ECLI:NL:RBGEL:2026:6573

ECLI:NL:RBGEL:2026:6573

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 11937531 \ CV EXPL 25-8430
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Aanneming van werk (art. 7:750 BW). Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten (art. 7:900 BW). Geen sprake van nieuwe gebreken. Eisende partijen worden niet in de werkelijke proceskosten van gedaagde partij veroordeeld, maar het salaris gemachtigde wordt wel verdubbeld.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11937531 \ CV EXPL 25-8430

Vonnis van 12 augustus 2026

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beide wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

gemachtigde: mr. M.B.J. Hulsen,

tegen

[gedaagde] , H.O.D.N. [x],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. G. de Gelder.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 februari 2026

- de aanvullende producties 23 tot en met 29 van [eisers] .

Op 7 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De gemachtigde van [eisers] heeft daar het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder besproken is.

Daarna is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisers] hebben in 2022 met [gedaagde] een overeenkomst aanneming van werk gesloten. De werkzaamheden die [gedaagde] aan de woning van [eisers] zou uitvoeren betroffen, inclusief meerwerk, onder meer:

de bestaande kap van de woning slopen en het aanbrengen van een nieuwe constructie

dakisolatie Rc 6,3 met gelijke hoogte als de buren

verplaatsen en verhogen nok

dakpannen gelijk als de buren

nieuwe dakgoot achterzijde

dakkapel (2x)

wtw-installatie

slopen schoorsteen begane grond, in de woonkamer.

De uitvoering van de werkzaamheden is in september 2022 begonnen. In februari 2023 is [gedaagde] voor het laatst bij [eisers] geweest om werkzaamheden uit te voeren. Nadat hij voor het laatst was geweest, moesten er nog twee dingen gebeuren: 1) het leggen van de onderste rijen dakpannen aan de voor- en achterzijde 2) het leveren en installeren van de warmteterugwinning (hierna: wtw).

Op 17 augustus 2023 hebben [eisers] [gedaagde] in gebreke gesteld vanwege niet gelegde dakpannen en het niet plaatsen van de wtw-installatie.

Ook op 11 januari 2024 hebben [eisers] een ingebrekestelling verstuurd. Hun gemachtigde schrijft in die brief, voor zover hier van belang: “(…) Namens cliënten stel ik u gedurende drie weken na dagtekening van deze brief in de gelegenheid om uw verplichtingen alsnog na te komen en de dakpannen te plaatsen en de WTW te (laten) installeren. (…) Indien door het ontbreken van de dakpannen (vocht) schade ontstaat, dan dient u de herstelkosten daarvan direct aan mijn cliënten te vergoeden. Namens cliënten stel ik u hierbij formeel aansprakelijk voor alle gevolgschade die cliënten ondervinden en mogelijk nog gaan ondervinden, als gevolg van uw tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. (…)

Omdat [gedaagde] niet (tijdig) reageerde, hebben [eisers] de overeenkomst, voor wat betreft het onderdeel dakpannen en wtw, ontbonden. Ze verzochten [gedaagde] , vanwege de ontbinding, om € 3.509,00 aan hen te betalen. In de brief van 5 maart 2024 schrijft de gemachtigde van [eisers] ook het volgende: “(…) Daarnaast hebben mijn cliënten helaas recent een nieuw gebrek ontdekt. Er is namelijk sprake van een lekkage/vochtschade op de overgang van het dak naar de dakkapel. (…) Uit een eerste inspectie blijkt dat het dak niet waterdicht is gemaakt en de afwerking van de dakkapel te wensen overlaat. Zo is de houten afwerking bij een aantal kozijnen niet deugdelijk, is het dakleer niet overal (goed) dicht gebrand, zijn er op meerdere plekken open plooien zichtbaar, ontbreekt een rij dakpannen boven de dakkapel en blijft er (te) veel water op het dak staan wat doet vermoeden dat het afschot niet goed is. (…) Namens cliënten stel ik u gedurende 15 (kalender)dagen na dagtekening van deze brief in de gelegenheid om de gebreken te onderzoeken en te verhelpen. (…) Indien u het dak niet (tijdig) herstelt, dan hebben cliënten het recht om deze herstelwerkzaamheden door een derde partij te laten uitvoeren. (…) Indien het vocht na herstel niet vanzelf opdroogt en/of er daardoor schade aan de woning is ontstaan of nog ontstaat, dan dient u de herstelkosten daarvan direct aan mijn cliënten te vergoeden. Namens cliënten stel ik u hierbij formeel aansprakelijk voor alle gevolgschade die cliënten ondervinden, en mogelijk nog gaan ondervinden, als gevolg van het gebrek aan de dakbedekking. (…)

Op 13 maart 2024 heeft [gedaagde] per e-mail laten weten dat de berekening die [eisers] met betrekking tot de dakpannen en de wtw hebben gemaakt niet klopt en dat [eisers] aan hem nog een bedrag verschuldigd zijn. Hij schrijft verder dat hij de lekkage zal oplossen.

Omdat [gedaagde] niet reageerde op een rappel van 21 maart 2024 en ook daarna geen contact met [eisers] opnam om de gestelde gebreken aan het dak te onderzoeken en verhelpen, hebben [eisers] op 25 april 2024 het volgende aan [gedaagde] bericht: “(…) De vordering met betrekking tot het dak wordt middels deze brief omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Deze brief is dan ook een omzettingsverklaring zoals bedoeld in artikel 6:87 BW. Dit betekent dat cliënt de kosten van de herstelwerkzaamheden op u verhaalt. Dat bovenop de eerder genoemde terugvordering van de kosten van de WTW-installatie en de rij ontbrekende dakpannen. (…) Om de gebreken, schades en (herstel) kosten in kaart te brengen, zal er een onafhankelijke deskundige worden ingeschakeld. (…)

Hierop heeft [gedaagde] op 3 mei 2024 gereageerd. Voor de dakpannen en de wtw wil hij tot een regeling komen. [eisers] hoeven wat hem betreft (een deel van) de eindfactuur niet te betalen; hij zal de werkzaamheden met betrekking tot de dakpannen en de wtw dan niet meer uitvoeren. De lekkage wil hij oplossen door middel van een loodgieter en eventueel een schilder die het plafond opnieuw kan schilderen.

[eisers] hebben op 7 mei 2024 laten weten dat ze antwoord willen op diverse vragen en dat als ze dat niet krijgen, een onafhankelijke expert zal worden ingeschakeld om in kaart te brengen welk bedrag [eisers] van [gedaagde] kunnen claimen.

Op 3 juni 2024 heeft [gedaagde] het volgende aan [eisers] gemaild: “(…) Ik kreeg vandaag een mail van een instantie over een afspraak voor een onderzoek. (…) Ik wil het allerliefste dat het gewoon zsm klaar is dit verhaal! Mijn voorstel is zonder er een lange berekening of verhaal bij te maken dat ik € 6630,- incl. btw tegemoet kom. € 3630 incl. btw is nog openstaand en blijft er nog € 3000,- incl. btw wat ik nog over moet maken naar jullie. (…)

[eisers] hebben hierop op 2 juli 2024 gereageerd met een tegenvoorstel. Dat luidt: “(…) u betaalt uiterlijk op 10 juli 2024 een bedrag van € 5.000,- op de bankrekening van (…) [eiser 1] (…). Uiterlijk op diezelfde datum crediteert u uw factuur ad € 3.630,- incl. BTW een stuurt u mij daar een creditnota van toe. (…) Mocht u echter niet instemmen en/of niet tijdig betalen, dan rest mijn cliënten niets anders dan het expertiseonderzoek direct doorgang te laten vinden en daarna eventueel de gang naar de rechter. (…)

Op 18 juli 2024 hebben [eisers] aan [gedaagde] een rappel gestuurd en op 12 augustus 2024 hebben ze aangegeven dat het expertiseonderzoek doorgang zal vinden.

[gedaagde] heeft [eisers] op 13 augustus 2024 per e-mail bericht dat € 5.000,00 is overgemaakt. De creditfactuur was als bijlage bij die e-mail gevoegd. Hij schrijft: “Door het overmaken van deze factuur door mij aan jullie is alles hiermee verrekend.

Diezelfde dag hebben [eisers] aan [gedaagde] het volgende laten weten: “Bedankt voor het sturen van de creditnota en het overmaken van het bedrag, dit hebben wij in goede orde ontvangen. Het is jammer dat het zo heeft moeten lopen, maar we zijn blij dat het twee jaar na de start van de verbouwing eindelijk is afgerond. We wensen je verder veel succes.

In oktober 2024 heeft All-Round B.V. (hierna: All-Round) verschillende werkzaamheden aan de woning van [eisers] verricht. In de factuur is het vervangen van oude of kapotte dakpannen aangekruist, evenals het repareren van bovenzijde schoorsteen/aansmeren schoorsteenplateau, loodslabben vernieuwen rondom schoorsteen/dakkapel, schimmelbehandeling, dak isoleren + dakbeschot, branden van dakleer, plaatsen van nieuwe wateruitlaat, monteren mastiekhoek, plaatsen van daktrim en steiger opbouwen/afbreken. Daarnaast staan diverse bedragen, waaronder een bedrag van € 1.200,00 en € 6.000,00.

Op 6 januari 2025 hebben [eisers] opnieuw een brief gestuurd aan [gedaagde] . Zij schrijven dat helaas sprake is van extra herstelkosten en gevolgschade. Omdat [gedaagde] per e-mail liet weten dat de brief van [eisers] en de meegestuurde bon van All-Round niet (goed) te volgen waren, hebben [eisers] bij brief van 24 februari 2025 een nadere toelichting gegeven.

[gedaagde] heeft, onder meer via zijn gemachtigde, laten weten niet tot betaling van het (nieuwe) bedrag van € 7.200,00 over te gaan.

3. Het geschil

[eisers] vorderen bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eisers] , binnen 14 dagen na het vonnis en tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van:

€ 7.200,00 aan schadevergoeding, dan wel een zodanig bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2025, dan wel vanaf de dag van de dagvaarding, dan wel vanaf een andere door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum;

€ 889,35 aan buitengerechtelijke kosten, dan wel een zodanig bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;

met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eisers] leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft in opdracht van [eisers] verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd aan de toenmalige woning van [eisers] . Deze werkzaamheden heeft [gedaagde] niet deugdelijk/niet vakbekwaam uitgevoerd. De gevolgen daarvan komen voor rekening van [gedaagde] (art. 7:760 BW). Hij moet dus gevolgschade vergoeden. [eisers] hebben All-Round ingeschakeld om herstelwerkzaamheden te verrichten en dat heeft € 6.000,00 (inclusief btw) gekost aan reparaties aan beide dakkapellen en € 1.200,00 (inclusief btw) aan werk met betrekking tot loodslabben. Deze bedragen moet [gedaagde] aan hen (terug)betalen. De kosten zijn het directe gevolg van het gebrekkige werk en het nalaten om de lekkage tijdig te verhelpen. In totaal gaat het om een bedrag van € 7.200,00. Hiernaast moet [gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten betalen, omdat [eisers] hem hebben moeten aanmanen. Tot slot is wettelijke rente verschuldigd, omdat [gedaagde] te laat betaalt, aldus [eisers] .

[gedaagde] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van hun vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de reële kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Wel of geen schikking?

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat hij met [eisers] op 13 augustus 2024 een schikking heeft getroffen. Deze schikking kwalificeert volgens [gedaagde] als een vaststellingsovereenkomst in de zin van art. 7:900 BW. Daarom kunnen [eisers] niet opnieuw, voor dezelfde gestelde gebreken, schadevergoeding vorderen, aldus [gedaagde] .

De kantonrechter volgt [gedaagde] in dit betoog. Bij een vaststellingsovereen-komst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan (art. 7:900 lid 1 BW). [eisers] zijn met [gedaagde] overeengekomen dat zij de laatste factuur van € 3.630,00 niet meer hoefden te betalen en dat zij daarbovenop € 5.000,00 van [gedaagde] zouden ontvangen. Dit hebben ze gedaan om het geschil dat zij met [gedaagde] hadden te beslechten. Dit geschil liep al vanaf augustus 2023; toen hebben [eisers] een eerste ingebrekestelling verstuurd. Gezien de uitvoerige correspondentie tussen partijen zag het geschil, bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, op dakpannen, wtw en lekkage. Dat blijkt onder meer uit de ingebrekestelling van 11 januari 2024 en de brief van [eisers] van 5 maart 2024.

Naast dat partijen het geschil wilden beslechten, hebben ze de vaststellingsovereenkomst ook gesloten ter beëindiging van onzekerheid. [gedaagde] heeft op 3 juni 2024 gemaild dat hij het allerliefste wil dat het klaar is “dit verhaal”. Hij wilde niet dat een expertise plaats zou vinden. Zo’n expertise hadden [eisers] al op 25 april 2024 aangekondigd en daarna hebben ze dat verschillende keren herhaald. Dat ook [eisers] ervan uitgingen dat een regeling alle geschilpunten omvatte, blijkt uit hun reactie van 2 juli 2024. Zij schrijven dat als er niet betaald wordt een expertiseonderzoek zal plaatsvinden en daarna eventueel een rechtszaak. Dat kon voorkomen worden door [gedaagde] door over te gaan tot betaling. De kantonrechter leidt hieruit af dat beide partijen de onzekerheid van een expertise en/of een rechtszaak hebben willen voorkomen.

Hoewel partijen in hun mailwisselingen niet expliciet “finale kwijting” hebben opgeschreven, is de kantonrechter van oordeel dat partijen dat wel zijn overeengekomen. [gedaagde] heeft namelijk op 13 augustus 2024 aangegeven dat alles is verrekend en [eisers] hebben niet geschreven dat dit onjuist is en dat ze mogelijk nog nadere schadevergoeding zullen vorderen. Ze hebben in die zin geen voorbehoud gemaakt. Sterker nog, ze hebben dezelfde dag laten weten blij te zijn dat de verbouwing eindelijk is afgerond. Aangezien [eisers] zich ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst door een professionele gemachtigde hebben laten bijstaan, had het op hun weg gelegen om een expliciet voorbehoud te maken. De kantonrechter leidt uit het voorgaande af dat ook [eisers] ervan uitgingen dat partijen, na de betaling door [gedaagde] , over en weer niets meer van elkaar te vorderen hadden.

[eisers] hebben nog gesteld dat de tijd voor acceptatie van het schikkingsvoorstel was verstreken toen [gedaagde] het accepteerde, maar de kantonrechter ziet niet in wat [eisers] met dit betoog willen bereiken. Ondanks het verstrijken van de termijn voor acceptatie, hebben [eisers] de betaling van [gedaagde] geaccepteerd en hebben ze aangegeven dat “het” daarmee is afgerond.

Gelet op het voorgaande kunnen [eisers] geen (aanvullende) schadevergoeding van [gedaagde] vorderen, voor zover de aanvullende schadepost ziet op dakpannen, wtw en lekkage.

Wel of geen nieuw gesteld gebrek?

[eisers] verwijten [gedaagde] concreet de volgende aangetroffen gebreken:

het dakleer bleek van binnen compleet nat

het dakleer bleek beschimmeld

dakleer, isolatie en houten dakbeschot moesten worden vervangen

toppannen lagen los

loodslabben bij de schoorsteen lagen onder de pannen in plaats van er op

het lood was tegen de schoorsteen gekit in plaats van in de voegen gebrand

de schoorsteen uitlaat was niet afgeschermd, daardoor kon er water naar binnen

op de dakkapel ontbraken waterafvoerpunten (er waren er te weinig in verhouding tot het dakoppervlak; één in plaats van twee)

de dakkapel was niet onder afschot geplaatst waardoor water niet goed kon weglopen

het dakleer was van slechte en dunne kwaliteit.

Deze gebreken werden hen duidelijk, zo stellen [eisers] , toen het dak openlag, omdat All-Round de werkzaamheden aan de woning ging doen. [eisers] stellen dat dit niet nieuwe gebreken betreffen (geen nieuwe zaken die kapot zijn gegaan), maar dat de gevolgen van het eerdere gebrek (de lekkage) groter bleken/waren geworden dan gedacht.

De kantonrechter is van oordeel dat deze gestelde gebreken zijn afgekaart door sluiting van de vaststellingsovereenkomst. Ze zien allemaal op het onderdeel “lekkage”. Daarover schrijven [eisers] op 5 maart 2024 al dat sprake is van vochtschade op de overgang van het dak naar de dakkapel. Volgens hen is het dak niet waterdicht en de afwerking niet goed. Ze benoemen daar ook de houten afwerking, het dakleer, dakpannen en afschot. Dat zijn precies de zaken waar All-Round aan heeft gewerkt en een factuur voor heeft gestuurd. Dat de kosten voor het verhelpen van deze gestelde gebreken hoger uitvielen dan [eisers] hadden gedacht, maakt niet dat [gedaagde] daar (opnieuw) voor moet betalen.

Overigens geldt ook dat [eisers] onvoldoende hebben onderbouwd dat [gedaagde] aansprakelijk is voor deze gestelde gebreken. Een aannemer is onder meer aansprakelijk voor verborgen gebreken (art. 7:762 BW), maar hij is ontslagen van aansprakelijkheid voor gebreken die opdrachtgevers op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs hadden moeten ontdekken (art. 7:758 lid 3 BW). [eisers] hebben enerzijds aangegeven dat in hun ogen sprake is van verborgen gebreken, maar anderzijds hebben ze erkend dat het gebreken betreffen waarvoor ze [gedaagde] al eerder in gebreke hebben gesteld. Daardoor is onvoldoende duidelijk van wat voor soort gebreken volgens [eisers] sprake is. Nu in ieder geval helder is dat [gedaagde] niet in de gelegenheid is gesteld de gestelde, eventueel verborgen, gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen (art. 7:759 BW) kunnen ze ook op die grond geen schadevergoeding vorderen. Voor zover hun betoog op dit punt is dat een ingebrekestelling, in verband met de omstandigheden, niet opnieuw van hen kon worden gevergd, omdat alle vertrouwen in [gedaagde] weg was, [gedaagde] steeds traag reageerde en het dak openlag, gaat dat niet op. [gedaagde] wordt nu geconfronteerd met hoge (herstel)kosten, terwijl hij de gebreken gemotiveerd heeft betwist, diverse keren herstel heeft aangeboden (op 13 maart 2024 en 3 mei 2024) en er geen deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden (vanwege de vaststellingsovereenkomst). Een nieuwe ingebrekestelling voor eventueel nieuw ontdekte gebreken kan dan wel worden gevergd.

De vordering van [eisers] om [gedaagde] te veroordelen € 7.200,00 aan schadevergoeding aan hen te betalen wordt afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten

Omdat de schadevergoedingsvordering wordt afgewezen, is er ook geen reden voor toewijzing van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Deze (neven)vorderingen worden daarom afgewezen.

[gedaagde] heeft gevorderd dat [eisers] in de daadwerkelijke proceskosten worden veroordeeld. Het gaat volgens hem om een bedrag van € 2.940,00. [eisers] hebben hier verweer tegen gevoerd.

De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van misbruik van procesrecht door [eisers] of van een onrechtmatige daad. Zij waren ervan overtuigd dat de bedragen die ze in deze procedure vorderden, niet door de getroffen schikking gedekt werden. Van tegen beter weten in procederen is dus geen sprake geweest. Daarom zullen ze niet worden veroordeeld in de daadwerkelijke proceskosten. Nu echter blijkt dat de gevorderde bedragen wel onder de overeengekomen schikking vallen, geldt dat [gedaagde] kosten heeft moeten maken om zich te verweren, terwijl hij nu juist een rechtszaak wilde voorkomen. De kantonrechter ziet hierin wel aanleiding om tot een afwijkende wijze van begroting van de proceskosten te komen. Gerekend zal worden met een verdubbeld gemachtigdensalaris. Gezien de omvang van de ingestelde vordering is een gemachtigdensalaris van € 360,00 aangewezen. De kantonrechter zal een salaris van € 720,00 per punt hanteren.

[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden, met inachtneming van het voorgaande, begroot op:

- salaris gemachtigde

1.440,00

(2 punten×€ 720,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

totaal

1.584,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eisers] af,

veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 1.584,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eisers] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op

12 augustus 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

40141 / 51588

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand