ECLI:NL:RBGEL:2026:6583

ECLI:NL:RBGEL:2026:6583

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer ARN 25/2747
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

IB/PVV beroepen ongegrond. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt meer kosten te hebben gemaakt.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 augustus 2026

in de zaken tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 21 en 22 mei 2025.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2021 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 47.531. Daarnaast is een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor het jaar 2021 opgelegd naar een bijdrage-inkomen van € 47.531. Gelijktijdig is voor beide aanslagen een bedrag aan belastingrente in rekening gebracht.

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslagen verminderd tot een bedrag berekend naar een verzamelinkomen en een bijdrage-inkomen van € 37.601. De belastingrenten zijn dienovereenkomstig verminderd.

De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de beroepen op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens de inspecteur [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] . Via digitale beeldverbinding hebbende namens belanghebbende deelgenomen [persoon 4] en [persoon 5] .

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

1. Belanghebbende verricht werkzaamheden als gastouder. Zij is aangesloten bij het Gastouderbureau [x] ( [x] ).

2. Belanghebbende heeft in haar aangifte IB/PVV 2021 de volgende kosten en opbrengsten als resultaat overige werkzaamheden verantwoord:

3. De inspecteur heeft op 2 december 2022 een verzoek om informatie naar belanghebbende verzonden betreffende de bruto opbrengsten en de kosten van het resultaat uit overige werkzaamheden.

4. De voormalig gemachtigde van belanghebbende heeft gereageerd op het verzoek. In die reactie wordt bezwaar gemaakt tegen de (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw 2017 tot en met 2020 en verzocht om uitstel van behandeling van de aangifte IB/PVV en Zvw 2021 totdat is beslist op de voorgaande jaren.

5. De inspecteur heeft met dagtekening 25 april 2024 uitspraken op bezwaar gedaan voor de jaren 2017 tot en met 2020.

6. Met dagtekening 8 oktober 2024 is een tweede verzoek om informatie aan belanghebbende verzonden. Nogmaals is verzocht om een specificatie van de opbrengsten en kosten van haar werkzaamheden als gastouder.

7. Belanghebbende heeft verzocht om uitstel tot 26 november 2024. Dit verzoek is door de inspecteur geweigerd omdat de aanslag voor 31 december 2024 moet worden opgelegd.

8. Belanghebbende en de inspecteur hebben op 16 oktober 2024 telefonisch overleg gehad.

9. Met dagtekening 24 oktober 2024 heeft de inspecteur een voornemen tot afwijken van de aangifte verzonden. Belanghebbende heeft nog geen informatie overgelegd om de kosten van € 46.995 aannemelijk te maken. De inspecteur is voornemens om de kosten te corrigeren tot nihil.

10. Belanghebbende heeft op 31 oktober 2024 een klacht ingediend tegen de handelswijze van de inspecteur, omdat hij voor de gegeven reactietermijn van 31 oktober 2024 al een voornemen tot afwijken van de aangifte heeft verzonden.

11. Met dagtekening 3 december 2024 zijn de aanslagen IB/PVV en Zvw opgelegd. Het verzamelinkomen is daarbij vastgesteld op € 47.531, zijnde de opbrengsten van [x] . De inspecteur heeft geen kosten in aanmerking genomen.

12. Belanghebbende heeft op 10 januari 2025 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw 2021. Daarbij is het volgende kostenoverzicht, dat ook was overgelegd bij het bezwaar over de jaren 2017 tot en met 2020, overgelegd:

13. De inspecteur heeft op 20 maart 2025 een vooraankondiging uitspraak op bezwaar verzonden. Belanghebbende is daarbij uitgenodigd voor een hoorgesprek.

14. Belanghebbende heeft op 20 maart 2025 gereageerd op het voornemen en daarbij aangegeven geen gebruik te willen maken van het hoorgesprek.

15. Met dagtekening 25 maart 2025 heeft de inspecteur de motivering van de uitspraak op bezwaar aan belanghebbende verzonden. De inspecteur heeft daarbij aangegeven dat belanghebbende weliswaar kosten heeft gemaakt, maar dat zij de hoogte daarvan niet aannemelijk heeft gemaakt. De inspecteur heeft de kosten geschat op € 9.930. Het bezwaar is om die reden gegrond bevonden. Het verzamelinkomen is vastgesteld op € 37.601 (€ 47.531 -/- € 9.930) en de aanslagen IB/PVV en Zvw verminderd. De inspecteur heeft de kosten als volgt geschat:

16. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de aanslagen IB/PVV en Zvw 2021 niet te hoog heeft vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. Tussen partijen is de hoogte van de gemaakte kosten in geschil.

17. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

18. De rechtbank overweegt dat op belanghebbende de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat zij kosten heeft gemaakt en welke omvang de kosten hebben.

19. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur buitengewoon coulant gehandeld door kosten in aanmerking te nemen waarvoor belanghebbende geen afdoende onderbouwing heeft gegeven en geen bewijsstukken heeft overgelegd. Er zijn geen bewijsstukken overgelegd ten aanzien van de afschrijving van activa en automatisering en de kosten voor de telefoon en de bewassing. Desondanks heeft de inspecteur voor elk van deze posten een aanzienlijk deel aan aftrek toegestaan. De kosten voor de luiers heeft belanghebbende gesteld op twee luiers per kind per maaltijd à € 0,50 per luier. Facturen en/of betaalbewijzen voor de luiers ontbreken. De kosten voor het eten heeft belanghebbende gesteld op € 6 per kind per maaltijd voor drie maaltijden per dag. Ook hiervoor ontbreken facturen en betaalbewijzen. De inspecteur is voor de kosten van de luiers en voor het eten uitgegaan van de cijfers van het NIBUD en is daar nog aanzienlijk boven gaan zitten. Hij heeft dan ook meer kosten in aanmerking genomen dan het NIBUD heeft geadviseerd. De door belanghebbende gehanteerde bedragen voor wat betreft luiers en maaltijden overtreffen daarentegen vele malen de door het NIBUD vastgestelde normbedragen. Gezien bovenstaande heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat zij meer kosten heeft gemaakt dan de inspecteur in aanmerking heeft genomen.

20. De beroepen zijn dan ook ongegrond.

21. De beroepen worden geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikking. Hierbij wijst de rechtbank belanghebbende erop dat het bedrag van de belastingrente het bedrag van de aanslag volgt.

Conclusie en gevolgen

22. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de uitspraken op bezwaar in stand blijven. De aanslagen IB/PVV en Zvw worden niet verminderd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Roosma, griffier.

Uitgesproken op 21 augustus 2026.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026083108 NLF 2026/1778 V-N Vandaag 2026/1803
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand