ECLI:NL:RBGEL:2026:6589

ECLI:NL:RBGEL:2026:6589

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer ARN 24/2646
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

IB/PVV beroepen ongegrond. Belanghebbende heeft geen aangiften ingediend, is hiertoe wel uitgenodigd en aangemaand Inspecteur heeft terecht ambtshalve aanslagen opgelegd. Deze zijn, na uitspraak op bezwaar, niet te hoog vastgesteld. Ook verzuimboetes terecht opgelegd.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 augustus 2026

in de zaken tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren, kantoor Arnhem, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 17 november 2023 en 3 mei 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 88.056 en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.753. Gelijktijdig is een bedrag van € 1.430 aan belastingrente in rekening gebracht. Daarnaast heeft hij een verzuimboete van € 385 opgelegd.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 70.891 en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 6.056. Gelijktijdig is een bedrag van € 1.538 aan belastingrente in rekening gebracht. Daarnaast heeft hij een verzuimboete van € 385 opgelegd.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2019 gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning verminderd tot € 68.056 en het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verminderd tot nihil. De belastingrente is dienovereenkomstig verminderd. De verzuimboete is gehandhaafd.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2020 gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning verminderd tot € 24.891 en het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verminderd tot nihil. De belastingrente is dienovereenkomstig verminderd. De verzuimboete is gehandhaafd.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur [persoon 1] en [persoon 2] .

Feiten

1. Belanghebbende is tot en met oktober 2019 als advocaat werkzaam geweest bij [bedrijf] , waarvan hij bestuurder en enig aandeelhouder was.

2. Belanghebbende bezit een (tweede) woning aan de [adres] te [plaats] met een WOZ-waarde van € 132.000 (2019) en 142.000 (2020). De hypothecaire schuld op de woning bedraagt voor beide jaren € 125.000.

3. Belanghebbende is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om de aangiften IB/PVV voor de jaren 2019 en 2020 te doen. De aangiften IB/PVV voor die jaren zijn niet binnen de in de aanmaningen gestelde termijnen door belanghebbende ingediend.

4. De inspecteur heeft de aanslagen IB/PVV 2019 en 2020 ambtshalve vastgesteld en gelijktijdig verzuimboetes opgelegd wegens het niet doen van aangiften.

5. Voor 2019 heeft de inspecteur het inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 88.056, bestaande uit € 66.267 loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en € 21.780 inkomen uit vroegere dienstbetrekking. De schatting van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking bestaat uit het door [bedrijf] opgegeven loon van € 46.267 verhoogd met € 20.000. Bij de schatting van het inkomen uit sparen en beleggen is wel de WOZ-waarde van de tweede woning meegenomen, maar niet de hypothecaire schuld van € 125.000 die daarop rust.

6. Voor 2020 heeft de inspecteur het inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 70.891, bestaande uit € 46.000 loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en € 24.891 inkomen uit vroegere dienstbetrekking. De schatting van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking betreft het gebruikelijk loon. Bij de schatting van het inkomen uit sparen en beleggen is wel de WOZ-waarde van de tweede woning meegenomen, maar niet de hypothecaire schuld van € 125.000 die daarop rust.

7. Bij uitspraak op bezwaar voor 2019 heeft de inspecteur de verhoging van € 20.000 niet langer meegenomen in de schatting. Bij het inkomen uit sparen en beleggen is rekening gehouden met de hypothecaire schuld waardoor het vermogen van belanghebbende onder de drempel blijft.

8. Bij uitspraak op bezwaar voor 2020 heeft de inspecteur het gebruikelijk loon van € 46.000 niet langer meegenomen in de schatting, omdat belanghebbende heeft aangegeven niet langer werkzaamheden meer te verrichten. Bij het inkomen uit sparen en beleggen is rekening gehouden met de hypothecaire schuld waardoor het vermogen van belanghebbende onder de drempel blijft.

9. Voor beide jaren heeft de inspecteur de verzuimboete gehandhaafd.

10. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van 3 mei 2024 betreffende de aanslag IB/PVV 2020 op 14 juni 2024 opnieuw bezwaar gemaakt. Dit bezwaarschrift is door de inspecteur doorgezonden als beroepschrift.

Beoordeling door de rechtbank

11. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur ambtshalve aanslagen IB/PVV mocht opleggen en of deze naar het juiste bedrag zijn opgelegd. Daarnaast beoordeelt zij of de verzuimboetes terecht en naar het juiste bedrag zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

12. De beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Vooraf

13. Belanghebbende stelt dat hij geen beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 3 mei 2024, maar dat de Belastingdienst dit voor hem heeft gedaan. De rechtbank overweegt dat belanghebbende een bezwaarschrift aan de Belastingdienst heeft verzonden gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 3 mei 2024. In de uitspraak op bezwaar van 3 mei 2024 heeft de Belastingdienst een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing opgenomen. Er staat vermeld dat tot uiterlijk 14 juni 2024 bezwaar kan worden ingesteld bij de Belastingdienst. De inspecteur heeft het bezwaarschrift van belanghebbende aangemerkt als beroepschrift en doorgezonden aan de rechtbank.

14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur het bezwaarschrift van belanghebbende van 14 juni 2024 terecht op grond van artikel 6.15 van de Algemene wet bestuursrecht doorgezonden naar de rechtbank. Dat op de uitspraak op bezwaar van 3 mei 2024 een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing staat vermeld maakt dit niet anders. De inspecteur heeft een uitspraak op bezwaar gedaan en mag niet een tweede uitspraak op bezwaar doen zonder tussenkomst van de rechtbank. De rechtbank heeft aan belanghebbende een ontvangstbevestiging verzonden en een nota griffierecht toegezonden. Het griffierecht is door belanghebbende betaald. Op antwoord van vragen van de rechtbank heeft belanghebbende ter zitting verklaard dat hij wil dat de rechtbank wel uitspraak doet met betrekking tot de aanslag IB/PVV 2020. De rechtbank is daarom van oordeel dat belanghebbende beroep heeft ingesteld en dat het beroep ontvankelijk is. Zij zal de aanslag IB/PVV 2020 dan ook inhoudelijk behandelen.

Zijn de aanslagen IB/PVV 2019 en 2020 terecht en niet te hoog vastgesteld?

Omkering en verzwaring

15. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 14 april 2017 geoordeeld dat de vereiste aangifte onder meer niet is gedaan als de belastingplichtige die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, de daarbij gestelde termijn ongebruikt heeft laten verstrijken en tevens geen gebruik heeft gemaakt van de hem op de voet van artikel 9, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geboden gelegenheid om aangifte te doen binnen een door de inspecteur bij aanmaning gestelde termijn.

16. Belanghebbende is uitgenodigd en aangemaand tot het doen van aangiften. Belanghebbende heeft vóór de in de aanmaningen genoemde termijnen van 4 augustus 2021 (IB/PVV 2019) en 5 november 2022 (IB/PVV 2020) geen aangiften ingediend. De beroepen moeten dan ook met toepassing van de omkering van de bewijslast, zoals geregeld in artikel 27e, eerste lid, van de AWR, ongegrond worden verklaard, tenzij belanghebbende heeft doen blijken dat en in hoeverre de uitspraken op bezwaar onjuist zijn.

Redelijke schatting

17. Omdat belanghebbende geen aangiften heeft ingediend mag de inspecteur de aanslagen ambtshalve vaststellen. De omkering en verzwaring van de bewijslast laat onverlet dat de inspecteur gehouden is bij het vaststellen van de belastingaanslagen uit te gaan van redelijke schattingen. Dit vereiste strekt, in de context van de omkering en verzwaring van de bewijslast, ertoe te voorkomen dat een belastingaanslag naar willekeur wordt vastgesteld.

18. Naar het oordeel van de rechtbank is de schatting van de inspecteur redelijk. Hij heeft zich voor de aanslag IB/PVV 2019 gebaseerd op de ingediende aangiften loonbelasting van [bedrijf] en voor de aanslag IB/PVV 2020 op de door de door de Rabobank en Sociale Verzekeringsbank verstrekte overzichten voor inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. Het inkomen uit sparen en beleggen is door de inspecteur op nihil gezet.

19. Belanghebbende heeft met zijn niet onderbouwde stelling dat hij in 2019 geheel geen inkomsten heeft genoten niet doen blijken dat de aanslagen te hoog zijn vastgesteld. Bovendien heeft hij ter zitting juist verklaard gelden te hebben opgenomen uit de kas om boodschappen van te betalen. De aanslagen zijn dan ook terecht en niet te hoog vastgesteld.

Zijn de verzuimboetes terecht opgelegd?

20. Op grond van artikel 67a, eerste lid, van de AWR kan de inspecteur een verzuimboete opleggen aan belanghebbende als deze niet heeft voldaan aan zijn aangifteverplichtingen. Hiervan is sprake als belanghebbende niet binnen de op de aanmaning vermelde termijn zijn aangifte indient.

21. Voor de aangiften over de jaren 2019 en 2020 heeft de inspecteur aanmaningen met een uiterste datum verzonden aan belanghebbende. Daarbij is vermeld dat een boete in rekening kan worden gebracht als de aangifte niet tijdig wordt ingediend. Belanghebbende heeft voor beide jaren geen aangifte IB/PVV ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is belanghebbende in verzuim. Omdat de aangiften IB/PVV 2019 en 2020 niet zijn ingediend, is sprake van een verzuim en kan in beginsel een verzuimboete worden opgelegd.

22. Het opleggen van een verzuimboete moet achterwege blijven als sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas). Er is sprake van avas als een belastingplichtige stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verzuim niet zou worden begaan.

23. Naar het oordeel van de rechtbank is van avas geen sprake. Belanghebbende heeft enkel gesteld dat hij dacht dat zijn (voormalig) adviseur de aangiften zou indienen. Belanghebbende heeft ter onderbouwing van deze stelling alleen gewezen op een e-mail d.d. 12 maart 2020 aan zijn accountant waarin hij reageert op een verzoek van zijn accountant om inloggegevens. . Nadien zijn echter de herinnering en de aanmaning naar belanghebbende zelf verzonden en hij kon dus weten dat de aangiften nog niet waren ingediend. Er is daarnaast ook niets gesteld of gebleken van enige bevestiging of communicatie van de zijde van de accountant waaruit kon volgen dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de aangifte alsnog was ingediend.

24. De rechtbank dient te beoordelen of de boetes, hoewel deze zijn opgelegd conform de wettelijke regelingen en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst, ook passend en geboden zijn. Hierbij dient de rechtbank te beoordelen of, gelet op alle in aanmerking komende omstandigheden van het gegeven geval, de inspecteur terecht en tot de juiste hoogte de verzuimboetes heeft opgelegd. De rechtbank acht de verzuimboetes van € 385 voor zowel 2019 als 2020 passend en geboden.

Belastingrente

25. De beroepen worden geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikking. Hierbij wijst de rechtbank belanghebbende erop dat het bedrag van de belastingrente het bedrag van de aanslag volgt.

Conclusie en gevolgen

26. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de uitspraken op bezwaar in stand blijven. De aanslagen IB/PVV 2019 en 2020 en de verzuimboetes worden niet verminderd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Roosma, griffier.

Uitgesproken op 21 augustus 2026.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026083107 V-N Vandaag 2026/1790
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand