beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/462871 / FA RK 26-460
Datum uitspraak: 30 juli 2026
beschikking wijziging gezag, hoofdverblijf, omgangsregeling en informatieregeling
in de zaak van
[moeder] , hierna de moeder,
wonende in [woonplaats 1] , [gemeente] ,
advocaat mr. B. Wernik uit Haarlem,
tegen
[vader] , hierna de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. J.W.C. Giebels uit Nijmegen.
1. Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift van de moeder, ontvangen op 9 februari 2026;
- het F9-formulier van de moeder van 25 juni 2026 met productie 1-7;
- het F9-formulier van de moeder van 25 juni 2026 met productie 8;
- het F9-formulier van de moeder van 25 juni 2026 met vermeerdering verzoek;
- het F9-formulier van de moeder van 26 juni 2026 met tijdlijn en verklaring van [organisatie 2] ;
- het verweerschrift van de vader met zelfstandige verzoeken en bijlagen, ontvangen op 2 juli 2026;
- het F9-formulier van de moeder van 8 juli 2026 met bijlage;
- het bericht van de vader van 8 juli 2026 met betrekking tot de uitnodiging voor een kindgesprek.
De [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven over
het verzoek. Zij heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Tijdens de mondelinge behandeling van 9 juli 2026 zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. B. Wernik;
- de vader, bijgestaan door mr. J.W.C. Giebels;
Er was geen vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) beschikbaar.
Namens de moeder zijn pleitnotities overgelegd.
2. De feiten
Partijen zijn de ouders van de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
Bij beschikking van 8 april 2021 is het gezamenlijk gezag van ouders beëindigd en is bepaald dat de vader voortaan alleen het gezag zal uitoefenen over [minderjarige] .
[minderjarige] heeft van 17 augustus 2018 tot 17 februari 2024 onder toezicht gestaan van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
Bij beschikking van 19 april 2024 heeft de rechtbank (onder andere):
- een voorlopige omgangsregeling tussen de moeder en [minderjarige] bepaald, inhoudende:
eenmaal per twee weken minimaal twee uur begeleide omgang met de moeder (in de cyclus van de eerdere omgangsregeling van steeds drie weken de eerste en de tweede week), waarbij de verdere invulling over de aard, de frequentie, de duur van de contacten en de wijze van begeleiding worden bepaald door de hulpverleningsinstantie die de omgang begeleidt dan wel door het gebiedsteam/wijkteam;
aan de omgang is de voorwaarde verbonden dat de moeder geen huisarts of andere professionele derde(n) bezoekt met [minderjarige] als dit niet spoedeisend is en onder de voorwaarde dat indien de moeder met toestemming van de vader een arts of professionele derde bezoekt, de moeder in dit geval het onderwerp van seksueel misbruik niet aan de orde stelt.
- de verzoeken van de moeder in de bodemprocedure over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de vervangende toestemming afgewezen.
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 19 april 2024. Zij heeft in hoger beroep verzocht om het eenhoofdig gezag, de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar, vervangende toestemming om [minderjarige] te plaatsen op de basisschool bij haar in de omgeving en een omgangsregeling vast te stellen met de vader. Bij wege van provisionele voorziening heeft zij verzocht de vader te veroordelen tot nakoming van de omgangsregeling. De vader heeft in de bodemprocedure verzocht om een begeleide omgangsregeling met de moeder vast te stellen en om bij provisionele voorziening de huidige omgangsregeling tussen de moeder en [minderjarige] op te schorten in afwachting van de beslissing in de bodemprocedure. Het hof heeft het provisionele verzoek van de moeder bij beschikking van 29 oktober 2024 afgewezen.
Het Hof heeft bij beschikking van 25 februari 2025 in de bodemprocedure de beschikking van 19 april 2024 van de rechtbank bekrachtigd.
Bij beschikking van 27 februari 2025 heeft de rechtbank de volgende omgangsregeling tussen de moeder en [minderjarige] vastgesteld:
- [minderjarige] heeft minimaal twee uur tot vier uur begeleide omgang met de moeder in een cyclus van twee keer per drie weken (in de eerste en de tweede week en in de derde week niet), waarbij de verdere invulling en de duur van de contacten wordt bepaald door de hulpverleningsinstantie die de omgang begeleidt dan wel door het Sociaal Team.
Bij beschikking van 28 mei 2026 is de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek een provisionele voorziening te treffen.
Bij vonnis in kort geding van 12 juni 2026 is de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering de vader te verbieden de kaakchirurgische behandeling/operatie bij [minderjarige] te laten uitvoeren op verbeurte van een dwangsom.
3. Het verzoek en het verweer
De moeder verzoekt na aanvulling, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
- de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten over [minderjarige] , alsmede te bepalen dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;
Subsidiair
de bij beschikking van 27 februari 2025 vastgestelde omgangsregeling te wijzigen in dier voege dat na afronding van het in het verduidelijkte plan van aanpak van ambulant begeleider mevrouw [naam 1] d.d. 10 januari 2026 beschreven traject, met ingang van een door de rechtbank te bepalen datum:
de begeleide omgang zal worden omgezet in onbegeleide omgang bij moeder thuis;
de moeder in dezelfde cyclus van twee keer per drie weken (in de eerste en de tweede week en in de derde week niet), [minderjarige] vrijdagmiddag ophaalt van school en vader [minderjarige] bij moeder ophaalt op zondagavond om 18.00 uur;
de schoolvakanties tussen partijen bij helfte te verdelen;
althans een zodanige omgangsregeling vast te stellen als de rechtbank in het belang van [minderjarige] juist acht.
De vader voert verweer en verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, dan wel om deze af te wijzen;
II. te bepalen dat de vader de moeder achteraf kan informeren over belangrijke zaken aangaande [minderjarige] , dan wel een beslissing te nemen over de informatieverstrekking als de rechtbank in het belang van [minderjarige] acht;
III. de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure.
4. De beoordeling
Wijziging gezag en hoofdverblijfplaats
De moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag te belasten over [minderjarige] en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar vast te stellen. De vader voert verweer en verzoekt om de moeder bij gebrek aan gewijzigde omstandigheden niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel om haar verzoek af te wijzen.
De rechtbank zal de moeder niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoeken. De rechtbank zal dit uitleggen.
Artikel 1:253o BW bepaalt dat beslissingen waarbij een ouder alleen met het gezag is belast op verzoek van de ouders of van één van hen door de rechtbank kunnen worden gewijzigd op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Uitgangspunt hierbij is dat de situatie sinds de beslissing van de rechter zodanig veranderd is, dat het niet langer in het belang van het kind is om het eenhoofdig gezag te handhaven.
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die rechtvaardigt dat de moeder in plaats van de vader met het gezag over [minderjarige] moet worden belast. Uit de stukken en het gesprek op zitting, blijkt dat de ouders bij belangrijke beslissingen nog steeds lijnrecht tegenover elkaar staan. Zij hebben een totaal andere visie op wat [minderjarige] nodig heeft en wat goed is voor haar. De moeder maakt zich nog steeds zorgen over de manier waarop de vader het gezag uitoefent, met name als het gaat om de medische zorg voor hun dochter. De vader volgt de zogeheten reguliere, traditionele gezondheidszorg, terwijl de moeder een meer holistische, alternatieve benadering voorstaat. Dit verschil in visie is in diverse procedures door de moeder aan de orde gesteld, zo ook in deze procedure.
Dat de moeder zich niet kan neerleggen bij de keuzes die de vader maakt in de medische behandeling van [minderjarige] voor haar gebit, volgt ook uit het vonnis in kort geding en uit hetgeen de ouders hierover hebben verteld op de zitting. De vader heeft met de orthodontist, tandarts en kaakchirurg een plan gemaakt en een afspraak gepland voor de ingreep bij de kaakchirurg. De moeder heeft op de dag van de ingreep telefonisch zoveel druk uitgeoefend, dat de kaakchirurg de ingreep niet heeft durven uitvoeren, maar eerst contact wilde leggen met de juridische afdeling. [minderjarige] zat op dat moment al klaar voor de ingreep en was daarop voorbereid. De moeder stelt hiermee in het belang van [minderjarige] te handelen, omdat zij een second opinion noodzakelijk achtte en wilde voorkomen dat er door het trekken van kiezen onomkeerbare stappen zouden worden gezet.
De rechtbank acht deze gang van zaken niet in het belang van [minderjarige] . Zij is extra kwetsbaar omdat zij is geboren met het Downsyndroom. Onrust en onvoorspelbaarheid zijn zeer onwenselijk. De vader oefent het gezag uit over [minderjarige] en mag in dat kader medische beslissingen nemen. Dat de beslissingen van de vader strijdig zijn met het belang van [minderjarige] is niet gebleken.
De vader houdt het eenhoofdig gezag over [minderjarige] . Een kind volgt automatisch de woonplaats van de gezaghebbende ouder. Omdat het gezag niet wordt gewijzigd, houdt [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats van rechtswege bij haar vader. Aangezien geen sprake is van gezamenlijke uitoefening van het gezag is er ook geen ruimte voor de rechtbank om in het kader van een geschil een beslissing over de hoofdverblijfplaats te nemen.
Wijziging omgangsregeling
De moeder verzoekt de omgangsregeling te wijzigen in een onbegeleide regeling. De vader voert verweer en verzoekt om de moeder bij gebrek aan gewijzigde omstandigheden niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel om haar verzoek af te wijzen.
Op grond van artikel 1:377e, eerste lid, BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
De rechtbank zal de moeder niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. De rechtbank zal dit uitleggen.
De moeder stelt dat de vader ten onrechte een uitbreiding naar onbegeleide omgang tegenhoudt. Uit de omgangsverslagen van [organisatie 1] blijkt dat de omgang tussen haar en [minderjarige] goed verloopt. Op 5 mei 2025 heeft er onbegeleide omgang plaatsgevonden. Ook op de uitvaart van haar vader, de opa van [minderjarige] , is er onbegeleid fijn contact geweest, zowel met [minderjarige] als met de vader. De moeder benadrukt dat [minderjarige] recht heeft op beide ouders en dat geluisterd moet worden naar de wens van [minderjarige] om bij haar moeder te zijn.
De vader meent dat er nog niet voldaan wordt aan de gestelde voorwaarde om over te gaan tot onbegeleide omgang. De moeder kan de situatie waarin [minderjarige] opgroeit bij hem niet accepteren. Dit blijkt ook uit de gesprekken met de hulpverlening die stuklopen wanneer hun visie niet strookt met de visie van de moeder. De moeder wil enkel spreken over onbegeleide omgang, maar elk gesprek met haar over de stappen die daarvoor nodig zijn, is onmogelijk. De moeder is niet bereid of in staat tot reflectie. De vader concludeert dat de situatie ongewijzigd is en de moeder niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar verzoek.
De rechtbank stelt vast dat de moeder andere conclusies trekt uit de verslagen van de hulpverlening, dan wat de rechtbank daarin terugleest. De moeder stelt dat [organisatie 1] richting onbegeleide omgang wilde en in oktober 2025 is gestopt omdat de vader deze vervolgstap zou tegenhouden. Uit het eindverslag van [organisatie 1] volgt dat deze organisatie kortdurende zorg biedt en gemiddeld een jaar betrokken is. Bij begeleide omgang betekent dit dat wordt toegewerkt naar onbegeleide omgang of begeleiding vanuit het netwerk. Wanneer dit niet lukt, moet er een andere organisatie gezocht worden. De rechtbank concludeert dat [organisatie 1] de begeleiding niet heeft gestopt, omdat het Sociaal Team en de vader niet wilde toewerken naar onbegeleide omgang, maar omdat langdurige begeleiding niet past bij hun organisatie.
De moeder verwijst naar de verklaring van mevrouw [naam 2] waaruit volgt dat, ondanks de positieve verslagen van de begeleide omgang van [organisatie 1] , geen verdere uitbreiding mogelijk was omdat de vader eenhoofdig gezag heeft. De moeder stelt dat de vader structureel de uitbreiding naar onbegeleid contact tegenhoudt en sluit zich aan bij de verklaring van mevrouw [naam 2] dat de vader de regie heeft in de communicatie en bepalend is in de richting van de hulpverlening. Zij kwalificeert dat als intieme terreur. De rechtbank is van oordeel dat mevrouw [naam 2] en de moeder hiermee miskennen dat de liefdevolle band tussen [minderjarige] en de moeder niet ter discussie staat en de begeleiding niet nodig is vanwege gebrekkige opvoedvaardigheden van de moeder, maar vanwege de uitspraken en gedragingen van de moeder op de momenten dat er geen begeleiding aanwezig is waaruit haar wantrouwen richting de vader blijkt wat schadelijk is voor [minderjarige] . Dat de omgang met begeleiding erbij goed verloopt, is niet voldoende om uit te breiden naar onbegeleid contact. Dit is eerder al duidelijk opgeschreven door de rechtbank.
Nadat [organisatie 1] is gestopt, is [organisatie 2] benaderd om de omgang te gaan begeleiden. De moeder acht deze organisatie niet passend, omdat zij geen begeleiding kunnen bieden in de omgeving van moeder maar enkel op hun kantoor in [vestigingsplaats] en omdat [organisatie 2] niet door zou gaan op de lijn van [organisatie 1] richting onbegeleid contact. Uit de brief van [organisatie 2] volgt dat deze organisatie de opdracht teruggeeft aan de gemeente, vanwege grensoverschrijdend gedrag van de moeder. Dit gedrag bestaat uit het hoge aantal contactmomenten, de inhoud van de gesprekken waarin werd gedreigd met het inschakelen van advocaten en het starten van rechtszaken, het onaangekondigd verschijnen op kantoor en het verdraaien van informatie uit gesprekken met medewerkers waardoor misverstanden ontstaan en het voeren van een constructief gesprek wordt belemmerd. De omgang tussen de moeder en [minderjarige] is niet tot stand gebracht omdat de moeder geen akkoord heeft gegeven op de uitvoering van de omgang zoals door [organisatie 2] is voorgesteld.
De William Schrikker Stichting is benaderd voor het begeleiden van de omgang, maar heeft de aanmelding afgewezen. Zij komen tot de conclusie dat de moeder eerst moet werken aan het accepteren van de plaatsing bij de vader. De William Schrikker Stichting vermoedt bij het oppakken van begeleid bezoek tegen dezelfde dillema’s aan te lopen als de andere organisaties en geen overeenstemming te krijgen met de moeder over de doelen en de start met begeleide omgang.
Ook Familiepraktijk [praktijk] is tegen problemen aan gelopen in de samenwerking met de moeder. Het traject Solo Parallel Ouderschap is aan de zijde van de moeder niet gestart, omdat geen overeenstemming werd bereikt over de doelen, waarbij de inzet van Familiepraktijk [praktijk] een individueel traject was voor de moeder, terwijl de inzet van de moeder was om toe te werken naar onbegeleide omgang.
De rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2025 geoordeeld dat onbegeleid contact mogelijk is als de moeder berust in de situatie dat [minderjarige] opgroeit bij haar vader en zij dat ook kan uitstralen naar [minderjarige] . Uit de informatie van de hulpverlening en het gesprek op zitting blijkt dat dit niet het geval is. De moeder vertelt op zitting (wederom) dat zij diepe dalen en echte zorgen heeft gekend in haar relatie met de vader en vraagt zij oog te hebben voor de veiligheid van [minderjarige] . De rechtbank weegt ook mee dat de moeder [minderjarige] in bad heeft gedaan na het onbegeleide contactmoment op 5 mei 2025, wat gelet op de duur van dat contactmoment niet nodig was en in het licht van de eerdere beschuldigingen van seksueel misbruik en het blootstellen van [minderjarige] aan lichamelijke onderzoeken door haarzelf en derden opvallend is te noemen. Noch uit haar woorden, noch uit haar daden, noch uit de verslagen van de hulpverlening valt af te leiden dat er berusting is bij de moeder. De rechtbank concludeert dat de situatie niet gewijzigd is en zal de moeder daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek.
Beperking informatieregeling
De vader verzoekt om op grond van artikel 1:377b, lid 2 BW de verplichting om informatie te verstrekken (deels) buiten toepassing te verklaren, in die zin dat hij de moeder voortaan achteraf wil informeren over belangrijke zaken rondom [minderjarige] en haar niet wil raadplegen (consulteren). De vader wijst daarbij op de onrust die is ontstaan rondom de chirurgische ingreep van [minderjarige] begin april 2026. De moeder vraagt om dit verzoek af te wijzen, omdat de informatieregeling het enige is dat zij nog heeft.
De rechtbank stelt vast dat de ouders al lange tijd een andere visie hebben op passende zorg voor [minderjarige] . Dit zorgt voor veel onrust rondom de medische zorg voor [minderjarige] . Het eenhoofdig gezag heeft deze onrust niet weg kunnen nemen, zo blijkt uit de gang van zaken rondom de ingreep bij de kaakchirurg. De rechtbank acht de verplichting om de moeder te informeren en consulteren niet langer in het belang van [minderjarige] en zal daarom het verzoek van de vader toewijzen en de verplichting deels buiten toepassing verklaren.
Proceskostenveroordeling
De vader verzoekt de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure. Er zijn veel procedures gevoerd over het gezag, de omgangsregeling en andere zaken rondom [minderjarige] . De vader stelt dat de moeder weet dat voor een wijziging sprake moet zijn van gewijzigde omstandigheden. De vader stelt door de moeder op hoge kosten gejaagd te worden. De moeder procedeert op basis van een toevoeging. Dat geldt niet voor hem.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de moeder veroordelen in de kosten van de procedure. Er zijn inmiddels zeer veel procedures gevoerd, waarbij de moeder steeds dezelfde zorgen benoemt waaruit haar wantrouwen richting de vader blijkt en dezelfde soort verzoeken doet. Het uitgangspunt dat in zaken rondom familierechtelijke aangelegenheden ieder de eigen proceskosten draagt, acht de rechtbank in de situatie tussen deze partijen niet langer passend en niet langer een redelijk uitgangspunt.
De rechtbank stelt de kosten aan de zijde van de vader vast op € 1.306 voor het salaris van de advocaat volgens het liquidatietarief (2 punten, tarief II) en op € 341 voor griffierecht.
5. De beslissing
De rechtbank:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken;
bepaalt dat de vader de moeder achteraf kan informeren over belangrijke zaken aangaande [minderjarige] ;
veroordeelt de moeder in de kosten aan de zijde van de vader, vastgesteld op € 341 voor griffierecht en op € 1.306 voor salaris van de advocaat conform het liquidatietarief;
verklaart onderdeel 5.2 en onderdeel 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W. Kuip, voorzitter, mr. dr. E.L. de Jongh en mr. J.E.C. Verhoeff, allen (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!