ECLI:NL:RBGEL:2026:6693

ECLI:NL:RBGEL:2026:6693

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer AWB - 23_3200
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid heeft op zorgvuldige wijze plaatsgevonden. De rechtbank volgt de deskundigen in hun oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML in voldoende mate rekening houdt met de medische beperkingen van eiser op de datum in geding. Ook is de rechtbank van oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op inzichtelijke en navolgbare wijze heeft gemotiveerd dat van de door eiser genoemde overschrijdingen van de belastbaarheid in de geduide functies geen sprake is. Tot slot is het maatmanloon op de juiste wijze geïndexeerd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer

[eiser] , uit [plaats] , eiser

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 23/3200

in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. K. Steenbergen-van Straten),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).

1. Deze uitspraak gaat over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiser vindt dat dit op onzorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Daarnaast acht hij zichzelf meer beperkt dan door de verzekeringsartsen van het UWV is aangenomen. Verder vindt eiser dat een aantal overschrijdingen van de belastbaarheid in de geduide functies niet deugdelijk is gemotiveerd en dat het maatmanloon niet naar de correcte datum is geïndexeerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het besluit van het UWV waartegen eiser in deze procedure opkomt, stand houdt.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat eiser op de datum in geding niet meer beperkt was dan is aangenomen. Ook is de rechtbank van oordeel dat de arbeidsdeskundige b&b op inzichtelijke en navolgbare wijze heeft gemotiveerd dat van de door eiser genoemde overschrijdingen van de belastbaarheid in de geduide functies geen sprake is. Tot slot is het maatmanloon op de juiste wijze geïndexeerd. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 3 november 2020 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 25 februari 2022 afgewezen, omdat eiser minder dan

35% arbeidsongeschikt is. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Het UWV heeft op 14 februari 2023 een voornemen tot het wijzigen van de beslissing aan eiser gestuurd, waarin wordt medegedeeld dat eiser per 19 oktober 2020 in aanmerking komt voor een WIA-uitkering, waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage is gesteld op 64,90%. De voorschotbetaling is op nihil gesteld. Eiser heeft op 12 maart 2023 een zienswijze ingediend.

Het UWV heeft met het besluit van 15 maart 2023 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiser gegrond verklaard en eiser in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering per 19 oktober 2020, waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage op 64,90% en het voorschot op nihil zijn vastgesteld. In de zienswijze van eiser heeft het UWV geen aanleiding gezien om de voorgenomen beslissing te wijzigen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. In beroep heeft eiser een medisch advies van [medisch adviseur] , werkzaam bij Triage medisch adviesbureau, van 3 juli 2023 in de procedure gebracht.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een rapport van verzekeringsarts b&b [verzekeringsarts ] van 15 november 2023.

De rechtbank heeft het beroep op 27 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en [persoon] , ter waarneming van de gemachtigde van het UWV, deelgenomen.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst omdat nader onderzoek noodzakelijk was. Het UWV is in de gelegenheid gesteld de toelichting in te zenden bij de signaleringen van de overschrijdingen van de belastbaarheid van eiser in de geduide functies. Daarnaast is het UWV in de gelegenheid gesteld duidelijk te maken waaruit blijkt dat is uitgegaan van 19 oktober 2020 als indexeringsdatum en waarom van die datum is uitgegaan.

Bij brief van 30 september 2024 heeft het UWV hiervan gebruik gemaakt.

Bij brief van 31 oktober 2024 heeft eiser hierop gereageerd.

Op de brief van 31 oktober 2024 van eiser heeft het UWV gereageerd met de toezending, bij brief van 11 november 2024, van een rapport van de arbeidsdeskundige b&b [arbeidsdeskundige 1] van 8 november 2024.

Vervolgens heeft de rechtbank aanleiding gezien een onafhankelijk medisch deskundigenonderzoek te gelasten. Met de beslissing van 19 maart 2025 en de aanvullende beslissing van 22 september 2025 heeft de rechtbank verzekeringsarts K.C. Rammeloo, respectievelijk cardioloog L. van Erven en orthopeed J.H. Zwiers als deskundigen benoemd om dit onderzoek te verrichten.

De deskundigen hebben op 12 januari 2026 een gecombineerd cardiologisch, orthopedisch en verzekeringsgeneeskundig onderzoeksrapport uitgebracht.

Bij brief van 2 februari 2026 heeft het UWV op het onderzoeksrapport van 12 januari 2026 gereageerd.

Bij brief van 10 februari 2026 heeft eiser op het onderzoeksrapport van 12 januari 2026 gereageerd.

De rechtbank heeft verzekeringsarts Rammeloo verzocht om een reactie op de brief van eiser van 10 februari 2026. Bij brief van 21 mei 2026 heeft verzekeringsarts Rammeloo een reactie ingezonden.

Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de rechtbank het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb op 27 juli 2026 heeft gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiser was werkzaam als zelfstandige timmerman, tegelzetter en loodgieter voor 40 uur per week. Hij was vrijwillig verzekerd voor de Ziektewet en de Wet WIA. Op 22 oktober 2018 heeft hij zich ziekgemeld. Op 3 november 2020 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering per de datum waarop de wachttijd van 104 weken is verstreken, te weten 19 oktober 2020 (de datum in geding).

Het UWV is vervolgens overgegaan tot de besluitvorming als vermeld onder het kopje “Procesverloop”.

Omvang geding

4. Tijdens de zitting heeft eisers gemachtigde desgevraagd laten weten dat het beroep zich niet richt tegen de nihilstelling van het voorschot in het bestreden besluit. Uitsluitend de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de medische en arbeidsdeskundige grondslag daarvan zijn in geschil.

Medisch onderzoek

5. Verweerders verzekeringsarts en verweerders verzekeringsarts b&b hebben eisers medische situatie op de datum in geding beoordeeld en hiervan rapporten opgemaakt op 19 december 2021, respectievelijk 12 december 2022 en 14 maart 2023. De voor eiser vastgestelde medische belastbaarheid is verwoord in de zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 12 december 2022. De verzekeringsarts b&b heeft in beroep nog gerapporteerd op 15 november 2023.

(On)zorgvuldigheid van het onderzoek

Eiser voert aan dat sprake is van onzorgvuldig onderzoek, omdat hij niet lichamelijk is onderzocht door een verzekeringsarts. Daarnaast is van onzorgvuldigheid sprake, omdat de verzekeringsarts b&b in de bezwaarfase ervan is uitgegaan dat de diagnose artrose niet in medische stukken wordt genoemd.

De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts dossieronderzoek heeft verricht en eiser telefonisch heeft gesproken op 5 november 2021. Eisers medische voorgeschiedenis is in kaart gebracht evenals zijn klachten, waarna de verzekeringsarts beperkingen heeft aangenomen. In de primaire fase heeft dus geen lichamelijk onderzoek plaatsgevonden. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b van 12 december 2022 blijkt dat in bezwaar de dossiergegevens zijn bestudeerd en dat eiser is gezien tijdens de hoorzitting van 24 november 2022 en het aansluitende medisch onderzoek op dezelfde datum, maar dat de verzekeringsarts b&b heeft afgezien van het verrichten van een lichamelijk onderzoek. De verzekeringsarts b&b heeft als reden opgetekend dat de hartproblemen van eiser uitwendig niet zijn vast te stellen en de oorzaak van de pijnklachten aan de handen en knieën evenmin. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts b&b deugdelijk heeft gemotiveerd waarom zij heeft afgezien van een lichamelijk onderzoek en heeft volstaan met het opvragen van gegevens bij de huisarts. De rechtbank begrijpt hieruit dat de verzekeringsarts b&b de beoordeling van de in haar rapport expliciet vermelde klachten en de interpretatie daarvan niet mogelijk acht op basis van alleen uiterlijke waarnemingen, maar beschouwt als behorend tot de expertise van specialisten, die over hun bevindingen een terugkoppeling geven aan de huisarts, zodat het zinvol is navraag te doen naar hun bevindingen. De rechtbank heeft geen aanleiding om de visie en de wijze van aanpak van de verzekeringsarts b&b in twijfel te trekken, ook niet op basis van wat [medisch adviseur] , verzekeringsarts en medisch adviseur bij Triage, schrijft in het rapport van 3 juli 2023 dat eiser heeft ingebracht. Dat het gaat om het tijdens een lichamelijk onderzoek vaststellen van afwijkingen en niet om de oorzaak, zoals [medisch adviseur] op pagina 3 van het rapport lijkt te stellen, volgt de rechtbank niet, aangezien vereist is dat de beperkingen voortkomen uit ziekte of gebrek.

De klachten in de knie zijn door de verzekeringsarts b&b als zodanig eerst in het rapport van 15 november 2023 als gonartrose erkend, maar deze klachten zijn in de eerdere rapporten van de verzekeringsarts b&b, zonder dat deze diagnose daaraan door haar was gekoppeld, al meegewogen. De verzekeringsarts b&b heeft in het rapport van 15 november 2023 gemotiveerd dat de diagnose in eisers geval niet leidt tot een andere waardering van de knieklachten, in die zin dat daaraan meer beperkingen moeten worden gekoppeld. De deskundigen zijn tijdens het onafhankelijk deskundigenonderzoek tot deze zelfde conclusie gekomen. Ook gelet hierop kan niet worden gezegd dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig heeft plaatsgevonden. De beroepsgrond van eiser slaagt niet.

Vastgestelde belastbaarheid

6. De verzekeringsarts heeft met name beperkingen aangenomen in verband met de cardiale status, COPD en knieklachten van eiser in relatie tot werkgebonden risicofactoren. Beperkingen zijn aangenomen inzake het werken onder deadlines of in hoog tempo, omtrent blootstelling aan hitte of koude, aan stof en rook, aan geluidsbelasting en aan trillingen. Verder zijn er beperkingen aangenomen inzake frequent buigen, duwen, dragen, lopen en traplopen. Ook zijn beperkingen aangenomen voor staan, geknield of gebogen werken en maximaal zes uur per dag staand en lopend werk. Er is geen urenbeperking aangenomen.

Aan de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen, heeft de verzekeringsarts b&b in de FML van 12 december 2022 beperkingen toegevoegd inzake de handfunctie beiderzijds, te weten het spreiden van de vingers en inzake het knielen. De verzekeringsarts b&b heeft in de rapporten van 12 december 2022 en 14 maart 2023 gemotiveerd toegelicht geen reden voor het aannemen van een urenbeperking te zien, en in het rapport van 14 maart 2023 dat er evenmin aanleiding is voor het aannemen van meer beperkingen anderszins. In het rapport van 15 november 2023 heeft de verzekeringsarts b&b gemotiveerd toegelicht dat gelet op de gonartrose er geen reden is om de beperkingen op kniebelastend werk verder te verzwaren.

Eiser vindt dat hij meer beperkt is dan door de verzekeringsartsen (b&b) van het UWV is aangenomen. In dit verband voert eiser aan dat de verzekeringsarts b&b, na aanvankelijk voorbij te zijn gegaan aan de artrose, in beroep heeft erkend dat sprake is van gonartrose, maar dat dit ten onrechte, mede ook gelet op het Verzekeringsgeneeskundige protocol artrose heup en knie, niet heeft geleid tot een aanscherping van de beperkingen die zijn opgenomen in de FML van 12 december 2022 en/of tot het aannemen van een urenbeperking. Ook voert eiser aan dat de andere diagnoses (OSAS, ADHD, COPD en astma) en de daaruit volgens eiser voortvloeiende beperkingen door de verzekeringsartsen (b&b) van het UWV onvoldoende zijn verdisconteerd in de vaststelling van de belastbaarheid van eiser, mede gelet op de Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium. Meer specifiek voert eiser nog aan dat de verzekeringsartsen (b&b) van het UWV ten onrechte niet op grond van de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid een urenbeperkingen hebben aangenomen, terwijl alle diagnoses die ten aanzien van eiser zijn gesteld, afzonderlijk maar ook in onderling verband, en de daaruit voortkomende klachten daartoe volgens eiser wel aanleiding geven.

Gelet op wat eiser in beroep naar voren heeft gebracht, afgezet tegen de inhoud van de rapporten van de verzekeringsartsen (b&b) van het UWV, is bij de rechtbank twijfel ontstaan aan de juistheid van de beoordeling van eisers WIA-aanvraag door het UWV. Omdat de rechtbank niet beschikt over eigen medische deskundigheid, heeft de rechtbank aanleiding gezien tot het gelasten van een onderzoek door deskundigen.

7. De rechtbank heeft verzekeringsarts K.C. Rammeloo, cardioloog L. van Erven en orthopeed J.H. Zwiers als deskundigen benoemd. Zij hebben een gecombineerd cardiologisch, orthopedisch en verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht en over de bevindingen op 12 januari 2026 gezamenlijk gerapporteerd. Alle beschikbare gegevens van de behandelaren van eiser en de informatie van de verzekeringsartsen (b&b) van het UWV zijn bij de beoordeling betrokken. De verzekeringsarts en de cardioloog hebben eiser op 3 november 2025 gezien en de orthopeed heeft eiser op 14 november 2025 gezien.

8. De deskundigen hebben met betrekking tot de belastbaarheid het volgende overwogen.

Het beloop in functioneren laat zien dat eiser voor zijn uitval in 2018 al bekend was met ADHD, een mild slaap apneu, COPD/astma, overgewicht en knieklachten na een meniscusoperatie. Hij heeft daarmee kunnen werken in fysiek zwaar belastend en inspannend werk als timmerman, voltijds. Eiser heeft benadrukt dat hij voor het hartinfarct in 2018 alle zware werkzaamheden en veelvuldig traplopen zonder problemen kon uitvoeren. Na het hartinfarct in oktober 2018 is eiser in een negatieve spiraal geraakt van minder activiteit, meer moeheid, slechter slapen. Daaraan bijdragende en onderhoudende factoren zijn: inactiviteit, gewenning, conditieverlies, overgewicht, angst voor recidief hartziekte, roken en medicatie. Dit betreft voor een aanzienlijk deel gedragsmatige leefstijl gebonden factoren die door eiser zelf, eventueel met leefstijlbegeleiding, te beïnvloeden zijn. Bij ervaren vermoeidheid is de oplossing van de klacht niet gelegen in op de bank liggen. Bij slaapproblemen is het advies om overdag actief te blijven en zo voldoende slaapdruk op te bouwen. Bij overgewicht is het advies om naast een dieetaanpassing meer in beweging te zijn en te trainen. Na een doorgemaakt hartinfarct is het advies: leefstijl aanpassen, conditie opbouwen, afvallen in gewicht en stoppen met roken. Bij nicotineverslaving is het advies om afleiding en behandeling te zoeken om het stoppen met roken te ondersteunen. Eiser merkt bovendien in zijn hoofd altijd druk te zijn, wat past bij ADHD. Het voelt voor eiser niet goed om inactief te zijn. Eiser herstelt dus niet door op de bank te zitten, hij kan daar zelfs somber van worden, zo heeft hij gemerkt in de periode na het infarct. Het advies is daarom om passend bij eisers mogelijkheden en beperkingen een normaal dagritme met een passend activiteitenniveau aan te houden. De deskundigen beantwoorden hiermee de vraag of er een medische indicatie is voor een beperking in arbeidsduur en werktijden ontkennend. Eiser is volgens de deskundigen niet alleen in staat om acht uur per dag en veertig uur per week werkzaam te zijn, het wordt ook geadviseerd in het kader van alle medische problemen en ook bij de combinatie daarvan. Gelet op de slaapproblemen en de cardiale voorgeschiedenis, waarbij er enige regelmaat in dag-/nachtritme wordt geadviseerd, is werk in de nacht af te raden. Ook sterke onregelmatigheid raden de deskundigen af.

Het advies van een normale daginvulling met passende activiteiten die de belastbaarheid niet structureel overschrijden, geldt bij alle ziekten en klachten waaraan eiser leed en lijdt. De combinatie van ADHD, slaapapneu, astma, COPD en status na hartinfarct leidt dus niet via een optelsom tot bijvoorbeeld een duurbeperking; gekeken wordt naar een gezond activiteitenniveau en dagpatroon dat niet leidt tot schade van de gezondheid.

In verband met eisers astma en COPD en cardiale voorgeschiedenis zijn er beperkingen in de arbeidsomgeving (rubriek 3), zoals in blootstelling aan hevige temperatuurschommelingen, koude en hitte, en in een zeer stoffige omgeving. Waarbij uiteraard het advies is om volledig te stoppen met roken. Zware schokken of trillingen op de knieën moeten worden beperkt.

In het dynamisch handelen (rubriek 4) en statische houdingen (rubriek 5) zijn er op grond van de geobjectiveerde diagnose ‘mediale compartiment gonartrose links’ de volgende beperkingen: staan (lichte beperking), lopen (lichte beperking), staan en lopen in totaal niet meer dan zes uur op een werkdag, zoals door de verzekeringsarts b&b aangegeven, is daarbij heel passend, zo is vermeld in het deskundigenrapport. Tevens is trappenlopen licht beperkt, knielen of hurken licht beperkt (hooguit vijf keer per uur knielend of hurkend met de handen de grond bereiken), geknield of gehurkt actief zijn (minder dan vijf minuten achtereen). De door de verzekeringsarts b&b aangenomen beperkingen in de FML zijn hiermee in overeenstemming. De erkenning van de mediale gonartrose leidt, na overleg met de orthopeed, niet tot meer, andere of zwaardere beperkingen in de FML, eveneens volgens de NOV-normen.

De handklachten zijn wisselend aanwezig, er is geen diagnose, er is geen consistent beeld dat leidt tot structurele beperkingen in de functie. De aangenomen beperkingen ten aanzien van zeer langdurig repeterend en fijn motorisch werk met de vingers houden in ruime mate rekening met de problematiek.

Ten aanzien van het persoonlijk (rubriek 1) en sociaal (rubriek 2) functioneren geldt dat een beperking in conflicthantering vanwege eisers ADHD niet aan de orde is. Eiser heeft altijd met de ADHD kunnen werken, alleen raakte hij regelmatig in conflict met werkgevers. Enige impulsiviteit kan hieraan wel hebben bijgedragen, maar meer nog dan aan de ADHD waren de conflicten te wijten aan eigenzinnigheid en rigiditeit in zijn karakter. Bovendien gaat het bij conflicthantering niet om een conflict over het eigen functioneren, maar om het in de uitoefening van de functie omgaan met optredende conflicten. Omdat eiser vaak door zijn ADHD meerdere opdrachten tegelijkertijd doet, desondanks in staat is deze af te maken, is een lichte beperking ten aanzien van veelvuldige deadlines en productiepieken en in een langdurig heel hoog handelingstempo, bij complexere taken, wel passend. Dit houdt tevens rekening met een verhoogd spanningsniveau door de combinatie van ADHD met zorgen over zijn gezondheid. Zwaardere of andere beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren zijn niet gebleken tijdens het deskundigenonderzoek. Eiser functioneert op alle levensgebieden niet ernstig beperkt, er zijn geen beperkingen in cognitieve functies gebleken en eiser is in staat om zichzelf voldoende structuur op te leggen. Eiser is juist aangewezen op wat onvoorspelbare werkzaamheden, gezien zijn ADHD is er behoefte aan afwisseling, aan autonomie en aan vrijheid. Alleen complexe planningszaken worden door eiser uitbesteed, wat heel gebruikelijk is bij uitvoerende professionals.

De deskundigen concluderen dat de FML opgesteld door de verzekeringsarts b&b van 12 december 2022 in voldoende mate rekening houdt met de medische beperkingen van eiser op de datum in geding.

9. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter in beginsel de conclusies van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt indien de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Het rapport van 12 januari 2026 geeft naar het oordeel van de rechtbank blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk, navolgbaar en consistent. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de conclusies van de deskundigen niet te volgen en ziet dan ook geen aanleiding te oordelen dat de in de FML van 12 december 2022 opgenomen beperkingen onjuist zijn, dan wel dat daarin onvoldoende beperkingen zijn aangenomen.

Bij brief van 21 mei 2026 is verzekeringsarts Rammeloo op verzoek van de rechtbank ingegaan op dat wat eiser bij brief van 10 februari 2026 naar voren heeft gebracht in reactie op de bevindingen in het deskundigenrapport. Ten aanzien van de stelling van eiser dat er voldoende grond is voor een beperking in de duurbelastbaarheid van vier uur per dag, ook om preventieve redenen, verwijst de deskundige naar haar beschouwing bij de beantwoording van één van de vragen; daaruit blijkt dat eiser niet alleen in staat is om acht uren per dag en veertig uren per week werkzaam te zijn, maar dat dit zelfs wordt geadviseerd in het kader van al zijn medische problemen en ook gelet op de combinatie van die medische problemen. De verzekeringsarts ziet in de argumenten uit de brief van 10 februari 2026 geen nieuwe feiten of inzichten die haar aanleiding geven om tot een andere conclusie te komen. Ten aanzien van eisers kanttekening dat er wel informatie bij de [kliniek] is opgevraagd maar niet is betrokken bij het rapport omdat deze nimmer werd ontvangen, geeft verzekeringsarts Rammeloo aan dat dit buiten de invloedssfeer van de deskundigen heeft gelegen. Na onderling overleg hebben zij besloten het rapport af te ronden zonder die informatie, omdat er al vier weken op was gewacht en omdat een gerechtelijke procedure niet eindeloos vertraging duldt. Bovendien heeft eiser, noch zijn gemachtigde na het onderzoek nog informatie nagezonden, hetgeen ook had gekund.

De rechtbank is van oordeel dat verzekeringsarts Rammeloo in de brief van 21 mei 2026 op afdoende wijze is ingegaan op wat eiser heeft aangevoerd. De rechtbank acht de motivering waarom hetgeen eiser naar voren brengt niet leidt tot een ander oordeel van Rammeloo navolgbaar, te meer nu eiser zijn standpunt niet met nieuwe medische stukken heeft onderbouwd. Hij heeft een beroep gedaan op de Richtlijn medisch ongeschiktheidscriterium, echter een richtlijn is onvoldoende om afbreuk te doen aan het uitgebreide onderzoek dat de drie door de rechtbank benoemde deskundigen naar eisers concrete situatie hebben verricht.

Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de beleving van eisers klachten, betekent het hebben van klachten nog niet dat er ook meer beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen in de FML. De beleving van klachten is namelijk niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiser zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang.

Het arbeidsdeskundig onderzoek

10. Het arbeidsdeskundig onderzoek van het UWV is vastgelegd in de rapporten van arbeidsdeskundige [arbeidsdeskundige 2] van 24 februari 2022 en arbeidsdeskundige b&b [arbeidsdeskundige 1] van 16 december 2022. Het UWV acht eiser in staat tot het verrichten van de volgende functies: medewerker bibliotheek (SBC-code 315131 ), administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en bezorger pakketten (auto) (SBC-code 282102). Hiernaast is één extra functies geduid: telefonisch verkoper (outbound) (SBC-code 315173). De arbeidsdeskundige b&b heeft in beroep nog gerapporteerd op 8 november 2024.

Eiser betoogt dat er sprake is van een overschrijding van zijn belastbaarheid in de functies administratief ondersteunend medewerker, bezorger pakketten, telefonisch verkoper en telefonisch verkoper/verkoper winkel.

De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige b&b in het rapport van 8 november 2024 op inzichtelijke en navolgbare wijze heeft gemotiveerd dat van de door eiser genoemde overschrijdingen van de belastbaarheid in deze functies geen sprake is.

Allereerst heeft de arbeidsdeskundige b&b op overtuigende wijze gemotiveerd dat in de functies administratief ondersteunend medewerker en bezorger pakketten, anders dan door eiser aangevoerd, het systeem van werken in ploegendiensten niet aan de orde is. Met werk in ploegendienst wordt bedoeld werk, waarbij een dag van vierentwintig uur wordt ingedeeld in werkperiodes om productiemiddelen optimaal te benutten of om de dienstverlening altijd beschikbaar te laten zijn. Dit werk wordt regelmatig en systematisch na zes uur ’s avonds en voor zeven uur ’s ochtend verricht. Eens in de week een avond een aantal (drie) uren en eens per drie weken een aantal (drie) uren op een zaterdag bij een bibliotheek werken (eiser is niet beperkt voor werken in het weekend) geldt niet als ploegendienst. Dat geldt ook ten aanzien van de duidelijke werkperioden overdag in de functie van pakketbezorger, ook als deze perioden niet aaneengesloten zijn (waarvoor eiser niet beperkt is).

Ten aanzien van de door eiser gestelde overschrijding van de belastbaarheid in de functie van telefonisch verkoper, heeft de arbeidsdeskundige b&b op navolgbare wijze uitgelegd dat deadlines en productiepieken zoals bedoeld bij item 1.8.4. betekenen dat het werk af moet zijn voor een bepaald tijdstip, dat er sprake is van afbreukrisico en dat daarom wordt gevraagd om een zorgvuldige planning en organisatie. Er is sprake van een periode van intensivering van het werk. Eiser kent geen beperking waaruit volgt dat hij ongeschikt is voor (enige) werkdruk. De werkzaamheden in de functie van telefonisch verkoper zijn routinematig en overzichtelijk van aard. Eiser is daarvoor niet beperkt en ook niet in het werktempo daarbij.

Verder is de arbeidsdeskundige b&b op afdoende wijze ingegaan op de grond van eiser dat ten aanzien van het repetitief handelen in de functie van telefonisch verkoper niet is gemotiveerd waarom eiser dat korter dan vijf minuten zou kunnen doen. De arbeidsdeskundige b&b heeft er op gewezen dat de verzekeringsarts b&b in de FML van 12 december 2022 heeft opgenomen dat eiser in staat is kortdurend vijf minuten hand- en vingerbewegingen aan te kunnen. De kenmerkende belasting in de functie van telefonisch verkoper, zoals door de arbeidsdeskundig analist vastgesteld (het bedienen van muis en toetsenbord) past daar bij, zo heeft de arbeidsdeskundige b&b gemotiveerd. Er is volgens de arbeidsdeskundige b&b geen sprake van extra belasting van de elleboog, die moet worden ontzien in strekken en buigen.

Tenslotte heeft de arbeidsdeskundige b&b gemotiveerd dat er geen reden is voor een extra toelichting of grond om de voorbeeldfunctie van verkoper ongeschikt te achten. Er is, zo heeft de arbeidsdeskundige b&b aangegeven, geen overschrijding op het punt van knielen of hurken. De rechtbank kan ook deze motivering volgen, aangezien de beperking op dit onderdeel inhoudt dat eiser minder dan vijf minuten achtereen geknield of gehurkt actief kan zijn. In de functie van verkoper vindt knielen en/of hurken ongeveer drie minuten achtereen plaats.

De beroepsgronden van eiser slagen daarom niet. Geheel ten overvloede wijst de rechtbank erop dat de drie deskundigen de belasting, zoals door de arbeidsdeskundige b&b gemotiveerd met betrekking tot de geduide functies, passend achten bij de medische belastbaarheid van eiser.

11. Eiser betoogt ten slotte dat het maatmanloon niet naar de correcte datum is geïndexeerd. Volgens eiser moet, nu de arbeidsdeskundige beoordeling in bezwaar heeft plaatsgevonden naar de ‘beoordelingsdatum leeftijd 19 oktober 2022’, zoals is vermeld in het Resultaat functiebeoordeling van 15 december 2022, het verzekerd loon worden geïndexeerd tot die datum en is het gebruikte indexcijfer van oktober 2020 niet correct.

Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een einde wachttijdbeoordeling, waarvan hier sprake is, dient te worden uitgegaan van het maatmanloon op de datum in geding, hier: 19 oktober 2020. Het UWV heeft in dit verband gewezen op artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit).

De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het maatmanloon niet op de juiste wijze is geïndexeerd. De rechtbank wijst daarbij op bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 augustus 2020. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van het Schattingsbesluit worden bij de vaststelling van het maatmaninkomen, het inkomen, de inkomsten uit arbeid en de verdiensten, bedoeld artikel 1, eerste lid, van de Wet WIA die bij de toepassing van artikel 7 van het Schattingsbesluit in aanmerking worden genomen vanaf het begin van het eerste in aanmerking genomen aangiftetijdvak aangepast aan de eerst‑gepubliceerde cijfers van de index van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, zoals die uiterlijk (cursivering door rechtbank) ten tijde van het arbeidsdeskundig onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden gepubliceerd. In eisers zaak heeft de arbeidsdeskundige beoordeling plaatsgevonden geruime tijd na het einde van de wachttijd, zodat het UWV voor het moment van indexering terecht is uitgegaan van de datum waarop het einde van de wachttijd is bereikt en waarnaar de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling is verricht. Terecht heeft het UWV het maatmanloon naar die datum geïndexeerd. Van dit bij de eerste schatting vastgelegde maatmaninkomen wordt in beginsel in het vervolg uitgegaan. Wel wordt bij latere schattingen dat maatmaninkomen geïndexeerd op basis van de CAO-loonontwikkeling. Voor het standpunt van eiser dat het indexcijfer op de “beoordelingsdatum leeftijd 19 oktober 2022” moet worden uitgegaan, ziet de rechtbank in de bewoordingen van artikel 8 van het Schattingsbesluit geen aanknopingspunten. De beoordeling in bezwaar is in eisers zaak een heroverweging van de eerste beoordeling en betreft geen hernieuwde vaststelling nadat de eerste beoordeling heeft plaatsgevonden, zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Schattingsbesluit.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. van Lee, rechter, in aanwezigheid van

mr. B. de Vries, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand