RECHTBANK GELDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Parketnummer : 05/043039-20
Datum uitspraak: 25 augustus 2026
Beslissing op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken (ex artikel 6:2:22 jo 6:6:31 Wetboek van Strafvordering)
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] (hierna: [veroordeelde]),
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],
verblijvende in [verblijfplaats],
[adres], [postcode] in [plaats].
Raadsman: mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat in ’s-Hertogenbosch.
De procedure
Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 25 mei 2021 aan [veroordeelde] voorwaardelijk de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de maatregel) opgelegd. Op 3 januari 2023 heeft de rechtbank beslist tot tenuitvoerlegging van de maatregel.
De termijn van de maatregel is ingegaan op 8 februari 2023 en is bij beslissing van de rechtbank van 18 maart 2025 verlengd met 18 maanden.
De officier van justitie heeft op 9 juni 2026 een vordering ingediend tot verlenging van de termijn van de maatregel met 8 maanden.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:
- het PIJ-verlengingsadvies van [verblijfplaats] van 1 juni 2026;
- het 9e perspectiefplan van Youturn van 31 maart 2026.
Op de zitting van 11 augustus 2026 zijn gehoord:
- [veroordeelde];
- zijn raadsman;
- deskundigen N.M.E. Roos, gedragswetenschapper en N. Ho-Sam-Sooi, GZ-psycholoog, beiden verbonden aan [verblijfplaats];
- de officier van justitie.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd. [veroordeelde] heeft grote vooruitgang geboekt in de behandeling. Om deze positieve ontwikkeling verder ruimte te geven en te bestendigen is een verlenging met 8 maanden nodig. Bij goed verloop kan na die periode worden beoordeeld of de maatregel voorwaardelijk kan worden beëindigd.
Het standpunt van betrokkene
[veroordeelde] heeft aangegeven dat hij er naar uitkijkt om te beginnen met het STP en daarna uit te stromen naar een vervolgplek. De afgelopen tijd heeft hij laten zien dat hij zelfstandig functioneert. Openheid van zaken geven vond hij lastig maar gaat steeds beter. De raadsman heeft de positieve ontwikkeling van [veroordeelde] benadrukt en zich op het standpunt gesteld dat de komende periode dient te worden toegewerkt naar voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. De raadsman refereert zich verder aan het oordeel van de rechtbank.
Het advies van [verblijfplaats]
In het verlengingsadvies van 1 juni 2026 is over [veroordeelde] - kort samengevat - het volgende beschreven.
Uit recent nader diagnostisch onderzoek is naar voren gekomen dat sprake is van een narcistische-persoonlijkheidsstoornis met borderline en antisociale trekken. Bij [veroordeelde] lijkt steeds meer sprake van probleembesef en een wens tot gedragsverandering. Deze intrinsieke motivatie heeft ook bijgedragen aan zijn positieve ontwikkeling van de afgelopen periode. Tegelijkertijd zijn er ook periodes geweest met veel zorgen omdat hij veel zou liegen en manipuleren. Naar aanleiding daarvan is de begeleiding en behandeling van [veroordeelde] verfijnd, waarbij onder meer aandacht is besteed aan het onderzoek naar de functies van liegen. Het liegen en manipuleren staat nu veel minder op de voorgrond. Hij heeft hierin een goede ontwikkeling doorgemaakt. Het lukt [veroordeelde] in toenemende mate om op een gezonde en volwassen manier te communiceren. Ook lukt het hem steeds beter om zich kwetsbaar op te stellen. Het begeleid verlof is sinds oktober 2025 uitgebreid naar onbegeleid verlof. Zo gaat hij wekelijks onbegeleid naar huis. Multidimensionele Familietherapie is afgerond. Binnenkort zal hij beginnen met schematherapie bij Kairos. Er is de afgelopen periode geen sprake geweest van middelengebruik.
Indien de kaders van de maatregel nu zouden wegvallen, wordt het herhalingsgevaar nog ingeschat als verhoogd. Bij goed verloop van de verdere behandeling, voldoende medewerking en bewerking van de risicofactoren, is de verwachting dat [veroordeelde] op zijn vroegst over 8 maanden in aanmerking kan komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. Om de positieve behandellijn te kunnen voortzetten is behandeling vanuit een residentieel kader nodig. Vrijheden en verantwoordelijkheden kunnen vanuit dit kader steeds verder worden uitgebreid. De inzet van een volledig verloftraject en een scholings- en Trainingsprogramma (STP) voor de duur van 6 maanden aansluitend op het residentieel verblijf is het meest wenselijk om de overgang van de RJJI naar een voorwaardelijke beëindiging zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen. Voor de verdere vormgeving van de behandeling en het resocialisatietraject wordt geadviseerd de duur van de maatregel met 8 maanden te verlengen.
Op de zitting hebben de deskundigen het verlengingsadvies gehandhaafd met de volgende aanvullingen. Het lukt [veroordeelde] steeds beter om zich kwetsbaar op te stellen en openheid te geven over wat er speelt bij hem. Dit blijven belangrijke aandachtspunten. Zijn verlof is verder uitgebreid. Ook is hij begonnen met (schema)therapie bij Kairos. Er is een duidelijke positieve ontwikkeling te zien bij [veroordeelde]. De komende tijd wordt toegewerkt naar uitstroming naar een passende vervolgplek. [veroordeelde] is recent aangenomen in een RIBW in de omgeving van [plaats]. De wachttijd is op dit moment niet bekend en bedraagt maximaal een jaar.
De beoordeling door de rechtbank
Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat:
- de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;
- de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.
Op basis van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundigen ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan de vereisten is voldaan en dat verlenging van de maatregel is geïndiceerd.
De maatregel is opgelegd voor medeplegen van een poging tot afpersing. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Er is een stoornis vastgesteld. Het recidiverisico is nog onvoldoende bewerkt. Dit maakt dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist.
De rechtbank vindt een verlenging van de termijn van de maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [veroordeelde]. [veroordeelde] heeft de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. [veroordeelde]’s positieve inzet en motivatie worden gewaardeerd en werpen vruchten af. Tegelijkertijd heeft hij nog stappen te maken in de behandeling. Hij gaat starten met het STP waarin hij moet omgaan met meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Hij heeft baat bij een geleidelijke overgang. Gelet op de tijd die nodig is voor verdere behandeling en resocialisatie, vindt de rechtbank het noodzakelijk dat de maatregel nog 8 maanden doorloopt. In deze periode zal worden toegewerkt naar uitstroming naar een passende vervolgplek. De rechtbank hoopt dat er tegen die tijd een geschikte woonplek voor hem beschikbaar is. Als [veroordeelde] zo door blijft gaan, kan de maatregel binnen afzienbare tijd voorwaardelijk worden beëindigd.
Conform het deskundigenadvies zal de rechtbank de termijn van de maatregel verlengen met 8 maanden.
Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 8 februari 2023 en zou na een eerdere verlenging bij beschikking van 18 maart 2025 zonder verlenging voorwaardelijk zijn geëindigd op 1 augustus 2026. De rechtbank verlengt de maatregel nu met 8 maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd en zich geen situaties voordoen waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet (bijvoorbeeld weglopen), eindigt de maatregel voorwaardelijk op 29 maart 2027 en onvoorwaardelijk op 29 maart 2028.
De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.
De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [veroordeelde] voornoemd voor een periode van 8 maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.W. Stoet, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A. Tegelaar en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 augustus 2026.
Mr. Stoet en mr. Tegelaar zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.