ECLI:NL:RBGEL:2026:6659

ECLI:NL:RBGEL:2026:6659

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 05.126954.26, 05.017721.26 en 05.214763.25 (gevoegd t.t.z.), 21.001645.22 (TUL)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 38-jarige man voor drie diefstallen, waarvan een met braak/inklimming tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en met oplegging van bijzondere voorwaarden. De vorderingen tot schadevergoeding van twee benadeelde partijen worden toegewezen. De rechtbank beveelt tevens de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 6 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05.126954.26, 05.017721.26 en 05.214763.25 (gevoegd t.t.z.), 21.001645.22 (TUL)

Datum uitspraak : 25 augustus 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .

Raadsvrouw: mr. K.M.S. Bal, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05.126954.26

hij op of omstreeks 28 april 2026 te [plaats] , in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, autosleutels, drinkyoghurt en/of een Mars chocoladereep, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Parketnummer 05.017721.26

hij op of omstreeks 24 oktober 2025 te Doetinchem, althans in Nederland, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 05.214763.25

hij op of omstreeks 14 juli 2025 te Doetinchem, althans in Nederland een of meerdere blikken drank en/of pakken slagroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jumbo Doetinchem, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte het feit met parketnummer 05.126954.26 heeft begaan. Gelet op de inhoud van het dossier kan niet met zekerheid gesteld worden dat verdachte in de woning is geweest. Er waren ook nog andere personen rond de woning, waaronder een andere man. De enige koppeling is de autosleutel en daarover heeft de verdachte een verklaring afgelegd. Om die reden heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit.

De raadsvrouw refereert zich ten aanzien parketnummers 05.017721.26 en 05.214763.25 aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05.126954.26

Aangeefster [aangever 1] heeft verklaard dat zij op 28 april 2026 rond 16:00 uur in haar woning was. Haar woning bevindt zich aan de [adres 2] in [plaats] . Zij merkte dat de badkamerdeur in haar woning van binnen was afgesloten met de sleutel. Zij heeft toen door het raam de politie op straat aangesproken en is vervolgens naar buiten gegaan. Zij vertelde de politie dat er maar twee manieren waren om in de badkamer te komen. Dit was via de badkamerdeur en via de koepel.

Om 18:45 uur mocht zij weer in haar woning. Zij zag in haar badkamer dat er allemaal rommel op de grond lag en zij zag ook dat de koepel duidelijk verschoven was. Haar vriend zag dat een pak drinkyoghurt geopend en ingedeukt in de koelkast stond. Aangeefster weet zeker dat dat eerder nog niet zo was. Ook trof zij achter de waterkoker een Mars-wikkel aan die daar eerder nog niet had gelegen. Haar Marsen bewaart zij in de keukenkast. In de bijlagen bij de aangifte is te zien is dat de klemmen waarmee de koepel vast zat van bovenaf waren verwijderd en dat de koepel was verschoven.

Op 29 april 2026 heeft aangeefster ook aangifte gedaan van de diefstal van haar autosleutel. Op 29 april 2026 kwam zij erachter dat de autosleutel van haar Volkswagen Up weg was uit haar woning. De sleutel ligt normaal gesproken in een bakje waar zij alle sleutels bewaart.

Verdachte was op 28 april 2026 rond 16:00 uur op het dak van het pand aan de [adres 2] in [plaats] . De politie heeft hem daar gezien en verdachte verklaart ook zelf dat hij op het dak liep. Op videobeelden is te zien dat verdachte diezelfde dag om 18:06 uur het pand waarin het appartement [adres 2] is gevestigd, door de buitendeur verlaat. Dit betreft de buitendeur bij de opgang naar de appartementen [adres 2] . De beelden tonen dat verdachte, nadat hij het pand heeft verlaten, met zijn armen gespreid naar de politie links in beeld loopt. De autosleutel van de auto van de aangeefster is na fouillering bij verdachte aangetroffen.

Verdachte heeft ter terechtzitting (net als bij de politie) verklaard dat hij niet in de woning van de aangeefster is geweest. Verdachte zou het dak hebben verlaten via de regenpijp aan de andere kant van het pand, toen de politie naar hem riep om naar beneden te komen. Aan die kant was volgens hem geen politie aanwezig. Daarna zou hij via de buitendeur aan de zijkant het pand hebben verlaten zoals de videobeelden tonen. De verdachte verklaarde ter zitting dat hij een autosleutel (die later van aangeefster bleek te zijn) bij zich had omdat een maat van hem die buiten op de parkeerplek had gevonden en aan hem had gegeven om te bewaren.

De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van de verdachte. Verdachte is rond 16:00 uur herkend op het dak. Vanaf dat tijdstip werd het pand door de politie in de gaten gehouden. Geen van de verbalisanten heeft gezien dat de verdachte langs een regenpijp naar beneden is gekomen. Verdachte heeft tijdens de terechtzitting verklaard dat hij via een regenpijp vanaf het dak weer het gebouw in is gegaan zodat hij om 18:06 uur het pand via de buitendeur kon verlaten. Verdachte kon niet verklaren waar hij is geweest in de twee tussenliggende uren.

De bewijsmiddelen duiden erop dat de inbreker via de dakkoepel van de badkamer de woning binnen is gekomen. Deze dakkoepel is te bereiken via het dak waarop verdachte gezien is. Er is niemand anders op het dak gezien terwijl de politie het pand al die tijd in de gaten heeft gehouden.

Verdachte verliet het pand uiteindelijk via de buitendeur die toegang gaf tot de appartementen [adres 2] . Toen de bewoonster haar woning verliet was daar niemand meer, althans niemand die zich daar met haar toestemming bevond. De autosleutel bevond zich nog in haar woning en de voedingsmiddelen waren nog intact. Vóór verdachte is niemand anders door de buitendeur naar buiten gekomen. Na de aanhouding van verdachte bleek de autosleutel in zijn bezit. De rechtbank overweegt dat de enige mogelijke verklaring is dat verdachte via de dakkoepel binnen is gekomen, in de woning de drinkyoghurt en de Marsreep heeft genuttigd, de autosleutel bij zich heeft gestoken en vervolgens de woning verlaten heeft via de voordeur en buitendeur.

De rechtbank hecht dus ook geen geloof aan de verklaring van verdachte dat de autosleutel van de aangeefster door een maat van hem op straat gevonden zou zijn. Tussen het moment dat aangeefster de woning verliet en het moment dat de sleutel bij hem werd aangetroffen er is geen gelegenheid geweest dat die maat hem op straat had kúnnen vinden.

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van braak en inklimming. De Marsreep, de drinkyoghurt en de autosleutel heeft hij zich wederrechtelijk toegeëigend.

Parketnummer 05.017721.26

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering ten aanzien van feit 2 en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 5;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 augustus 2026.

Parketnummer 05.214763.25

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering ten aanzien van feit 2 en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , namens Jumbo Doetinchem, p. 5;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 augustus 2026.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05.126954.26:

hij op of omstreeks 28 april 2026 te [plaats] , in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een autosleutel, drinkyoghurt en/of een Mars chocoladereep, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking en/of inklimming;

Parketnummer 05.017721.26

hij op of omstreeks 24 oktober 2025 te Doetinchem, althans in Nederland, een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 05.214763.25

hij op of omstreeks 14 juli 2025 te Doetinchem, althans in Nederland een of meerdere blikken drank en/of pakken slagroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jumbo Doetinchem, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05.126954.26:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Parketnummer 05.017721.26:

Diefstal

Parketnummer 05.214763.25:

Diefstal

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en met aftrek van het voorarrest. Hij eist een proeftijd van twee jaren en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 31 juli 2026.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw merkt op dat de oriëntatiepunten weinig ruimte meer bieden voor een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte een straf moet krijgen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk zal zijn aan de duur van het voorarrest met een fors voorwaardelijk deel om verdachte nog een laatste kans te geven voordat een maatregel zoals ISD in beeld komt. Daarbij kunnen de voorwaarden worden opgelegd zoals door de reclassering geadviseerd. Verdachte is volgens de raadsvrouw meer dan gemotiveerd om zich aan deze voorwaarden te gaan houden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De rechtbank acht drie feiten bewezen, namelijk een inbraak in een woning en twee diefstallen. Dit zijn zeer nare feiten voor de slachtoffers. De slachtoffers zijn hun spullen kwijt en krijgen ongevraagd te maken met allerlei rompslomp in de afwikkeling van de diefstallen. De officier van justitie heeft tijdens zijn requisitoir verteld dat slachtoffer [aangever 1] zich onveilig heeft gevoeld in haar woning en nu gaat verhuizen. Slachtoffer [aangever 2] heeft een moment van onoplettendheid (het vergeten van het op slot zetten van haar fiets) moeten bekopen met het verlies van haar fiets, voor welke schade de verzekering vervolgens geen dekking bood. Verdachte kon of wilde ter zitting niet eens vertellen wat hij met de fiets heeft gedaan en dat kon hem ogenschijnlijk ook niets schelen. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk. Hij heeft enkel en alleen gehandeld naar zijn eigen belangen, en daarbij niet aan de slachtoffers gedacht. De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf in het bijzonder rekening met de proceshouding van verdachte. Verdachte gaf ter terechtzitting blijk van een berekenende houding en leek geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn gedrag te nemen wat bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat hij zelfs trachtte de uiteindelijke bekentenis ter terechtzitting ten aanzien van het feit met parketnummer 05.017721.26 door zijn raadsvrouw te laten afleggen.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het strafblad (d.d. 7 augustus 2026) van verdachte. Verdachte is vanaf dat hij 12 jaar oud was, voor verschillende soorten delicten veroordeeld. Aan hem zijn daarvoor verschillende strafmodaliteiten opgelegd, waaronder twee keer eerder reclasseringstoezicht met bijzondere voorwaarden. Beide zijn voortijdig negatief beëindigd. Al deze eerdere feiten en straffen hebben verdachte er niet van kunnen weerhouden om nu weer drie feiten te plegen.

Ondanks dat het strafblad, de levensloop en de houding van verdachte ISD zouden kunnen indiceren, heeft de reclassering in haar advies d.d. 31 juli 2026 geadviseerd om verdachte nog een laatste kans te geven en aan hem een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Zij schatten de risico’s op recidive en op letselschade beide in als ‘hoog’, maar geven aan dat verdachte gemotiveerd is om mee te werken aan de gestelde voorwaarden. Vermindering van het recidiverisico zal pas plaatsvinden naarmate er praktische successen worden bereikt met verdachte.

Nu de officier van justitie niet de ISD-maatregel geëist heeft, kan de rechtbank die ook niet opleggen. De aard van de feiten, de zeer hoge mate van recidive en de houding van verdachte maken dat enkel een lange gevangenisstraf kan volstaan. De rechtbank heeft overwogen het te laten bij de oplegging van een langdurige gevangenisstraf, nu zij weinig vertrouwen heeft in de motivatie van verdachte respectievelijk de kans op het slagen van een begeleidingstraject. Nu de reclassering echter heel stellig is in haar advies nog een laatste kans te bieden, zal de rechtbank dit toch volgen, al was het maar omdat dan een volgend keer het argument dat verdachte onvoldoende kansen heeft gehad niet kan worden gebruikt. Een deel van de gevangenisstraf moet dan voorwaardelijk zijn met het oog op de geadviseerde bijzondere voorwaarden.

De rechtbank acht al met al de eis van de officier van justitie alleszins passend en legt een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk op, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals gevorderd door de officier van justitie.

De rechtbank legt daarbij weloverwogen een langere proeftijd op dan gevorderd door de officier van justitie vanwege de noodzaak om langdurig een structurele gedragsverandering te stimuleren. In de proeftijd van drie jaren zal verdachte aan zijn problemen kunnen werken en heeft hij een stok achter de deur om zich te onthouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen

Parketnummer 05.126954.26

De benadeelde partij [aangever 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 500,00 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Deze kosten bestaan uit de eigen risicocomponent van de verzekering van de woning die aangesproken moest worden vanwege de schade aan de koepel. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de benadeelde partij te weinig onderbouwing voor de vordering heeft gegeven.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt dat de schadepost ‘kosten ER verzekering’ voldoende is onderbouwd door de benadeelde partij. De benadeelde partij heeft een bevestiging van het schadebedrag van de verzekering en een kopie van de verzekeringspolis met het eigen risico ter onderbouwing overgelegd. De hoogte van het bedrag is inzichtelijk en komt de rechtbank redelijk voor.

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade tot een hoogte van € 500,00 kan worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij ook de wettelijke rente toekennen en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Parketnummer 05.017721.26

De benadeelde partij [aangever 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.000,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de materiële schade kan worden toegewezen.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt dat de schadepost niet is betwist. De schadepost is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade (tot een hoogte van € 1.000,00) kan worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij ook de wettelijke rente toekennen en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

9. De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de teruggave van de autosleutel aan [aangever 1] , de rechthebbende, gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

10. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21.001645.22)

Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte op 28 februari 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsvrouw heeft in plaats van de tenuitvoerlegging van die straf verzocht de proeftijd met 1 jaar te verlengen. Indien verdachte nog een half jaar langer vast moet blijven zitten als gevolg van de tenuitvoerlegging, zal er verlies van motivatie plaatsvinden. De kans op recidive zal lager zijn als hij zo snel mogelijk met de reclassering aan het werk kan tijdens een proeftijd.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. De vordering van de officier is dan ook in beginsel toewijsbaar. n hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om tot een andersluidend oordeel te komen. De verdachte is zich immers bewust geweest van de mogelijke gevolgen van het plegen van strafbare feiten tijdens de proeftijd. Zijn motivatie om aan zijn problemen te werken afhankelijk maken van de al dan niet tenuitvoerlegging riekt naar chantage en is geen gedrag dat de rechtbank wil belonen.

11. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f,57, 60a, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

12. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

 stelt als bijzondere voorwaarden:

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de teruggave van de autosleutel van de Volkswagen Up met kenteken [kenteken] aan [aangever 1] ;

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 28 februari 2023 door het hof Arnhem-Leeuwarden voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 6 maanden (parketnummer 21.001645.22).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.H. van Breevoort-de Bruin
  • mr. E.H.T. Rademaker

Griffier

  • mr. M.J.A. Dams

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand