantonrechter te meer daar een vertegenwoordiger van [de gedaagde] bij het onderzoek aanwezig is geweest en tijdens het onderzoek op- en aanmerkingen heeft kunnen maken.

Daarmee staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat [de gedaagde] ermee bekend was, althans had moeten zijn, dat de motor (nader) geïnspecteerd had moeten worden alvorens tot reparatie over te gaan. Zoals hiervoor reeds is overwogen, is aangevoerd noch gebleken dat [de gedaagde] [de eiser] hierop heeft gewezen, terwijl dit, gezien haar deskundigheid, wel van haar verwacht had mogen worden. Daarbij neemt de kantonrechter ook in overweging dat, gelet op de tussen partijen gevoerde WhatsApp-berichten en in tegenstelling tot wat [de gedaagde] heeft betoogd, het duidelijk was dat de auto na de reparatie naar [bedrijf 1] zou gaan. [de gedaagde] heeft door [de eiser] niet te waarschuwen haar waarschuwingsplicht als bedoeld in het bepaalde in artikel 7:754 BW geschonden. Dit betekent dat de gevolgen van de ongeschiktheid van de motor voor rekening van [de gedaagde] komen, ongeacht de vraag of zij schuld heeft aan de ondeugdelijke reparatie van de motor (artikel 7:760 lid 2 BW). Daarmee is [de gedaagde] in beginsel gehouden de (gevolg)schade te vergoeden.

Verzuim

[de gedaagde] heeft zich vervolgens beroepen op het ontbreken van een ingebrekestelling en dat zij daarom niet in verzuim is komen te verkeren en niet gehouden is de (gevolg)schade te voldoen.

De kantonrechter volgt [de gedaagde] niet in haar verweer. De gevorderde gevolgschade ziet op schade die is ontstaan als gevolg van een ondeugdelijke prestatie. Voor die schade geldt dat [de eiser] die schade niet zou hebben geleden als [de gedaagde] correct had gepresteerd en dat de schade door herstel van de ondeugdelijke prestatie niet kan worden weggenomen. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt immers dat herstel van de tekortkoming blijvend onmogelijk is en dat voor het ontstaan van een recht op vergoeding van de gevolgschade geen verzuim vereist is. Dit betekent dat, nu vast staat dat de schade door toedoen of nalaten van [de gedaagde] is ontstaan, zij in beginsel schadeplichtig is ten aanzien van alle gevolgschade.

Gevolgschade

Vervolgens moet, aan de hand van de uit artikel 6:98 BW volgende toerekeningsmaatstaf, worden onderzocht of alle door [de eiser] gestelde schade voor vergoeding in aanmerking komt. Toerekening in de zin van voormeld artikel ziet op de vraag of de schade in zodanig verband staat met het aansprakelijkheidsscheppende voorval dat zij – gelet op de aard van de aansprakelijkheid en de aard van de schade – als een gevolg van het voorval aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Daarnaast wordt, gelet op het bepaalde in artikel 6:97 BW, de schade begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Indien de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, dient deze te worden geschat. In gevallen van zaaksbeschadiging is uitgangspunt dat de eigenaar door die beschadiging een nadeel in zijn vermogen lijdt dat gelijk is aan de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan. Volgens vaste rechtspraak zal het geldbedrag waarin deze waardevermindering kan worden uitgedrukt in het algemeen gelijk zijn aan de – naar objectieve maatstaven berekende – kosten die met het herstel zijn gemoeid. De aard van zodanige schade rechtvaardigt dat de rechter bij het begroten daarvan in beginsel abstraheert van omstandigheden die de bijzondere situatie van de benadeelde eigenaar betreffen.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat, nu de motor onherstelbaar beschadigd is geraakt, [de gedaagde] aan [de eiser] de kosten voor een vervangende motor dient te voldoen.

[de eiser] heeft in dit kader gesteld dat hij een compleet nieuwe BMW motor in de auto heeft laten monteren. [de gedaagde] heeft geprotesteerd tegen deze gang van zaken. Zij heeft aangevoerd dat voor dat bedrag een andere tweedehandse BMW (zelfde type) had kunnen worden aangeschaft. Volgens [de gedaagde] zijn er goedkopere gereviseerde motoren op de markt.

De kantonrechter volgt [de gedaagde] op dit punt in haar verweer en zal de schade (motor), gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen, moeten schatten. Daarbij gaat de kantonrechter uit van de kilometerstand van de oude motor van 152.109. Voorts neemt de kantonrechter daarbij in overweging dat [de eiser] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat er goedkopere (gereviseerde) motoren op de markt waren, maar dat hij ervoor gekozen heeft een nieuwe motor in zijn BMW te laten monteren. Dit kan hij echter niet op [de gedaagde] afwentelen. Immers, [de eiser] is, mede gelet op het bepaalde in artikel 6:101 BW, gehouden om de schade te beperken voor zover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan worden. Van [de eiser] had derhalve verwacht mogen worden dat hij niet een nieuwe motor, maar een gereviseerde motor in zijn BMW zou laten monteren. De kantonrechter zal, gelet op al het voorgaande en nu niet concreet is vast te stellen wat het plaatsen van een gereviseerde motor in de BMW zou kosten, de schadevergoeding ten aanzien van de motor ex aequo et bono vaststellen op € 9.000,00.

Vervolgens kom de kantonrechter toe aan de vordering van [de eiser] betreffende de schadevergoeding voor de betaalde facturen voor de reparatie (rov. 2.3.) en het ophalen van de auto bij [bedrijf 1] (rov. 2.5.) en de kosten van het deskundigenonderzoek. De kantonrechter zal deze kosten achtereenvolgens beoordelen.

Factuurnummer 25078

De kantonrechter is van oordeel dat de kosten voor het vervangen van de lagerschalen en de stuurkolomas niet voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij merkt de kantonrechter allereerst op dat gesteld noch gebleken is dat de kosten voor het herstel van de stuurkolom nodeloos zijn gemaakt. Immers, hij heeft nog steeds baat bij het vervangen van de stuurkolom, nu dit geen onderdeel is dat ziet op de motor en [de eiser] de BMW nog steeds in gebruik heeft. De kosten voor het vervangen van de lagerschalen, carterpanpakking, motorolie en oliefilter zijn kosten die in die zin wel nodeloos zijn gemaakt, omdat deze zaken wederom vervangen zijn bij het plaatsen van de andere motor. Toch komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking, omdat [de eiser] deze kosten via de weg van het plaatsen van een gereviseerde motor ook al vergoed krijgt. De kantonrechter wijst dit deel van de vordering dan ook af.

Factuurnummer 25114

De kosten van € 108,90 voor transport van [bedrijf 1] naar De Auto Companie komen wel voor vergoeding in aanmerking. Vast staat immers dat de BMW niet verder kon rijden en dat, om verdere schade te voorkomen, de auto door [de gedaagde] is opgehaald. Nu deze kosten het gevolg zijn van de ongeschiktheid van de motor en het niet waarschuwen door [de gedaagde] komen deze kosten wel voor vergoeding in aanmerking.

Factuur Dekra

Voor de toewijsbaarheid van kosten van deskundige bijstand als vermogensschade is op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 BW vereist dat vast komt te staan dat het redelijk was de deskundige bijstand in te roepen ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en dat de daartoe gemaakte kosten redelijk zijn (dubbele redelijkheidstoets).

De factuur van Dekra van € 1.203,95 heeft betrekking op een technisch onderzoek. In het rapport van Dekra zijn vervolgens diverse gebreken vastgesteld. Gelet op het feit dat [de gedaagde] is blijven betwisten dat zij was tekortgeschoten in de nakoming van de

overeenkomst van aanneming van werk, heeft [de eiser] in redelijkheid kunnen besluiten om Dekra op te dragen een rapport op te stellen om de aansprakelijkheid vast te stellen en de gebreken in kaart te brengen. De omvang van die kosten komt de kantonrechter redelijk voor, zodat deze kosten ook voor vergoeding in aanmerking komen.

Conclusie

Resumerend begroot de kantonrechter de (gevolg)schade op € 10.312,85 (€ 9.000,00 voor de motor, € 108,90 aan kosten voor transport van [bedrijf 1] naar [de gedaagde] en € 1.203,95 aan kosten voor de deskundige Dekra). Dit bedrag wordt dan ook toegewezen. Nu [de gedaagde] geen separaat verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente en de ingangsdatum van de rente wijst de kantonrechter de wettelijke rente toe over € 10.312,85, zijnde de hoofdsom, vanaf 27 januari 2026 tot aan de dag van volledige voldoening.

Buitengerechtelijke kosten

[de eiser] heeft voorts vergoeding van de buitengerechtelijke kosten gevorderd. Aan de wettelijke eisen voor vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van het toegewezen deel de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Hoewel niet direct van toepassing, geldt dat deze tarieven geacht worden redelijk te zijn. De kantonrechter wijst, gelet op al het voorgaande en het toegewezen deel van de vordering, een bedrag van € 875,00 aan buitengerechtelijke kosten toe.

[de eiser] is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.008,00

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [de gedaagde] hoofdelijk om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 10.312,85, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 27 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [de gedaagde] hoofdelijk om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 875,00 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [de eiser] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.

415/68707

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand