RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11814894 \ CV EXPL 25-6002
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
HOME PROTECTION B.V., handelend onder de naam HSD Vochtbestrijding
gevestigd te Ederveen,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: HSD,
gemachtigde: mr. A.A. Bart,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
beide wonende te [woonplaats] ( [land] ),
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna afzonderlijk te noemen: [gedaagde 1] of [gedaagde 2] en gezamenlijk te noemen: [gedaagden] ,
gemachtigde: mr. G.P. Smit.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 april 2026- de akte uitlating deskundige van HSD- de akte uitlating deskundige van [gedaagden] .
Hierna is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
De kantonrechter heeft partijen bij tussenvonnis van 22 april 2026 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek. Dit deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen.
Mede gelet op het debat tussen partijen over het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundige(n) en de aan de deskundige(n) te stellen vragen, zal de kantonrechter de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
[gedaagden] hebben de deskundige die benoemd wordt voorgesteld. HSD heeft over deze deskundige opgemerkt dat zij geen publiek verifieerbare informatie over hem heeft kunnen vinden. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat de heer J.J.C. Bollen specialistische deskundigheid heeft, ook op het gebied van vocht in kelders/kelderafdichting. Het blijkt ook uit de openbare uitspraak van de rechtbank Limburg van 12 november 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:13212. Om deze reden en omdat deze deskundige geen banden heeft met partijen zal de kantonrechter deze deskundige benoemen. De door HSD voorgestelde partij [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) acht de kantonrechter niet geschikt vanwege nauwe betrokkenheid bij partijen en bij deze kwestie. [bedrijf] is immers betrokken bij deze kwestie vanwege de contractuele driehoeksgarantie. Daarnaast hebben [gedaagden] in aanloop naar deze procedure ook meermaals contact opgenomen met [bedrijf] met vragen over de door HSD uitgevoerde werkzaamheden.
Over de aan de deskundige te stellen vragen overweegt de kantonrechter als volgt. [gedaagden] hebben in hun akte voorgesteld om zeven aanvullende vragen (met elk ook twee, drie of vier subvragen) aan de deskundige voor te leggen. HSD heeft op sommige vragen positief gereageerd, maar van andere gemotiveerd aangegeven waarom volgens haar die vragen niet relevant zijn/niet gesteld moeten worden. De kantonrechter heeft naar aanleiding hiervan besloten één vraag toe te voegen. Het betreft de vraag over de kimnaad (vraag 10a van [gedaagden] ). Voor de overige vragen geldt dat [gedaagden] daarmee het onderzoek door de deskundige te ver oprekken, namelijk in een richting waarvan de kantonrechter al in het tussenvonnis van 22 april 2026 heeft geoordeeld dat die niet meer open ligt. Concreet heeft de kantonrechter al beslissingen genomen over de inhoud van de overeenkomst tussen partijen (overweging 4.7 tussenvonnis), over dat alle klachten van [gedaagden] gestelde gebreken na oplevering betreffen (overweging 4.16 tussenvonnis), over de betalingsverplichting van [gedaagde 1] (overweging 4.18 en 4.25 tussenvonnis), over dat het water dat de kelder via het maaiveld inloopt als het regent, niet maakt dat HSD tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenissen (overweging 4.21 tussenvonnis), over de stuclaag (overweging 4.23 tussenvonnis), over de stoppenkast/meterkast (overweging 4.24 tussenvonnis) en over de waarschuwingsplicht/mededelingsplicht/dwaling (overweging 4.26 tussenvonnis). Er zijn enkel nog twee vraagpunten die voorliggen en die zien op het wel of niet (goed) aangebracht zijn van het 3-laags afdichtingssysteem en op de vraag of de dichtingslagen verkruimelen/onthechten of niet. Ook bestaat geen noodzaak voor het uitvoeren van nieuwe vochtmetingen.
Voor de goede orde merkt de kantonrechter nog op dat de opdracht van [gedaagde 1] aan HSD het oplossen van vochtproblemen in de kelder was, door het waterdicht maken van muren en kimnaad. [gedaagden] lijken dit (opnieuw) ter discussie te stellen, door daar ten onrechte “gewelven plafond” aan toe te voegen.
De kantonrechter geeft partijen ook mee dat het deskundigenonderzoek niet bedoeld is om alle toekomstige geschillen tussen partijen op te lossen. Dat lijken [gedaagden] in hun akte (pagina 9 en 11) te betogen. Het stukje uit het tussenvonnis dat zij citeren (overweging 4.22), ziet echter enkel op de discussie over het 3-laags afdichtingssysteem. Ook is het deskundigenbericht niet bedoeld om [gedaagden] vragen te laten stellen die niet kunnen bijdragen aan toewijzing van hun reconventionele vorderingen, maar enkel kunnen bijdragen aan de formulering van een in de toekomst te wijzigen reconventionele vordering. Dat lijken [gedaagden] bovenaan pagina 14 van hun akte te betogen.
In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [gedaagden] moet worden betaald. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een begroting van het voorschot door de deskundige. De begroting zal separaat door de griffie aan partijen worden toegezonden. De hoogte van het voorschot voor de deskundige zal in een afzonderlijk vonnis worden vastgesteld.
De deskundige heeft de kantonrechter meegedeeld dat algemene voorwaarden van toepassing zijn. Na overleg met partijen aanvaardt de kantonrechter dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de kantonrechter en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt de kantonrechter op dat deze aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet deze partij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
houdt iedere beslissing aan,
in reconventie
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Is het 3-laags afdichtingssysteem, zoals geoffreerd door HSD, aangebracht in de kelder van [gedaagden] ?
Als het antwoord op vraag 1 “nee” is: wat is wel door HSD aangebracht en wat zou nog moeten plaatsvinden om het 3-laags afdichtingssysteem volledig te krijgen?
Als het antwoord op vraag 1 “ja” is: is dit aangebrachte 3-laags afdichtingssysteem voldoende voor het waterdicht maken van muren en kimnaad?
Is sprake van verkruimeling/onthechting van de door HSD aangebrachte dichtingslagen óf is sprake van gebreken aan stucwerk en schilderwerk veroorzaakt door zouten, mineralen, nitraten en sulfaten?
Kunt u vaststellen of de kimnaad is uitgevoerd conform de technische voorschriften (bijvoorbeeld uitgehakt tot de dragende constructie en voorzien van een dichte, afgeronde minerale ‘holle plint’ of ‘fase’)?
benoemt tot deskundige:
de heer ing. J.J.C. Bollen ,
correspondentie- en bezoekadres: Cannerweg 296, 6213 BL Maastricht, Nederland,
telefoon: 0031 6 46 74 08 96,
e-mailadres: jeroen@mercator-pm.nl,
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
- de deskundige moet binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de kantonrechter, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de kantonrechter bezwaar maken tegen de begroting,
- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de kantonrechter worden vastgesteld,
het onderzoek
bepaalt dat [gedaagden] - na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
bepaalt dat de deskundige, met kennisgeving aan de kantonrechter, uiterlijk op woensdag 28 oktober 2026 met partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor het tijdstip van het te verrichten onderzoek en bepaalt dat een verzoek tot uitstel van (het maken van de afspraak voor) het tijdstip van het te verrichten onderzoek met opgave van redenen aan de kantonrechter moet worden gedaan,
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 30 september 2026 voor vonnis vaststelling voorschot,
houdt iedere verdere beslissing aan,
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
40141 / 51588