uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 19 augustus 2026
in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Arnhem, de inspecteur.
Inleiding
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 14 maart 2025. De uitspraak gaat volgens het beroepschrift over het bezwaar tegen aangifteselectie op grond van het project 1043.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de indiener van het beroep geen volmacht heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een volmacht overgelegd?
3. Het beroepschrift is ingediend door [gemachtigde] en zij is daarmee de indiener van het beroep. Bij het beroepschrift is geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat zij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft [gemachtigde] bij normale brief van 28 april 2025 verzocht om binnen vier weken een volmacht in te dienen. Bij aangetekende brief van 16 juli 2025 is dit verzoek herhaald waarbij een termijn is gesteld tot 27 augustus 2025. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Op 11 augustus 2025 heeft de griffier deze brief per gewone post opnieuw gestuurd aan de indiener met de mededeling dat de eerder gestelde termijn niet opnieuw aanvangt. [gemachtigde] heeft geen volmacht ingediend.
Is het niet indienen van een volmacht verontschuldigbaar?
4. [gemachtigde] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [gemachtigde] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
5. De volmacht is niet ingediend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. Zippelius, rechter, in aanwezigheid van J.M.A.A. Dijksterhuis, griffier.
Uitgesproken op 19 augustus 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.