RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de korpschef van politie, de korpschef
Samenvatting
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/5529
in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. D.C. Coppens),
en
(gemachtigden: mr. C.E. Wallage en [gemachtigde] ).
1. Deze uitspraak gaat over het door de korpschef aan eiseres opleggen van onvoorwaardelijk strafontslag. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het aan eiseres opgelegde onvoorwaardelijke strafontslag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef een correcte beslissing heeft genomen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. Onder 4, 5 en 6 staan de standpunten van partijen. Het toetsingskader staat onder 7. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 8. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2. Bij besluit van 22 april 2025 heeft de korpschef aan eiseres de straf van onvoorwaardelijk ontslag, als bedoeld in artikel 77, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), opgelegd. Met het bestreden besluit van 9 oktober 2025 op het bezwaar van eiseres is de korpschef bij dat besluit gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De korpschef heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de korpschef.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres is sinds 22 april 2003 in dienst bij de politie, laatstelijk in de functie van generalist tactische opsporing verbonden aan het [basisteam] van de [eenheid] .
Op 17 juli 2023 werd een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de internationale cocaïnehandel vanuit Midden- en Zuid-Amerika naar onder andere Nederland. Als spil in dit onderzoek werden drie broers als verdachten aangemerkt. Naar aanleiding van dit onderzoek is informatie bekend geworden, dat één van de broers, [naam] , regelmatig telefonisch contact had en afspraken maakte met eiseres. Ook was via een informant informatie binnengekomen dat een politiemedewerker met de naam ‘ [medewerker] ’ politie-informatie aan criminelen verkoopt. Uit het hierop volgend strafrechtelijk onderzoek is gebleken dat eiseres, naast contact met een lid uit de criminele organisatie, vermoedelijk ook informatie heeft verstrekt aan 'derden'. Uit het strafrechtelijk onderzoek is gebleken dat eiseres veelvuldig bevragingen in de politiesystemen heeft verricht, die als niet werkgerelateerd zijn aan te merken. Gedurende het onderzoek kon niet worden vastgesteld dat zij informatie uit de politiesystemen heeft verkocht. Op 27 maart 2024 hebben er in het strafrechtelijk onderzoek doorzoekingen plaatsgevonden, waaronder in de woning van eiseres en op de werkplek van eiseres.
Met zijn besluit van 27 maart 2024 heeft de korpschef eiseres buiten functie gesteld. Op 25 juni 2024 is eiseres als verdachte gehoord in het strafrechtelijk onderzoek voor het deelnemen aan een criminele organisatie, witwassen, opzettelijke schending van ambtsgeheim en ambtelijke corruptie. Daarbij heeft zij zich voornamelijk op haar zwijgrecht beroepen. Op 21 oktober 2024 is eiseres nogmaals als verdachte gehoord. Daarbij heeft zij wel een verklaring afgelegd.
Op 6 augustus 2024 is een disciplinair onderzoek naar eiseres ingesteld. Op grond van het strafrechtelijk onderzoek en bij aanvang van het disciplinair onderzoek op 8 augustus 2024 is besloten om eiseres te schorsen. In het kader van het disciplinaire onderzoek is op 12 november 2024 met eiseres, bijgestaan door haar belangenbehartiger, een gesprek gevoerd, waarbij zij een verklaring heeft afgelegd.
Vervolgens heeft de korpschef, met zijn brief van 27 januari 2025, eiseres meegedeeld voornemens te zijn aan haar de straf van onvoorwaardelijk ontslag op te leggen. Eiseres heeft op 25 februari 2025 een zienswijze ingebracht tegen dit voornemen. Vervolgens is de korpschef overgegaan tot de, in 2 vermelde, bestreden besluitvorming.
Met de strafbeschikking van 11 maart 2025 heeft de officier van justitie aan eiseres meegedeeld, dat hij heeft vastgesteld dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf van computervredebreuk op 14 mei 2019. De officier van justitie heeft besloten dat een taakstraf (werkstraf) van 30 uren wordt opgelegd.
Wat vindt de korpschef?
4. De korpschef heeft bij de motivering van het bestreden besluit aangesloten bij het advies van de bezwaaradviescommissie HRM (bezwaaradviescommissie) van 3 oktober 2025.
De bezwaaradviescommissie komt in haar advies aan de korpschef – samengevat – tot de volgende overwegingen. Voor de bezwaaradviescommissie staat vast dat eiseres tientallen keren de politiesystemen heeft geraadpleegd voor niet-werkgerelateerde doeleinden. Deze gedraging kwalificeert zij als ernstig plichtsverzuim.
Eiseres heeft in bezwaar erkend dat zij met [naam] een vriendschap met seksueel contact had. Dit kan kortheidshalve een seksuele relatie worden genoemd. Uit de stukken en hetgeen tijdens de hoorzitting is besproken is voor de bezwaaradviescommissie gebleken, dat eiseres heeft gesproken met [naam] over een groot geldbedrag dat in beslag is genomen. Zij heeft van [naam] hiervan een kennisgeving van inbeslagname (kvi) ontvangen. Hierop staat duidelijk een strafbaar feit vermeld, namelijk het aanwezig hebben van een stof van Lijst 1 van de Opiumwet. Daarnaast wordt gesproken over PGP-telefoons. Ook merkt [naam] op 6 mei 2019 op: “Sen de kendini benimle bulasma?” (vertaling: Jij moet jezelf niet met mij besmeuren). Op grond van het hiervoor genoemde is de bezwaaradviescommissie van oordeel dat eiseres had kunnen weten dat [naam] zich met criminele activiteiten bezighield, althans mocht van haar worden verwacht dat zij hierover kritische vragen zou hebben gesteld, zeker gezien haar functie van politieambtenaar. Daarom staat het voor de bezwaaradviescommissie vast dat eiseres een seksuele relatie had met een persoon van wie zij had kunnen weten dat hij zich met criminele zaken bezighield. De bezwaaradviescommissie is met de korpschef van mening dat deze gedraging plichtsverzuim oplevert.
Uit het disciplinaire onderzoek blijkt dat eiseres heeft verklaard dat zij en [naam] na zijn vrijlating meermaals contact hebben gehad. In het hoorgesprek wordt meermaals gesproken
over contact in persoon. Tijdens de hoorzitting heeft eiseres aangegeven dat het contact
telefonisch heeft plaatsgevonden. Eiseres heeft over de wijze van contact wisselend verklaard. De wijze van contact doet echter niet af aan het feit dat eiseres de contacten niet heeft besproken met, of heeft gemeld aan, haar leidinggevende. Dit terwijl er op dat moment twee onderzoeken, namelijk een strafrechtelijk en disciplinair onderzoek, liepen naar eiseres.
De bezwaaradviescommissie stelt daarom vast dat eiseres reeds op de hoogte was van de aard van de onderzoeken en zij hierdoor zelfs niet aan het werk was. Met de korpschef is de bezwaaradviescommissie daarom van oordeel dat eiseres had moeten beseffen dat zij haar dilemma en de nieuwe contacten met [naam] in ieder geval had moeten bespreken met haar leidinggevende. Daarom staat het voor de bezwaaradviescommissie vast dat tussen eiseres en [naam] meermaals contact heeft plaatsgevonden, zonder dat zij haar dilemma, het wel of niet bespreken met haar contacten met [naam] na zijn vrijlating met haar leidinggevende, heeft besproken met haar leidinggevende. De bezwaaradviescommissie is met de korpschef van mening dat deze gedraging plichtsverzuim oplevert.
Het standpunt van eiseres, dat zij geen informatie uit de politiesystemen heeft gedeeld met
onbevoegde derden, kan de bezwaaradviescommissie niet volgen. Uit het onderzoek blijkt dat [naam] met eiseres op 6 mei 2019 spreekt over [naam 1] , waarbij zij aangeeft “ik ga kijken”. Op 14 mei en 20 juni 2019 raadpleegt eiseres de systemen met betrekking tot [naam 1] , waarna zij op 20 juni 2019 telefonisch contact heeft met [naam] . Daarom is de bezwaaradviescommissie met de korpschef van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat eiseres informatie omtrent mevrouw [naam 1] heeft gedeeld met [naam] .
De bezwaaradviescommissie is met de korpschef van mening dat deze gedraging plichtsverzuim oplevert. Overigens is het de bezwaaradviescommissie bij bestudering van het stuk ‘ [naam 2] stukken uit het DOIOOM240094’, bladzijde 'Restpv [naam 2] /0228 en 0229 opgevallen dat eiseres op 28 januari 2019 informatie uit de politiesystemen
met [naam] heeft gedeeld.
Eiseres heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het plichtsverzuim haar niet kan worden toegerekend.
Het door eiseres gepleegde plichtsverzuim is van voldoende gewicht dat de sanctionering van onvoorwaardelijk ontslag als evenredig wordt gezien. De bezwaaradviescommissie tekent hierbij aan dat het eerste verweten plichtsverzuim op zichzelf al vanwege de omvang daarvan voldoende is om de straf van onvoorwaardelijk ontslag evenredig te achten. De bezwaaradviescommissie is van mening dat eiseres juist vanwege haar lange staat van dienst zich ervan bewust had moeten zijn dat zij door haar handelen en de keuzes die zij heeft gemaakt, het vertrouwen dat de korpschef in haar moet kunnen stellen, onherstelbaar heeft beschaamd. Dat eiseres – naar haar eigen zeggen – er niet van op de hoogte was dat de norm zo scherp was, doet niet af aan de aard en de ernst van het plichtsverzuim en de evenredigheid van het strafontslag.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres voert – samengevat – het volgende aan.
Eiseres erkent dat zij de raadplegingen van de politiesystemen heeft gedaan voor andere dan functie gerelateerde doeleinden en dat zij dat niet had moeten doen. Zij heeft zich in die periode echter nooit gerealiseerd dat de korpschef hieraan dermate zwaar tilt dat dit tot ontslag zou kunnen leiden. Binnen het team van eiseres werd de norm over systeemraadpleging niet structureel, actief of concreet gecommuniceerd. Door de gebrekkige voorlichting en handhaving, was er sprake van vaagheid van normen. Dit element is onvoldoende meegewogen in de beoordeling van de ernst van het handelen van eiseres. Dit laatste ziet op de evenredigheid van de sanctie.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat de kwalificatie 'seksuele relatie' geen recht doet aan de aard van het contact tussen haar en [naam] . Essentieel is dat er geen sprake is geweest van een duurzame relatie en daarom kan het contact met [naam] niet als een echte 'relatie' worden aangemerkt. Eiseres stelt dat zij niet heeft geweten dat [naam] zich met criminele zaken bezig hield, voor zover dit het geval is. Zij stelt ook dat zij dit niet had kunnen weten. Er waren geen concrete signalen daarvoor.
Later, pas tijdens deze procedure, kon eiseres kennis nemen van zijn justitiële documentatie en die was minimaal. Eiseres had dus objectief gezien geen enkele reden om [naam] als 'crimineel' te beschouwen of extra alert te zijn. De kvi die [naam] aan eiseres liet zien vermeldde op dat moment slechts een verdenking. De bezwaaradviescommissie merkt ten onrechte het gebruik van een PGP-telefoon aan als op zichzelf staand bewijs voor criminaliteit. Een PGP-telefoon was niet verboden en werd in bredere kring gebruikt om privacy redenen. De zin waarin wordt gezegd dat zij zich niet met [naam] moet besmeuren klopt grammaticaal niet. De vertaling is taalkundig onjuist. De uitspraak moet worden vertaald als: "Bemoei je er niet mee." Deze uitspraak heeft niet de lading die de korpschef aan de uitspraak toedeelt. De conclusie dat [naam] 'zich met criminele activiteiten bezighield', vindt geen steun in de vastgestelde feiten. Het oordeel lijkt vooral te zijn gebaseerd op conclusies achteraf, terwijl er op dat moment zelf, in het contact tussen eiseres en [naam] geen concrete aanwijzingen waren die in die richting wezen. De korpschef heeft niet kunnen uitleggen waarom ontlastende informatie geen enkele rol heeft gespeeld in de beoordeling. Eiseres blijft erbij dat zij, op basis van wat zij wist en wat aan objectieve informatie beschikbaar was, geen reden had om [naam] als 'crimineel’ te zien. Wanneer zij hiervoor wel indicaties had waargenomen, had zij het contact met hem afgebroken.
De korpschef concludeert ten onrechte dat eiseres wisselend heeft verklaard over het contact dat zij had met [naam] nadat hij vrij kwam uit voorlopige hechtenis. Het contact vond op verschillende manieren plaats. Eiseres herkent zich er niet in dat zij geen dilemma
(het wel of niet bespreken van haar contacten met [naam] na zijn vrijlating met haar leidinggevende) zou hebben. Met het strafrechtelijke onderzoek tegen eiseres is de grond onder haar bestaan weggeslagen. Zij werd als verdachte aangemerkt en zij werd buiten functie gesteld. De huiszoeking en verdenking waren uitsluitend gebaseerd op één anonieme melding, waarvan de betrouwbaarheid niet kon worden vastgesteld. Deze aanpak ervoer zij als onrechtvaardig, disproportioneel en zonder waarborgen. Daardoor verloor zij het vertrouwen dat de organisatie haar eerlijk, zorgvuldig en objectief zou behandelen. Dat verklaart haar handelen en het ontbreken van overzicht in die periode. Eiseres had te maken met een dilemma, maar heeft dit, om in haar ogen goede redenen, op dat moment niet met haar leidinggevende besproken. Gezien de staat waarin zij verkeerde kan haar dit niet worden verweten.
De vaststelling dat eiseres informatie zou hebben gedeeld met een onbevoegde derde, is onjuist. De korpschef negeert consequent dat er geen 'hit' was toen eiseres zocht op [naam 1] . Ten onrechte wordt de raadpleging gekoppeld aan een gesprek dat eiseres had met [naam] . Door de onjuiste vertaling en interpretatie, heeft de korpschef aangenomen dat eiseres zou hebben toegezegd om in de politiesystemen te kijken. Dit was echter niet de strekking van de uitspraak van eiser, noch haar bedoeling. Zij heeft niets gezien en niets gedeeld. Eiseres wijst erop dat zij in een ander gesprek heeft gezegd dat zij nooit informatie zou delen, juist omdat zij wist dat zij hierdoor in de problemen zou komen.
De straf van ontslag staat niet in evenredigheid tot het door eiseres gepleegde plichtsverzuim, gelet op alle feiten en omstandigheden. Eiseres vindt het ontslag disproportioneel, onder meer gezien haar lange staat van dienst. Eiseres stelt dat zij geen concrete schade heeft aangericht. Er was sprake van vaagheid omtrent normstelling en sprake van psychische ontregeling tijdens de gedragingen die eiseres worden verweten.
Het verweer van de korpschef
6. De korpschef stelt zich in zijn verweerschrift – samengevat – op het volgende standpunt.
Er wordt binnen de politieorganisatie voortdurend aandacht besteed aan het zorgvuldig omgaan met de politiesystemen. Uit de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) blijkt dat het binnen de politieorganisatie algemeen bekend is dat het raadplegen van de politiesystemen, anders dan voor werkgerelateerde doeleinden, niet is toegestaan en dat bij het openen van de systemen hiervoor gewaarschuwd wordt door middel van een melding in het systeem. Het zwaartepunt van het verweten plichtsverzuim ligt bij veelvuldig raadplegen. Uit het disciplinaire onderzoek en het bestreden besluit blijkt dat er door eiseres minimaal 59 raadplegingen zijn verricht voor privédoeleinden. Uit de genoemde rechtspraak van de CRvB blijkt dat veelvuldig niet werkgerelateerd raadplegen van de politiesystemen op zichzelf al voldoende kan zijn voor een onvoorwaardelijk strafontslag.
Op basis van het strafrechtelijk onderzoek, het disciplinaire onderzoek en de overige ingebrachte stukken is duidelijk geworden dat er sprake was van een langdurige duurzame en seksuele relatie tussen eiseres en [naam] . Daaruit blijkt verder dat eiseres wist dat [naam] was aangehouden en onderwerp was van een strafrechtelijk onderzoek. Het gaat om een seksuele relatie die eiseres had moeten melden bij haar leidinggevende. Maar dat heeft zij niet gedaan. Tijdens deze relatie heeft eiseres haar persoonlijke belang zwaarder laten weten dan het organisatiebelang. Het gebrek aan openheid over voorgenoemde relatie met iemand waarvan eiseres had kunnen en moeten weten dat hij zich in een criminele omgeving bevond wordt eiseres aangerekend. De korpschef heeft geen enkel vertrouwen meer in eiseres. Het niet open en transparant handelen loopt als een rode draad door het dossier, net als een groot gebrek aan zelfinzicht. Dat heeft meegespeeld bij het onvoorwaardelijk ontslag.
De korpschef kan eiseres niet volgen in haar stelling dat er een dilemma aanwezig was, waardoor zij niet heeft gemeld dat ze na de vrijlating van [naam] meermaals contact met hem heeft gelegd. Dat zij stress ondervond van het strafrechtelijk onderzoek en de
buitenfunctiestelling tijdens het disciplinaire onderzoek is voorstelbaar. Dit leidt er echter niet toe dat eiseres niet in staat was om een melding te doen bij haar leidinggevende dan wel dit dilemma te bespreken. Eiseres heeft ruim negentien jaar bij de politie gewerkt in verschillende uitvoerende functies, maar heeft op geen enkel moment deze relatie bij haar leidinggevende gemeld. Het is dan ook onbegrijpelijk dat eiseres na de vrijlating van [naam] wederom niet open en transparant is geweest over haar contact met hem. Het handelen van eiseres en dan vooral de door haar gemaakte keuzes passen op geen enkele wijze bij het zijn van een goed politieambtenaar.
Tijdens het strafrechtelijk onderzoek zijn er twee beëdigde tolken ingeschakeld om de Turkse zinnen naar het Nederlands te vertalen. De korpschef ziet geen reden om te twijfelen aan de vertalingen van beide tolken.
Voorafgaand aan het nemen van het voornemen is zorgvuldig besproken en afgewogen welke sanctie passend was bij het verweten plichtsverzuim. Daarbij zijn alle relevante feiten en omstandigheden meegewogen. Voor het opleggen van een voorwaardelijk strafontslag is vertrouwen van de leidinggevende noodzakelijk. Op basis van het gedane onderzoek en het gebrek aan openheid en transparantie, wat als een rode draad door het dossier loopt, is er geen ruimte voor een tweede kans. Er is vanuit de organisatie als geheel geen vertrouwen dat eiseres nog als betrouwbaar en integer ambtenaar werkzaam kan zijn. Vanwege de ernst van de verweten gedragingen kan geen sprake zijn van een mitigerende werking op de aan eiseres op te leggen sanctie indien sprake is van een eventuele lange staat van dienst.
Toetsingskader
7. Artikel 76, eerste lid, van het Barp bepaalt dat de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, disciplinair kan worden gestraft.
In artikel 76, tweede lid, van het Barp is bepaald dat plichtsverzuim zowel het overtreden van een voorschrift omvat als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.
Op grond van artikel 77, eerste lid, aanhef en onder j, van het Barp kan aan de ambtenaar, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar, de straf van ontslag worden opgelegd.
Wat vindt de rechtbank?
8. Gelet op vaste rechtspraak moet de rechtbank eerst beoordelen of op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde, gegevens de overtuiging is verkregen dat eiseres de haar verweten gedragingen heeft begaan. Voorts moet vaststaan dat de verweten gedragingen kunnen worden aangemerkt als plichtsverzuim. Vervolgens moet de rechtbank, volgens deze vaste rechtspraak, beoordelen of het plichtsverzuim eiseres kan worden toegerekend. Daarvoor is niet van doorslaggevende betekenis of het gedrag psychopathologisch verklaarbaar is, maar of eiseres de ontoelaatbaarheid van dat gedrag heeft ingezien en overeenkomstig dat inzicht heeft kunnen handelen. Tot slot moet de rechtbank de vraag beantwoorden of de straf van onvoorwaardelijk ontslag evenredig is aan het door eiseres gepleegde plichtsverzuim.
9. Eiseres wordt door de korpschef verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende vormen van plichtsverzuim:
het tientallen keren raadplegen van de politiesystemen voor privédoeleinden;
het hebben van een seksuele relatie met een persoon van wie zij had kunnen weten dat hij zich met criminele zaken bezighield;
het na zijn vrijlating meermaals contact leggen met bovengenoemde persoon zonder haar dilemma, te weten dat zij vragen aan hem had, te bespreken met haar leidinggevende;
het verstrekken van informatie uit de politiesystemen aan een onbevoegde derde.
De rechtbank zal deze vormen van plichtsverzuim hierna bespreken.
Het raadplegen van politiesystemen voor privédoeleinden
Niet in geschil is dat eiseres tientallen keren de politiesystemen heeft geraadpleegd voor privédoeleinden en dat zij een strafbeschikking heeft ontvangen wegens computervredebreuk. De rechtbank is van oordeel dat het veelvuldig raadplegen van de politiesystemen voor privégebruik volstrekt onverenigbaar is met de functie van politieambtenaar en aangemerkt kan worden als een ernstig plichtsverzuim. Aan politieambtenaren worden hoge eisen gesteld op het punt van betrouwbaarheid en integriteit. Eiseres heeft door haar gedrag het in haar als politieambtenaar gestelde vertrouwen ernstig geschaad en de voor die functie vereiste integriteit en betrouwbaarheid ondermijnd. De rechtbank is verder van oordeel dat de korpschef voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het binnen de organisatie van de politie algemeen bekend is dat het raadplegen van de politiesystemen, anders dan voor werk gerelateerde doeleinden, niet toegestaan is en dat bij het openen van systemen hiervoor gewaarschuwd wordt door middel van een melding in het systeem. Reeds hierom kan de rechtbank de stelling van eiseres niet volgen dat de normen betreffende raadplegen van gegevens uit de systemen niet duidelijk waren. Dat er sprake was van een cultuur op de werkvloer waarin het raadplegen van de politiesystemen voor privédoeleinden als min of meer normaal werd beschouwd, heeft eiseres op geen enkele wijze met nadere gegevens of stukken onderbouwd. Eiseres wist derhalve of had kunnen weten dat het raadplegen van de politiesystemen voor privédoeleinden niet was toegestaan en (ernstig) plichtsverzuim betekent. De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking dat eiseres gedurende lange tijd bij de politie werkzaam was en dus op de hoogte moet zijn geweest van het verbod om politiesystemen voor privédoeleinden te raadplegen. Er is daarom, naar het oordeel van de rechtbank, sprake van ernstig plichtsverzuim dat eiseres kan worden toegerekend.
De relatie en contacten met [naam]
De rechtbank is van oordeel dat aangenomen kan worden dat eiseres op basis van de contacten die zij met [naam] heeft gehad in de loop der jaren en de gespreksonderwerpen tijdens deze contacten op zijn minst het sterke vermoeden moet hebben gehad dat [naam] zich mogelijk met strafbare feiten bezighield. Zo hebben zij onder meer gesproken over PGP-telefoons, de arrestatie van de broer van [naam] en de inbeslagname van een groot bedrag, waarvan hij bovendien een kvi aan eiseres heeft laten zien. Mede gelet op haar functie van politieambtenaar had van eiseres minimaal verwacht mogen worden dat zij kritische vragen aan [naam] had gesteld over de gespreksonderwerpen en dat zij melding had gemaakt bij haar leidinggevende van haar relatie en contacten met [naam] . Door dit na te laten is er, naar het oordeel van de rechtbank, sprake van ernstig plichtsverzuim dat eiseres kan worden toegerekend.
Niet in geschil is dat eiseres na zijn vrijlating uit de voorlopige hechtenis meerdere malen contact met [naam] heeft gehad en dat zij deze contacten niet aan haar leidinggevende heeft gemeld. De rechtbank is ook hier van oordeel dat er sprake is van ernstig plichtsverzuim dat aan eiseres kan worden toegerekend. Na zijn vrijlating wist eiseres dat er minimaal een verdenking bestond dat [naam] zich schuldig had gemaakt aan strafbare feiten. Dat had eens te meer aanleiding voor haar moeten zijn om alle contacten met hem te verbreken. Dat heeft zij echter niet gedaan. Dat eiseres, zoals zij stelt, vragen aan [naam] had en die aan hem wilde stellen, doet daar niet aan af. Nog los van het feit dat eiseres geen contact meer met [naam] had behoren te hebben, heeft zij ook nagelaten om de contacten die zij met hem na zijn vrijlating had met haar leidinggevende te bespreken of haar leidinggevende daarover in te lichten. Dat eiseres stress ondervond door de situatie waarin zij op dat moment verkeerde, begrijpt de rechtbank maar zij benadrukt dat eiseres zichzelf in deze situatie had gebracht. Er is daarom geen enkele reden het door haar gepleegde ernstige plichtsverzuim niet aan haar toe te rekenen.
Het verstrekken van informatie uit de politiesystemen aan een onbevoegde derde
Uit de door de bezwaaradviescommissie beschreven onderzoeksbevindingen is, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende aannemelijk geworden dat eiseres op verzoek van [naam] op 14 mei en 20 juni 2019 de politiesystemen heeft geraadpleegd op de naam
[naam 1] en dat zij haar bevindingen van deze raadplegingen aan hem heeft teruggekoppeld. Dat eiseres, zoals zij stelt, geen ‘hit’ had in deze systemen op de naam
[naam 1] , doet daar niets aan af. Eiseres erkent daarmee immers dat zij in de politiesystemen heeft gezocht op deze naam. Dat er sprake zou zijn van een onjuiste vertaling of interpretatie van een aantal Turkse zinnen in het telefoongesprek dat eiseres met [naam] over zijn verzoek had, heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt. Dit mede gelet op het feit dat de korpschef twee beëdigde tolken heeft ingeschakeld voor de vertaling. Daarmee is voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres de haar verweten gedraging, het verstrekken van informatie uit de politiesystemen aan een onbevoegde derde, heeft begaan. Deze gedraging levert tevens ernstig plichtsverzuim op. Gesteld noch gebleken is dat dit plichtsverzuim eiseres niet kan worden toegerekend.
De evenredigheid van de straf van onvoorwaardelijk ontslag aan het gepleegde plichtsverzuim
De rechtbank is van oordeel dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig is aan de door eiseres gepleegde vormen van plichtsverzuim. Hierna zal zij uitleggen waarom zij tot dat oordeel komt.
Uit vaste rechtspraak van de CRvB volgt dat alleen al het veelvuldig raadplegen van de politiesystemen voor privégebruik aangemerkt moet worden als dermate ernstig plichtsverzuim dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag als evenredig moet worden beschouwd. Naast dit ernstige plichtsverzuim heeft eiseres nog een drietal andere vormen van plichtsverzuim gepleegd. Verder acht de rechtbank van belang dat aan een politieambtenaar hoge integriteitseisen gesteld mogen worden, in het bijzonder ten aanzien van het omgaan met vertrouwelijke informatie en ten aanzien van de personen met wie hij of zij zich inlaat. Eiseres heeft met de door haar gepleegde vormen van plichtsverzuim meermaals laten zien niet aan deze integriteitseisen te kunnen voldoen. Daarmee heeft zij het vertrouwen onherstelbaar geschaad dat de korpschef in haar heeft gesteld. Dat eiseres een lange staat van dienst heeft bij de politie doet aan deze conclusie niet af.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug en geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, voorzitter, en mr. J.A. van Schagen en mr. J.W.A. Fleuren, leden, in aanwezigheid van mr. H. Peters, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.