ECLI:NL:RBGEL:2026:6736

ECLI:NL:RBGEL:2026:6736

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer K/5001/12153518
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

kort geding huur bedrijfsruimte huurachterstand ontruiming

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 12153518 \ VV EXPL 26-39

Vonnis in kort geding van 13 mei 2026

in de zaak van

[eiser]

te [plaats]

eisende partij

hierna te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. J.J.H. Post

tegen

[gedaagde] H.O.D.N. [x]

te [plaats]

gedaagde partij

hierna te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 maart 2026 met producties 1 tot en met 11;

- de brief van 2 april 2026 van de zijde van [eiser] met productie 12;- de mondelinge behandeling van 22 april 2026 ter gelegenheid waarbij de gemachtigde van [eiser] en [gedaagde] spreekaantekeningen hebben voorgedragen.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] heeft per 1 januari 2025 aan [gedaagde] de winkelruimte in het pand aan de [adres] te [vestigingsplaats] (met 225 m2 winkelruimte en 125 m2 opslagruimte) en een voorgelegen parkeerstrook (hierna: het gehuurde) verhuurd voor de duur van drie jaar, tegen een huurprijs van laatstelijk € 2.999,83 per maand.

[gedaagde] heeft nagelaten om de volledige maandelijkse huurprijs te betalen over de maanden juli 2025 en februari tot en met april 2026.

3. Het geschil

[eiser] vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, de veroordeling van [gedaagde] :

1. om het gehuurde van [eiser] , te weten de winkelruimte aan de [adres] [vestigingsplaats] , met een beschikbare bruto vloeroppervlakte van circa 225 m2 winkelruimte op de begane grond en circa 25 m2 opslagruimte op de eerste verdieping en voorgelegen parkeerstrook, kadastraal bekend gemeente Garderen, [sectie] , [nummer] , binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, dan wel binnen een in goede justitie te bepalen andere termijn, te verlaten en te ontruimen met al wie of wat zich daarin of daarop vanwege [gedaagde] als huurder mocht bevinden, ontruimd te houden en daarin niet weer te keren en deze schoon en in goede staat onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking te stellen aan [eiser] ;

2. tot betaling van de ontruimingskosten als executiekosten, indien uitgevoerd door de deurwaarder, tegen bewijs van de gespecificeerde kostennota daartoe van de uitvoerend deurwaarder conform artikel 33 algemene bepalingen van de huurovereenkomst;

3. tot betaling van de achterstallige huurtermijnen, tot en met april 2026 voor een totaalbedrag van € 11.419,49 (vier maanden), vermeerderd met de wettelijke rente berekend tot en met 31 maart 2026 van € 259,47, totaal € 11.678,96;

4. tot betaling van de wettelijke handelsrente over de toe te wijzen hoofdsom onder 3, vanaf 1 april 2026 tot de dag van volledige betaling, dan wel een in goede justitie te bepalen andere ingangsdatum;

5. tot betaling van een bedrag van € 2.999,83 per maand vanaf 1 mei 2025 en telkens maandelijks datzelfde bedrag van € 2.999,83 per maand daarna vanaf de eerste kalendermaand, tot aan de dag waarop de winkelruimte aan de [adres] [vestigingsplaats] , feitelijk is ontruimd door huurder of door de deurwaarder, vermeerderd met de wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a jo 120 lid 2 BW over dit bedrag vanaf de vervaldatum van iedere maand (zijnde de eerste dag van iedere maand) tot aan de dag van volledige betaling;

6. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.262,95 exclusief btw, dan wel een in goede justitie te bepalen ander bedrag over de toe te kennen hoofdsom onder 3, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

7. tot betaling van de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met het tijdig betalen van de huurpenningen. Dit rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure en daarmee de ontruiming van het gehuurde in onderhavige procedure.

[gedaagde] voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.

De huurachterstand en de hoogte ervan zijn door [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling erkend. De achterstand rechtvaardigt in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure en daarmee de ontruiming van het gehuurde in deze kort geding procedure.

[gedaagde] heeft evenwel tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd, althans kennelijk bedoeld aan te voeren, dat zij mogelijk een tegenvordering op [eiser] heeft dan wel dat haar een beroep op verrekening toekomt omdat zij aanpassingen heeft verricht in het gehuurde. Dit verweer slaagt niet. Vaststaat immers dat deze aanpassingen zijn verricht in overleg met [eiser] en dat [gedaagde] daarvoor reeds is gecompenseerd in de vorm van korting op de verschuldigde huur aan het begin van 2025. Aangenomen moet worden dat partijen een regeling hebben getroffen die strekte tot finale compensatie van de door [gedaagde] gedane aanpassingen. Voor zover [gedaagde] stelt dat zij de aanpassingen heeft gedaan als investering met het oog op een huurovereenkomst voor drie jaar, overweegt de kantonrechter dat dit voor haar eigen rekening en risico komt. De voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst als gevolg van de huurachterstand kan niet aan [eiser] worden tegengeworpen.

Het voorgaande betekent dat de gevorderde betaling van de huurachterstand van € 11.678,96 inclusief wettelijke rente tot en met april 2026 – nu deze huurachterstand wordt erkend – wordt toegewezen. De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiser] de door [gedaagde] betaalde waarborgsom met de huurachterstand zal verrekenen. Ook de wettelijke handelsrente wordt als gevorderd toegewezen.

De huurachterstand rechtvaardigt een ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure en daarop vooruitlopend de ontruiming van het gehuurde in deze procedure. De gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen.

De vordering tot betaling van de toekomstige huurtermijnen vanaf 1 mei 2026 van € 2.999,83 per maand tot en met de dag van daadwerkelijke ontruiming wordt eveneens toegewezen.

De gevorderde ontruimingskosten, voor het geval [gedaagde] niet vrijwillig de woning ontruimt, zullen worden afgewezen. Deze kosten zijn nu nog niet begroot. De vordering is in zoverre dan ook te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.

[eiser] vordert tot slot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Daarom zal een bedrag van € 889,19 worden toegewezen. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiser] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

753,00

- salaris gemachtigde

€

865,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.915,02

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de winkelruimte aan de [adres] [vestigingsplaats] , met een beschikbare bruto vloeroppervlakte van circa 225 m2 winkelruimte op de begane grond en circa 25 m2 opslagruimte op de eerste verdieping en voorgelegen parkeerstrook, kadastraal bekend gemeente Garderen, [sectie] , [nummer] , te ontruimen met al wie of wat zich daarin of daarop vanwege [gedaagde] als huurder mocht bevinden, ontruimd te houden en daarin niet weer te keren en deze schoon en in goede staat onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking te stellen aan [eiser] ;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:

a. a) een bedrag van € 11.678,96 (bestaande uit de achterstallige huur tot en met 30 april 2026 van € 11.419,49 en de wettelijke rente berekend tot en met 31 maart 2026 van € 259,47), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 11.419,49 vanaf 1 april 2026 tot de dag van volledige betaling;

b) een bedrag van € 2.999,83 per maand vanaf 1 mei 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 889,19 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.915,02, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand